Inbreng Esther Ouwehand aan SO over de subsi­die­re­geling sanering varkens­hou­derij


6 juni 2019

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren wijzen al jaren op de dringende noodzaak om het aantal dieren dat jaarlijks wordt gefokt, gebruikt en gedood in de veehouderij fors te verminderen. Deze leden steunen het plan om daar een begin mee te maken, maar hebben kritische vragen over de manier waarop de belofte uit het regeerakkoord om de varkenshouderij te saneren, wordt uitgewerkt.

De voorliggende regeling is erop gericht om de uitwassen van de uit de klauwen gegroeide intensieve varkenshouderij in de overbelaste gebieden in te dammen. Gebieden die door de vestiging en uitbreiding van varkensbedrijven nagenoeg onleefbaar zijn geworden door stankoverlast, geluidsoverlast en risico’s voor de volksgezondheid.

In het regeerakkoord werd al aangekondigd dat er 200 miljoen euro zou worden gestoken in de ‘warme sanering’ van de varkenshouderij. De leden van de Partij voor de Dieren hebben sinds de bekendmaking van dit voornemen bij herhaling gevraagd naar de reflectie die hoort bij het uitgeven van een dergelijke hoeveelheid belastinggeld. Een warme sanering van de varkenshouderij in overbelaste gebieden is een goed idee, maar het is volgens de leden niet meer dan logisch dat we dan ook moeten zorgen dat we niet opnieuw voor de situatie komen te staan dat gebieden overbelast raken.

Deelt de minister deze opvatting?

Erkent de minister dat ófwel de milieuwetgeving te ruim is geweest, ófwel de betreffende overheden te scheutig zijn geweest bij het afgeven van vergunningen voor verplaatsing, vestiging en/of uitbreiding van varkensbedrijven? Zo nee, hoe verklaart zij dan dat er een situatie is ontstaan van overbelasting? Zo ja, welke van de twee is het: te ruime milieuwetgeving of te scheutige vergunningverlening door het bevoegd gezag?

Hoeveel milieuvergunningen voor varkenshouderijen zijn er de afgelopen 2 jaar verleend, en in procedure, in de concentratiegebieden Zuid en Oost?

Voor hoeveel extra varkens is met deze vergunningen toestemming verleend, of zal hiermee toestemming worden verleend, in deze twee concentratiegebieden?

Tot grote verbazing lazen de leden van de Partij voor de Dieren-fractie al in de eerste uitwerking van deze regeling voor de sanering van de varkenshouderij (het hoofdlijnenakkoord) dat niet 200 miljoen euro, maar 120 miljoen euro -slechts 60% van het oorspronkelijke bedrag- wordt gestoken in het daadwerkelijk saneren: het verminderen van het aantal varkens in de varkenshouderij. De rest wordt nota bene opnieuw als subsidie in de veehouderij, in nieuwe stallen, gestoken. Dit is overeind gebleven in deze concept subsidieregeling.

De leden vragen de minister om nader te onderbouwen hoe zij tot dit besluit en tot deze verdeling van het budget is gekomen.

Is dit een eis geweest vanuit de sectororganisatie met wie zij dit akkoord heeft gesloten? Zijn er meer gevallen waarin de minister sectororganisaties laat besluiten hoe belastinggeld wordt besteed?

Tevens zien de leden van de Partij voor de Dieren-fractie graag een concrete beschrijving van de beoogde effecten van de subsidieregeling:

Hoeveel varkensrechten is de minister voornemens op te kopen met het beschikbare budget van 120 miljoen euro?

Hoeveel varkens en hoeveel biggen zullen er als gevolg van deze sanering minder worden gehouden?

Wat is het aantal onbenutte varkensrechten dat op dit moment op de markt is?

Zullen er onbenutte rechten worden opgekocht? Zoja, hoeveel, en voor hoeveel varkens en biggen staan die rechten?

Is de minister voornemens om met het uit de markt halen van de varkensrechten ook het mestplafond voor de varkenssector evenredig te verlagen? Zo nee, kan de minister uitleggen waarom het mestplafond voor de varkenssector gelijk zou moeten blijven als de belastingbetaler deze sanering moet betalen? Wat krijgt de belastingbetaler dan precies terug voor zijn geld?

Als de minister het mestplafond voor de varkenssector wél verlaagt, zal dan ook het nationale plafond evenredig worden verlaagd? Zo nee, waarom niet?

Hoeveel aanvragen voor de saneringsregeling verwacht de minister?

En hoeveel aanvragen kan de minister, bij benadering, toekennen? Om hoeveel saneringslocaties gaat het daarbij?

De leden lezen in artikel 5, lid 3 dat een varkenshouder die gesaneerd wordt niet op een andere locatie varkens mag gaan houden. Betekent dit dat hij of zij wel, met geld vanuit de subsidieregeling, een (intensief) bedrijf met een andere diersoort mag beginnen?

De Algemene Rekenkamer publiceert later deze maand een nieuw vervolgonderzoek naar de duurzaamheid van de intensieve veehouderij in Nederland. Bij de eerdere onderzoeken die de Algemene Rekenkamer deed in 2008 en 2013, kwam zij met stevige kritiek op het gevoerde beleid. Zowel de bescherming van dierenwelzijn als van de biodiversiteit kreeg een dikke onvoldoende.

Zijn of worden de opmerkingen, conclusies en aanbevelingen van de Algemene Rekenkamer verwerkt in de uitvoeringsregeling, als het gaat om de 60 miljoen subsidie die de minister wil steken in ‘verduurzaming’ van de varkenshouderij? Zo ja, kan de minister dat aanwijzen en toelichten?

Hoe verhouden de nieuwe subsidies zich tot de uitspraak van de Raad van State inzake het PAS? Is de minister bereid de 60 miljoen die ze gereserveerd heeft voor nieuwe investeringen in de varkenshouderij alsnog on hold te zetten, omdat het zeer waarschijnlijk is dat zij dit geld hard nodig zal hebben om extra varkensrechten uit de markt te halen om ervoor te zorgen dat de stikstofdepositie op stikstofgevoelige gebieden daalt?

De Regeling omgevingskwaliteit (ROK) uit 2018 is feitelijk ook een warme sanering: rechten van varkenshouders van bedrijven zonder toekomstperspectief en van saneringslocaties worden opgekocht met miljoenen euro’s subsidie vanuit onder andere de EU. Hierbij worden de opgekochte varkensrechten in de nog komende fase 2 van de ROK echter weer in de markt gezet, tegen een gereduceerd tarief.

Gaat er ook geld uit de ROK naar de concentratiegebieden Zuid en Oost, voor saneringslocaties? Worden hier dezelfde saneringen bedoeld (overbelast met stank)?

Hoe beoordeelt de minister het feit dat opgekochte rechten weer in de markt worden gezet, terwijl aan de andere kant weer tientallen miljoenen euro’s belastinggeld moeten worden vrijgemaakt om overbelaste gebieden te saneren?