Bijdrage Wassenberg AO Circu­laire Economie 5-10-2016


7 oktober 2016

Voorzitter. Ik begin met het kabinetsplan Nederland circulair in 2050. Het is een heel ambitieus plan. Mijn complimenten daarvoor. In 2050 hebben we geen afval meer en gebruiken we alleen nog maar hernieuwbare stoffen. Ook mijn complimenten voor de brede en integrale benadering van het kabinetsplan; het tegengaan van voedselverspilling, duurzame grondstofwinning, bewuste consumenten, alles komt aan bod en staat erin.

De bestemming is dus helder, maar hoe komen we daar? Hoe bereiken we dit doel? Er gaapt namelijk een heel grote kloof tussen de situatie anno nu en de ambities voor 2050. Per Nederlander produceren we nu vier keer zo veel afval als in 1950. Jaarlijks produceert Nederland zo'n 60 miljoen ton afval. Het afval neemt dus niet af maar toe. Het probleem is niet alleen het produceren van afval, maar ook het verbruik van grondstoffen. Die zaken staan natuurlijk niet los van elkaar. Als iedereen in de wereld dezelfde ecologische voetafdruk zou hebben als de gemiddelde Nederlander, zouden ruim drie aardbollen nog niet voldoende zijn. Reden genoeg om de wijze waarop wij de aarde gebruiken en leeghalen te beperken en afval te gaan gebruiken als grondstof. Daarover zijn we het eens. Circulaire economie dus. Dat vraagt om urgentie, maar we zien tot nu toe nog weinig heel concrete actie. Is de staatssecretaris het met me eens dat circulaire economie niet alleen gaat over voedsel weggooien, maar ook over de milieuonvriendelijke manier waarop voedsel wordt geproduceerd? Een grote verspilling van grondstoffen vindt plaats in het maagdarmkanaal van de dieren in de vee-industrie. Zij worden namelijk gevoed met soja van plantages uit Brazilië. Het is natuurlijk veel efficiënter, gezonder, beter voor het klimaat ook, als mensen zelf die plantaardige eiwitten gebruiken als voedsel. Wat vindt de staatssecretaris hiervan?

De heer Houwers (Houwers):
De heer Wassenberg spreekt over de efficiëntie van plantaardig materiaal. Betekent dit per saldo dat hij iedereen wil verplichten om soja te eten? Streeft hij daarmee naar een verbod op het eten van vlees? Dat zou de uiterste efficiëntie zijn die hij nastreeft. Dat lijkt me erg ver gaan.

De heer Wassenberg (PvdD):
Daar pleit ik niet voor. Bij voedselconversie is het zo dat een rund 20 kilo soja nodig heeft om 1 kilo zwaarder te worden. Dat is een ongelooflijk inefficiënte manier van voedselproductie. De PvdD wil dat een consument, als hij vlees wil eten, alle kosten betaalt die daaraan verbonden zijn: de milieuvervuilingskosten en de kosten van de klimaatverandering. Dat betekent dat we die ontwikkelingen moeten beprijzen. We willen geen verbod op het eten van vlees, maar willen dit wel zo veel mogelijk proberen te beperken. Vlees draagt onevenredig bij aan de klimaatverandering, daar is iedereen het over eens. Nederland kan hieraan bijdragen, want alleen al in Nederland fokken we ieder jaar 550 miljoen dieren in de vee-industrie: koeien, varkens, 480 miljoen kippen. Beperk dit zo veel mogelijk, dan sparen we aan de ene kant het regenwoud in Brazilië, de groene long van de aarde, en aan de andere kant zorgen we dat er veel minder CO2 en methaan de lucht in gaat. We beperken het broeikaseffect op twee manieren: enerzijds door bos in stand te houden en anderzijds door minder uit te stoten. Dit kunnen we met bijvoorbeeld prijsdruk bevorderen.

