Inbreng PvdD voor het SO Vermin­dering bloot­stelling aan PFAS na de EFSA-opinie


30 juni 2021

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren hebben met interesse kennisgenomen van de brief Vermindering blootstelling aan PFAS na de EFSA-opinie. De leden zijn tevreden met het feit dat er werk gemaakt gaat worden van de PFAS-problematiek. Maar de leden zijn ook van mening dat wachten op het Europese traject te lang gaat duren, waardoor in de tussentijd te veel PFAS vrij kunnen komen. Daarom zouden deze leden graag zien dat er op nationaal niveau meer wordt gedaan in de strijd tegen PFAS en vervuiling door andere Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS). De leden hebben daarnaast nog enkele vragen over het huidige PFAS-beleid, en de appreciatie van de EFSA-opinie. Onder andere vragen de leden zich af hoe de staatssecretaris het toegestane gebruik van PFAS-middelen in een circulaire economie kan duiden. Aangezien het gebruik van PFAS, een forever chemical, voor de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren niet met een circulaire economie te rijmen valt.

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren lezen dat er vanuit het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport gewerkt wordt aan een wijziging op de Warenwet en een verbod op vier van de vijf toegestane PFAS in voedselcontactmaterialen, zoals pizzadozen, popcornzakken, en bakpapier. De Partij voor de Dieren is blij met deze eerste stap. Deze leden vragen zich wel af waarom er niet wordt gekozen voor een totaalverbod van PFAS in dit soort toepassingen, om vooraf het risico op onbekende schadelijke langetermijneffecten te voorkomen. Daarnaast vinden deze leden het essentieel dat de problemen rondom PFAS, en ZZS in bredere zin, opgepakt worden met een integrale beleidsaanpak. Daarom willen deze leden weten hoe het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat inhoudelijk betrokken is bij deze wijziging op de Warenwet. Als dit nog niet het geval is; deelt de staatssecretaris de analyse dat milieu- en gezondheidsproblematiek samen opgepakt moeten worden, en is zij bereid om dan bij VWS aan te dringen op een goede inhoudelijke samenwerking, waarbij de lead wel bij VWS ligt maar kennis en kunde beter worden gedeeld? Graag een toelichting.

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren zijn verder zeer bezorgd over het feit dat het RIVM berekend heeft dat mensen via voedsel en drinkwater samen meer PFAS binnenkrijgen dan de geadviseerde grenswaarde. Deze leden zijn van mening dat er momenteel te weinig rekening wordt gehouden met de cumulatie van PFAS die mensen binnenkrijgen, of die in het milieu terecht komen. Dit is een zorg die binnen het ZZS dossier vaak voor komt, waarbij het lijkt alsof een minimalisatieplicht als hoogst haalbare wordt gezien. Deze leden vinden dat het maximaal toelaatbare risiconiveau (MTR), wat gebonden is aan een uitstootlocatie, niet voldoende bescherming biedt aan gezondheid en milieu, omdat er slechts naar één bron wordt gekeken in plaats van naar alle uitstoot- en innamebronnen. Hierbij merken de leden op tevreden te zijn over het feit dat EFSA de innamenorm voor de verschillende soorten PFAS optelt en een eerste verlaging van de toegestane inname vaststelt. Dit moet zich, zoals gesteld, nog wel naar goed bronbeleid vertalen, waarbij de inname van PFAS niet per bron, maar in zijn totaliteit bekeken wordt. Daarom vragen de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren aan de staatssecretaris of zij de analyse deelt dat er bij ZZS, en PFAS in het bijzonder, te weinig wordt gekeken naar bronbeleid? Zo ja, wat is de staatssecretaris van plan om op nationaal niveau hier alvast aan te doen? En welke mogelijkheden zijn er om op nationaal niveau hier al stappen op te zetten? Indien de staatssecretaris deze analyse niet deelt, waarom niet?

