Schrif­te­lijke inbreng over de Mili­euraad van 17 december 2020


7 december 2020

De leden van de Partij voor de Dieren-fractie hebben kennisgenomen van de agenda van de Milieuraad. Deze leden hebben hierover nog enkele vragen en opmerkingen.

De leden van de Partij voor de Dieren-fractie kijken met zorg naar de positie van Nederland ten opzichte van de mededeling van de Commissie over de verbetering van de toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden. Deze leden onderstrepen het belang van rechterlijke toetsing op nationaal, regionaal en internationaal niveau om overheden, bedrijven en instanties te houden aan afspraken over onder andere de leefomgeving, het klimaat en mensenrechten. In 2008 werd richtlijn 2008/99/EG van het Europees Parlement en de Raad inzake de bescherming van het milieu door middel van het strafrecht aangenomen, maar anno 2020 bestaan er nog vele inbreuken op de bescherming van het milieu in Nederland en andere EU-lidstaten. De leden van de Partij voor de Dieren-fractie zijn van mening dat verbeterde rechtstoegang een grote rol kan spelen bij het vergroten van de opvolging en handhaving van milieuafspraken.

Uit de praktijk blijkt dat ngo’s en burgers een belangrijke toezichthoudende functie vervullen daar waar zelfmonitoring van bedrijven en overheden tekortschiet. De leden noemen de Urgenda-zaak, waarin stichting Urgenda tot drie keer toe via de rechter gelijk heeft gekregen over het falen van de Nederlandse overheid in het opvolgen van haar eigen klimaatafspraken, en de nu lopende rechtszaak van Milieudefensie tegen Shell. Het is dan ook van uiterst belang voor het democratisch functioneren van de gehele EU en haar lidstaten dat de rechtstoegang verbeterd wordt. De minister schrijft in zijn fiche het belang van deze toegang te onderstrepen, maar zegt te willen vermijden dat bepalingen over de toegang tot de rechter komen te verschillen per sector. De leden van de Partij voor de Dieren-fractie zetten vraagtekens bij deze benadering. Als de minister de bepalingen over rechtstoegang in verschillende milieudomeinen op een lijn wilt houden, kan de minister dit doen door zich in te zetten voor de verbetering van de rechtstoegang voor sectoren waarin dit achterblijft. Waarom kiest de minister ervoor om zich in plaats daarvan algeheel te verzetten tegen verbetering van rechtstoegang in welke sector dan ook? Hoe rijmt de minister dit met het feit dat juist in Nederland het meermaals nodig is gebleken om de bescherming van de leefomgeving via de rechter af te dwingen? Kan de minister erkennen dat rechtszaken blijkbaar noodzakelijk zijn om ervoor te zorgen dat afspraken worden gerespecteerd, ook in Nederland en ook wat betreft milieuaangelegenheden, en dat het daarom uiterst noodzakelijk is om initiatieven die zich richten op het verbeteren van de rechtstoegang te ondersteunen?

Tegelijkertijd maken de leden van de Partij voor de Dieren-fractie zich zorgen over bedrijven die misbruik maken van ons rechtssysteem om ngo’s en bezorgde burgers ervan te weerhouden publiekelijk kritiek te uiten of naar de rechter te stappen bij mistanden. Multinationals die het onderwerp zijn van mistanden spannen rechtszaken aan met het oogmerk om een kritische partij te intimideren en tot zwijgen te brengen, het zogenaamde Strategic Lawsuit Against Public Participation (SLAPP). Het voornaamste doel van een SLAPP is het stoppen van activisme. Het verbeteren van de toegang tot de rechter moet volgens de leden parallel blijven lopen aan inspanningen om misbruik van deze toegang te voorkomen, juist om ngo’s, maar ook journalisten, onderzoekers en bezorgde burgers te beschermen. In 2018 bevestigde de minister van Justitie & Veiligheid dat er geen zicht is op de aard en omvang van civiele procedures die in dit kader worden aangespannen tegen journalisten en deed de toezegging hier een eerste onderzoek naar te laten doen.[1] De leden van de Partij voor de Dieren-fractie vragen de minister of hier uitvoering aan is gegeven en wat het resultaat hiervan was. Is de minister bereid om een breder onderzoek in te stellen dat ingaat op de dreiging die SLAPP’s vormen voor het werk van ngo’s, activisten, onderzoekers en journalisten en de belemmering die het vormt voor effectieve rechtstoegang bij constatering van ernstige mistanden?

Voorts zijn de leden van de Partij voor de Dieren-fractie van mening dat de verbetering van de rechtstoegang op zichzelf niet toereikend is. Bij voorbaat moet ervoor worden gezorgd dat het niet langer nodig is dat burgers via de rechter milieuafspraken af moeten dwingen. Het strafrecht is een effectief middel om milieudelicten tegen te gaan, maar alleen wanneer sancties voldoende zijn, handhaving effectief is en er bestuurlijke medewerking wordt verleend. Dit is lang niet in alle landen het geval. Zo zijn er EU-landen waar een sterke rechtstaat ontbreekt en waar niet kan worden uitgegaan van de bereidheid van autoriteiten om bedrijven die wetten overtreden te vervolgen. Bovendien houden bedrijven rekening met eventuele financiële sancties van het plegen van milieudelicten, vaak maar een schijntje ten opzichte van de te behalen winst. Daarom zijn de leden van de Partij voor de Dieren-fractie van mening dat inspanningen op nationaal en regionaal niveau parallel moeten blijven lopen aan de ontwikkeling van wetgeving op internationale schaal. Is de minister het met de leden van de Partij voor de Dieren-fractie eens dat complementaire internationale wetgeving noodzakelijk is om wanbeleid te bestrijden? Een internationaal verbod op ecocide uitgevoerd door een instituut zoals het Internationaal Strafhof kan door zijn complementaire functie de bereidheid van overheden vergroten om beter te handhaven en te vervolgen op nationale schaal. Voorts zorgt een internationaal verbod waar strafrechtelijke sancties op staan bij voorbaat al voor een afschrikkende werking op bedrijven die van plan zijn zich schuldig te maken aan milieudelicten. Kan de minister hierop reflecteren?

[1] Kamerstuk 28684-524