Schrif­te­lijke inbreng over de avondklok


17 februari 2021

Sjabloon t.b.v. de inbreng verslag (wetsvoorstel) Wijziging van de Wet publieke gezondheid in verband met een tijdelijke bevoegdheid om het vertoeven in de openlucht te beperken teneinde de verspreiding van het SARS-CoV-2-virus zoveel mogelijk te belemmeren (Tijdelijke wet beperking vertoeven in de openlucht covid-19)

ALGEMEEN DEEL

1. Aanleiding voor dit wetsvoorstel

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren waren en zijn zeer ontstemd over de gang van zaken rondom de invoering van de avondklok. Door eerder te kiezen voor de twijfelachtige route via de Wet buitengewone bevoegdheden burgerlijk gezag (Wbbbg) en die vervolgens niet correct uit te voeren ondermijnt de regering haar eigen beleid. De veroorzaakte twijfel, onduidelijkheid en het verlies van vertrouwen onder de bevolking over het coronabeleid en dat is de regering aan te rekenen.
De leden hebben de regering gewaarschuwd voor een aantal juridische valkuilen. De regering gaf in zijn verweer aan zich niet in die kritiek te kunnen vinden. Mede daardoor bevinden we ons nu in de onwenselijke situatie dat, terwijl de rechtszaak nog loopt, de regering met corrigerende wetgeving komt en de Kamer tot grote spoed beweegt.

Naar mening van de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren had de regering eerder al moeten bezien welke maatregelen er in de ‘gereedschapskist’ lagen en deze juridisch en deugdelijk voor moeten bereiden. Hoe onwaarschijnlijk de uiteindelijke inzet ervan ook was. Dat de regering dit heeft nagelaten, zelfs toen de invoering van de avondklok door de regering zelf al als serieuze optie werd genoemd, rekenen de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren de regering zwaar aan.

Voordat de leden ingaan op de nieuwe wet die voorligt willen zij allereerst een reflectie vragen van de regering op de gang van zaken omtrent de Voortduringswet Artikel 8 Wbbbg.
Kan de regering aangeven waarom zij in de nota naar aanleiding van verslag bij die wet aangeeft dat pas na vaststelling van de ministeriële regeling op 22 januari is begonnen met het opstellen van het wetsvoorstel en de memorie van toelichting? Waarom is daar niet al mee begonnen na 12 januari of zelfs nog veel eerder? Kan de regering aangeven waarom voor het opstellen van zo’n relatief eenvoudige wet de periode van 22 januari tot 3 februari nodig was? Overigens verwijst de regering naar 2 februari als datum waarop de wet aan de Tweede Kamer is gezonden. De Kamerleden ontvingen deze echter pas ’s middags op 3 februari in de mail. Is bekend waar die vertraging is opgetreden?
Verder geeft de regering in de nota naar aanleiding van verslag aan dat de voorbereidingstijd van de spoedwet voor het verplichten van een negatieve testuitslag bij inreizen vergelijkbaar was met de voorbereidingstijd voor de voortduringswet. De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren vragen de regering daarbij te reflecteren op het gegeven dat in het geval van het verplichte testen de noodzaak tot wetgeving onvoorzien was en plotseling kwam omdat er een rechtszaak verloren werd. De invoering van de avondklok via de Wbbbg daarentegen kon weken of zelfs maanden vooraf voorbereid worden. Dat is niet gebeurd.

Dan vragen de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren waarom de regering geen oog had voor de geldende werkwijze rondom grondrechtbeperkingen. Wanneer grondrechten beperkt worden gelden daar voorwaarden voor. Een van die voorwaarden is dat zo’n beperking alleen kan via formele wetgeving. Formele wetgeving is wetgeving die ter goedkeuring langs de Eerste én Tweede Kamer is geweest.
De Wbbbg is zo’n formele wet. Maar omdat dit een ‘slapende’ noodwet is met daarin verregaande bevoegdheden zijn er waarborgen ingebouwd. Waarborgen die de betrokkenheid van Eerste en Tweede Kamer garanderen. Aan die betrokkenheid moet ‘onverwijld’ (dus zo snel als mogelijk) invulling gegeven worden om zo een lange periode waarin grondrechten beperkt worden zonder goedkeuring van de Staten-Generaal te voorkomen.

Grondrechten beperken met de Wbbbg, zoals nu met de avondklok gebeurd, kan alleen wanneer de (beperkte) noodtoestand wordt uitgeroepen óf wanneer, zonder uitstel, goedkeuring voor de beperking wordt gevraagd middels een ‘voortduringswet’ die in Eerste en de Tweede Kamer goedgekeurd moet worden. Dit is ook nu, op 17 februari, nog altijd niet gebeurd. De regering heeft ondertussen zelfs al besloten de avondklok te verlengen terwijl de Eerste Kamer nog geen goedkeuring heeft verleend. Daarmee is effectief een relatief lange periode ontstaan waarin grondrechten beperkt zijn zonder de goedkeuring van de Eerste en Tweede Kamer. Naar de mening van de leden past deze werkwijze niet bij de bestaande beperkingssytematiek van de Grondwet. Kan de regering aangeven waarom zij toch voor deze werkwijze gekozen heeft?

