Monde­linge vragen Ouwehand over de uitstoot van het broei­kasgas methaan, die in werke­lijkheid veel hoger blijkt dan gemeld


19 april 2017

Voorzitter. Vorig jaar sprak onze minister-president op de nationale klimaattop uit dat we er hier in Nederland alles aan gaan doen om ruim onder de 2°C opwarming van de aarde te blijven. Belofte maakt schuld. Het CBS meldde vorig jaar: hoera, de uitstoot van broeikasgassen is gedaald terwijl de economie is gegroeid; is dat even goed nieuws. Ja, in het sprookjesboek van de boekhoudkundige modellen, zo blijkt nu. Het bleek een alternatieve werkelijkheid. De regering zegt dat de uitstoot van methaan, een van de gevaarlijkste broeikasgassen, met 42% is gedaald ten opzichte van 1990. Maar als je het daadwerkelijk gaat meten, dan blijkt dat maar 20% te zijn. Dat is heel vervelend en heeft grote gevolgen. Methaan is een veel krachtiger broeikasgas, veel sterker dan CO2. Deze realiteit die uit de metingen blijkt, die heel anders is dan de rekenmodellen waarop de Nederlandse overheid zich tot nu toe heeft gebaseerd, heeft grote gevolgen voor onze doelstellingen om binnen de 2°C-doelen van Parijs te blijven.

Het baart ons zorgen dat een woordvoerder van het ministerie van de staatssecretaris al heeft gezegd: dit maakt eigenlijk niks uit, dit vormt geen obstakel, wij blijven vasthouden aan de rekenmodellen en dit heeft geen gevolgen voor het Nederlandse klimaatbeleid. De Partij voor de Dieren vindt dat heel onverstandig. Is de staatssecretaris bereid te erkennen dat wij al die jaren van te lage cijfers zijn uitgegaan, als het gaat om de methaanuitstoot? Is zij bereid om stappen te zetten om daarover voortaan eerlijker te rapporteren? Is zij met de Partij voor de Dieren van mening dat de methaanuitstoot onder controle moet worden gebracht, omdat we anders de klimaatdoelen niet gaan halen? Welke stappen ziet zij voor zich om de specifieke methaansectoren, niet alleen de gasindustrie, maar ook de vee-industrie, de melkveestapel en de geitenstapel, binnen de normen te brengen die we zullen moeten respecteren, als we het klimaat werkelijk onder controle willen houden?

Staatssecretaris Dijksma:

Voorzitter. Ik dank mevrouw Ouwehand hartelijk voor haar vragen. Zij begon met de opmerking dat de premier tijdens de nationale klimaattop heeft uitgesproken dat wij er alles aan moeten doen om met onze bijdrage onder de 2°C te blijven. Ik wil dat vanzelfsprekend -- ik heb die nationale klimaattop georganiseerd -- nogmaals onderstrepen in dit huis. Dat is ontzettend belangrijk. Ik ben het ook eens met al diegenen die zeggen dat we precies moeten weten waar de taak en de opgave liggen. Methaanemissies worden berekend door het RIVM. Dat gebeurt op basis van internationale afspraken, in dit geval in het kader van het VN-instituut dat zich bezighoudt met klimaatverandering, namelijk het IPCC. Op het moment dat uit feitelijke metingen blijkt dat de modellen soms niet kloppen, dan moet dat natuurlijk gecheckt worden. Dan zullen de modellen uiteindelijk ook moeten worden veranderd.

Om die reden hebben wij deze situatie, waarin uit praktijkmetingen blijkt dat de uitstoot van methaan inderdaad hoger is dan de modellen veronderstellen, wel degelijk aangemeld. Het moet nu dus in het wetenschappelijke circuit worden gecheckt. Dat moet om meerdere redenen. We moeten weten wat de oorzaak is en welke sectoren daar nou precies verantwoordelijk voor zijn. Dat kan inderdaad betekenen dat de opgave voor Nederland, maar ook voor andere Europese landen waar dit fenomeen zich soms laat zien, gewoon groter wordt.

