Bijdrage Wassenberg AO L&V-raad 30 en 31 mei 2016


25 mei 2016

Voorzitter, ik wil beginnen met een compliment aan de staatssecretaris. Hij heeft het kwekersrecht verdedigd en benadrukt dat groenten van ons allemaal zijn. Natuurlijke eigenschappen van planten en biologische processen horen niet onder patentwetgeving te vallen, en bedrijven als Monsanto horen geen monopolie te verwerven op deze biologische processen. De staatsecretaris onderschrijft dat terecht. Hij benadrukt dat een vrije beschikbaarheid van biologisch materiaal goed is voor de voedselzekerheid. Goed ook dat er voorzichtige vooruitgang op dat terrein is geboekt bij de Europese Commissie.

Ook heeft hij interessante zaken gezegd over het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid. Dat GLB heeft voor veel ellende gezorgd. De staatssecretaris dan ook is kritisch. We moeten af van directe inkomenssteun en alleen boeren belonen voor maatschappelijke prestaties, zo vat ik hem even samen. Voorzitter, dat onderschrijf ik van harte. Als het aan de Partij voor de Dieren wordt het GLB grondig hervormd door alle kaarten te zetten op een ecologische en diervriendelijke landbouw, die gezond voedsel produceert. Wat gaat de staatssecretaris concreet doen het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid te hervormen?

Voorzitter. Dan iets over glyfosaat. Dankzij Duitsland is glyfosaat nog niet opnieuw goedgekeurd in de EU. De Europese Commissie wil nu, omdat er geen gekwalificeerde meerderheid te halen valt voor een nieuwe toelating, de oude toelating opnieuw verlengen, om later een nieuw voorstel voor hertoelating te doen. Wat de Partij voor de Dieren betreft komt die hernieuwde toelating er overigens helemaal niet.

Op dit moment studeren ambtenaren op het ministerie van I&M naar de juridische mogelijkheden om een verbod in te stellen op het gebruik van glyfosaat door particulieren. De staatssecretaris zou deze ambtenaren, het milieu, de volksgezondheid en de kwaliteit van ons drinkwater een groot plezier doen door voorwaarden te verbinden aan de verlenging van de huidige toelating van glyfosaat, zoals een verbod op het gebruik van glyfosaat in de publieke ruimte, zoals in parken en een verbod op verkoop aan particulieren en ten slotte een verbod op de meest schadelijke toepassingen van dit gif in de landbouw, zoals het afdoden van graangewassen net voor de oogst, waardoor consumenten via het eten van brood glyfosaat binnenkrijgen. Graag een reactie.

Voorzitter, jaarlijks blijven er zo’n 25.000 visnetten in Europese wateren achter. De lengte van deze netten bij elkaar is 1250 kilometer, aldus Greenpeace. Deze achtergebleven netten vormen een gevaar voor alle waterdieren. Op welke manier gaat de staatssecretaris zijn nationale verantwoordelijkheid nemen en ervoor zorgdragen dat deze netten worden opgeruimd? Graag een reactie.

Voorzitter, we maken ons ook zorgen over de naleving van visquota. Onlangs werden honderden dode platvissen gevonden op het strand bij ’s-Gravenzande. Vermoedelijk gedumpt door vissers, om zo aan visquota te kunnen voldoen. Heeft de staatssecretaris inzicht in de omvang van visdumping op de Noordzee? Hoe zorgt hij ervoor dat vissers niet boven de visquota vissen?

..............................................................................................................................................................

Beantwoording van de Staatssecretaris & interrupties

Staatssecretaris Van Dam: Mevrouw de voorzitter. Ik zal in mijn beantwoording vooral ingaan op de informele Raad, die gaat over de toekomst van het gemeenschappelijk landbouwbeleid. Ook ga ik kort in op de 30 miljoen crisisgeld, omdat er vragen over zijn gesteld, op het octrooi- en kwekersrecht, op glyfosaat en op een aantal vragen over vissen.

...

Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB)

We bekleden op dit moment het voorzitterschap. Ik ben van mening dat deze discussie tijdig van start moet gaan. Daarvoor zijn twee redenen. De eerste reden is dat we wereldwijd voor een grote uitdaging staan – onder anderen mevrouw Lodders en de heer Geurts spraken erover – om een groeiende wereldbevolking te voeden, maar dat ook te doen op een manier waarop de aarde dat aankan. We zullen dat ook op een duurzame manier moeten doen, willen we überhaupt in staat zijn om de groeiende bevolking te voeden. De tweede reden is dat de komende jaren het debat over het budget gevoerd zal worden. De heer Geurts refereerde daaraan. Dat debat gaat ook over de strategie van de hele EU na 2020. Het is dan ook goed om over zo’n belangrijke pijler van het EU-beleid, namelijk het gemeenschappelijk landbouwbeleid, het debat te voeren. Dat gaat over de vraag hoe we de verandering, die we nu hebben ingezet, verder brengen na 2020. Bovendien geeft het voorzitterschap ons de kans om die discussie een duw in de goede richting te geven. Onze belangrijkste strategie is om die discussie op gang te brengen. Daarvoor hebben we die paper gepubliceerd. Het is nadrukkelijk een discussiepaper. Dat leidt bij de heer Grashoff tot de kwalificatie dat hij het nog wat vaag vindt. We roepen echter vooral een aantal vragen op, waarvan we weten dat die in Europa bij verschillende lidstaten spelen en waarvan wij vinden dat de discussie daarover moet gaan. Een aantal leden plukten er een aantal elementen uit. De heer Geurts zei dat de voedselproductie centraal moet staan omdat dit een van de belangrijkste uitdagingen is. Mevrouw Lodders zei dat nodig is dat de wereldwijde voedselproductie verdubbelt. Dat is waar. Ik zeg erbij dat die met de helft van de grondstoffen, de energie en de emissies moet plaatsvinden. We hebben een opgave om wereldwijd vier keer zo goed te gaan produceren. Voor die opgave staan we met elkaar. We kunnen deze zaken niet los van elkaar zien. Het gaat niet alleen om het verdubbelen van de productie. Mevrouw Lodders sprak daarover, maar ik las ook ergens dat zij klimaat, groen en maatschappelijke opgaven linkse hobby’s vindt. Dat is toch echter precies de maatschappelijke uitdaging waarvoor we met elkaar staan. We zullen meer voedsel moeten produceren, maar met minder belasting van onze aarde, van ons klimaat en van onze natuur. Voor die uitdaging staan we. We kunnen wel meer voedsel produceren, maar wanneer we dat wereldwijd gezien met dezelfde emissies en hetzelfde verbruik van grondstoffen doen, dan slagen we er nog steeds niet in om de wereldbevolking te voeden, want dan eten we de aarde op en putten we hem uit.

De heer Wassenberg (PvdD): De Staatssecretaris zegt dat wij twee keer zoveel voedsel moeten produceren met minder grondstoffen en minder impact op het klimaat. Kan de Staatssecretaris ingaan op de vraag wat een verschuiving van dierlijke naar plantaardige eiwitten daarbij kan betekenen? Over het algemeen gaat de productie van plantaardige eiwitten gepaard met veel minder uitstoot en veel minder grondgebruik. Kijk alleen al naar de sojaproductie voor de Nederlandse vee-industrie. Kan de Staatssecretaris ingaan op de verschuiving van dierlijke naar plantaardige eiwitten om op die manier tegemoet te komen aan de toekomstige voedseleisen?

Staatssecretaris Van Dam: De heer Wassenberg geeft een correcte weergave van de effecten daarvan, maar bij voedselproductie gaat het erom dat je ook voldoet aan de behoeften van de bevolking. Ik geloof niet dat de overheid het dieet van mensen kan voorschrijven en ik geloof dat je dat ook niet zou moeten willen. De uitdaging wordt om een groeiende wereldbevolking, waarvan ook de welvaart groeit, te voorzien in haar voedselbehoefte. Er zullen bij de komende generatie daarin ongetwijfeld veranderingen plaatsvinden. Er zullen zeker nieuwe voedingsmiddelen op de markt komen waarvan we nu nog niet eens weet hebben. Ik denk ook dat het goed is dat dit gebeurt. Er zijn tal van innovaties gaande. Wat dat betreft – ik hoef u dat niet te vertellen – is de wereld van de voedselproductie buitengewoon interessant als je ziet hoe innovatief zij is. Kijk naar nieuwe voedingsmid-delen die nu opkomen, zoals algen, wieren en insecten. Er wordt ook op nieuwe manieren voedsel geproduceerd. In Nederland zijn onderzoekers bezig met het kweken van vlees in plaats van het produceren op de manier die we op dit moment kennen. Voedsel kan in de toekomst ook uit de 3D-printer komen. Dat vinden we misschien nu nog een wat onsma-kelijk idee, maar ik geef op een briefje dat we daar vrij snel aan gewend zullen raken. Er vinden tal van innovaties plaats. De uitdaging is dat het totaal daarvan in staat is om de wereldbevolking te voeden en tegelijk duurzaam is. Voor die grote uitdaging staan we.

