Bijdrage Wassenberg dertigle­den­debat over de toekomst van de Waddenzee (5-7-17)


20 juli 2017

Voorzitter. Vandaag spreken we opnieuw met de minister over gaswinning door de NAM, ditmaal onder de Waddenzee; een uniek natuurgebied en werelderfgoed, waarvoor we internationale beschermingsplicht hebben. Maar de Waddenzee wordt bedreigd door gaswinning en door de zeespiegelstijging. Dat is de conclusie uit een recent wetenschappelijk rapport van de Waddenvereniging.

De Britse krant The Guardian noemde de gaswinning onder de Waddenzee onlangs "gas grab", een graaipartij, en de NAM doet daaraan mee met alle gevolgen van dien. Niks aan de hand hoor, zegt de NAM, de boel is onder controle: "hand aan de kraan"-principe. Maar het Staatstoezicht op de Mijnen denkt daar heel anders over. In een brief van 12 mei schrijft het SodM dat de rapporten die de NAM liet opstellen over de effecten van de gaswinning op de Waddenzee de prullenbak in kunnen, omdat ze onvoldoende duidelijk maken hoe de bodem op de langere termijn daalt, maar de kennis over die langetermijneffecten is wel een voorwaarde om naar gas te mogen boren. Als na al die tijd — de NAM is nu vier jaar aan het boren en aan het onderzoeken — niet aan de voorwaarden wordt voldaan, kunnen we toch niet gewoon zeggen: NAM, ga maar lekker door met wat je doet; die langetermijneffecten komen wel op de lange termijn? Als niet aan de voorwaarden voor de winning is voldaan, moet die winning stoppen. Graag krijg ik daarop een reactie van de minister.

We zijn bezig om bij de boringen onder de Waddenzee dezelfde fouten te maken als bij de gaswinning in Groningen, want ook daar bleek de NAM onvoldoende oog te hebben voor de langetermijneffecten van de gaswinning. Op 8 april stond er een interview met de NAM-directeur in de Volkskrant. In reactie op de vraag van de krant of de NAM de problematiek in Groningen onderschat had, zei de NAM-directeur: "Onderschatting impliceert een voorstelling van de toekomst. Maar het overkwam ons ook. Er was geen plan." Ook voor de Waddenzee heeft de NAM volgens het SodM geen voorstelling van de toekomst en ook voor de Waddenzee is er geen plan.

Helaas is de gaswinning niet de enige bedreiging voor de Waddenzee. Twee weken geleden sprak fysisch oceanograaf Sybren Drijfhout — een mooie naam in dit geval — die ook werkzaam is voor het KNMI, zijn oratie uit als bijzonder hoogleraar Dynamica van het Klimaat aan de Universiteit Utrecht. Zijn boodschap was: door verandering in stromen zal de zeespiegel aan de Nederlandse kust de komende twintig jaar extra hard stijgen. Dat is een heel gevaarlijke ontwikkeling. Een zeespiegelstijging kan desastreuze gevolgen hebben voor de Waddenzee, omdat dan veel meer gebieden tijdens eb niet meer droogvallen. De gevolgen zijn nog veel ernstiger als tegelijk de zeebodem daalt als gevolg van gaswinning. Dan zijn de gevolgen niet te overzien.

De tijd raakt op. De Waddenzee dreigt te verdrinken. We moeten ingrijpen voor het te laat is. De Waddenzee is een prachtig, uniek stuk Nederlandse natuur dat niet ten onder mag gaan aan economische kortetermijnbelangen. We moeten het gas onder de Waddenzee laten zitten waar het zit. De Partij voor de Dieren wil dat plannen voor nieuwe winningen, zoals bij Ternaard, onmiddellijk worden stilgelegd en dat de huidige winning zo snel mogelijk wordt teruggeschroefd. Graag krijg ik een reactie van de minister, want ik overweeg hierover een motie.

Interrupties andere partijen

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

De heer Wassenberg noemde een hele set goede redenen en zorgen die ik niet zal herhalen. Het gebied is belangrijk voor de bewoners, de mensen die er hun boterham verdienen in de recreatie en de horeca, maar ook voor onze kindskinderen.

