Schrif­te­lijke inbreng rati­fi­ca­tiewet vrij­han­dels­verdrag met Canada (CETA)


4 april 2019

Schriftelijke inbreng ratificatiewet vrijhandelsverdrag met Canada (CETA)

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren hebben met grote zorg kennis genomen van de ratificatiewet aangaande het handelsverdrag met Canada (CETA).

I. ALGEMENE INLEIDING

1. Inleiding

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren verzetten zich tegen handelsverdragen. Het is onverantwoordelijk om in het huidige tijdsgewricht handelsverdragen af te sluiten die leiden tot een versnelde race naar de bodem op onder meer het terrein van de landbouw, dierenwelzijn, het klimaat, milieubescherming en werknemersbescherming.

Het valt aan niemand uit te leggen dat terwijl westerse regeringen met de mond belijden dat er geen alternatief is voor klimaatmaatregelen, dat de landbouw verder geregionaliseerd dient te worden (kringlooplandbouw) en dat overheden autonoom moeten zijn in het afkondigen van maatregelen die dienen ter bescherming van mens, dier, klimaat en milieu, diezelfde regeringen op nauwelijks te controleren wijze verdragen afsluiten die precies het tegenovergestelde bewerkstelligen. Niet voor niets is CETA op breed maatschappelijk verzet gestuit. Vakbonden, ngo’s en boerenbelangenorganisaties hebben zich uitgesproken tegen CETA.

Voor de brede welvaart van de huidige en toekomstige generaties zijn handelsverdragen als CETA desastreus. CETA intensiveert de zeer schadelijke handel in dierlijke producten en fossiele brandstoffen. De klimaatopgave waar de wereld voor staat, schreeuwt om een fundamenteel andere benadering.

De bovenstatelijke geschillenbeslechting die in CETA is opgenomen, ondergraaft de nationale rechtsorde. Nederland heeft een vrijwel perfect functionerend rechtspraak. Een permanent bovenstatelijk gerechtshof ondermijnt de werking van deze nationale rechtsspraak. Het bevoordeelt multinationals ten opzichte het Nederlandse MKB en ondermijnt daarmee het gelijke speelveld. Daarnaast biedt de bovenstatelijke rechtsspraak multinationals een extra middel om nationaal beleid op het gebied van klimaat, milieu, werknemersbescherming, dierenwelzijn en landbouw te dwarsbomen.

Daarbij komt dat CETA symbool staat voor de antidemocratische wijze waarop het Europese handelsbeleid is vormgegeven. Uit alle macht is door de Europese Commissie gepoogd om Canada bij de Europese interne markt te betrekken. CETA is voor 95% in werking is getreden, voordat de nationale parlementen van de EU-lidstaten er zich over konden uitspreken. Dit tegen de wil van een in haar huidige samenstelling meerderheid in de Tweede Kamer.

De samenwerking op regelgevingsgebied tussen Canada en de EU wordt verder geformaliseerd en geïntensiveerd. Door middel van een bovenstatelijk orgaan nemen Brusselse en Europese technocraten plaats in een overlegstructuur die tot doel lijkt te hebben de Europese interne markt en de Canadese markt verder te integreren. De Europese interne markt is verworden tot een prestigeproject van de Europese politieke elite en met dit vrijhandelsakkoord is de werking van dit prestigeproject uitgebreid met ruim 37 miljoen Canadezen.

2. Aard van het akkoord

3. Verloop van de onderhandelingen

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren vragen de regering wat de procedure zal zijn als CETA door Nederland of een andere lidstaat verworpen wordt. De leden verzoeken de regering openheid te geven over welke procedure in de Raad voorzien is indien een der lidstaten CETA de ratificatie van CETA verwerpt. Is het correct dat de Raad bij het verwerpen van ratificatie door een der EU-lidstaten kan besluiten om de Canadese overheid niet in kennis te stellen over het verwerpen van het verdrag, waardoor de voorlopige werking van het verdrag niet zal worden beëindigd? Dient het besluit over het in kennisstellen van de Canadese regering van het verwerpen van CETA door een meerderheidsbesluit, minderheidsbesluit of met unanimiteit genomen te worden?

Daarnaast vragen de leden van de Partij voor de Dieren naar het Canadese standpunt inzake de brexit. Dient Canada gecompenseerd te worden voor het gegeven dat na een brexit vanuit Canadees perspectief CETA op een veel kleiner economisch gebied van toepassing is? Zal CETA van toepassing zijn op Noord-Ierland, Engeland, Wales en/of Schotland indien de backstop geactiveerd wordt?

4. Beoordeling van het akkoord

Naar aanleiding van de Sustainability Impact Assessment (SIA) uit 2011 hebben de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren de volgende vragen: volgens de SIA zal CETA tot meer CO2-uitstoot leiden. Investeringen in Canadese teerzandolie en steenkool nemen mogelijk toe. Hoe valt dat te rijmen met de klimaatdoelen van Parijs? Deelt de regering de analyse uit de SIA dat door CETA landbouw in Canada verder zal intensiveren, met meer chemische inputs, meer bodemdegradatie en meer uitstoot van methaan, stikstofoxide en andere schadelijke stoffen?

