Inbreng bij SO Evaluatie pilot met een Mobiele Dodings Unit (MDU) en Evaluatie pilot met een Mobiele Dodings Unit (MDU)


23 april 2020

Inbreng Partij voor de Dieren schriftelijk overleg over de Evaluatie van de pilot met een Mobiele Dodings Unit (MDU) en waterverstrekking vleeskuikens en vleeskuikenouderdieren

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren hebben kennisgenomen van de evaluatie van de pilot van de Mobiele Dodings Unit (MDU) en de adviezen over waterverstrekking aan vleeskuikens en vleeskuikenouderdieren. De leden gaan graag nog verder in debat met de minister over deze belangrijke onderwerpen, maar dat is vanwege de coronamaatregelen op dit moment niet mogelijk. Aangezien de minister aankondigde dat zij voor de zomer een besluit wil nemen over de structurele inzet van de MDU, hebben de leden van de Partij voor de Dieren-fractie verzocht om nu alvast dit schriftelijk overleg te houden.

Mobiele Dodings Unit

De leden van de PvdD-fractie zien de Mobiele Dodings Unit (MDU ofwel mobiele slachthuizen) op de wijze zoals deze is ingezet in 2019, als een perverse oplossing voor een verziekt systeem dat dieren in een paar jaar tijd zó gebruikt dat ze ziek en kreupel zijn. De huidige pilot met de MDU werd gepresenteerd als een noodoplossing voor dieren die zo veel pijn hebben of ziek zijn dat ze niet meer mogen worden vervoerd. Deze oplossing bestond echter al, namelijk euthanasie. In totaal zijn er in de pilotperiode tussen december 2018 en december 2019 alleen al in Friesland en Groningen 1934 dieren aangemeld om te doden in deze mobiele slachthuizen. Hoe verklaart de minister dit hoge aantal dieren dat niet vervoerd mag worden? Erkent de minister dat er mogelijk een verband is met (mis-)management van de boeren in een kostengedreven systeem waardoor het te duur is voor een veehouder om een koe te euthanaseren of de nodige medische zorg te geven?

Van de 1934 dieren die zijn aangemeld voor slachting in de MDU was 65 tot 80% kreupel. Kreupelheid is pijnlijk en zorgt ervoor dat een dier minder loopt, afwijkend liggedrag vertoont en het eetgedrag/patroon verandert, schrijft BuRo in haar advies. In het advies van BuRo lezen de leden tevens dat wereldwijd gezien ongeveer een kwart van de koeien in de melkveehouderij kreupel is.

Kan de minister bevestigen dat er een relatie bestaat tussen de alsmaar hogere melkproductie per koe en het optreden van klauwproblemen, kreupelheid en uierontstekingen? Erkent de minister dat afgedankte melkkoeien zo verzwakt en ziek raken door de extreme melkproductie die nog altijd verder wordt opgevoerd en de vele zwangerschappen en bevallingen die nodig zijn om de melkproductie gaande te houden? De leden wijzen de minister graag op de constatering van Bart Gremmen, hoogleraar ethiek bij Wageningen Universiteit, dat de melkproductie harder is gestegen dan koeien feitelijk aankunnen.[1] “Door de loop van de tijd is de uier bij koeien in omvang gegroeid, maar de groei van de botten is achtergebleven. Dat heeft gevolgen voor het beenderstelsel en de gezondheid van klauwen.” Is de minister bereid een plafond in te stellen voor de melkproductie per koe, zoals professor Gremmen voorstelt? Zo nee, waarom niet?

Dat deze kreupele en zieke koeien -in ieder geval vóór de inzet van de MDU- toch naar het slachthuis worden vervoerd, ondanks het verbod op het vervoeren van niet-transportwaardige dieren, bleek onder andere uit de zaken die voortkwamen uit de inspecties bij de slachthuizen in Noord-Nederland. Vorig jaar meldden klokkenluiders binnen de NVWA dat in een bepaalde periode minstens honderd zeer ernstig zieke en kreupele runderen naar slachthuizen in Noord-Nederland waren vervoerd en dat NVWA-dierenartsen dit tegen de regels in hadden toegestaan.[2] Er werden nauwelijks tot geen rapporten opgemaakt of boetes gegeven, ook niet voor zeer ernstige overtredingen. Uit het 2Solve-onderzoek dat hier op volgde, bleek dat slachthuizen de aanvoer van kreupele koeien doelbewust planden op dagen dat er een NVWA-toezichthouder ingeroosterd stond die hier niet moeilijk over zou doen[3]. In dit licht zien de leden van de PvdD-fractie in de wijze waarop de MDU nu wordt aangeprezen op de website van het slachthuis, ‘Geen risico’s meer op boetes en overtredingen’ en ‘Doodmelding op naam van Slachthuis en niet op UBN van de veehouder’[4], een illustratie van het gegeven dat de inzet van de MDU het afgelopen jaar vooral gericht is geweest op het faciliteren van de sector in plaats van het bestraffen van veehouders die tegen de regels in kreupele en zieke dieren naar het slachthuis blijven sturen, van transporteurs die tegen de regels in deze dieren blijven vervoeren en van slachthuizen die tegen de regels in deze dieren blijven toelaten tot de slacht.

Pilot MDU

Ook over de opzet van de pilot hebben de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren een aantal vragen. Zo werd de omvang en de duur van de pilot vooraf vastgesteld op 50 tot 100 geslachte dieren of 3 tot 6 maanden.[5] Na 25 geslachte dieren of na 1 maand zou de pilot worden geëvalueerd. In het debat over misstanden in slachthuizen, kondigde de minister aan dat de pilot tot de zomer zou duren[6]. Toch heeft de pilot uiteindelijk ruim een jaar geduurd en is de MDU uitgereden voor ruim 1900 dieren. Waarom heeft de pilot zoveel langer geduurd dan vooraf was afgesproken en is deze niet stopgezet na de afgesproken termijn? En waarom heeft de minister dit niet aan de Kamer gemeld, terwijl verschillende leden in het afgelopen jaar naar de stand van zaken hebben gevraagd?

In het advies van BuRo lezen de leden dat er in het voorjaar van 2019 al discussie is ontstaan binnen de NVWA over de wijze waarop de MDU in de praktijk toegepast. In de maanden juli tot september 2019 heeft een interne NVWA evaluatie plaatsgevonden. Hierover kon geen overeenstemming worden bereikt door twee afdelingen binnen de NVWA, Keuren en Handhaven, schrijft BuRo.

De leden vragen de minister of zij op dat moment op de hoogte is gesteld van deze discussie. Zo ja, wat heeft zij met deze informatie gedaan? De minister was in ieder geval sinds april 2019 door het 2Solve onderzoek op de hoogte van de problemen binnen de NVWA die onder andere voortkwamen uit het feit dat een aantal medewerkers structureel niet bleek te handhaven en het management dat hier niet op ingreep of deze cultuur zelfs in de hand werkte. Kan de minister toelichten waarom zij desondanks niet heeft ingegrepen naar aanleiding van dit signaal over de zorgen en onenigheid binnen de NVWA over de wijze waarop de MDU in de praktijk werd toegepast? Waarom heeft zij de Kamer hier niet over geïnformeerd? Waarom is de pilot op dat moment niet stilgelegd?

In september zochten klokkenluiders binnen de NVWA contact met de media omdat zij signaleerden dat de inzet van de MDU er in sommige gevallen voor zorgde dat veehouders hun vee niet behandelen, waardoor dieren onnodig lang lijden[7]. Veehouders zouden dieren niet de benodigde medische behandeling geven, omdat het geven van medicatie of pijnstilling als gevolg zou hebben dat het dier dan niet geslacht mag worden en het vlees niet mag worden gebruikt voor menselijke consumptie. Het gebruik van de MDU zou zorgen voor dierenleed en voedselveiligheidsrisico’s volgens de klokkenluiders. Toch was dit voor de minister geen reden om de pilot stop te zetten, terwijl de pilot op dat moment nota bene al afgerond had moeten zijn. Kan de minister dit toelichten? Waarom schreef de minister in oktober aan de Kamer slechts dat ze geen reden zag om de pilot stil te leggen, terwijl de duur van de pilot in plaats daarvan zelfs werd verdubbeld?[8]

Kan de minister de genoemde interne evaluatie naar de Kamer sturen?

Kan de minister bevestigen dat de vier wagens van Slachthuis Dokkum ook na de pilotperiode tussen december en april zijn blijven rijden en dat de slacht van dieren met de MDU dus gewoon is doorgegaan? Kan de minister bevestigen dat pas nadat de capaciteit van de NVWA door de coronacrisis is afgenomen en de NVWA haar werkzaamheden heeft moeten prioriteren, de inzet van de MDU is gestaakt?[9] Heeft u gezien dat de exploitant van de MDU op zijn website de suggestie wekt dat de wagens in de zomer weer zullen gaan rijden?[10]

BuRO advies MDU en management reactie

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren lezen dat BuRo spreekt over de hoge tijdsdruk die er staat op het gehele proces van de MDU. Hierbij wordt gewezen op de verhoogde kans op fouten bij het bedwelmen en verbloeden in de MDU door ruimtegebrek in combinatie met hoge tijdsdruk. Hoe groot schat de minister de kans dat onder deze omstandigheden de NVWA-toezichthoudend dierenarts misstanden signaleert, hierop handelt en hiervoor een rapport van bevindingen schrijft? Erkent de minister dat de druk op de dierenarts onder deze omstandigheden erg groot is? Hoe beoordeelt de minister in dit licht het feit dat de exploitant van de MDU op zijn website belooft dat de dierenarts “niet de intentie [heeft] om zich inhoudelijk te gaan bemoeien met de bedrijfsvoering van de veehouderij”?[11]

Is de minister bereid om in haar onderzoek naar de druk op het slachtproces die heeft geleid tot de huidige risico’s voor dierenwelzijn, voedselveiligheid en adequaat toezicht, ook te kijken naar de wijze waarop de MDU nu is ingezet? Is zij bereid in afwachting hiervan nog geen stappen te zetten om de inzet van de MDU structureel te maken?

Waterverstrekking aan vleeskuikens en vleeskuikenouderdieren

In het verleden is al vaker aandacht gevraagd voor de welzijnsrisico’s van het onvoldoende verstrekken van water aan vleeskuikens en vleeskuikenouderdieren. De leden van de Partij voor de Dieren-fractie vinden het onbestaanbaar en ook beschamend dat er nu al jaren wordt gediscussieerd over en onderzoek wordt gedaan naar de vraag bij hoeveel of hoe weinig water het lijden van dieren begint. De leden wijzen hierbij op de constatering van de Inspecteur-Generaal van de NVWA: “Naarmate de dieren langer water wordt onthouden, neemt het risico op aantasting van dierenwelzijn toe. Er is geen precies moment aan te geven waarop het dierenwelzijn dermate is aangetast dat dit onacceptabel is. (…) Verdere precisering van het moment waarop een status van onacceptabel dierenwelzijn ontstaat en welke factoren daarvoor bepalend zijn, is naar mijn mening een ondoenlijke en in ieder geval een tijdrovende en kostbare weg.”

BuRo adviseert de minister nu om toe te zien op permanente waterverstrekking bij vleeskuikens en vleeskuikenouderdieren en de Inspecteur-Generaal van de NVWA heeft de Minister daarop gevraagd hier een beleidsregel voor op te stellen en deze beleidsregel vanuit het voorzorgsprincipe direct voor alle diersoorten van toepassing te laten zijn. De minister zegt tot verbazing van de leden van de PvdD-fractie slechts dit in overweging te nemen.

In 2018 werd in de integrale risicoanalyse (IRA) pluimveevleesketen het onvoldoende verstrekken van water en voer al benoemd als één van de grootste bedreigingen van dierenwelzijn.[12] In 2007 en nogmaals in 2011 noemde de WUR de ontoereikende watervoorziening al als één van de factoren van ongerief in de pluimveehouderij[13].

Hoe rijmt de minister de huidige praktijk van wateronthouding met de in de Wet dieren en in het Besluit houders van dieren opgenomen bepaling dat degene die een dier houdt er zorg voor draagt dat een dier ten aller tijden toegang heeft tot een toereikende hoeveelheid water van passende kwaliteit of op een andere wijze kan voldoen aan zijn behoefte aan water? Is de minister geschrokken van de conclusie van de Inspecteur-Generaal van de NVWA dat de wet- en regelgeving voor vrijwel alle gehouden dieren met betrekking tot waterverstrekking onvoldoende handvatten biedt voor effectief toezicht, of was dit al bij haar bekend? Dit betekent dus dat deze bepaling die ziet op een voor dieren primaire levensbehoefte, tot nu toe nooit volledig is gewaarborgd.