De heer Houwers (Houwers):
Ik ben gerustgesteld dat er geen verbod komt. We kunnen altijd kijken naar de kosten. Ik daag de heer Wassenberg uit om ook te kijken naar de opbrengsten, want die door hem zo verfoeide vee-industrie, of beter gezegd de agrarische productie, brengt ook heel veel voordelen voor Nederland, voor veel mensen in dit land. Ik denk niet dat we er alleen negatief naar moeten kijken, zoals hij helaas wel doet.

De heer Wassenberg (PvdD):
De boeren, of de producenten moet ik zeggen, klagen steen en been omdat er veel te veel aanbod is en veel te weinig vraag. De prijzen zijn gekelderd. Het is bulkproductie. De opbrengsten voor de Nederlandse economie zijn marginaal, maar de negatieve milieueffecten zijn des te groter. Die balans is ver te zoeken.

De voorzitter:
Voor het overige verwijs ik naar de landbouwbegroting.

De heer Wassenberg (PvdD):
Het kabinet kiest nu voor een aanpak waarin te veel de vrijblijvendheid centraal staat, het polderen. Met polderen komen we er niet. Daarvoor waarschuwt ook het PBL (Planbureau voor de Leefomgeving). Advocaat Rogier Hörchner zegt het zo: "Met een overheid van pappen en nathouden, die we nu te vaak tegenkomen, weten de Coca Cola's en Albert Heijns van deze wereld wel raad." Inderdaad, daar weet het bedrijfsleven raad mee. Neem als voorbeeld de pilot met een beloningssysteem, als alternatief voor ons huidige statiegeldsysteem. Dat is natuurlijk een treuzeltechniek. Het inzamelen van flesjes is daarbij iets voor schoolkinderen of sportclubs. Het afvalbeleid zou zich moeten richten op alle potentiële vervuilers, op alle consumenten dus, en niet alleen op het handjevol dat zwerfvuil inzamelt. Circulaire economie is niet alleen iets voor schoolkinderen of sportclubs, circulaire economie moet doordringen in de haarvaten van de samenleving. Als we zwerfafval kunnen voorkomen, hoeven we het ook niet op te ruimen. Het moet gaan om afvalpreventie. Is de staatssecretaris dit met mij eens?

Bovendien is een beloning veel minder effectief dan statiegeld. Iets verliezen, geld dat je betaalt voor een flesje of blikje dat je niet inlevert, wordt door mensen veel meer gevoeld dan een beloninkje krijgen. Dat blijkt uit onderzoek. Ik zie dat zelf ook bijna elke maand. Ik woon in Limburg, niet ver van de Duitse grens, en kom dan ook geregeld in Duitsland. Daar zie ik minder blikjes op straat liggen, omdat Duitsland statiegeld op blikjes kent en die dus worden ingeleverd. Uit eigen waarneming en uit onderzoek kan ik dus zeggen dat statiegeld werkt, ook op blikjes. Met die kennis in het achterhoofd moeten we ons huidige statiegeldsysteem niet alleen overeind houden, maar moeten we het uitbreiden. Met de pilot lijken deze doelstellingen een beetje uit beeld te zijn. De pilot voorkomt geen zwerfvuil, maar richt zich op het opruimen van problemen die zijn ontstaan. Dat noemen we symptoombestrijding. We moeten concrete maatregelen nemen. De staatssecretaris heeft nog een halfjaar de kans om de groene meerderheid in de Kamer daarvoor in te zetten. Voer gewoon statiegeld in op kleine flesjes en op blikjes. Dat zet zoden aan de dijk. Wat vindt de staatssecretaris hiervan?

Vorig jaar heeft de staatssecretaris de suggestie van de PvdD overgenomen om de enorme bergen afval op stations aan te pakken. Dat doet ze met een green deal. Ik hoor graag hoe het daarmee staat. We moeten en kunnen nog veel meer doen om afval te verminderen. Ik denk bijvoorbeeld aan wegwerpbekers. Kan de staatssecretaris vertellen hoe groot de jaarlijkse milieudruk van wegwerpbekers is? Het verbod op plastic tasjes is een groot succes. Moeten we geen geld vragen voor wegwerpbekers? Zo worden mensen gestimuleerd om hun eigen beker mee te nemen als ze onderweg bijvoorbeeld trek krijgen in koffie. Hoeveel grondstoffen kunnen we daarmee besparen?