Dat de regering voor de invoering van de avondklok daarover met de Tweede Kamer gesproken heeft kent overigens ook geen juridische status. Allereerst past zo’n voorafgaand gesprek niet bij de systematiek van de Wbbbg. Maar ten tweede had, wanneer zo’n gesprek toch gevoerd werd, daarbij dan ook de Eerste Kamer betrokken moeten worden. Waarom heeft de regering dit niet gedaan?
De Eerste Kamer heeft ook, terecht naar de mening van de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren, in een brief aan de minister zijn beklag gedaan over de beperkte betrokkenheid.

Tot slot hierover vragen de leden wat de regering van plan is met de voortduringswet. Wordt deze doorgezet in de Eerste Kamer? Wordt zo parallel aan elkaar twee maal de bevoegdheid gecreëerd om het vertoeven in de openlucht te beperken?

2. Ontwikkeling van de epidemie

OMT-adviezen

3. De hoofdlijnen van dit wetsvoorstel

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren hebben ook een aantal kritische vragen over het nieuwe, nu voorliggende, wetsvoorstel. Allereerst vragen de leden de regering om per direct het conceptvoorstel zoals die in eerste instantie is voorgelegd aan de Raad van State ook aan de Kamer toe te zenden. De leden lezen namelijk in het advies van de Raad van State dat er eerst een fundamenteel andere route was gekozen. Kan de regering beter onderbouwen dan zij richting de Raad van State deed waarom daarvoor gekozen werd? Kan de regering aangeven in hoeverre de beide wetsvoorstellen (zoals in concept aangeboden aan RvS en zoals ingediend bij de Tweede Kamer) van elkaar verschillen? Aangezien het wetsvoorstel fundamenteel is omgegooid vermoeden de leden dat de verschillen tussen beide wetsvoorstellen groot zijn. Dan zou het ook op zijn plaats zijn om opnieuw om advies te vragen bij de Raad van State. Naar de mening van de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren zou het niet van de benodigde zorgvuldigheid getuigen wanneer, vanwege de haast, deze stap zou zijn overgeslagen.

4. Reikwijde en duur van de avondklok

Dan hebben de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren nog verdere vragen over de inhoudelijke kant van het wetsvoorstel. Zij lezen dat met het nieuwe artikel 58j lid 1 onder f het vertoeven in de openlucht beperkt kan worden. Kan de regering aangeven waarom er niet voor is gekozen om hier, in de formele wet, de beperking verder vorm te geven? Waarom is gekozen dit geheel verder uit te werken in de ministeriële regeling? Is deze verwoording, naar het oordeel van de regering, specifiek genoeg om als grondslag bij de rechter stand te houden?
Is de regering bereid om dit onderdeel te wijzigen zodat alleen regels gesteld kunnen worden ter beperking van het vertoeven in de buitenlucht tussen 21:00 en 04:30? De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren zijn van mening dat dit een zorgvuldigere werkwijze is. Daarmee is gegarandeerd dat wanneer de regering wenst het tijdstip van de avondklok te verruimen de betrokkenheid van Eerste en Tweede Kamer weer gewaarborgd is. Kan de regering bevestigen dat wanneer het tijdstip van de avondklok nu verruimd zou worden de betrokkenheid van de Eerste Kamer niet geregeld is?

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren zouden het zeer onwenselijk vinden wanneer de regering zonder instemming van de beide Kamer (Eerste en Tweede) zou besluiten om een 24 uurs avondklok in te stellen. Met deze wet, in deze hoedanigheid, zou de regering die mogelijkheid wel krijgen.

5. Gevolgen voor grondrechten en mensenrechten

Inleiding

De Raad van State stelt in zijn advies dat duidelijk gemaakt moet worden welke belangen tegen elkaar gewogen zijn bij het instellen van de avondklok. De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren lezen echter vrijwel uitsluitend over het belang van de epidemiebestrijding. Er wordt niet toegelicht hoe andere zwaarwegende belangen zoals mentaal welzijn, fysieke basisgezondheid en de ontwikkeling van jongeren gewogen zijn (anders dan bij het bespreken van de buitenspeeltijd voor kinderen). De leden vragen de regering nogmaals, zij hebben dit al eerder gedaan, een brede belangenafweging voorafgaand aan het instellen van de avondklok te maken.

De rechter in het kortgeding en de Raad van State hebben beide aangegeven dat de regering de veronderstelde werking van de avondklok beter moet onderbouwen. De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren vragen hoe de regering daar opvolging aan heeft gegeven? Welke nieuwe informatie is toegevoegd?

Eerbieding van de persoonlijke levenssfeer

Vrijheid van vergadering, betoging en belijden van godsdienst en levensovertuiging

6. Regeldruk en financiële gevolgen

7. Consultatie en advies

ARTIKELSGEWIJS DEEL

Artikel I. Wijziging Wet publieke gezondheid

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren vragen de regering aan te geven waarom het wenselijk wordt geacht om burgemeesters de mogelijkheid te geven uitzonderingen op de avondklok toe te staan? Hoe wordt daarmee de eenheid van het beleid gewaarborgd? En deelt de regering de mening van de leden dat het niet aan de burgemeester is om te bepalen over generieke, grondrechtsbeperkende maatregelen voor al zijn of haar inwoners?

Artikel II. Overgangsrecht

Artikel III. Inwerkingtreding

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren vragen de regering aan te geven op welke wijze de Tweede Kamer onder de voorgestelde systematiek de avondklok weer buitenwerking kan stellen?
Heeft de Eerste Kamer die mogelijkheid ook?

Artikel IV. Citeertitel

OVERIG

Live Kijk mee