Verder blijkt dat CETA zal leiden tot meer import van vis uit Canada. De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren vragen de regering wat er aan gedaan wordt om te voorkomen dat dit leidt tot meer overbevissing en schadelijke visserijpraktijken als intensieve aquacultuur en trawlers.

II. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING

Hoofdstuk 1. Algemene definities en inleidende bepalingen

Hoofdstuk 2. Nationale behandeling en markttoegang voor goederen

Hoofdstuk 3. Handelsmaatregelen

CETA heeft onder Europese boeren en belangenorganisaties tot groot verzet geleid. Maar ook in Canada worden de gevolgen van het handelsverdrag gevoeld. De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren vinden dat het van groot belang is om, anderhalf jaar na de voorlopige inwerkingtreding van CETA, de eerste gevolgen van het handelsverdrag voor Europese én Canadese boeren in kaart te brengen.

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren vragen de regering een overzicht te geven van alle compenserende maatregelen die sinds 21 september 2017 zijn genomen door de EU, de Nederlandse regering en de overige EU-27-regeringen, voor zowel de landbouw als de overige sectoren.

Dit is de enige wijze waarop een duidelijk beeld kan worden verkregen van de gevolgen die CETA heeft gehad, onder andere voor de Europese boeren. De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren vragen of het mogelijk is om te bepalen welk het aandeel van de boeren dat dagelijks stopt te wijten valt aan het handelsverdrag met Canada en zo ja, om onderbouwd aan de Kamer mee te delen hoeveel boeren dat zijn.

Daarnaast vragen de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren naar een overzicht van de negatieve gevolgen voor de Canadese landbouw. Klopt het dat de Canadese overheid na de voorlopige inwerkingtreding van CETA 300 miljoen Canadese dollar aan subsidie heeft verstrekt aan melkveeboeren die in de problemen zijn gekomen? Kan de regering een overzicht geven van alle door de Canadese overheid genomen compenserende maatregelen? Zijn er sinds september 2017 impactstudies uitgevoerd naar de gevolgen voor de Canadese landbouw? Zo ja, kunnen deze met de Kamer gedeeld worden?

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren vragen de regering hoe het vrijhandelsverdrag met Canada in de kringlooplandbouwvisie van de regering past. De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren vragen de regering of ze de mening deelt dat handelsverdragen waarvan landbouwproducten niet volledig zijn uitgesloten lijnrecht tegen het principe van de kringlooplandbouw indruisen. Zo past bijvoorbeeld in de kringloopvisie van de regering dat consumenten weten waar hun voedsel vandaan komt, dat de afstand tussen boeren en burgers kleiner moet worden en dat boeren een normaal inkomen moeten kunnen verwerven met een manier van produceren die voldoet aan de normen op het gebied van onder andere dierenwelzijn en natuur. Al deze principes worden door het handelsverdrag met Canada met voeten getreden.

Aangezien de ondertekening en de kabinetsappreciatie van CETA stamt van voordat de kringloopvisie door de huidige regering is gepresenteerd, verzoeken de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren om een aparte kabinetsappreciatie over hoe CETA met de kringlooplandbouw te rijmen valt, ook in het licht van de aangenomen motie Ouwehand.

De leden van de Partij voor de Dieren vragen of het correct is dat op basis van WTO-regels geen ruimte is op producten van dierlijke producten te weigeren die tot stand zijn gekomen onder lagere dierenwelzijnsstandaarden dan de (ook al veel te lage) Europese standaarden en dat derhalve dit ook voor CETA moet gelden.

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren vragen of de al reeds in 2017 verzadigde markt voor dode varkens nog verder te lijden heeft gehad onder het handelsverdrag met Canada. De leden van de Partij voor de Dieren wijzen erop dat er op dit moment een eiwittransitie plaatsvindt, waarbij dierlijke eiwitten worden vervangen door plantaardige eiwitten. Deze trend zou moeten worden ondersteund en niet worden tegengewerkt. Deel de regering deze mening? Hoe verhoudt de verdere integratie van de Canadese en Europese markt voor dierlijke producten zich tot de gewenste eiwittransitie? Bovendien draagt het verder openstellen van de Europese markt voor grote hoeveelheden dode varkens uit Canada op ongewenste wijze bij aan de ontmanteling van de Nederlandse varkenssector.

Hoofdstuk 4. Technische handelsbelemmeringen

Hoofdstuk 5. Sanitaire en Fytosanitaire maatregelen

Canadese regels omtrent de registratie van herkomst van voedsel zijn minder streng zijn dan de Europese. Zo ontstond er in 2017 grote beroering toen duidelijk was dat het Canadese voedselregistratiesysteem geen onderscheid maakte tussen genetisch gemanipuleerde zalm en zalm die niet genetisch gemanipuleerd was. Het risico dat de gemanipuleerde zalm op de Europese markt zou belanden was levensgroot, omdat bij fysieke inspectie van producten niet te zien valt wat de achtergrond van dit product is. Dit geldt in het geval van zalm, maar bijvoorbeeld ook voor varkensvlees, waarbij aan het varkensvlees zelf niet te zien is onder welke omstandigheden de varkens hebben geleefd.

