Inbreng WGO Coronawet 2.0


12 december 2022

Voorzitter,

Een virus krijgt tijdens een pandemie steeds nieuwe varianten.
En het lijkt erop dat een Tweede Kamer steeds nieuwe varianten van het wettelijke instrumenten te behandelen krijgt.

Vandaag bespreken we de nieuwe coronawet, die geen coronawet mag heten, maar wel geënt is op de coronawet die we eerder hadden. De minister stelt in de schriftelijke beantwoording in een-en-dezelfde alinea; Het is geen coronawet 2.0 maar de coronawet is wel gebruikt als basis voor deze wet.
Wat is het nou?
Dat brengt me meteen bij mijn vraag; wat is nou precies het doel van deze wet? Wat als bijvoorbeeld de vogelgriep van mens op mens overdraagbaar wordt. Met een sterftecijfer onder mensen van meer dan 50% zal dan hard ingrijpen nodig zijn. Maar dat is onvergelijkbaar met wat er nodig en gepast is wanneer corona een opleving zou kennen. In hoeverre hoort daar dan hetzelfde instrumentarium bij?

Voorzitter, ik zal verder in mijn bijdrage spreken over onze kritiek op de wet, het belang van preventie en de amendementen.

Allereerst een aantal kritiekpunten op de wet.
Wij vroegen eerder aan de minister waarom hij het Eerste Kamer deel van de Staten Generaal bewust minder wil betrekken dan het Tweede Kamer deel. De minister stelt namelijk zelf, ik citeer: “wil de crisisbeheersing aanvaardbaar en effectief zijn, dan zal daarvoor steeds voldoende maatschappelijk en politiek draagvlak moeten bestaan. Het parlement speelt daarin een cruciale rol”.
Maar als een overgrote meerderheid van de Eerste Kamer zou wensen dat deze wet niet langer wordt ingezet, en 75 zetels in de Tweede Kamer die mening ook zijn toegedaan. Dan hoeft deze wet niet te worden ingetrokken. Vind de minister dat dan het brede politieke en parlementaire draagvlak dat volgens hem nodig is?

En kan de minister ingaan op de werkwijze met de incorporatiewet. Zoals het voorstel er nu ligt kan het zo zijn dat bijvoorbeeld de Tweede Kamer in eerste instantie goedkeuring verleent aan de ministeriële regeling, de Eerste Kamer daar niets over te zeggen heeft maar maanden later de wetgeving die de ministeriële regeling moet bekrachtigen wel verwerpt.
Stel er is in de tussentijd aan mensen de toegang ontzegt tot bepaalde locaties, stel er zijn boetes uitgedeeld. Wat is a) democratisch bezien de legitimiteit van die maatregelen? En b) wat is dan ook juridisch de status van bijvoorbeeld boetes volgens de minister?
En conform de Grondwet kunnen beperkingen alleen opgelegd worden wanneer dit bij wet is geregeld. Maar voldoet deze werkwijze als de incorporatiewet wordt verworpen?

En in de schriftelijke beantwoording schetst de minister alsof de Kamer slechts per motie hoeft aan te geven dat ze de geactiveerde bevoegdheden weer ingetrokken wil zien en dit dan ook gebeurd. Maar daar heeft de Kamer geen enkele zekerheid over. Is er geen andere manier mogelijk om die bevoegdheid duidelijker bij de beide Kamers neer te leggen? Of rekent de minister erop dat de Tweede Kamer dat via initiatiefwetgeving regelt? Want dan is het denk ik verstandig dat we als Kamer de juridische ondersteuning hier vast vragen een concept intrekkingswet klaar te leggen voor het geval die in de toekomst snel nodig is.

Goed, dan preventie.
Je voorbereiden op een waternoodsramp begint niet pas zodra het getij begint te stijgen.
En je voorbereiden op een pandemie begint ook niet pas zodra de nieuwe ziekte is vastgesteld.

En de productie van mondkapjes is snel op te schalen. Maar het verhelpen van chronische longproblemen, of het terugdringen van overgewicht. Dat lukt niet in crisistijd. Terwijl, tijdens de uitbraak van SARS-COV-2 werd duidelijk hoe belangrijk een goede basis volksgezondheid is. De gehele maatschappij werd geconfronteerd met de dreiging van een nieuw virus en al snel bleek dat de ziektelast per persoon heel erg verschilde.
Het RIVM kwam met een lijst van factoren die duidelijk maakte waar de verschillen zaten in hoe kwetsbaar de een was vergeleken bij de ander. Leeftijd, hartproblematiek, overgewicht, longproblemen beïnvloeden hoe de ziekte wordt doorgemaakt.
En sommige van die factoren, zoals leeftijd, zijn door de overheid niet te beïnvloeden. Maar andere factoren kan de overheid wél beïnvloeden. Als we veel luchtvervuiling toestaan krijgen we veel mensen met longproblemen. Als we veel fastfood beschikbaar maken en zorgen dat het goedkoper is dan gezond voedsel dan krijgen we meer overgewicht.