De bedreigingen zijn groot. De bodem daalt door de gaswinning, maar ook door zoutwinning, en de zeespiegel stijgt door klimaatverandering. Ik heb het de minister vaker gezegd, maar zou je juist op die plek het gas niet gewoon onder de grond moeten houden, omdat we weten dat we van alle bekende reserves aan olie en gas zo'n 40 à 50% toch niet boven de grond kunnen brengen? Begin dan door het te laten zitten op die plekken waar je risico loopt op onomkeerbare effecten. Als het weg is, is het weg. Het komt niet meer terug. Zoals de heer Wassenberg ook zei, worden de langetermijneffecten gewoon niet goed meegenomen.

(…)

De heer Wassenberg (PvdD):
Ik heb vooral een vraag aan de heer Graus. De heer Graus en ik delen dezelfde mooie provincie, maar wij delen ook een fascinatie voor de Wadden. De PVV weet toch ook dat de gaswinning in Groningen heeft geleid tot bodemdaling en dat gaswinning onder de Wadden ook leidt tot bodemdaling? Hoe groot die bodemdaling is moet nog worden onderzocht, maar is hij het met mij eens dat, als dat allemaal niet bekend is terwijl dat wel in de voorwaarden stond, er niet aan de voorwaarden is voldaan en dat de vergunning eigenlijk niet correct is?

De heer Graus (PVV):
Dat deel ik natuurlijk. Om die feitelijkheden kan ik niet heen. Laat het volgende ook heel duidelijk zijn. Misschien blijkt de bodemdaling dadelijk schrikbarend te zijn, maar de heer Wassenberg weet ook dat er tot nu toe niets van bekend is dat de dieren van de Waddenzee er last van hebben gehad. Dat is bij mij tenminste niet bekend en bij de Partij voor de Dieren dan ook niet, neem ik aan. Maar stel dat er gevaar zou dreigen voor zeezoogdieren, dan zouden wij wel willen dat er ingegrepen wordt. De heer Wassenberg kent ons standpunt toch over Groningen en Groninger gas, waar ik wel woordvoerder van ben. Wij willen dat het allemaal wordt teruggedraaid, omdat er gevaar dreigt voor mensen. Dan gaat het om mensenlevens. Ik denk dat de hele Kamer zich van links tot rechts moet samenpakken om ertegen te ageren als er gevaar is voor mensen en dieren.

De heer Wassenberg (PvdD):
De heer Graus moet ook weten dat er wel degelijk gevaar voor dieren dreigt, want als de bodem zakt en de zeespiegel stijgt, dan gaat de Waddenzee hoe dan ook veranderen. Dan gaan gebieden die nu droogvallen, dadelijk niet meer droogvallen. Dat betekent grote verschillen in het dierenleven en in foerageergebieden van vogels. Dat betekent een heel wezenlijke verandering. Dus als het belang van de dieren ook voor de PVV belangrijk is, dan zou zij ook met dat oog naar de zeespiegelstijging en naar de bodemdaling moeten kijken, want er verandert echt heel erg veel dadelijk.

De heer Graus (PVV):
De heer Wassenberg is bioloog. Daar kan ik niet aan tippen. Ik ben geen bioloog, hij is dat wel. Uiteraard zijn er altijd veranderingen. De heer Wassenberg kent ook de evolutie van de aarde; laten wij elkaar niet voor de gek houden. Alleen gaat het nu om de vraag hoe snel het gaat en wat de gevolgen zijn op korte termijn. Maar de evolutie van de aarde gaan hij, ik en wij allen niet tegenhouden. Die veranderingen gaan er komen de komende duizenden jaren, maar wij handelen nu voor de komende tientallen jaren. Daarover wil ik graag een antwoord hebben van de minister. Mogelijk kunnen wij samen optrekken als er gevaar dreigt op korte termijn en kunnen wij ons ertegen verzetten, als wij daar überhaupt invloed op hebben. Als het menselijk handelen daar invloed op heeft, dan vind ik dat wij ons allemaal moeten samenpakken. Dat deel ik wel.

(…)

De heer Wassenberg (PvdD):
Ik heb inderdaad een vraag over de informatie waarop we ons baseren. Niemand twijfelt eraan dat gaswinning leidt tot bodemdaling. Daar twijfelt ook de NAM niet aan. Het gaat om de vraag hoe groot de effecten zijn. Niemand twijfelt eraan dat de zeespiegel stijgt. Ik had het net over de fysisch geograaf en hoogleraar Dynamica van het Klimaat, die zei dat de zeespiegel in Nederland in de komende twintig jaar erg hard zal stijgen, met name door de stromingen. Die twee zaken samen, de zeespiegelstijging en de bodemdaling, worden niet ontkend door deskundigen. Die moeten toch wel leiden tot veranderingen in het Waddengebied? Realiseert de VVD zich dat niet?