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren vragen welke maatregelen zijn genomen om de import van genetisch gemanipuleerde zalm uit Canada te voorkomen en vragen voorts hoe deze maatregelen tot op heden gehandhaafd, gemonitord en geëvalueerd worden.

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren vragen naar de rol van de NVWA en naar de rol van de voedsel- en warenautoriteiten van andere lidstaten. Hebben voedsel- en warenautoriteiten van andere EU-landen een rol in de controle van goederen die uit Canada komen? Via welke Europese landen komt de Canadese zalm de EU binnen? Wat voor handhavingsproblemen en personele problemen van voedsel- en warenautoriteiten zijn er sinds september 2017 in de overige 27 EU-lidstaten geconstateerd? Wordt informatie over handhavingsproblematiek en personele problemen van voedsel- en warenautoriteiten gedeeld met de andere EU-landen, aangezien deze landen in EU-verband een gezamenlijke buitengrens delen?

Zijn de autoriteiten van de overige 27 EU-lidstaten op de hoogte gebracht van de capaciteits- en handhavingsproblematiek waar de NVWA recentelijk mee te kampen heeft gehad?

Hoofdstuk 6. Douane en handelsbevordering

Hoofdstuk 7. Subsidies

Hoofdstuk 8. Investeringen

De leden van de Partij voor de Dieren hebben grote bezwaren bij de investeringsbescherming zoals die in CETA is opgesteld. Er wordt een bovenstatelijk rechtssysteem opgetuigd met een permanent karakter, het Investment Court System (ICS). De leden van de Partij voor de Dieren vragen of het klopt dat bedrijven die een procedure bij het ICS willen starten dat niet kunnen doen indien er nog een juridische procedure bij een nationale rechter loopt.

De leden van de Partij voor de Dieren vragen uit hoeveel rechters het orgaan bestaat dat een uitspraak over een ICS-zaak zal doen. Voorts vragen deze leden of de mogelijkheid bestaat dat dit orgaan van rechters volledig uit rechters bestaat die niet de Nederlandse of een andere Europese nationaliteit bezitten en of deze rechters in dat geval bevoegd zijn uitspraken te doen die voor de Nederlandse regering bindend zijn.

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren vragen om een overzicht te geven van de laatste stand van zaken aangaande de besprekingen aangaande het Multilateral Investment Court (MIC). De leden vragen voorts of de kans bestaat dat indien het MIC een van kracht is investeringsbescherming niet langer een gedeelde competentie met de EU, maar een EU-only competentie zal worden.

Hoofdstuk 9. Handel in diensten

Hoofdstuk 10. Tijdelijke toelating en tijdelijk verblijf van natuurlijke personen voor zakelijke doeleinden

Hoofdstuk 11. Wederzijdse erkenning van beroepskwalificaties

Hoofdstuk 12. Interne regelgeving

Hoofdstuk 13. Financiële diensten

Hoofdstuk 14. Internationale zeevervoerdiensten

Hoofdstuk 15. Telecommunicatie

Hoofdstuk 16. Elektronische handel

Hoofdstuk 17. Mededingingsbeleid

Hoofdstuk 18. Overheidsondernemingen, ondernemingen met een overheidsmonopolie en ondernemingen waaraan bijzondere rechten of voorrechten zijn toegekend

Hoofdstuk 19. Overheidsopdrachten

Hoofdstuk 20. Intellectueel eigendom

Hoofdstuk 21. Samenwerking op regelgevingsgebied

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren vragen de regering of de voorziene Regulatory Cooperation Forum al is opgericht. Wie nemen deel aan dit forum? Is er sprake van een agenda die met de Kamer gedeeld kan worden? Wat heeft dit forum tot nu toe besproken, gedaan en besloten? Zijn er al handelsbelemmeringen weggenomen of voorkomen?

Hoofdstuk 22. Handel en duurzame ontwikkeling

Hoofdstuk 23. Handel en arbeid

Hoofdstuk 24. Handel en milieu

Hoofdstuk 25. Bilaterale dialogen en samenwerking

Hoofdstuk 26. Administratieve en institutionele bepalingen

Hoofdstuk 27. Transparantie

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren vragen de regering of de organen voor de conformity assessments al ingesteld. Wie nemen hieraan deel? Hebben zij al assessments voor productstandaarden uitgevoerd, en zo ja, welke standaarden zijn tot nu toe wederzijds erkend en welke niet?

Hoofdstuk 28. Uitzonderingen

Hoofdstuk 29. Geschillenbeslechting

Hoofdstuk 30: Slotbepalingen

III. Een ieder verbindende bepalingen

IV. Koninkrijkspositie

1 Kamerstuk 21501-02, nr. 1931

2 http://pov.nl/index.php?id=26&...