Beantwoording staatssecretaris Dijksma:

De heer Wassenberg vroeg of ik ondertussen kan regelen dat de wegwerpbeker verdwijnt. Om te beginnen kan ik me goed voorstellen dat hij zich eraan ergert. We gaan in bredere zin met producenten in gesprek over de vraag wat duurzame en niet-duurzame producten zijn. Uiteindelijk kunnen we druk uitoefenen. De heer Smaling vroeg het al: gebruik je alleen maar de verleiding of oefen je soms druk uit? Dat laatste kan, maar op dit moment is dat niet per product te zeggen. Ik sluit niet uit dat we op termijn een mix van instrumenten maken voor momenten waarop we vinden dat het niet snel genoeg gaat. Mijn indruk is overigens dat een heleboel onderwerpen zich heel snel ontwikkelen en dat we vooral de juiste kant op moeten duwen.

(...)


Staatssecretaris Dijksma:
Ik krijg een soort déjà-vugevoel alsof ik in mijn vorige rol zit, maar dat zit ik niet. De rijksoverheid wil burgers bewust laten zijn van de effecten die consumptie teweegbrengt. Ik heb iets gezegd over de efficiëntie van de Nederlandse landbouw. Die opmerking nam de heer Wassenberg niet mee in zijn samenvatting, maar ik help hem er even aan herinneren dat ik dat heb gezegd. In het debat dat ik al drie jaar met de PvdD-fractie voer, heb ik steeds gezegd dat de rijksoverheid mensen niet dwingend vertelt hoe ze moeten consumeren. Dat doet de rijksoverheid niet. De overheid gaat in de strategie altijd voor de verleiding. Als de heer Wassenberg met mij een heel debat wil voeren over de effecten van de landbouw op onder andere het grondstoffenverhaal, dan kan dat, maar dat wil ik voor een andere keer bewaren. Ik nodig de heer Wassenberg uit om dat gesprek voor een deel ook met de heer Van Dam te voeren, want dat debat hoort, zoals de heer Wassenberg weet, in diens portefeuille thuis. Ik kan er met hartstocht van alles over zeggen en de verleiding is heel groot, maar dan zijn we niet om 18.30 uur klaar.

De heer Wassenberg (PvdD):
Ik heb daar toch nog een vraagje over. In het programma Nederland circulair in 2050 staat inderdaad niet letterlijk iets over het eten van vlees, maar wel iets over de eiwittransitie. Dat is waar we het over hebben en niet over de milieubelasting van het vlees waar de staatssecretaris het over had. Hoe gaat de overheid ervoor zorgen dat de eiwittransitie gaat plaatsvinden? Hoe wordt dat concreet gemaakt?

Staatssecretaris Dijksma:
De eiwittransitie wordt vanuit Economische Zaken op verschillende manieren gefinancierd. Er zijn bijvoorbeeld projecten opgezet om het veevoer niet meer ver weg te laten groeien maar dichterbij, door de mogelijkheid van bepaalde vormen van soja in Nederland te bekijken en daarin te investeren. Er is in allerlei programma's heel veel aandacht voor bewustwording omtrent de ecologische footprint. Ik heb gezegd dat staatssecretaris Van Dam daar volgens mij later dit jaar op terugkomt. Er is een hele lijst met voorstellen die al eerder bekend zijn gemaakt. Een en ander is alleen niet altijd tot tevredenheid van de fractie van de heer Wassenberg.

De heer Wassenberg (PvdD):
Mijn tweede interruptie gaat over de bekers. Er worden erg veel bekers weggegooid. Wat kan de staatssecretaris daaraan doen? De staatssecretaris gaat in gesprek met het bedrijfsleven nog kijken naar — laat ik het even zo zeggen — de wortel en de stok, straffen of belonen. Is de staatssecretaris ervan op de hoogte dat die discussie niet alleen in Nederland loopt maar ook in Groot-Brittannië? Er stond vanochtend een groot artikel in The Guardian, waarin daarop uitvoerig wordt ingegaan. Het duurt 30 jaar voordat een bekertje is afgebroken. Een winkelketen als Starbucks heeft al statiegeld op de herbruikbare bekers. Neemt de staatssecretaris dat allemaal mee? Hoe concreet zijn de gesprekken? Kan ze iets meer vertellen over de gesprekken hierover met het bedrijfsleven? Het is immers een belangrijk onderwerp.