Mevrouw Aukje de Vries (VVD):
Het is mooi dat de Partij voor de Dieren deze twee zaken aangeeft, maar ik denk dat je ook moet kijken naar de sedimentatie en de afzet van zand. Je moet al die drie dingen bekijken en je moet die meenemen in het "hand aan de kraan"-principe en de voorspellingen over wat het als totaal gaat doen. Het gaat om drie zaken, maar de heer Wassenberg vergeet nu de afzet van zand te noemen.

De heer Wassenberg (PvdD):
De sedimentatie draagt niet bij aan de Waddenzee de Waddenzee houden. Die kan alleen maar verder bijdragen aan de hele verzanding. Dat speelt hier geen rol.

Mevrouw Aukje de Vries (VVD):
Het is één van tweeën: of het is verzanden of het is verdrinken. Ik ben dan even het spoor bijster als de Partij voor de Dieren nu weer over verzanding begint, terwijl het rapport van de Waddenvereniging volgens mij over verdrinken gaat.

Beantwoording minister

Minister Kamp:

Dan het rapport waar het vanavond over gaat. De heer Wassenberg had het over een wetenschappelijk rapport van de Waddenvereniging. Ik vind het een interessant rapport. Het is van een onderzoeksjournalist, mijnheer Schüttenhelm. Hij heeft uitgesproken opvattingen. Dat is, denk ik, goed voor een journalist. Hij vindt dat alle kolencentrales dicht moeten. Hij heeft nu voor de Waddenvereniging een literatuurstudie gedaan. Daar praten wij vanavond over. Ik vind het prima om het daarover te hebben, maar een literatuurstudie van een onderzoeksjournalist in opdracht van de Waddenvereniging laat niet alles wat wij wettelijk hebben geregeld, wat wij in de structuurvisie hebben geregeld, wat er in de Natuurbeschermingswet staat, wat er in de Mijnbouwwet staat, zijn waarde verliezen. Daar is geen sprake van. Wat we kunnen vaststellen, is dat de gebruiksruimte is vastgesteld met het oog op de gevolgen van de sedimentatie, het zand dat wordt aangevoerd naar de Waddenzee. De effecten van de zeespiegelstijging en de bodemdaling van de Waddenzee als gevolg van de winning van delfstoffen worden dus gecompenseerd. Zolang dat het geval is, hebben wij wat dat betreft geen probleem.

Daarbij komt dat we ons moeten realiseren dat het verschillende grootheden zijn. In de literatuurstudie van mijnheer Schuttenhelm staat dat de zeespiegel de komende 100 jaar met twee of drie meter zal stijgen. Ik weet niet of dat zo is en ik ga zelf uit van een halve meter. Maar goed, er staat dus twee à drie meter. De daling als gevolg van de winning van delfstoffen in het gebied, bedraagt enkele millimeters per jaar. Enkele millimeters! De gebruiksruimte wordt ook in millimeters uitgedrukt. Al met al is het mijn conclusie dat de winning die in het gebied plaatsvindt, binnen die gebruiksruimte blijft.

De voorzitter:
Mijnheer Wassenberg van de Partij voor de Dieren wil hier héél graag op reageren.

De heer Wassenberg (PvdD):
Ik moet de minister toch corrigeren. Het rapport van de Waddenvereniging heb ik nog niet aangehaald. Ik heb het even genoemd, maar dat kan ook niet anders aangezien het de aanleiding voor dit debat is. Ik heb het vooral gehad over de stijgende zeespiegel. Het is niet de Waddenvereniging die daarvoor waarschuwt maar een fysisch oceanograaf en een bijzonder hoogleraar Dynamica van het Klimaat. Die laatste zegt dat de zeespiegel de komende twintig jaar sterk gaat stijgen. Hij zei dat in zijn oratie aan de Universiteit van Utrecht op 22 juni. Dat is toch wel even wat anders. Daar komt inderdaad die bodemdaling bovenop. Dat die bodemdaling er is, daarover is iedereen het eens. Alleen kan de NAM niet zeggen hoe groot die bodemdaling is, want de langetermijneffecten heeft zij niet goed uitgezocht. Dat is ook waar het SodM kritiek op heeft. Die zeespiegelstijging is dus geen punt van discussie, en die bodemdaling ook niet!

