Schrif­te­lijke inbreng over Appre­ciatie REPowerEU


7 juli 2022

De leden van de Partij voor de Dieren-fractie hebben kennisgenomen van de Appreciatie REPowerEU. In deze appreciatie staat dat de ambitie om onafhankelijk te worden van Russische energiebronnen in het REPowerEU kan rekenen op veel steun van het kabinet, en dat het kabinet ook vindt dat het REPowerEU-plan goede handvatten biedt voor de vergrote inzet op energiebesparing en hernieuwbare energie.

De leden van de Partij voor de Dieren-fractie vinden dat het kabinet zo een eenzijdig beeld geeft van REPowerEU en de plannen van het kabinet zelf. Hoe laat de vergrote inzet op energiebesparing en hernieuwbare energie waar de minister over schrijft zich vertalen in de vergrote inzet op kolen, extra gaswinning boven de Wadden en de import van schaliegas?

De leden constateren dat de positie van mest in de energietransitie in het EU-voorstel en door het kabinet wordt verstevigd, terwijl mest geen duurzame energiebron is. Het staat ook op gespannen voet met de aangenomen motie Ouwehand/Simons over mestvergisters uitsluiten van SDE++-subsidies (23 september 2021) en de aangenomen motie Vestering over geen subsidies voor nieuwe mestvergistingsinstallaties in de kringloopvisie (12 november 2021), en dus met hoe de Kamer aankijkt tegen de rol van mest in de energietransitie. Waarom blijft de minister de wens van de Tweede Kamer negeren?

REPowerEU-plan creëert de mogelijkheid voor lidstaten zelf om excessieve winsten te belasten. De minister geeft aan tegenstander te zijn van het belasten van overwinsten. Betekent dit dat de minister ook tegenstander is van een solidariteitsheffing? Samen met een meerderheid in de Tweede Kamer zijn de leden van de Partij voor de Dieren-fractie juist voorstander van een solidariteitsheffing. Hoe verhoudt het standpunt van het kabinet tegen het belasten van excessieve winsten zich tot de wens van de Kamer voor een solidariteitsheffing?

De leden van de Partij voor de Dieren-fractie constateren ook dat het kabinet tegenstander is van maximumprijzen op de groothandelmarkt voor fossiele brandstoffen. Hier handelen grote bedrijven zoals Vitol, Trafigura en Cargill, die grote winsten maken ten koste van mens, dier, natuur, milieu en klimaat. Het kabinet geeft aan dat het terughoudend is met prijsregulering, omdat dit vraag- en prijsopdrijvend zou kunnen werken. Maar waarom grijpt het kabinet dan niet ook tegelijkertijd in in de nationale vraag naar gas? De leden van de Partij voor de Dieren-fractie hebben sinds het begin van de oorlog in Oekraïne gepleit voor het in werking stellen van het afschakelplan voor niet-essentiële afnemers, zoals de sierteelt, om de vraag naar gas te reduceren. Erkent de minister dat hij zo zijn eigen argumentatie ondermijnt?

Daarnaast maakt REPowerEU staatssteun mogelijk voor zwaar getroffen bedrijven. De leden van de Partij voor de Dieren-fractie constateren dat woningbouwcorporaties worden genoemd als voorbeeld, maar vragen zich af of het hier ook kan gaan om de fossiele industrie en andere grote vervuilers en grootverbruikers? Kan de minister een lijst publiceren van bedrijven die mogelijk in aanmerking kunnen komen? Indien het met REPowerEU mogelijk wordt om ook staatssteun te geven aan de fossiele industrie en andere grote vervuilers en grootverbruikers, is het kabinet dan ook bereid om gebruik te maken van deze mogelijkheid?

Tot slot constateren de leden van de Partij voor de Dieren-fractie dat Greenpeace zegt dat REPowerEU zich richt zich op het diversifiëren van invoer van olie, gas en uranium van andere leveranciers, in plaats van dat het een einde maakt aan de afhankelijkheid van Europa van deze brandstoffen. Waarom is het kabinet voorstander van het vervangen van fossiele brandstoffen en zet het kabinet nog steeds niet alles op alles om echt te besparen – d.w.z. per saldo minder energie te verbruiken – en te verduurzamen met zonne- en windenergie zonder ook andere ongewenste transities – zoals naar het gebruik van mest en houtige biomassa – in gang te zetten?