De heer Wassenberg (PvdD): Ik dank de Staatssecretaris, die zegt dat de overheid niet kan sturen. Hij heeft het over de wereldproductie, maar ik wil het even beperken tot Nederland. We kunnen misschien niet voorschrijven, maar wel sturen, niet alleen op het gebied van voorlichting, maar ook op bijvoorbeeld fiscale maatregelen. Dat gebeurt ook bij andere zaken, zoals alcohol en sigaretten. Met fiscale maatregelen maakt de overheid het onaantrekke-lijker om dergelijke zaken te gebruiken. Waarom zouden we bijvoorbeeld op die manier de vleesconsumptie niet kunnen sturen en die kunnen veranderen in een plantaardige consumptie? Er zijn heel veel maatregelen die de overheid kan nemen zonder te dwingen, maar waarmee zij wel kan sturen. Kan de Staatssecretaris daar iets over zeggen?

Staatssecretaris Van Dam: Voorzitter, u gaat over de orde, maar we hebben het debat over de belasting op biefstuk en gehaktballen, die de Partij voor de Dieren graag wil invoeren, al vaker gevoerd. Ik geloof niet, het kabinet gelooft niet in dat sturingsinstrument. Het gaat er namelijk ook om dat eten voor iedereen betaalbaar moet zijn. In Nederland is dat het geval. We zijn in Nederland in staat, met dank aan het beleid dat we de afgelopen decennia hebben gevoerd, om een goede, gezonde maaltijd voor iedereen bereikbaar en betaalbaar te maken. Ik vind niet dat vlees eten alleen iets voor de elite is. Dat kan iedereen doen. Alleen, we zullen met elkaar ervoor moeten zorgen dat we de productie ervan op een manier laten plaatsvinden die duurzaam is en die voldoet aan onze maatschappelijke verwachtingen over de manier waarop we dieren houden in dit land. Ik denk dat dit de discussie is. Ik heb al eerder gezegd dat supermarkten hun verantwoordelijkheid nemen en vlees van dieren verkopen, bijvoorbeeld kip en varkensvlees, die een beter leven hebben gehad volgens de standaarden van bijvoorbeeld de Dierenbescherming. Ze laten de consumenten daar een klein beetje meer voor betalen. Dat is eigenlijk gebeurd zonder dat we daar erg in hebben gehad. De consument betaalt iets meer en de dieren hebben een iets beter leven. Dat gebeurt nota bene zonder inmenging van de overheid.

Mevrouw Lodders (VVD): In reactie op de heer Wassenberg: plantaardige eiwitten komen niet uit de lucht vallen; die moeten ook gewoon geproduceerd worden. Los van de richting die je uitgaat, ook daarvoor is capaciteit nodig.

...

De voorzitter: Aan het begin van haar interruptie reageerde mevrouw Lodders op de heer Wassenberg. Hij maakt melding van een persoonlijk feit. Ik geef hem kort de gelegenheid om te reageren.

De heer Wassenberg (PvdD): Uitlokking wordt dat genoemd. Mevrouw Lodders sprak mij aan en vroeg of ik wel wist dat ook plantaardige eiwitten niet uit de lucht komen vallen. Dat weet ik, maar weet mevrouw Lodders dat de productie van plant-aardige eiwitten veel minder grondstof, energie en water kost dan die van dierlijke eiwitten? Dat is het probleem. Om 1 kilo kip te maken is 5 kilo plantaardig materiaal nodig, terwijl het 20 tot 25 kilo plantaardige eiwitten kost om een kilo rundvlees te maken. Daarin zit het grote probleem en daarop doelde ik met mijn vraag aan de Staatssecretaris. Dierlijke eiwitten zijn veel milieu en klimaatonvriendelijker dan plantaardige eiwitten.

Mevrouw Lodders (VVD): Dat is weer uitlokking in mijn richting, maar we gaan dit debat niet hier op deze manier voeren. Laten we dat op een ander moment doen. Het enige wat ik aangeef, is dat het zeer de vraag is waar het geproduceerd wordt. Nederland kan dat op een heel innovatieve, duurzame en efficiënte wijze. Ik heb meerdere malen voorbeelden genoemd. Laat ik er nu één noemen: de Nederlandse tomaat. In Nederland is daarvoor 4 liter water nodig, terwijl dat in Spanje 60 liter is.

De voorzitter: De Staatssecretaris gaat nu verder met zijn betoog.