Minister Kamp:
De scenario's voor de komende vijf jaar en de vijf jaar daarna gaan nu juist over die zeespiegelstijging. Daarbij wordt rekening gehouden met alle beschikbare informatie, alle meetgegevens en alle ontwikkelingen. Vervolgens wordt bekeken hoe het uitpakt voor de Waddenzee. Tegelijkertijd wordt er ook bekeken hoe de winning van delfstoffen in het gebied uitpakt. Hoeveel daalt de zeebodem? Daar staat dan weer die sedementatie tegenover. Dat wil zeggen: de stijging van de zeebodem van de Waddenzee door zand dat het gebied binnenkomt. Het blijkt dat die elkaar opheffen.

Over het meegroeivermogen van de Waddenzee als gevolg van sedimentatie staat in het rapport van de Waddenvereniging, een literatuurstudie, dat die een factor twee tot drie kleiner zou zijn dan waar in het beleid van uit wordt gegaan. De modelstudies van Deltares, ook zo'n onafhankelijk instituut, laten zien dat het meegroeivermogen eigenlijk nog een factor drie groter is dan wat wij hanteren. Wij zitten dus echt aan de voorzichtige kant en wij blijven verder binnen die zorgvuldig vastgestelde grenzen die erop gericht zijn te voorkomen dat de natuurwaarden in het gebied worden aangetast.

Het is ook heel goed om vast te stellen dat de Raad van Staat in zijn laatste uitspraak van 23 november 2016 over de winning van zout, schuin onder de Waddenzee, door Frisia vanuit Harlingen, stelt dat het meegroeivermogen in het gebied zorgvuldig op 5 millimeter per jaar is vastgesteld. De hele door ons opgezette systematiek leidt uiteindelijk tot die conclusie over de grootte van het meegroeivermogen en over de mogelijkheden binnen dat meegroeivermogen. Die systematiek is dus getoetst door de Raad van State en door hem als zorgvuldig beoordeeld.

De voorzitter:
Ik wil de minister vragen om iets korter te reageren op interrupties.

Ik geef eerst nog even het woord aan de heer Wassenberg.

De heer Wassenberg (PvdD):
Voorzitter, ik moet toch even bedenken waar het ook al weer over ging.

De voorzitter:
Ja.

De heer Wassenberg (PvdD):
De minister blijft schermen met dat rapport van de Waddenvereniging. Dat rapport is de aanleiding voor dit debat, maar niet meer dan dat. Ik gun hem dat, maar het gaat mij inderdaad om iets anders.

We hebben het over de zeespiegelstijging en de minister zegt dat we niet precies weten hoe groot die is. Maar we hebben het ook over de bodemdaling en we weten ook niet hoe groot die is. Hoe komt het dat we dat niet weten? We weten dat niet, omdat de NAM daar geen goed onderzoek naar heeft gedaan. Het SodM verwijt dat de NAM ook. Daarmee is niet aan de voorwaarden van de vergunningverlening voldaan. Is de minister het met mij eens dat de vergunning dan eigenlijk niet rechtsgeldig is?

Minister Kamp:
Nee, dat ben ik zeer oneens met de heer Wassenberg. Hij stelt dat we geen goede gegevens over de bodemdaling hebben. Maar wij hebben heel precieze, heel goede gegevens over de bodemdaling. Het wordt heel nauwkeurig gemeten, en het wordt vervolgens door alle instanties die ik net heb genoemd, ook gevolgd. Wij hebben ook heel precieze gegevens over de zeespiegelstijging.

De heer Wassenberg (PvdD):
Lange termijn!

Minister Kamp:
Die gegevens hebben wij zowel voor een periode van vijf jaar als voor de vijf jaar daarna. We krijgen bovendien ieder jaar een rapportage waarin staat wat er allemaal gebeurt. Het wordt allemaal precies gevolgd, en het wordt vervolgens weer beoordeeld. De stelling dat wij die gegevens niet hebben, is dus volkomen verkeerd.

(….)

