Inbreng PvdD Verslag Mobi­li­teits­fonds


13 mei 2020

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren hebben met interesse kennis genomen van het wetsvoorstel en hebben daarover nog een aantal opmerkingen en kritische vragen.
Allereerst delen de leden de mening van de minister dat de uitgave van het Infrastructuurfonds herzien moeten worden. De jarenlange disproportionele uitgave aan infrastructuur gericht op auto’s en de opkomende nieuwe manieren van mobiliteit die minder infrastructuur behoeven rechtvaardigen inderdaad het omvormen van de naam naar Mobiliteitsfonds. Alleen het omvormen van de naam is echter niet voldoende. Ook de uitgave zelf en de wijze waarop deze ingezet en verdeeld worden zullen moeten herzien worden. De leden vragen de minister daarom ook of zij voornemens is de verandering in modaliteit ook daadwerkelijk te realiseren? Of voornamelijk om te komen tot een optimalisatie van de bestaande infrastructuur?

De leden hebben verder een aantal vragen over de motivatie van de minister om het fonds te herzien. In brede zin vragen zij de minister of deze niet dateert van voor de klimaat en corona-crisis. De minister geeft bijvoorbeeld aan dat onder de invloed van globalisering en toenemende samenwerking in de Europese Unie de goederenstromen groter zullen worden. De leden vragen echter hoe dat bijvoorbeeld te rijmen is met de nieuwe landbouwvisie van de minister van Landbouw Natuur en Voedselkwaliteit die meer inzet op lokale productie en consumptie. En zij vragen de minister te erkennen dat ook globalisering en intensievere samenwerking op Europees vlak politieke keuzes zijn die op steeds meer weerstand stuiten (bijvoorbeeld het groeiend verzet tegen destructieve vrijhandelsverdragen zoals CETA, TTIP en MERCOSUR maar ook de huidige coronacrisis).

Daarnaast vragen de leden de minister of zij van mening is dat er, gegeven de klimaatopgave, meer of minder behoefte komt aan lange afstandstransporten? Als laatste aanleiding noemt de minister de ontwikkelingen op vlak van klimaatverandering, energietransitie en het borgen van lucht- en omgevingskwaliteit. Kan zij aangeven wat er nodig is om de Nederlandse mobiliteit in lijn te brengen met de 1.5 graad? Gaat dit wetsvoorstel die verduurzaming van mobiliteit realiseren? Zo ja, op welke manier?

De leden lezen dat de verdeelsleutel (die tot dit moment disproportioneel in het voordeel was van het aanleggen van nieuw asfalt) losgelaten wordt maar zij vragen de minister toe te lichten hoe zij verwacht dat de verdeelsleutel de komende jaren uit zal pakken? Verwacht zij dat er met de 'opgavegerichte afweging' een verschuiving zal komen in de verdeling tussen modaliteiten?

De leden vragen hiernaar omdat zij de minister kennen als iemand die doeltreffend en doelmatig wel eens anders kan uitleggen. Zo heeft deze minister zich in het verleden enthousiast getoond over de verhoging van de maximumsnelheid terwijl dit geen reistijd winst opleverde en heeft de minister zich regelmatig enthousiast uitgelaten over wegverbredingen die slechts op zeer korte termijn tot een beperkte file reductie leiden en op de midden en lange termijn slecht zijn voor reizigers, reistijd, natuur, milieu, klimaat en gezondheid.

De leden lezen in het wetsvoorstel dat uit het fonds bijdragen verstrekt kunnen worden aan private rechtspersonen voor infrastructuur waarvoor het Rijk niet primair verantwoordelijk is. Kan het zijn dat hiermee rijksgeld voor infrastructuur besteed gaat worden aan projecten die vervolgens, via bijvoorbeeld een tolconstructie, uitgebaat gaat worden? Klopt het dat hiermee maatschappelijke uitgave kunnen leiden tot private winsten? Acht u dat wenselijk?

Dan vragen de leden de minister aan te geven hoe zij gaat zorgen dat de gelden uit het mobiliteitsfonds doeltreffend worden ingezet. De behoefte aan, of het potentieel van, een nieuwe verbinding is naar het lijkt gemakkelijker en nauwkeuriger te onderzoeken dan de behoefte aan een app waarmee inzicht gegeven kan worden in sluistijden. Graag een uitgebreide duiding.

In de memorie van toelichting valt ook te lezen dat er voor het omgaan met de data ook langjarige financiering nodig is. De leden vragen de minister te reflecteren op alle huidige en recente ICT-debacles binnen de overheid die vele tientallen miljoenen hebben gekost. Hoe gaat zij voorkomen dat straks het budget van het mobiliteitsfonds leegloopt in ICT-projecten? Heeft de minister overwogen daar bijvoorbeeld absolute plafonds voor in te stellen? Worden de projecten die vanuit het mobiliteitsfonds gefinancierd worden door het BIT getoetst? Zo nee, waarom niet? En bent u dan van plan dit alsnog te garanderen?

De leden vragen de minister ook naar haar visie op data. Is zij van mening dat het altijd mogelijk moet blijven voor reizigers om zich ook zonder het opgeven van persoonlijke gegevens te verplaatsen? Is de minister van mening dat informatie over reispatronen gevoelige informatie is? Kan de minister toezeggen dat reizigersdata nooit ingezet zal worden voor commerciële doeleinden anders dan gerelateerd aan het versnellen van de reis? Welke kaders hanteert de minister voor de omgang met de data? Heeft de minister de Autoriteit Persoonsgegevens betrokken in de voorbereiding van dit wetsvoorstel of onderliggende besluiten? Is zij bereid bij elk project dat binnen het Mobiliteitsfonds wordt opgezet waarbij data een grote rol speelt privacy organisaties te betrekken? Zo nee, waarom niet?

De leden maken zich verder zorgen om de inzet op proefprojecten en experimenten. De leden ondersteunen een integrale benadering van mobiliteitsvraagstukken maar vragen zich af waarom daar proeftuinen en experimenteerruimte voor nodig is. De leden vragen de minister in dat licht te reageren op de kritiek zoals de Raad van State die het verwoorde in zijn Jaarverslag 2018. Zo stelt de Raad van State: “Tijdelijke afwijkingen van de wet om zomaar iets uit te proberen of om de overgang van het ene stelsel naar het andere stelsel soepeler te laten verlopen, zijn geen experimenten. Eigenlijk gaat het daarbij om een vorm van deregulering of om overgangsrecht”.

Tot slot willen de leden de minister vragen nog eenmaal grondig te herbezinnen op de opgave die voorligt. Uit alle stukken blijkt dat het besef dat de maatschappij zoals wij deze kennen grondig op de schop moet nog onvoldoende is doorgedrongen. Voor de Partij voor de Dieren is duidelijk dat wanneer we de klimaatdoelen van het Parijsakkoord willen halen drastische maatregelen nodig zijn. Onze gelofte gestand doen betekent dat we minder spullen gaan vervoeren, dat we minder vliegreizen zullen maken, minder fossiele auto kilometers en veel meer vervoer via de trein en overig OV. Het Mobiliteitsfonds dient die overstap te faciliteren en te financieren, niet te blokkeren.