Inbreng SO Mili­euraad op 18 december 2023


11 december 2023

De leden van de Partij voor de Dieren-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda van de Milieuraad, en hebben hierover enkele vragen.

De leden van de Partij voor de Dieren-fractie lezen met betrekking tot de Verpakkingsverordening dat het kabinet van het compromistekstvoorstel wil laten afhangen of er wordt ingestemd met de algemene oriëntatie. Ook lezen deze leden dat Nederland, in lijn met de motie Van Esch/Van der Graaf , zich stevig zal uitspreken tegen verslechtering van de ambities van de Verpakkingsverordening. Deze leden nemen daarom aan dat, indien het compromistekstvoorstel op welk punt dan ook een afzwakking is van het eerdere voorstel van de Verordening, dat Nederland dan dus zal tegenstemmen. Kan de staatssecretaris dit toezeggen? Zo nee, waarom niet? Zal de minister ook bilateraal inzetten op het hooghouden van de ambitie? De staatssecretaris erkent ook dat het feit dat sommige lidstaten voor verslechtering van de ambities pleiten mede ingestoken is door de sterke lobby van de industrie. Kan de staatssecretaris toezeggen dat ze in de Milieuraad zal betogen dat de invloed van de rijke industrielobby problematisch is? Kan de staatssecretaris dan ook pleiten voor het onderzoeken van maatregelen om die invloed verder te beperken?

In het kader van de Luchtkwaliteitsrichtlijn lezen de leden van de Partij voor de Dieren-fractie dat het mogelijk wordt om in één keer maximaal tien jaar derogatie aan te vragen na 2030, maar dat het kabinet hier teleurgesteld over is. Het kabinet heeft eerder aangegeven dat als de nieuwe normstelling niet overal in Nederland gehaald kan worden, er een later doeljaar – uiterlijk 2035 – gekozen moet worden en dat ook daarna uitstel nog mogelijk moet zijn. Kan de staatssecretaris toezeggen dat Nederland geen derogatie gaat aanvragen? Zo nee, waarom niet?

Voor luchtkwaliteit is het tevens van groot belang dat BREF's regelmatig worden herzien, volgens Europese regels uiterlijk 8 jaar na publicatie van de vorige versie. De EU loopt nu achter en lidstaten hanteren vaak nog verouderde inzichten uit circa 2012. Volgens het “Eindrapport Herziening richtlijn luchtkwaliteit” lopen we jaren achter. Ziet de staatsecretaris dat dit mogelijk ten koste gaat van luchtkwaliteit en gezondheid? Wil de staatssecretaris toezeggen de noodzaak van de versnelling van de herziening van de BREF’s in te brengen? Zo nee, waarom niet?

Tijdens het Commissiedebat op 12 oktober jl. onderstreepte de staatssecretaris het belang van het weerbaar maken van Nederland tegen extreme weersomstandigheden. De staatssecretaris stelde tevens dat het de inzet is van het Nederlands beleid om een bijdrage te leveren aan de verbetering van de gezondheid van de bodem en het klimaat, water en biodiversiteit. Tegelijkertijd wil de staatssecretaris het voorstel van de Commissie afzwakken, omdat dat volgens haar mogelijk tot onhaalbare doelstellingen kan leiden. De leden van de Partij voor de Dieren-fractie vragen zich af waarom die doelstellingen volgens de staatssecretaris onhaalbaar zijn, als het kabinet eerder de doelstellingen van de Bodemstrategie om in 2050 gezonde bodems te hebben, heeft verwelkomd? Hoe is het kabinet van plan die doelstellingen te halen als het tegen het one out all out-principe en voor afzwakking van de Bodemrichtlijn pleit? Hoe komt het dat de staatssecretaris het belang van weerbaarheid erkent, maar daarbij voor afzwakking van deze belangrijke EU-richtlijn is? Erkent de staatssecretaris dat het belangrijk is bodems maximaal te beschermen?

De leden van de Partij voor de Dieren-fractie lezen ook dat het kabinet het argument gebruikt dat Nederland een dichtbevolkt land is met een groeiende bevolking en bloeiende economie. Hierdoor zet het kabinet in op aanpassing van het mitigatieprincipe dat voorschrijft dat ruimtebeslag en kwaliteitsverlies moet worden gecompenseerd, en het schrappen van het ‘one out all out’ -principe. Hoe draagt dat volgens het kabinet bij aan het maximaal beschermen van onze bodems? In plaatst van te pleiten voor het schrappen van het mitigatieprincipe, is het kabinet bereid de noodzakelijke keuzes te maken over waar we het land wel en niet voor gebruiken? Zo nee, waarom niet? Is het kabinet in dat kader bereid om de nut en noodzaak van het gebruik van bodem voor giftige sierteelt onder de loep te nemen? Zo nee, waarom niet? Waarom grijpt het kabinet deze richtlijn, die nodig is en wat de Partij voor de Dieren betreft ambitieuzer had moeten zijn, niet aan om vaart te maken met herinrichting van de grond die we in Nederland hebben en waarvan meer dan de helft voor de veehouderij wordt gebruikt (waarvan een groot deel voor veevoer)?