We moeten het echter wel doen volgens de spelregels die we met elkaar hebben gemaakt. We zijn hier dus niet omzichtig over geweest en hebben het niet ontkend. Dat lijkt mij slecht. Daarover zullen wij het snel eens zijn. We moeten de metingen wel dubbelchecken. Dat moet ook internationaal. Dan moeten we ook bekijken welke consequenties daaraan vastzitten en welke sectoren het veroorzaken. Als dat internationaal leidt tot verandering van de modellen, zouden we vervolgens ook kunnen vaststellen dat dat soms tot een grotere opgave leidt. Daar loop ik niet voor weg.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Op zichzelf zet de staatssecretaris wel een aantal stappen binnen de regels van het spel, maar het probleem is nou juist dat we ervoor worden gewaarschuwd dat we enorm achter de feiten aan lopen. Dat blijkt uit onderzoeksjournalistiek, bijvoorbeeld dit artikel van De Correspondent. We hebben berekeningen. Op basis van die berekeningen voeren we een bepaald klimaatbeleid. Daar kunnen we niet mee sollen. De klimaatverandering is echt heel ernstig. Uit de daadwerkelijke metingen blijkt dat we meer moeten doen.

We kunnen dan twee dingen doen. Of we gaan de modellen in een traject van jaren aanpassen, zodat op termijn onze analyses wel gebaseerd zijn op de werkelijkheid. Of we gaan nu al uit van de metingen, hanteren het voorzorgsbeginsel en concluderen dat er voor bijvoorbeeld de gasproductie, waar structureel sprake is van methaanlekken, een grotere opgave is en dat de groei van de melkveestapel en de geitenhouderij weleens onverantwoord zou kunnen zijn, gelet op de klimaatdoelen. De staatssecretaris kan daarnaast dan natuurlijk het traject van internationale validatie volgen, maar we kunnen niet achterover blijven leunen en wachten tot de modellen aansluiten op de werkelijkheid, die nu al bekend is.

Op zichzelf zet de staatssecretaris wel een aantal stappen binnen de regels van het spel, maar het probleem is nou juist dat we ervoor worden gewaarschuwd dat we enorm achter de feiten aan lopen. Dat blijkt uit onderzoeksjournalistiek, bijvoorbeeld dit artikel van De Correspondent. We hebben berekeningen. Op basis van die berekeningen voeren we een bepaald klimaatbeleid. Daar kunnen we niet mee sollen. De klimaatverandering is echt heel ernstig. Uit de daadwerkelijke metingen blijkt dat we meer moeten doen.

We kunnen dan twee dingen doen. Of we gaan de modellen in een traject van jaren aanpassen, zodat op termijn onze analyses wel gebaseerd zijn op de werkelijkheid. Of we gaan nu al uit van de metingen, hanteren het voorzorgsbeginsel en concluderen dat er voor bijvoorbeeld de gasproductie, waar structureel sprake is van methaanlekken, een grotere opgave is en dat de groei van de melkveestapel en de geitenhouderij weleens onverantwoord zou kunnen zijn, gelet op de klimaatdoelen. De staatssecretaris kan daarnaast dan natuurlijk het traject van internationale validatie volgen, maar we kunnen niet achterover blijven leunen en wachten tot de modellen aansluiten op de werkelijkheid, die nu al bekend is.

Staatssecretaris Dijksma:

Volgens mij zijn twee dingen tegelijkertijd waar. Om te beginnen het laatste: we kunnen niet wachten. Dat is gewoon waar. Dat betekent dat we voor alle sectoren -- ook sectoren die buiten het ETS zitten, waaronder de landbouw en de mobiliteit -- gewoon stappen moeten zetten, en wel nu. Als we te lang wachten, halen we de doelstelling immers niet. Maar laten we deze specifieke situatie bekijken. Methaan is inderdaad een ingewikkeld broeikasgas. Het is een van de enige waarvan we weten dat het diffuus is. Het is verantwoordelijk voor ongeveer een tiende van de totale uitstoot. Daar hebben we het dus over.