Minister Kamp:
Ik was de heer Wassenberg aan het antwoorden; het ging over de zogenaamde LTS-studie. Het beleid dat nu wordt gevoerd, is gebaseerd op onderzoeksmateriaal. Dat onderzoeksmateriaal is beschikbaar. We hebben modelstudies van TNO. TNO heeft alle mogelijke modellen, een zestal modellen, met elkaar vergeleken en doorgerekend en daaruit conclusies getrokken. We hebben meet- en monitoringsrapportages die ieder jaar beschikbaar komen. Het SodM, dat dit geheel ook nog eens volgt, heeft gezegd dat het ook een aparte studie door de NAM wilde laten doen, een studie die nog meer op de lange termijn is gericht. De NAM heeft die studie gedaan. De inspecteur-generaal heeft gezegd dat die studie niet tot zijn genoegen is. Hij heeft op een zestal punten aangegeven wat daaraan verbeterd moet worden. De NAM is daar nu mee bezig en heeft daarvoor de tijd gekregen tot 31 oktober 2017. Ik neem aan dat de NAM de tekortkomingen die de inspecteur-generaal, die leiding geeft aan het Staatstoezicht op de Mijnen, heeft vastgesteld, dan worden weggenomen. Vanaf dat moment hebben we naast al het materiaal dat we al hebben, ook nog een langeretermijnstudie ter beschikking die voldoet aan de eisen van de inspecteur-generaal. Dat is heel goed. Dan hebben we nog meer duidelijkheid over dit belangrijke punt.

Er is ook gevraagd wat we doen als straks zou blijken dat de studie door de NAM niet naar genoegen van het Staatstoezicht op de Mijnen is opgesteld. Dan moet het staatstoezicht gaan handhaven. Als ze het belangrijk vinden dat die langeretermijnstudie er is, maar als ze die niet krijgen in de kwaliteit die zij nodig achten, dan kunnen ze gaan handhaven. Het is aan hen om dat te gaan doen. Ze kunnen misschien een dwangsom van toepassing laten zijn of een nieuwe periode geven om alsnog aan de eisen te voldoen. Ze zouden ook kunnen besluiten dat de winning verminderd of gestopt moet worden. Dat weet ik allemaal niet. Het staatstoezicht is er om ervoor te zorgen dat iets wat belangrijk is en nageleefd moet worden, ook nageleefd wordt. Het staatstoezicht heeft ook de middelen om dat voor elkaar te krijgen.

Tweede Termijn

De voorzitter:
Dank u wel, mijnheer de minister. Ik kijk of er behoefte is aan een tweede termijn. Dat is het geval. Ik geef de heer Wassenberg nog één momentje om te kijken naar wat moties. Oh, ik zie dat hij meteen wil beginnen.

Minister Kamp:
Moties?

De voorzitter:
Nou, ik zag dat de heer Wassenberg nog even aan het overleggen was. Daar wou ik hem even wat tijd voor gunnen.

De heer Wassenberg (PvdD):
Voorzitter. De minister is verbaasd dat er moties zijn, maar hij zou ons nou toch wel een beetje moeten kennen. Ik heb twee moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het Waddengebied tot de belangrijkste natuur in Nederland behoort en de status heeft van Natura 2000-gebied en UNESCO-werelderfgoed;

constaterende dat volgens het Staatstoezicht op de Mijnen de studie van de NAM naar de langetermijneffecten van de gaswinning onder de Waddenzee nog steeds kwalitatief onvoldoende is;

verzoekt de regering om geen nieuwe vergunning te verlenen voor gaswinning in en nabij de Waddenzee, zoals bij Ternaard,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Wassenberg, Beckerman en Van Tongeren. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 146 (29684).

De heer Wassenberg (PvdD):
Mijn tweede en laatste motie luidt als volgt.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de gaswinning onder de Waddenzee een grote bedreiging vormt voor het behoud van de Waddenzee;

constaterende dat het Staatstoezicht op de Mijnen de onderzoeken van NAM naar de langetermijnbodemdaling heeft afgekeurd en dat daarmee niet aan de voorwaarden van de in 2013 vergunde gaswinning is voldaan;

verzoekt de regering om de huidige gaswinning in en nabij de Waddenzee te stoppen tot aan alle voorwaarden van de vergunning is voldaan,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Wassenberg, Beckerman en Van Tongeren. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 147 (29684).