Er is wetenschappelijk consensus dat Nederland meer mensen kan voeden met mínder grond, door in te zetten op meer plantaardig voedsel van eigen bodem. Goede landbouwgronden zouden dan niet naar de vee-industrie gaan, maar naar plantaardig voedsel voor menselijke consumptie. Met een volledig plantaardig voedselsysteem blijft er ruimte over die we anders kunnen gaan benutten, aldus de wetenschappers. Ruimte die kan bijdragen aan het oplossen van allerlei grote opgaven in Nederland, zoals bijdragen aan biodiversiteits- en klimaatdoelen, het aanplanten van bos. De transitie naar meer plantaardig zou volgens wetenschappers ook de veerkracht van onze voedselvoorziening verbeteren. De leden van de Partij voor de Dieren-fractie vragen zich ad of het kabinet dit laatste feit erkent. Erkent het kabinet ook, in lijn met wetenschappelijke rapporten, dat er kansen zijn om grond efficiënter in te richten dan voor veevoer, door het verbouwen van plantaardig voedsel direct voor de mens in plaats van landbouwdieren uit de intensieve veehouderij? Op die manier kan het kabinet toewerken naar een duurzame economie en tegelijkertijd de natuur- en woningcrises oplossen. Zo nee, waarom negeert het kabinet wetenschappelijke adviezen en conclusies?

De leden van de Partij voor de Dieren-fractie constateren dat het kabinet impliceert dat er op sommige punten genoeg regels zijn om de bodem te beschermen tegen verontreiniging, door bijvoorbeeld de Nitraatrichtlijn en water- en luchtkwaliteitsregels. Hoe verklaart het kabinet dan dat ondanks het feit dat die water- en luchtkwaliteitsregels al decennialang bestaan, nog steeds de meeste van onze bodems in slechte conditie zijn? De Raad van de Leefomgeving concludeert daarnaast dat wettelijke doelen ten aanzien van natuur en water niet worden gehaald. Het kabinet geeft wederom aan dat ze door het huidige voorstel voor de bodemrichtlijn bang is voor “(toekomstige) verplichting om ingrijpende maatregelen te nemen.” Dit terwijl wetenschappers er juist op wijzen dat alleen ingrijpende maatregelen het tij nog kunnen keren. Hoe draagt deze houding van het kabinet bij aan het beschermen van onze bodems? Ziet het kabinet ook in dat ingrijpende maatregelen uiteindelijk noodzakelijk zijn, gezien de opstapeling van problemen en het voortdurend niet halen van belangrijke doelen?

Daarbij komt dat het kabinet de traagheid van bodems erkent. Is het kabinet het met de leden van de Partij voor de Dieren-fractie eens dat dit des te meer reden is om in te zetten op strengere regels om zo snel mogelijk naar gezonde bodems toe te werken? Zo nee, waarom niet? Ook lezen de leden van de Partij voor de Dieren-fractie dat de inzet van het kabinet is om de nationale monitoringssystematiek zoveel mogelijk te handhaven. Waarom is dat het uitgangspunt en hoe draagt dat volgens het kabinet bij aan het maximaal beschermen van onze bodems?

De leden van de Partij voor de Dieren-fractie lezen daarnaast dat de Commissie op 22 november jl. een voorstel over bosmonitoring heeft gedaan en kijkt uit naar het BNC-fiche. Deze leden lezen in het Commissievoorstel dat de bossen en andere beboste gebieden in de EU steeds meer onder druk komen te staan door klimaatverandering en menselijk gebruik. Gevaren zoals bosbranden, uitbraken van plagen, droogte en hittegolven, die elkaar vaak versterken, zullen tot meer catastrofale gebeurtenissen leiden, vaak over de landgrenzen heen. De minister zal het voorstel verwelkomen, maar gaat de minister ook het belang benadrukken? Zo ja, op welke manier?

De leden van de Partij voor de Dieren-fractie lezen dat de Commissie een toelichting gaat geven op de EU-missies die als instrument kunnen dienen voor lokale klimaatactie. Tegelijkertijd is het geval dat de huidige Europese aanbestedingsregels nog bevorderen dat opdrachten naar de inschrijver met de laagste prijs gaan en worden duurzame keuzes van lokale overheden daardoor geremd. Vindt de minister ook dat de aanbestedingsregels van de EU de (lokale) overheden meer ruimte zouden moeten geven om het publieke belang te beschermen en altijd te kiezen voor duurzame en sociale ondernemers? Zo nee, waarom niet?

Tot slot lezen de leden van de Partij voor de Dieren-fractie dat het inkomend Belgisch voorzitterschap de inhoudelijke prioriteiten voor de eerste zes maanden van 2024 zal presenteren. Deze zullen de leden van de Partij voor de Dieren-fractie teruglezen in het verslag van de Milieuraad op 18 december. Kan de minister tevens terugkoppelen op welke data de Milieuraden tijdens het Belgisch voorzitterschap gepland zijn en of wat er naar verwachting tijdens die Milieuraden geagendeerd zal staan?

Interessant voor jou

Bijdrage Christine Teunissen aan debat over Gaza

Lees verder

Bijdrage Ouwehand aan debat over de verkiezingsuitslag

Lees verder

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer