Inbreng Aanpas­singswet bewijs­last­termijn consu­men­tenkoop levende dieren


28 september 2022

De leden van de fracties van de Partij voor de Dieren en D66 hebben kennisgenomen van de Aanpassingswet bewijslasttermijn consumentenkoop levende dieren en hebben de volgende vragen en opmerkingen bij dit wetsvoorstel.

Context en inhoud van het wetsvoorstel

De leden van de fracties van de Partij voor de Dieren en D66 vinden het onbegrijpelijk dat er bij de aanschaf van dieren wordt teruggegrepen naar de termijn van zes maanden in plaats van een jaar voor de omkering van de bewijslast ten aanzien van na de koop gebleken gebreken.

De leden zijn van mening dat de vergelijking tussen levende dieren en ‘andere goederen’ niet opgaat. Artikel 1.3 van de Wet dieren erkent de intrinsieke, eigen waarde van dieren, zijnde wezens met gevoel. De leden vragen de regering of zij de opvatting deelt dat levende dieren in dat opzicht verschillen van (levenloze) goederen?

Een termijn van een jaar, in plaats van zes maanden, voor de omkering van de bewijslast ten aanzien van na de koop gebleken gebreken doet recht aan de intrinsieke waarde van het dier, beschermt de consument beter, en draagt bij aan het bestrijden van de malafide dierenfokkers. Het wordt namelijk voor handelaren minder interessant om doorgefokte dieren als honden en katten, met grote kans op genetische gebreken, te verkopen. Veel genetische aandoeningen van doorgefokte dieren zijn de eerste zes maanden niet zichtbaar. De eerste klachten van heupdysplasie bij honden zijn pas na 4 tot 10 maanden zichtbaar. Epilepsie als gevolg van ziekte of afwijkingen in de schedel van honden en katten doet zich vaak pas na een half jaar tot een jaar voor. De ernstige afwijking syringomyelie, waarbij kleine hersenen door het te grote achterhoofdsgat in de schedel worden gedrukt komt bij meer dan 50% van de Cavalier King Charles Spaniels voor. De honden lijden ondraaglijke pijn en gillen bij bewegingen. Deze ernstige en veel voorkomende afwijking openbaart zich doorgaans pas een half jaar tot een jaar na de geboorte. Is de regering het met de leden van de fracties van de Partij voor de Dieren en D66 eens dat een verkorting van de termijn voor de omkering van de bewijslast van een jaar naar een half jaar in de praktijk zal betekenen dat veel gebreken zich pas zullen manifesteren nadat de termijn van een half jaar verstreken is? Door de termijn voor de omgekeerde bewijslasttermijn te verkorten van een jaar naar een half jaar zullen de meeste aangeboren afwijkingen van doorgefokte honden en katten pas zichtbaar worden nadat de termijn van de omgekeerde bewijslast verstreken is. Daarmee worden malafide dierenfokkers en dierenhandelaren in binnen- en buitenland bevoordeeld, en dat gebeurt ten koste van dierenwelzijn, dierengezondheid en de bescherming van de consument.

De leden van de fracties van de Partij voor de Dieren en D66 vragen de regering of zij de opvatting deelt dat een omgekeerde bewijslasttermijn van een jaar beter kan helpen in de strijd tegen malafide puppyhandel, aangezien het voor de verkopende partij minder aantrekkelijk wordt om doorgefokte dieren uit zogeheten puppyschuren te verkopen?

Is de regering het met de leden van de fracties van de Partij voor de Dieren en D66 eens dat dieren een groot belang hebben bij een goede gezondheid en een goed welzijn en dat dit niet geldt voor goederen? Zo ja, is de regering het met de leden eens dat de aankoop van een levend dier een extra verantwoordelijkheid met zich meebrengt, die niet geldt bij de aanschaf van goederen? En is de regering het met de leden eens dat dit impliceert dat de aanschaf van een levend dier niet één-op-één vergeleken kan worden met de aanschaf van goederen?

Is de regering het ook met de leden eens dat, als er een verschil is tussen het kopen van levende dieren of levenloze goederen, het in het nadeel van dieren is als de termijn van de bewijslastomkering bij de aanschaf van levende dieren KORTER wordt dan bij de aanschaf van (levenloze) goederen, waar de termijn één of twee jaar is?

De leden vragen de regering of zij van mening is dat het verkorten van de bewijslasttermijn voor de consumentenkoop van levende dieren positief of negatief uitpakt voor de gezondheid en het welzijn van dieren?

De leden van de fracties van de Partij voor de Dieren en D66 vragen de regering voorts of zij van mening is dat het verkorten van de bewijslasttermijn voor de consumentenkoop levende dieren de rechtspositie van de koper van een huisdier verbetert of verslechtert, gegeven het feit dat veel erfelijke afwijkingen zich pas voordoen als het dier de leeftijd van zes maanden tot een jaar heeft bereikt?

Consultatie, uitvoering, toezicht, handhaving, doenvermogen, regeldruk en financiële gevolgen voor de rijksbegroting

De regering heeft geen consultatie laten uitvoeren voor het wetsvoorstel om bewijslasttermijn terug te draaien naar een half jaar. De leden van de fracties van de Partij voor de Dieren en D66 vinden dat een groot gemis, omdat het wetsvoorstel naar de mening van de leden grote negatieve gevolgen kan hebben voor zowel de gezondheid en het welzijn van dieren als voor de bescherming van de consument, die bij de aanschaf van een dier met erfelijke afwijkingen de kans ontnomen wordt om de fokker of handelaar aansprakelijk te stellen binnen de termijn waarin veel erfelijke aandoeningen zichtbaar worden. Om deze reden steunde de Consumentenbond de verlegde omgekeerde bewijslasttermijn van één jaar (brief Consumentenbond d.d. 28 januari 2022 (documentnummer 2022D04022)).

De leden vragen de regering waarom er geen reactie gevraagd is van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde (KNMvD) en van de Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming (LID), aangezien deze organisaties veel kennis hebben van de gezondheids- en welzijnsproblemen van doorgefokte huisdieren en van de termijn waarbinnen deze problemen zich kunnen manifesteren?