In de praktijk meten we nu meer uitstoot dan we in de modellen waarnemen. Om te weten waar we precies moeten handelen, welke sector we als het ware harder moeten laten rennen, moeten we wel weten wie de veroorzaker is. Mevrouw Ouwehand noemde een paar opties, maar uit het onderzoek blijkt nog niet exact welke sector de veroorzaker is. Dat vind ik wel relevant om uiteindelijk nadere stappen te zetten. Als het de veehouderij is, dan is dat een gegeven. Maar als het bijvoorbeeld ook ontstaat omdat we veel veenweidegebied hebben, dan is dat ook een gegeven. We moeten het wel weten om echt precies te kunnen handelen.

Ik deel dus het gevoel van urgentie van mevrouw Ouwehand. Ik vind ook dat modellen en berekeningen zo veel mogelijk met elkaar in lijn moeten worden gebracht. Dat doen we ook. Dat hebben we herhaaldelijk op dit thema gedaan. Maar we moeten wel precies blijven, want anders gaan we fouten maken en dan vervliegt letterlijk het draagvlak voor het klimaatbeleid. Dat moeten we niet hebben.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

De staatssecretaris maakt op zich een steekhoudend punt, maar ze gaat wel de mist in als je je realiseert dat het beleid nu al gebaseerd is op wiebelige informatie. En dus, zou ik denken, is dat een extra argument voor het pleidooi om toch vooral het voorzorgsbeginsel te hanteren als het gaat om het klimaatbeleid. Het is niet nieuw dat de melkveestapel en de geitenstapel methaan uitstoten. Je kunt daarover uit voorzorg zeggen: laten we die sectoren in elk geval niet laten exploderen. Als je weet dat er structureel sprake is van methaanlekken in het hele gasproces, kun je daar ook vanuit het voorzorgsbeginsel stappen in zetten. De staatssecretaris kan niet volhouden dat zij met haar berekeningen geen urgentie heeft om dat wel te doen. Dus ik zou graag een toezegging van haar willen. Wat wordt haar concrete actie naar aanleiding van de meetgegevens?

De staatssecretaris maakt op zich een steekhoudend punt, maar ze gaat wel de mist in als je je realiseert dat het beleid nu al gebaseerd is op wiebelige informatie. En dus, zou ik denken, is dat een extra argument voor het pleidooi om toch vooral het voorzorgsbeginsel te hanteren als het gaat om het klimaatbeleid. Het is niet nieuw dat de melkveestapel en de geitenstapel methaan uitstoten. Je kunt daarover uit voorzorg zeggen: laten we die sectoren in elk geval niet laten exploderen. Als je weet dat er structureel sprake is van methaanlekken in het hele gasproces, kun je daar ook vanuit het voorzorgsbeginsel stappen in zetten. De staatssecretaris kan niet volhouden dat zij met haar berekeningen geen urgentie heeft om dat wel te doen. Dus ik zou graag een toezegging van haar willen. Wat wordt haar concrete actie naar aanleiding van de meetgegevens?

Staatssecretaris Dijksma:

Nogmaals, die urgentie is er. Al die sectoren die u noemt, zullen alleen al op basis van de huidige modellen stappen moeten zetten. Soms denk ik wel eens dat die stappen veel groter zijn dan heel veel mensen zich op dit moment realiseren. Dus dat zal een enorme inspanning vragen van de veehouderij, op het terrein van de mobiliteit, echt all over. Tegelijkertijd, als je dit soort berekeningen ziet en ziet dat er dus een verschil zit tussen wat we feitelijk aan uitstoot waarnemen en wat de modellen laten zien, dan moet je toch ook willen weten waar dit verschil wettenschappelijk door verklaard wordt om ook precies te kunnen zijn in je antwoord daarop. Dat is echt wel nodig. Dat weerhoudt mij er niet van om door te gaan met onderhandelen binnen Europa en, in Nederland, met u over de vraag wat we in al die sectoren moeten doen. Want die stappen komen eraan en worden voor een deel ook al gezet. Op zo'n punt gaan we niet duiken. Daar hebt u volstrekt gelijk in. We erkennen dat het zo is. Maar ik wil ook wetenschappelijk verantwoord zien worden waar het door komt. Dan kunnen we hier ook weer met elkaar beslissen welke stappen daar verder bij horen. Ik erken ook dat dit in de praktijk kan leiden tot een grotere opgave dan wij nu denken. Dat is belangrijk, denk ik.