De heer Graus (PVV):
Daar stelde ik net vragen over aan de minister. De minister zei: aan een zestal punten wordt niet voldaan, maar daar is tot 31 oktober de tijd voor en dan kan het Staatstoezicht op de Mijnen handhavend optreden. Ik heb begrepen — anders moet de minister mij maar op de vingers tikken — dat zo'n vergunning weer ingetrokken kan worden als er niet aan wordt voldaan.

De heer Wassenberg (PvdD):
Het SodM schrijft in de brief over het niet voldoen aan de vergunning dat een aantal artikels overschreden is en dat er op dit moment dus niet aan de vergunningvoorwaarden wordt voldaan. Het SodM kan verschillende stappen nemen. Het SodM heeft nu gezegd: voor de zoveelste keer kan er weer uitstel worden gegeven. De Partij voor de Dieren vindt dat niet de juiste stap. De Partij voor de Dieren zegt: als niet aan alle voorwaarden voor die vergunningverlening is voldaan, is de vergunning kennelijk niet volgens de geldende regels opgesteld en zou zij gewoon niet geldig moeten zijn. De minister kan ook ingrijpen en zeggen: wij stoppen met de gaswinning op die plek totdat wel aan alle voorwaarden is voldaan. Dat is wat wij willen en wat wij met deze motie vragen.

De heer Graus (PVV):
Dan krijg je dus een als-danmotie; als mijn tante een piemeltje had, dan was het mijn oom. Dat soort moties kunnen wij helaas niet steunen, zeker niet na de beantwoording van de minister. Ik wil dat toch even vooraf gezegd hebben. Het was ogenschijnlijk een heel sympathieke motie, maar er wordt ingegrepen als er niet aan wordt voldaan op 31 oktober. Ik moet de minister gewoon kunnen vertrouwen dat dat gebeurt en ook de opvolger of opvolgster van de minister.

De heer Wassenberg (PvdD):
De motie is echt heel erg simpel: als niet aan de voorwaarden is voldaan, is die vergunning eigenlijk niet geldig en kan de minister ingrijpen. Dat is wat er staat. Wat er nu gebeurt is een heel ingewikkeld spel van weer uitstel. Daar zitten wij niet op te wachten. Daar zit de Waddenzee niet op te wachten. Als niet aan de voorwaarden is voldaan, geldt de vergunning niet of zou die niet moeten gelden. Daar gaat het om.

Minister Kamp:

Dan kom ik tot de motie op stuk nr. 146 van de heer Wassenberg c.s., waarin de regering wordt verzocht om geen nieuwe vergunningen te verlenen voor gaswinning in en nabij de Waddenzee, zoals bij Ternaard. De vergunning voor winning in dat gebied is er, maar als er aanvulling of een wijziging plaatsvindt, komt er een winningsplan waarover dan weer een besluit moet worden genomen. Bovendien moeten er op grond van de ruimtelijke regels omgevingsvergunningen worden verleend. Dat is nu gaande wat betreft de winning bij Ternaard. Dat soort zaken moet ik precies afhandelen volgens de wettelijke regels die we daarvoor hebben vastgesteld. Als er aan de wettelijke regels wordt voldaan, wordt toestemming voor het winningsplan gegeven en wordt de omgevingsvergunning verleend. Zo moet het gaan in een rechtsstaat en daar moeten we ook aan vasthouden. Om die reden ontraad ik de motie van de heer Wassenberg c.s.

In de tweede motie van de heer Wassenberg, op stuk nr. 147, wordt de regering gevraagd om de gaswinning in en nabij de Waddenzee te stoppen tot aan alle voorwaarden van de vergunning is voldaan. Voor het onafhankelijk toezicht hebben we het Staatstoezicht op de Mijnen. Als het SodM vindt dat op een bepaald onderdeel iets niet goed is, wordt er gehandhaafd. In dit geval is dat ook gebeurd op een onderdeel. Daar is een termijn voor gesteld, die nog loopt. Het is aan het SodM om ervoor te zorgen dat ook op dit punt aan de vergunning wordt voldaan. Het is niet wenselijk om dit te doorkruisen, door nu plotseling de winning in het gebied te stoppen en af te zien van dit hele wettelijke traject met inschakeling van de toezichthouder. Ik ontraad deze motie dus.