Glyfosaat

Staatssecretaris Van Dam: Er zijn nog vragen gesteld over glyfosaat. Verschillende partijen zeiden gelezen te hebben dat Nederland een afwachtende houding aanneemt. Wij hebben geen afwachtende houding aangenomen. De brief over onze positie die ik naar de Kamer heb gestuurd, was duidelijk. Dat was ook de manier waarop we dat debat hebben gevoerd. We hebben natuurlijk wel aan de rapporterende lidstaat, Duitsland, gevraagd hoe die nou precies in deze discussie staat en hoe die de eigen beoordeling weegt. Iedereen heeft ongetwijfeld uit de media vernomen dat Duitsland zijn voorge-nomen stem heeft gewijzigd. Dat heeft bij ons tot de nodige vragen geleid, want juist Duitsland had het voorstel beoordeeld en voorgelegd. Wij wachten nu af wat de Commissie doet. De Commissie heeft gepolst of een verlenging tot aan de publicatie van het EFSA-rapport tot de mogelijkheden behoort. Dat is natuurlijk niet strijdig met het door ons eerder ingenomen standpunt. Als de Commissie dat voorstelt, is het wat ons betreft dus ook akkoord, maar we wachten nu op verdere stappen van de Europese Commissie. De Partij voor de Dieren heeft nog vragen gesteld over het verdwijnen van visnetten en het achterblijven van kapotte netten.

Achtergelaten visnetten

Ik heb in mijn recente brief aangegeven hoe Nederland zich in deze discussie zal opstellen. Dat verandert niet nu er bij de stemming geen gekwalificeerde meerderheid bleek te zijn. Het achterblijven van visnetten is inderdaad een groot probleem. Soms blijven visnetten jarenlang in het water aanwezig. Hier is eerder onderzoek naar gedaan op de Noordzee, maar toen zijn er geen grote hoeveelheden gevonden. Vorig jaar is er met de visserijorganisaties een convenant gesloten om vervuiling door plastic tegen te gaan. Daarin is ook het probleem van de visnetten opgepakt.

Visdumping

De Partij van de Dieren heeft nog een vraag gesteld over de naleving van de aanlandplicht en vooral over de visdumping. Ik heb meerdere malen met de Kamer gesproken over de handhaving van de aanlandplicht. De Kamer heeft de beantwoording van het schriftelijk overleg van de vorige Landbouwraad nog van mij tegoed; niet de beantwoording van de vragen over wat er toen op de agenda stond, maar van de vragen over zaken die niet op de agenda stonden. Ik beantwoord die vragen binnen de reguliere termijn. Volgens mij zat daar eenzelfde vraag van de Partij voor de Dieren bij. Het antwoord daarop komt dus gewoon schriftelijk. Daarmee heb ik volgens mij alle vragen beantwoord.

De voorzitter: Ik zie dat er behoefte is aan een tweede termijn, waarbij ik een spreektijd van één minuut en maximaal één interruptie voorstel.

Glyfosaat

De heer Wassenberg (PvdD): Voorzitter. Ik dank de Staatssecretaris voor zijn antwoorden. Ik wil nogmaals de vraag benadrukken of bij de hertoelating van glyfosaat in ieder geval de meest schadelijke toepassing, zoals het afdoden van graangewassen vlak voor de oogst, kan worden meegenomen in de voorwaarden. Natuurlijk zou ik het liefst zien dat er helemaal geen toelating komt. Ik kan nu antwoord geven op de vraag van de heer Geurts hoe kan worden verklaard dat in bepaalde gebieden steeds minder vogels voorkomen. Ik weet niet of dit voor ieder gebied op de Veluwe geldt, maar steeds meer gebieden op de Veluwe liggen onder een stikstofdeken, onder andere door de vee-industrie. Daardoor verdringen stikstofmin-nende planten, kruiden en bloemen en als er minder kruiden en bloemen zijn, zijn er ook minder insecten en daardoor minder insectenetende vogels. Dit is een verklaring voor het feit dat de vogelstand op de Veluwe afneemt. Ecologen maken zich hier in toenemende mate zorgen over en er wordt steeds meer ecologisch onderzoek gedaan.

Staatssecretaris Van Dam: De heer Wassenberg heeft gevraagd of het afbranden van graangewassen voor de oogst kan worden verboden als glyfosaat toch wordt toegelaten. Ik heb al gezegd dat mijn opstelling ten opzichte van het voorstel van de Commissie is verwoord in de brief die ik onlangs aan de Kamer heb gestuurd. Er is op dit moment geen sprake van extra voorwaarden aan het gebruik. De gebruiksvoorwaarden worden door het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) opgesteld als het concrete middelen op de Nederlandse markt toelaat.