Inbreng Van Esch bij de Wijziging van de Tijde­lijke wet verkie­zingen covid-19 ten behoeve van de verkie­zingen


10 december 2020

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren hebben kennisgenomen van het wetsvoorstel Wijziging van de tijdelijke wet Tweede Kamerverkiezingen Covid-19. Zij hebben daarover nog een aantal vragen.

De wereldwijde uitbraak van de zoönotische ziekte COVID-19 houdt naar alle waarschijnlijkheid ook in maart 2021 de maatschappij nog in de greep. Dit zal ingrijpende gevolgen hebben voor de wijze waarop de verkiezingen voor de Tweede Kamer georganiseerd zullen moeten worden. De leden danken de ambtenaren van het ministerie voor het reeds verzette werk om de verkiezingen toch mogelijk te maken. Zij vragen wel aan de minister of zij wil erkennen dat we in deze situatie, waarin deze noodgrepen nodig zijn, zijn beland vanwege de omgang met onze leefomgeving en de dieren. En wil zij erkennen dat Nederland met de hier aanwezige intensieve bio-industrie een levensgroot risico vormt voor de uitbraak van een volgende pandemie?

Voor de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren zijn bij verkiezingen een aantal principes van belang. Zo moeten alle stemgerechtigde in staat gesteld worden om geheel vrij en zelfstandig hun stem uit te brengen. En moeten verkiezingen veilig en eerlijk verlopen. Zonder manipulatie en misstanden. Horende de adviezen van de Kiesraad begrijpen de leden dat deze twee principes, in het geval van het briefstemmen, zouden kunnen schuren. Toch streven de leden erna beide punten zo optimaal mogelijk te realiseren. Zij zien ook dat een aantal van de genoemde bezwaren, zoals de fraudegevoeligheid van het verzenden van het briefstembescheiden, oplosbaar is.

De leden zien dat in het voorliggende wetsvoorstel het recht voor een ieder op vrije stemmingen met behoud van stemgeheim geraakt wordt. Specifiek bij het onderscheid dat gemaakt wordt tussen de mogelijkheden voor 70+’ers en andere kwetsbare stemgerechtigde. Een groot aantal (kwetsbare) kiezers wordt nu niet in staat wordt gesteld om vrij en zelfstandig deel te nemen aan de verkiezingen. De leden van de Partij voor de Dieren vinden dat zorgelijk en onwenselijk.

De voornaamste vraag van de leden is daarom of de minister kan onderbouwen waarom wél is besloten het briefstemmen mogelijk te maken voor 70+’ers en niet is besloten dat ook mogelijk te maken voor andere kwetsbare stemgerechtigde of zelfs voor alle stemgerechtigde. Kan de minister aangeven wat de bezwaren zijn voor zowel de methodiek waarbij stemgerechtigde een briefstem aan kunnen vragen als de bezwaren voor de methodiek waarbij elke stemgerechtigde de middelen krijgt om via brief te stemmen?

Heeft de minister advies ingewonnen over de vraag of met de door haar gekozen methodiek het gelijkheidsbeginsel geraakt wordt? Zo ja, wat was dat advies? Zo nee, waarom niet? Is zij van mening dat de gemaakte keuze het gelijkheidsbeginsel raakt?

Kan de minister bevestigen dat gekozen is voor 70+’ers omdat zij als ‘generiek kwetsbaar’ aangeduid kunnen worden? Kan de minister bevestigen dat mensen met chronische luchtweg- of longproblemen, hartpatiënten, mensen met suikerziekte, nierziekte, ernstige leverziekte of ernstig overgewicht en patiënten met verminderde weerstand (bijvoorbeeld kankerpatiënten tijdens chemotherapie en/of bestraling) ook ‘generiek kwetsbaar’ zijn?

Kan de minister aangeven waarom een stemgerechtigde die zich niet tot het stemlokaal wenst te begeven wél in staat wordt gesteld te stemmen met behoud van stemgeheim wanneer deze kwetsbaar is vanwege de leeftijd. En niet wanneer die kwetsbaarheid te maken heeft met bijvoorbeeld een medische aandoening. Beide categorieën zijn naar de mening van de leden duidelijk te definiëren. Is de mate van uitvoerbaarheid het enige argument om dit onderscheid te maken of spelen daarbij ook nog andere overwegingen een rol?

Kan de minister ingaan op de mogelijke frauderisico’s voor het briefstemmen?

Is, na het besluit om het stembescheiden met twee zendingen te verzenden, nog wel sprake van een wezenlijk risico op fraude? Zo ja welk risico is dat dan?

Kan de minister aangeven in welke mate de fraudegevoeligheid toe zou nemen door het stemmen via brief voor 70+’ers? Kan de minister aangeven in welke mate de fraudegevoeligheid zou toenemen wanneer iedereen in staat zou worden gesteld om per brief te stemmen? Wat veroorzaakt die gevoeligheid en het verschil bij de genoemde methodes?

De leden vragen de minister of er onderzoek bekend is over de mate waarin bij stemmingen via machtigingen gestemd wordt conform de wens van diegene die gemachtigd heeft. Kan de minister de bestaande kennis hierover met de Kamer delen?

Dan vragen de leden de minister aan te geven specifiek welke uitvoerbaarheidsbezwaren ertoe leiden dat briefstemmen voor alle stemgerechtigde onvermijdelijk zouden leiden tot uitstel van de verkiezingen? Kan de minister een overzicht geven van de huidige tijdslijn voor wat betreffende de termijnen/deadlines (definitieve publicatie kandidatenlijsten, versturen stembescheiden, recht op aanvraag van vervangend stembescheiden etc.). Kan de minister ook een tijdlijn geven van wat er zou gebeuren wanneer ingezet wordt op het voorzien van alle stemgerechtigde met de mogelijkheid tot briefstemmen. Waar zou het klemmen in de uitvoerbaarheid?

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren vragen de minister verder aan te geven waarom gesteld wordt dat stemmen via een volmacht problematisch is voor kiezers van 70 jaar en ouder omdat deze in mindere mate kunnen terugvallen op familie en / of vrienden. Op basis van welke gegevens komt de minister tot die conclusie?

Dan vragen de leden de minister naar de motie Terpstra. Daarin vroeg de Kamer de minister het briefstemmen te introduceren voor ‘met name kwetsbare kiezers’. Deelt de minister de mening van de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren dat ‘met name’ betekent dat de kwetsbare kiezers als deel van een groter geheel aangeduid worden?

Kortom dat met de motie gevraagd wordt om méér dan alleen de kwetsbare kiezers de mogelijkheid tot briefstemmen te geven en niet minder. Zo nee, waarom niet? Kan de minister aangeven waarom zij dan het briefstemmen introduceert voor slechts een deel van de kwetsbare kiezers?