Inbreng over de uitfa­sering van vries­branden bij runderen als toege­stane licha­me­lijke ingreep


24 november 2022

Inbreng Partij voor de Dieren SO Ontwerpbesluit tot voorhang van het Besluit tot wijziging van het Besluit diergeneeskundigen in verband met de uitfasering van vriesbranden bij runderen als toegestane lichamelijke ingreep

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren hebben met grote verbazing en diepe teleurstelling kennisgenomen van het ontwerpbesluit van de minister om het vriesbranden nog tot 2044 toe te staan als ingreep bij koeien. Met de invoering van het Ingrepenbesluit in 1996 werd al bepaald dat vriesbranden na een overgangstermijn van vijf jaar verboden zou worden per 1 september 2001. Het eindjaar 2001 werd, na vele besluiten tot uitstel, uiteindelijk 2018. Maar toen dit verbod dan eindelijk werd ingevoerd, werd -door een motie van de VVD- besloten dat er een uitzondering kwam voor veehouders die deze ingreep op dat moment nog toepasten. Deze groep melkveehouders kreeg een vrijstelling van dit verbod tot 1 januari 2023. Met het voorliggende besluit zou deze situatie nog tot 2044 voortduren.

De leden van de PvdD-fractie vinden het werkelijk onbestaanbaar dat 26 jaar na 1996 niet alleen deze ingreep nog altijd wordt gedaan, maar dat deze uitzondering nu ook nog eens zou worden verlengd met nog eens 22 jaar. Hiermee krijgt de sector een overgangstermijn van niet vijf, maar 48 jaar!

Bij het vriesbranden van koeien wordt met vloeibaar stikstof of met droog ijs een cijfercombinatie bevroren in de huid van de bil van een dier. Dit veroorzaakt niet alleen pijn door de handeling zelf, maar wordt ook nog gevolgd door een ontstekingsreactie die vier dagen aanhoudt. Opeenvolgende bewindspersonen erkenden vrijwel allemaal dat het hier gaat om een niet-noodzakelijke ingreep die bovendien onwenselijk is en beloofden om hier een einde aan te maken. Bijvoorbeeld oud-minister Veerman, die in 2006 stelde: “De sector heeft met 10 jaar een ruime overgangsperiode gehad om de bedrijfsvoering aan te passen. Vanaf 1 september aanstaande zal het koudmerken van runderen niet meer zijn toegestaan.”[1] En oud-staatssecretaris Van Dam, die nog eens tien jaar later in 2016 schreef “Deze ingreep is niet noodzakelijk om in de behoeften van het dier te voorzien en niet noodzakelijk om mensgerichte doelstellingen te bereiken. Op basis van deze criteria wordt de ingreep als niet toelaatbaar gekwalificeerd.“[2]

Erkent deze minister ook, net als zijn voorgangers, dat het hier gaat om een niet-noodzakelijke ingreep? Er zijn immers alternatieve identificatiemethoden beschikbaar en ook verplicht gesteld.

Erkent deze minister ook dat de sector inmiddels meer dan genoeg tijd heeft gehad om te stoppen met vriesbranden?

Erkent deze minister ook dat vriesbranden als ingreep moet worden gekwalificeerd als niet toelaatbaar?

Erkent deze minister ook dat het blijven toestaan van een niet-noodzakelijke ingreep, omdat dit door een bepaalde groep veehouders nou eenmaal als handig wordt beschouwd, in strijd is met de uitgangspunten van de Wet dieren?

Kan de minister uitleggen hoe hij in hemelsnaam bij een nieuwe overgangstermijn van nog eens 22 jaar is gekomen?

Kan de minister uitleggen waarom hij van mening is dat dit past binnen een ‘dierwaardige veehouderij’?

Wat denkt de minister dat dit besluit doet met het vertrouwen dat andere ingrepen wél op korte termijn worden uitgefaseerd?

De leden roepen de minister dan ook op om dit onzalige besluit in te trekken. En daarmee de huidige vrijstelling zoals gepland te laten vervallen per 1 januari 2023.

[1] Kamerstuk 28286 30300 XIV nr. 30, 2-6-2006
[2] Kamerstuk 28286-878, Nota van toelichting bij het Ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit diergeneeskundigen en het Besluit houders van dieren in verband met diverse wijzigingen op het gebied van dierenwelzijn, 1-6-2016