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren lezen dat er gewerkt gaat worden met gerichte consumentenadviezen in navolging van de aanpak bij dioxine in vrije-uitloopeieren en dioxine in zoetwatervis. Deze leden vragen zich hierbij af waarom er in eerste instantie met consumentenadviezen gewerkt gaat worden en pas wanneer er aanleiding bestaat sprake gaat zijn van een verkoopverbod voor bepaalde producten of voor maatregelen om de verontreiniging van voedselgewassen of dieren met PFAS te voorkomen. Deze leden zijn van mening dat maatregelen dan te laat komen en er al sprake is van gezondheids- of milieuschade. Dit zorgt op termijn alleen maar voor gezondheidsschade, en veel leed, dat voorkomen had kunnen worden. Waarom wordt hierbij niet een voorzorgsbeginsel gehanteerd, en dus gekozen voor een verbod, zodat deze problemen voorkomen kunnen worden?

Ook over het handhaven van overschrijdingen van de EFSA-norm hebben de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren nog enkele vragen. Is de staatssecretaris van mening dat de NVWA in haar huidige capaciteit in staat is om voldoende controles uit te voeren met betrekking tot PFAS? Zo nee, wat gaat zij hieraan doen? Daarnaast vragen deze leden ook welke rol hier voor de omgevingsdiensten ligt. En hoe de omgevingsdiensten, met het rapport Om de leefomgeving in gedachte, slagvaardiger gemaakt kunnen worden in de bestrijding en controleren van PFAS-vervuiling.

Recent was in het nieuws te lezen dat in de regio Antwerpen sprake is van grootschalige PFOS- en PFAS-vervuiling door het bedrijf 3M, waarvoor zelfs een parlementaire onderzoekscommissie is ingesteld.[1] De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren maken zich zorgen over deze grootschalige vervuiling. Is het bij de staatssecretaris bekend wat de schaal van deze vervuiling is? En moeten bewoners in de grensgebieden zich zorgen maken over deze vervuiling? Gaat de staatssecretaris samen met België onderzoeken wat de schaal van deze vervuiling is en wat de gevolgen voor Nederland zijn? Daarnaast vragen deze leden zich af of in Nederland ook onderzoek wordt gedaan, bijvoorbeeld via Bodem+, naar vervuiling op deze schaal. Wordt hier ook actief naar gezocht, met het oog op (historische) verontreiniging van de bodem door huidige en voormalige industrie? Is de staatssecretaris bereid om, in navolging van gemeente Helmond,[2] eventuele schade of vervuiling te verhalen op de vervuiler?

Tot slot hebben de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren nog enkele vragen en opmerkingen. Welke mogelijkheden zijn er om op korte termijn de niet-essentiële toepassingen van PFAS uit te faseren op nationaal niveau? Deze leden begrijpen namelijk dat veel op Europees niveau gebeurd, maar zijn dus vooral benieuwd welke stappen we in Nederland kunnen zetten. Is de staatssecretaris ook bereid om hierin stappen te zetten, en via de voorbeeldfunctie die de overheid heeft hier alvast vorm aan te geven? Dit kan door bijvoorbeeld geen met Pfas behandelde kleding meer in te kopen. Verder begrijpen deze leden dat PFAS veelal gebruikt wordt bij de productie van goederen, en daarom minder snel vrij komt. Maar deze leden vragen zich af wat we kunnen doen aan PFAS die juist wel vrijkomt bij het gebruik van bijvoorbeeld impregneermiddelen en sprays. Dit zijn namelijk open bronnen die zo het milieu in gespoten kunnen worden. Is de staatssecretaris bereid om de producten die gebruik maken van PFAS in open bronnen (bijvoorbeeld sprays) op nationaal niveau vast te gaan verbieden en op Europees niveau aan te dringen op een snel verbod? Zo ja, hoe wil de staatssecretaris dit gaan doen? Zo nee, waarom niet?


[1] https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2021/06/25/onderzoekscommissie-pfos/

[2] https://www.omroepbrabant.nl/nieuws/3400546/helmond-wil-schade-volkstuintjes-door-pfas-verhalen-op-vervuilend-bedrijf