Inbreng SO Wijziging Acti­vi­tei­ten­be­sluit mili­eu­beheer en Besluit brand­stoffen lucht­ver­ont­rei­niging in verband met invoering E10-benzine


13 februari 2019

I&W - Inbreng schriftelijk overleg - Wijziging Activiteitenbesluit milieubeheer en Besluit brandstoffen luchtverontreiniging in verband met invoering E10-benzine

De leden van de Partij voor de Dieren staan negatief tegenover een verplichte invoering van E10-benzine. Zij hebben daarom nog een aantal kritische vragen.

De leden van de PvdD-fractie staan kritisch tegenover biobrandstoffen. Biobrandstoffen zijn vooral afkomstig uit voedsel, en daarom geen duurzaam alternatief voor fossiele brandstoffen. Deze leden zijn tegen voedsel in de tank; voedsel zou geen onderdeel van brandstof moeten zijn. Biobrandstoffen uit voedselgewassen bedreigen de voedselvoorziening, zorgen voor ontbossing en dragen bij aan de opwarming van de aarde. Biodiesel uit voedsel stoot gemiddeld twee keer zo veel CO2 uit als fossiele diesel en biodiesel uit palmolie zelfs drie keer zo veel. Voor deze leden zijn biobrandstoffen alleen een alternatief voor fossiele brandstoffen als ze voldoen aan strenge duurzaamheidseisen, waarmee in ieder geval het gebruik van voedselgewassen wordt uitgesloten.

Erkent de staatssecretaris dat ons transport verduurzaamd kan worden door meer en beter openbaar vervoer te realiseren, door vervuilend autoverkeer te beperken en door fietsers en voetgangers ruim baan te geven? Kan de staatssecretaris bevestigen dat het wegverkeer ook op andere wijze verduurzaamd kan worden dan middels het gebruik van biobrandstoffen? Deelt de staatssecretaris ook de mening van de leden van de Partij voor de Dieren dat het wegverkeer niet gezien moet worden als categorie die prioritair gebruik mag maken van biobrandstoffen conform de Visie Biomassa 2030 (Kamerstuk 33 043, nr. 63)? Zo nee, waarom niet? Waarom neemt de staatssecretaris, gezien het beleid gericht op prioritair gebruik, het besluit om verplicht meer biobrandstoffen te gaan gebruiken in het wegverkeer?

Kan de staatssecretaris aangeven waarom zij besluit tot verplichte bijmenging alvorens de duurzaamheidscriteria voor biobrandstoffen zijn afgerond? Deelt zij de mening dat zij daarmee het risico neemt dat biobrandstoffen onverantwoord ingezet kunnen worden? Zo nee, waarom niet?

Kan de staatssecretaris garanderen dat zij de nog te stellen duurzaamheidseisen niet zal gaan afzwakken om zoveel mogelijk biomassa te mogen gebruiken?

Erkent de staatssecretaris de conclusie van het PBL dat er in Nederland (en ook daarbuiten) onvoldoende biomassa is om aan de vraag te voldoen (Kamerstuk 2018D58866)? Deelt zij de mening dat voor het vaststellen van een aandeel biomassa waar Nederland internationaal gezien recht op zou hebben, het inwoneraantal het uitgangspunt zou moeten zijn, en niet het Bruto Nationaal Product? Zo nee, waarom niet?

De leden verzoeken de staatssecretaris verder te reageren op een aantal recente wetenschappelijke publicaties en haar beleid naar aanleiding van deze publicaties te herzien. Kan de staatssecretaris reageren op het onderzoek van Hof et al. [1] dat concludeert dat het gebruik van biobrandstoffen als belangrijke component in de aanpak van klimaatverandering waarschijnlijk ernstige gevolgen heeft voor de biodiversiteit? Mogelijk zelfs grotere gevolgen dan de klimaatverandering die ermee voorkomen moet worden?
Kan de staatssecretaris reageren op de studie van Searchinger et al. [2] die stelt dat “the carbon costs of biodiesel from different possible vegetable oils are all roughly around three-times the carbon dioxide emissions of using diesel. For ethanol from maize and wheat, the costs are more than two-times the carbon dioxide emissions of gasoline.”?

Kan de staatssecretaris garanderen dat het gebruik van biobrandstoffen niet (indirect) leidt tot een netto hogere CO2 uitstoot, als ook de uitstoot buiten de landsgrenzen wordt meegerekend? Kan de staatssecretaris garanderen dat het gebruik van biobrandstoffen niet (indirect) leidt tot het verdringen van voedselgewassen? Kan de staatssecretaris garanderen dat het gebruik van biobrandstoffen niet (indirect) een verlies aan leefgebied van (bedreigde) diersoorten betekent? Hoe weet de staatssecretaris welke biomassa wel en niet gebruikt gaat worden voor de productie van de E10 die men in Nederland gaat tanken? Kan de staatssecretaris aangeven hoe zij tot de conclusie komt dat bio-ethanol een hoge CO2 reductie kent en een laag risico op indirect veranderd landgebruik heeft? Kan zij met de leden delen op basis van welke wetenschappelijke informatie zij tot beantwoording van de bovenstaande vragen is gekomen?

Kan de staatssecretaris aangeven of zij in de informatiecampagne over de overgang naar E10 mensen ook actief gaat informeren over de schadelijke effecten die het gebruik van deze biobrandstof met zich meebrengt? Kan de staatssecretaris aangeven wat haar ertoe heeft doen besluiten, mede gezien de schadelijke effecten van het gebruik van biobrandstoffen, het milieu segment van deze nota van toelichting te beperken tot slechts twee zinnen? Tot slot, kan de staatssecretaris aangeven op basis van welke wetenschappelijke informatie zij kan concluderen dat netto broeikasgasemissies zullen dalen door de invoering van E10?

[1] https://www.pnas.org/content/1...
[2] https://www.nature.com/article...