Schrif­te­lijke inbreng over de inwer­king­treding van de Omge­vingswet


5 januari 2021

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren zijn zeer ontstemd over de gang van zaken rondom de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Tegen beter weten in wordt door de minister en een meerderheid van de Tweede Kamer het grootste wetgevingstraject sinds 1848 doorgedrukt. De Partij voor de Dieren vind het schandalig dat de al zeer magere bescherming voor natuur, milieu, gezondheid, dieren, klimaat en de biodiversiteit verder opzij geschoven wordt.

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren vinden het ook zorgwekkend hoe de regering en een meerderheid van de Kamer de aanhoudende waarschuwingen blijven negeren dat de inwerkingtreding, zowel procedureel als inhoudelijk, mis gaat. Daarnaast verwonderen zij zich over hoe men halsstarrig vast houdt aan het gedachtegoed van grofweg 10 jaar geleden toen deze wet bedacht werd. Zij verwonderen zich over hoe haast bewust voorbij lijkt te worden gegaan aan de vooruitgang in het (politieke) denken.

De Partij voor de Dieren vond deze wet bij aanvang al een slecht idee maar zag ook dat het destijds paste bij het politieke gedachtegoed van andere partijen. Daarmee viel nog enigszins begrip op te brengen voor het feit dat die partijen besloten om voor dit wetsvoorstel te kiezen.
Bijna 10 jaar later hebben, bij vrijwel alle partijen, zich politieke ideeën ontwikkeld die juist het tegenovergestelde zijn van de ideeën in de Omgevingswet. De leden vragen de minister daarop te reflecteren.
Zo is in de afgelopen jaren pijnlijk duidelijk geworden dat je niet tegelijk de leefomgeving kunt beschermen en benutten (het fundament van deze wet). Het PAS-debacle in het stikstofdossier maakte dat pijnlijk duidelijk. Maar ook het jaar na jaar niet halen van bijvoorbeeld lucht- en waterkwaliteitsdoelen terwijl economische activiteiten verder gefaciliteerd worden maakt dat duidelijk.
En in de afgelopen jaren zijn steeds meer partijen gaan erkennen en uitdragen dat de overheid wel degelijk een sturende rol heeft en/of zou moeten hebben. Steeds vaker wordt erkend dat de burger niet altijd op zichzelf aangewezen moet zijn. Dat de overheid er voor de burger moet zijn. Steeds vaker wordt erkend dat de overheid de burger moet beschermen. Steeds vaker wordt erkend dat er rijks regie nodig is. Het zijn precies deze punten waar de Omgevingswet nog het achterhaalde gedachtegoed belichaamd en in de wet vast legt. Met deze wet trekt de overheid zich verder terug als sturende partij in het omgevingsbeleid. Met deze wet wordt de burger meer op zichzelf aangewezen. Met deze wet, en de verschillende lokale normen wordt de bescherming verzwakt en gaat de regie verder gedecentraliseerd worden.

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren vragen de minister en de overige volksvertegenwoordigers zich nogmaals te herbezinnen op deze wet. Is het voor de minister denkbaar dat een grofweg 10 jaar oud idee inmiddels achterhaald kan zijn?

En ziet de minister ook dat ander soortgelijk beleid zoals de participatie-wet, de decentralisatie van het natuurbeleid, de decentralisatie van de jeugdzorg allemaal niet het gewenste resultaat hebben opgeleverd? Welke lessen heeft de minister daarvan geleerd?

Dan vragen de leden de minister om ook nog te reageren op het artikel in De Volkskrant van 3 december 2020 genaamd: “Door het invoeren van één milieuwet zullen waarden als natuur en biodiversiteit als eerste sneuvelen”.[1] Deelt de minister de stelling van de auteur zoals verwoord in de titel? Zo nee, waarom niet? Wat leert de minister van de gang van zaken in Nieuw-Zeeland waar men na 25 jaar Omgevingswet concludeerde dat zo’n Omgevingswet ‘the worst piece of legislation’ was?
Deelt zij de conclusie van het staatsonderzoek aldaar dat sectorale milieuwetten met harde normen beter zijn dan integrale afwegingen? Deelt zij de conclusie dat een nationale milieuminister veel meer verplichtende sturing zou moeten geven? Deelt zij de conclusie dat duurzaamheid het leidende principe moet zijn? Kan zij aangeven in hoeverre naar haar mening de huidige Omgevingswet in lijn is met deze kritiekpunten?

Naar de mening van de Partij voor de Dieren staat de minister namelijk op het punt een wet in te voeren die op vele, maar zeker alle bovengenoemde punten, fundamenteel verkeerd is.

Tot slot vragen de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren de minister te reageren op alle andere signalen dat het mis gaat. Zoals de zorgen over de kosten bij de gemeenten of de kritiek van het BIT op de ICT-infrastructuur.
Kan de minister bevestigen dat het BIT is opgericht als gevolg van de commissie Elias en als doel heeft om ICT-projecten bij de overheid te behoeden voor grote ‘flops’? Kan de minister dan aangeven waarom zij nu en de afgelopen jaren zo weinig heeft gedaan met de kritiek van het BIT?

Voor de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren is het overduidelijk. De Omgevingswet moet niet inwerking treden. Dagblad Trouw verwoorde het op 13 november 2020 uitstekend: “Langzaam zakt de Omgevingswet weg in het moeras”.

Voor de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren kan dat niet snel genoeg gaan.


[1] https://www.volkskrant.nl/colu...