Veel van dit soort kwetsbaarheden zijn te voorkomen. En de overheid heeft de afgelopen decennia daarop te weinig positief, en te veel negatief beleid gevoerd. Te weinig gedaan om de gezondheid te beschermen en te veel toegelaten dat die gezondheid schaadt.
Illustratief is misschien het voorbeeld van de luchtkwaliteit. Voor de luchtkwaliteit waren jaren geleden vanuit de WHO al gezondheidsnormen voor luchtkwaliteit bekend. Ook onder die norm trad nog ziektelast op door luchtvervuiling maar deze normen werden desondanks algemeen geaccepteerd als relatief veilig. Binnen de Europese Unie werd echter, op politiek niveau, besloten om toch zwakkere normen aan te houden. Zo kwam het dat Nederland aan de EU doelen omtrent stikstofdioxiden (NO2) moest voldoen in 2010 (na uitstel werd dat 2015) en voor fijnstof (PM10) in 2005 (dat werd na uitstel 2011). Maar de realiteit was dat op het moment dat corona uitbrak (2019) we nog altijd niet voldeden aan de zwakke Europese luchtkwaliteitsnormen. Laat staan aan de gezondere WHO-normen.

In de tussenliggende jaren had de regering wél het aantal auto’s en wél het aantal vliegbewegingen laten groeien. Zelfs de snelheid op de snelweg werd verhoogd.
Kortom, de regering liet na de volksgezondheid afdoende te beschermen en droeg er aan bij deze kwetsbaarheid te vergroten. Soortgelijke voorbeelden zijn te schetsen over overgewicht en hartaandoeningen. De extra ziektelast die de gebrekkige bescherming veroorzaakte tijdens de coronapandemie was daarmee grotendeels te voorkomen geweest.

Deelt de minister de mening van de Partij voor de Dieren dat de beste vorm van pandemische paraatheid is om een gezonde bevolking te hebben? Welke ziektemaker ook op je af komt.
Deelt de minister de mening dat het zijn plicht is om actief beleid te voeren dat mensen gezond maakt en houdt, en dus een kwetsbare gezondheid zoveel mogelijk voorkomt?
Is de minister bereid om concrete doelstellingen op te nemen in de wet en daar naartoe te werken? Bijvoorbeeld door in de wet op te nemen dat er nog maar een x aantal mensen hinder mag ondervinden van slechte luchtkwaliteit, dat meer dan een x aantal procent mensen met over- of ondergewicht gezien wordt als onwenselijk?

Dan over naar een andere vorm van preventie bij het bestrijden van infectieziektes.
Want naast gezondheidspreventie is er ook nog ziektepreventie.
Hoe voorkomen we dat een nieuwe infectieziekte ontstaat?
We weten dat 75% van de nieuwe infectieziekten ontstaat uit contact met de dieren. En wanneer dieren gehouden worden zoals in Nederland wordt het risico op een nieuwe ziekte flink vergroot. De afgelopen 20 jaar ging het ook al drie keer mis in Nederland.
Een dierenarts overleed al aan de vogelgriep, door de Q-koorts overleden meer dan 100 Nederlanders, en ook toen het coronavirus oversprong van mens naar nerts en terug had Nederland de primeur.
En echt geleerd hebben we nog niet. Het afgelopen jaar alleen al zijn er meer dan zes miljoen dieren omgebracht vanwege de vogelgriep. En wat gebeurd er zodra de stal weer schoon is? We zetten er zo snel mogelijk weer zoveel mogelijk kippen, kalkoenen of eenden in. En dat is niet zonder gevaar.
We vergroten daarmee de kans dat vogelgriep weer uitbreekt en muteert naar een vorm die van mens tot mens overdraagbaar is. En dat is levensgevaarlijk. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie zijn er tot nog toe 863 mensen besmet geraakt met vogelgriep. Daarvan is meer dan de helft overleden (455).

Ik vind het ook echt onbegrijpelijk dat we nu dus wel een wet hebben waarmee de decentrale overheden straks vaccinatiecampagnes kunnen laten optuigen bij het bestrijden van een ziekte, maar helpen voorkomen dat die ziekte ontstaat mogen ze niet.
Virologen hebben duidelijke adviezen gegeven over de risico’s van pluimveehouderijen in waterrijke gebieden, over kippen- en varkenstallen die naast elkaar staan waardoor ziektes kunnen overspringen. En toch, wanneer iemand een nieuwe stal wil bouwen, mogen gemeenten dat niet weigeren op basis van die gezondheidsadviezen, op basis van de waarschuwingen van virologen. Kan de minister uitleggen waarom dat nog altijd niet geregeld is en wil hij dat in deze wet alsnog regelen?
De regering ging er de hele coronapandemie prat op. We zouden alleen maar doen wat de experts ons adviseerde. Maar waar en wanneer is dat beleid dan losgelaten? Graag een reactie.

Tot slot voorzitter,

Ik heb twee amendementen in voorbereiding. Eentje om te zorgen dat gezondheidsdoelen echt in de wet worden vastgelegd en de regering zijn verantwoordelijkheid voor goed preventiebeleid niet langer kan ontlopen en een ander om te regelen dat gemeenten mogen handelen naar de expertadviezen en kunnen ingrijpen om nieuwe infectieziekten te voorkomen.
Mochten ze niet meer tijdens dit debat binnenkomen vraag ik daarom enig respijt. Mijn medewerker ligt helaas – ironisch genoeg – met corona in bed.

Dank u wel.