Bijdrage Wassenberg AO Certi­fi­cering zeeschepen


23 april 2019

Dank u wel, voorzitter. Excuses dat ik wat later aankwam, maar het VAO Renovatie Binnenhof – ook heel belangrijk – liep erg uit, waardoor mijn hele agenda een beetje op de helling ging. Maar ik ben toch gekomen. Voorzitter.

De besluitvorming in dit dossier heeft er alle schijn van dat het een haastklus is geweest. Daardoor is de zorgvuldigheid in het geding. Er zijn te veel onduidelijkheden, te veel vraagtekens, om hiermee akkoord te kunnen gaan.

In haar brief van 11 december aan Sea Shepherd schrijft de Minister dat er een en ander in gang is gezet na de klacht van Malta over de Sea-Watch 3, een schip dat drenkelingen uit de Middellandse Zee redde. Daar hebben we het hier nu uitgebreid over gehad. Een en ander heeft geleid tot een besluit waarbij schepen die varen zonder winst-oogmerk en zonder plezieroogmerk, om het zo maar te noemen, maar die voor ideële doelen worden gebruikt, opeens onder andere regelgeving gaan vallen. Dat ook schepen van ideële organisaties veilig moeten zijn en dat de bemanning ter zake kundig moet zijn, betwist niemand. Dat betwisten die organisaties niet en dat betwist ook niemand hier aan tafel. Die ideële organisaties hebben veiligheid en professionaliteit hoog in het vaandel. Ik zie hier toch vooral onduidelijkheden en vragen. Die onduidelijkheden leven ook bij de organisaties die getroffen worden door deze beleidswijziging en zijn niet weggenomen door de antwoorden van de Minister.

We hebben het gespreksverslag van het onderhoud over die beleidswijziging gelezen. Dat gesprek vond plaats op 1 april met de vertegenwoordigers van Greenpeace en Sea-Watch – Women on Waves voelde zich zo voor het blok gezet dat hun vertegenwoordiger het gesprek heeft verlaten – en het verslag is op 17 april opgesteld. We lezen in dat gespreksverslag dat nog steeds niet duidelijk is welke schepen straks wel en welke niet onder de regeling vallen. In het verslag staat letterlijk, ik citeer: er is niet een volledig beeld welke individuele schepen het betreft. Sea-Watch heeft een WOB-verzoek ingediend om via de ILT die informatie te krijgen, maar daaruit bleek alleen dat het Ministerie van IenW geen lijst heeft waarop het gebruik van de verschillende schepen is geregistreerd. Niemand kan dus zeggen wat de exacte gevolgen van dit besluit zijn.

De Minister antwoordt op schriftelijke vragen dat de beleidswijziging nog niet opgetekend was en nog wel zal worden neergelegd in regelgeving, maar dat de ongepubliceerde beleidswijziging toch direct van kracht wordt. Ik zie de Minister vragend kijken. Dat is het antwoord op vraag 27. Er is een categorie van schepen van organisaties met ideële doelstellingen gecreëerd, maar niemand weet dus welke individuele schepen wel of niet in die categorie vallen. Er is dus niet bekend wat de precieze effecten van het besluit zullen zijn. De organisaties die aangeschreven zijn en die schijnbaar onder die regeling vallen, zijn daardoor overvallen en dat verdient geen schoonheidsprijs. Ik hoop dat de Minister dat met me eens kan zijn. Ik vraag haar daarom om meer tijd uit te trekken voor een goede procedure voor het goed in kaart brengen van de gevolgen van zo’n besluit en om de organisaties die het betreft hier echt bij te betrekken, dus niet achteraf, waarbij ze voor een voldongen feit worden geplaatst, zoals Women on Waves heeft geconcludeerd. Die organisatie heeft feitelijk gezegd: bekijk het maar, met deze poppenkast doen wij niet mee; wij stoppen met het gesprek.

In een zorgvuldige procedure kan aandacht besteed worden aan de vraag of aanvullende veiligheidseisen nodig zijn en hoe we die dan zouden moeten vormgeven, maar wel in die volgorde. Voorzitter. De bescherming van levens van drenkelingen maar ook de bescherming van onze zeeën en oceanen, bijvoorbeeld walvissen, is belangrijk werk. Dat moet veilig gebeuren. Het moet niet worden tegengewerkt. Deze beleidswijziging doet dat wel. Dat kan toch niet de bedoeling zijn? Is de Minister bereid om die beleidswijziging niet op stel en sprong in te voeren, maar om in goed overleg met de betrokken organisaties maatwerk te leveren en duidelijkheid te scheppen? Dank u wel, voorzitter.