Waterverlies van meer dan 20% is dodelijk.[14] Kan de minister uiteenzetten hoeveel vleeskuikens en vleeskuikenouderdieren er in de afgelopen 10 jaar zijn gestorven als gevolg van een gebrekkige drinkwatervoorziening?

Op welke manier gaat de minister het toezicht op de waterverstrekking vormgeven? De leden roepen in herinnering dat uit de integrale risicoanalyse pluimveevleesketen (IRA) de naleving omtrent water- en voervoorziening slechts 38% bleek. Herinnert de minister zich dat in Fraudebeeld pluimveeketen[15] en ook in een rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid uit 2014[16], de conclusie wordt getrokken dat er in de pluimveeketen weinig motivatie is voor het opvolgen van wet- en regelgeving op het gebied van dierenwelzijn en dierengezondheid? Hoe verwacht de minister adequate watervoorziening te kunnen garanderen, wanneer wet- en regelgeving consequent wordt geschonden in deze sector?

Tot slot vragen de leden aan de minister om te reflecteren op de conclusie van de Inspecteur-Generaal van de NVWA: “Uit onderliggend onderzoek blijkt dat er in de vleeskuiken(ouderdier)houderij sprake is van een problematiek die feitelijk vraagt om een systeemwijziging. (…) Zolang het systeem van de vleeskuiken(ouderdier)houderij zo is ingericht dat hier links- of rechtsom voor het dierenwelzijn belangrijke risico’s uit voortkomen, leidt dit tot een meer dan gemiddeld benodigde inzet van toezichtcapaciteit om deze risico’s tot aanvaardbare proporties terug te dringen.” Op welke wijze neemt zij deze conclusie mee in de verdere uitwerking van haar beleid?

[1] https://www.nieuweoogst.nl/nieuws/2018/07/30/waarom-moet-je-koeien-zo-oppeppen

[2] https://www.rtlnieuws.nl/nieuws/nederland/artikel/4696481/nvwa-greep-niet-bij-vervoer-ernstig-zieke-dieren-afgekeurd-vlees

[3] https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2019/09/12/kamerbrief-over-rapport-onderzoek-naar-kleine--en-middelgrote-slachthuizen

[4] https://www.mobielslachthuis.nl/

[5] Bijlage 1 bij het advies van BuRo: Nota O&D aan MT keuren 181018 betreffende de pilot MDU

[6] Debat over berichten dat de NVWA niet ingreep bij misstanden in slachthuizen, 6 september 2018, https://www.tweedekamer.nl/debat_en_vergadering/commissievergaderingen/details?id=2017A02173

[7] https://www.rtlnieuws.nl/nieuws/nederland/artikel/4855986/mobiel-slachthuis-nvwa-dierenwelzijn-vlees

[8] Tweede Kamer, vergaderjaar 2019–2020, Aanhangsel van de Handelingen nummer 520

[9] https://www.mobielslachthuis.nl/nieuws/

[10] https://www.mobielslachthuis.nl/slachthuis-in-dokkum-tot-de-zomer-stil-te-leggen/

[11] https://www.mobielslachthuis.nl/faq/

[12] https://www.nvwa.nl/over-de-nvwa/hoe-de-nvwa-werkt/integrale-ketenanalyses/integrale-risicoanalyse-pluimveevleesketen/risicoanalyse-pluimveevleesketen

[13] WUR (2007). Ongerief bij rundvee, varkens, pluimvee, nertsen en paarden. https://edepot.wur.nl/45721 p. 24

WUR (2011). Ongerief bij rundvee, varkens, pluimvee, nertsen en paarden. https://edepot.wur.nl/190225 p. 34

[14] BuRo-Advies over de wijze van het verstrekken van water in de Nederlandse vleeskuikensector en de gevolgen daarvan voor het dierenwelzijn, december 2019

[15] https://www.nvwa.nl/over-de-nvwa/documenten/consument/eten-drinken-roken/pluimvee/publicaties/fraudebeeld-pluimveeketen

[16] Onderzoeksraad voor Veiligheid (2014): Risico’s in de vleesketen; Kamerstuk 26 991, nr. 413