(…)

Mevrouw Ouwehand van de Partij voor de Dieren heeft een vraag.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Wat de staatssecretaris schetst, klopt allemaal wel en dat weten we ook …

Staatssecretaris Dijksma:

Goed zo.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

… en we hechten veel waarde aan de internationale discussie over de berekeningen, metingen en IPCC-adviezen van groepen van experts. Het gaat er echter ook om dat we in de tussentijd beleid maken. Als de staatssecretaris met een plan komt met de opgave voor de verschillende sectoren, waar zal dat dan op gebaseerd zijn? Zou het niet verschrikkelijk zonde zijn als je over een paar jaar moet concluderen dat je opgaves groter hadden moeten zijn?

… en we hechten veel waarde aan de internationale discussie over de berekeningen, metingen en IPCC-adviezen van groepen van experts. Het gaat er echter ook om dat we in de tussentijd beleid maken. Als de staatssecretaris met een plan komt met de opgave voor de verschillende sectoren, waar zal dat dan op gebaseerd zijn? Zou het niet verschrikkelijk zonde zijn als je over een paar jaar moet concluderen dat je opgaves groter hadden moeten zijn?

Staatssecretaris Dijksma:

Laat ik alvast een voorspelling doen: daar gaan we de komende jaren sowieso tegen aanlopen. Want mocht het zo zijn dat in 2018 de internationale gemeenschap besluit dat we niet onder de 2°C maar onder de 1,5°C moeten blijven, dan zal dat ook gevolgen hebben voor de opgaven van Europa en dus van Nederland. Sterker nog: het hele fundament van het akkoord van Parijs is erop gericht dat je tijdens het afleggen van de route kunt bijstellen. Ik zie dat zelf dus niet als een probleem. Het is natuurlijk wel lastig in sommige gevallen, maar op basis van de huidige modellen zullen alle sectoren die de methaangassen veroorzaken, sowieso enorm aan de bak moeten. En daar is geen alternatief voor.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Ook dat ben ik met de staatssecretaris eens, maar de vraag blijft wanneer je dan bijstuurt. Is de staatssecretaris van mening dat je dat pas zou moeten doen wanneer de internationale IPCC-modellen zijn aangepast aan de gewijzigde metingen? Of denkt zij in haar plan met de opgave voor die sectoren alvast rekening te moeten houden met wat er nu aan de oppervlakte is komen drijven? Wat gaat dat plan straks zijn? Is dat erin meegenomen of wacht Nederland echt op die aanpassing van de IPCC-modellen?

Ook dat ben ik met de staatssecretaris eens, maar de vraag blijft wanneer je dan bijstuurt. Is de staatssecretaris van mening dat je dat pas zou moeten doen wanneer de internationale IPCC-modellen zijn aangepast aan de gewijzigde metingen? Of denkt zij in haar plan met de opgave voor die sectoren alvast rekening te moeten houden met wat er nu aan de oppervlakte is komen drijven? Wat gaat dat plan straks zijn? Is dat erin meegenomen of wacht Nederland echt op die aanpassing van de IPCC-modellen?

Staatssecretaris Dijksma:

Het gaat mij niet zozeer alleen om het model, hoewel dat natuurlijk wel belangrijk is omdat het voor alle landen wereldwijd leidend is. Nederland kan dus niet in zijn eentje beslissen dat het anders is. Veel fundamenteler vind ik dat je echt moet weten waar het verschil zit. Daarmee kun je namelijk definiëren welke stap je extra moet zetten. Is dat een stap in de ene sector of in de andere sector of in alle sectoren? Om dat te weten hebben we meer gegevens nodig dan de gegevens die er zijn. Het onderzoek zegt daar nu namelijk niets over met 100% wetenschappelijke garantie. 100% garantie krijg je in de wetenschap sowieso nooit, maar meer dan wat er nu ligt moet er echt wel komen.