Inbreng SO Landbouw- en Visse­rijraad


3 september 2013

Inbreng Partij voor de Dieren Schriftelijk Overleg Informele Landbouw & Visserijraad 8-10 september 2013

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren hebben de geannoteerde agenda voor de Informele Landbouw & Visserijraad gelezen. Zij willen graag nog enkele vragen stellen.

Informele Landbouwraad 9-10 september
De leden van de Partij voor de Dieren-fractie hebben er met veel belangstelling kennis van genomen dat de Informele Raad als thema heeft ‘de toekomst van het familiebedrijf in de landbouw in het kader van globalisering’. Deze leden zijn het met het Litouwse voorzitterschap eens dat familiebedrijven bijdragen aan de sociale cohesie van het platteland, het landschap onderhouden en deel uitmaken van de culturele identiteit. Bovendien ziet de PvdD-fractie dat gezinsbedrijven een belangrijke rol hebben in het creëren van korte voedselketens en lokale voedselsystemen. De staatssecretaris gaat op dit laatste aspect echter niet in, zo valt de leden van de Partij voor de Dieren-factie op. Waarom niet? Kan de staatssecretaris duidelijk maken welke rol zij precies toeschrijft aan gezinsbedrijven? Onderschrijft zij dat deze bedrijven een onmisbare schakel zijn in een duurzame landbouw, die regionaal georganiseerd is en korte ketens kent, waardoor de boer goed kan verdienen aan zijn producten en de consumenten vertrouwen kunnen hebben in de herkomst en de veiligheid van hun voedsel? Zo ja, op welke wijze wil de staatssecretaris ervoor zorgen dat gezinsbedrijven in Nederland en in Europa de ruimte krijgen om zich te handhaven en verder te ontwikkelen? Onderschrijft de staatssecretaris de analyse dat de duidelijk waarneembare trend van schaalvergroting in de landbouw een grote bedreiging is voor veel gezinsbedrijven, waardoor er steeds meer bedrijven failliet gaan of geen opvolging krijgen? Zo ja, deelt de staatssecretaris dan ook de mening dat een rem op de schaalvergroting in de landbouw noodzakelijk is om de gezinsbedrijven, aan wie zij veel waarde zegt te hechten, te behouden in ons land en in de rest van de Europese Unie? Zal haar inzet voor de lange termijn visie op het gezinsbedrijf in Europa er dan ook op gericht zijn om ook de schaalvergroting in de landbouw tegen te gaan, bijvoorbeeld door zich hard te maken voor een Europees verbod op megastallen? Zo nee, waarom niet, en waar zal haar inzet dan wel op gericht zijn?

EU-maatregelen ten aanzien van de Faeröer
De leden van de PvdD lezen dat de EU optreedt tegen de aanhoudende verwoestende haring- en makreelvisserij van de Faeröer. De voorgestelde sancties zouden de Faeröer beletten om op EU grondgebied de genoemde vissen binnen te brengen en zou hen verbieden voor deze visserij EU havens te gebruiken. In dit kader benadrukt de staatssecretaris dat de EU vastberadenheid moet tonen om duurzaamheid van afspraken te garanderen. Het lijkt de leden van de PvdD-fractie echter minstens zo belangrijk dat diezelfde afspraken ook van kracht zijn in de andere kuststaten. De leden van de Partij voor de Dieren-factie willen de staatssecretaris vragen of ook IJsland, Noorwegen en de Russische Federatie maatregelen hebben gesteld ten aanzien van de visserij van de Faeröer. Zo ja, zijn deze maatregelen voldoende om tezamen met de EU het gevaar van de visserij van de Faeröer tegen te gaan? Zo nee, wordt er vanuit de EU druk uitgeoefend op deze andere kuststaten? Wat kan de staatssecretaris zeggen over het verloop van dat proces?

Hoewel de leden van de Partij voor de Dieren-fractie de sancties tegen de Faeröer betreffende de overbevissing van haring en makreel steunen, vinden deze leden het bijzonder wrang om te moeten constateren dat er op andere onacceptabele gedragingen van de Faeröer kennelijk nog steeds geen sancties staan. Het is de staatssecretaris welbekend dat er op de Faeröereilanden onder het mom van volksvermaak jaarlijks massale dolfijnenslachtingen plaatsvinden. De Partij voor de Dieren-fractie vindt het onbegrijpelijk dat deze gruwelijke slachtingen nog altijd bestaan onder het oog van een Europese lidstaat. Waarom treedt de Europese Unie wel op tegen de Faeröer als het gaat om haring en makreel, en niet als het gaat om dolfijnen? Het kan toch niet zo zijn dat alleen de beschadiging van de eigen commerciële belangen een reden zijn om op te treden tegen een land als de Faeröer, en dat barbaars volksvermaak waarvan weerloze zeezoogdieren het slachtoffer worden onbesproken blijft? Is de staatssecretaris het met de leden van de Partij voor de Dieren-fractie eens dat de EU zich maximaal zou moeten inspannen om de dolfijnenslachtingen te stoppen? Zo ja, kan de staatssecretaris uiteenzetten wat tot nu toe de stappen hiertoe zijn geweest en wat het resultaat daarvan was? Zo nee, waarom niet? Is de staatssecretaris bereid om zich in te zetten voor maximale druk op Denemarken, zowel vanuit Nederland als vanuit de EU om de slachtingen op de Faeröer eilanden te stoppen? Welke stappen wil zij hiertoe ondernemen? De leden van de PvdD willen bovendien van de staatssecretaris weten of zij, zoals de Kamer al eerder aan de Nederlandse regering heeft gevraagd, bereid is om zich ervoor in te zetten om de beschermingsafspraken van de Internationale Walvisvaart Commissie uit te breiden naar de kleine walvisachtigen, zodat ook de dolfijnen die nu nog jaarlijks op de Faeröer en in Japan worden geslacht voortaan in internationaal verband beschermd kunnen worden. Kan de staatssecretaris uiteenzetten wat de voortgang is op dit punt?