Staatssecretaris Dijksma:
Het is belangrijk dat we het onderwerp laten terugkomen in de transitieagenda's. Het gaat echter niet alleen over dit type producten. Iemand noemde zojuist de chipszakken. Dat is een van die producten waar ik met zorg naar kijk, omdat ze heel moeilijk recyclebaar zijn. Daar moeten we het gesprek over voeren. Het begint echter met een gesprek en niet met een oekaze.

(….)

We zijn onlangs een proef gestart waar bijvoorbeeld ook Natuur & Milieu bij zit, dus het komt niet allemaal uit de verdachte hoek. Mevrouw Mulder vroeg terecht of het niet beleefd zou zijn om de proef een kans te geven. Als bestuurder zeg ik ja. De Kamer kan niet tegen mij, en in dit geval mijn voorganger, zeggen dat de proef moet worden gedaan en als de proef loopt zeggen: we weten de uitkomst al; laat maar zitten. Dat vind ik niet fair. Dat is ook niet fair naar alle mensen die daarbij betrokken zijn. Hebben we met de proef het ei van Columbus? Dat durf ik niet zo te zeggen. Ik stel voor wat mevrouw Cegerek voorstelde. Dan bekijken we of bij de leden de stoom uit de oren komt of dat zij denken dat het misschien wel fair is. Haar voorstel was een soort vergelijkend warenonderzoek om te bekijken wat effectief is, waarbij tevens wordt gekeken naar de kosten voor de burgers en naar de milieuwinst in de verschillende modaliteiten. Er is een proef, die wordt geëvalueerd en daar komt een einduitkomst van. Die uitkomst moeten we serieus kunnen nemen.

Volgend jaar evalueren we de raamovereenkomst. Dat is dus sowieso een moment om met alle partijen — ik wil daar ook graag de milieubeweging bij hebben — te bekijken of we staan waar we moeten staan. Ik ben bereid om in dit kader een onderzoek te starten. In tegenstelling tot de heer Wassenberg, die zegt dat er al heel veel onderzoek is en dat hij het al weet, weet ik het nog niet. Er moet parallel een onderzoek worden gestart naar de kosten en de effectiviteit van het invoeren van statiegeld op kleine flesjes en blikjes. Op het moment dat we de raamovereenkomst evalueren, krijg je een beeld van de verschillende mogelijkheden.

(…)

De heer Wassenberg vroeg naar de stand van zaken van de green deal omtrent het terugdringen van afval op stations. Die green deal is heel succesvol. De uitrol van de gescheiden afvalbakken loopt op schema. Er worden nog dit jaar twee extra stations meegenomen, naast de vijf stations waar de uitrol al heeft plaatsgevonden. Retailbedrijven van de NS zijn actief bezig. Er komt in december een prachtige trein op de markt met de naam Flirt; over verleiding gesproken. Ik heb hem gezien. Er zitten afvalbakken in waarin de passagiers zelf hun afval kunnen scheiden. De afvalbakken zijn nog een beetje klein en moeten iets groter worden, dus daar wordt momenteel aan gewerkt. Zowel NS als ProRail is bezig om duurzaamheid te agenderen. Ik ben er heel blij mee en ook trots op dat ze dat goed doen.

(…)

De voorzitter:
Ik heb de navolgende toezegging genoteerd:

De staatssecretaris laat een onderzoek uitvoeren naar de kosten en de effectiviteit van het invoeren van een statiegeldsysteem voor kleine plastic flesjes en blikjes. Zij zal dit onderzoek voor de zomer van 2017 aan de Kamer zenden.


Staatssecretaris Dijksma:
Bij de evaluatie van de raamovereenkomst. Het betreft een van de onderzoeken die de Kamer alsdan krijgt.