Bijdrage Wassenberg aan debat over nieuwe Kamer­voor­zitter


7 april 2021

Voorzitter,

Macht en Tegenmacht. We hebben er de afgelopen dagen veel over gehoord. Zelfs door degene die die tegenmacht de afgelopen jaren juist actief heeft proberen te marginaliseren door de Kamer informatie te onthouden. Alle kandidaten hier willen die tegenmacht versterken, de positie van de Kamer versterken. Mijn eerste vraag aan de kandidaten: hoe wilt u dat doen?

Dat hangt natuurlijk ook samen met de motie Leijten en een heleboel anderen die vorige week unaniem werd aangenomen. Die motie breidde het takenpakket van de Kamervoorzitter uit met het bevorderen van het dualisme tussen regering en de Tweede Kamer, en oog te houden voor de mogelijkheid om wetsvoorstellen zorgvuldig en gedegen te behandelen nu de Kamer uit meer fracties bestaat.

Over die zorgvuldige wetsbehandeling stel ik mijn tweede vraag. De agenda van de plenaire zaal is altijd erg vol. Maar als daardoor een plenair debat over een wetsvoorstel wordt vervangen door een Wetgevingsoverleg gaat dat ten koste van de spreektijd van vooral de kleinere fracties.

Wetsvoorstellen verdienen een normale, plenaire behandeling met voldoende tijd om vragen te stellen en moties in te dienen.

Zijn de kandidaten dat met de Partij voor de Dieren eens, en zo ja, op welke wijze zullen zij als voorzitter zich inzetten om de medewetgevende rol van de Kamer goed tot zijn recht te laten komen?

Dan de informatievoorziening aan de Kamer. We zien nog steeds dat de pers vaak eerder door de regering wordt geïnformeerd dan de Kamer, meestal door een welgekozen lek. Kamerleden en de Kamervoorzitter spreken er schande van, de regering belooft dat dit nooit, nooit, nooit meer zal gebeuren en de volgende keer gebeurt het weer. Hoe willen de kandidaten hiertegen optreden?

Over die informatiepositie van de Kamer is meer te zeggen. We zagen de afgelopen periode ook te vaak dat de Kamer helemaal niet de informatie kreeg die zij nodig had voor haar controlerende taak. Het niet of verkeerd of onvolledig informeren door de Kamer gebeurde zó structureel dat het inmiddels een doctrine wordt genoemd, met een eigen naam: de Rutte-doctrine.

Mijn vierde vraag aan de kandidaten: hoe gaan zij strijden voor het recht op informatie van de Kamer en van individuele Kamerleden, ook van de kleine fracties? Zien de kandidaten een rol voor zich weggelegd om bewindspersonen achter de broek te zitten als de informatievoorziening niet tijdig of van ondermaats niveau is?

Voorzitter, mijn fractie wil haar waardering uitspreken voor het werk dat de vorige Kamervoorzitters in gang hebben gezet: het beter toegankelijk maken van het parlement en ervoor zorgen dat burgers goed mee kunnen krijgen wat wij hier doen door debatten te volgen en stukken na te lezen. Ik vertrouw erop dat de kandidaten voornemens zijn om dat pad verder te bewandelen? Ik hoor graag welke ideeën zij daarover hebben.

En als laatste, een punt dat ook voor de Partij voor de Dieren belangrijk is. Vier weken geleden berichten verschillende media dat de minister-president vrouwelijke bewindslieden tijdens de vergaderingen vaak niet liet uitspreken, eerder onderbrak, afkapte.

De minister-president zei dat hij zich er niet bewust van was en heeft beterschap beloofd. Ik noem dit om aan te geven hoe onnadrukkelijk en terloops dit soort gedrag bijna gewoon kan worden. Er hoeven zeker geen kwade bedoelingen achter te zitten, maar als het gebeurt, moeten we ons ervan bewust zijn. Ik wil aan de kandidaten vragen: hoe gaat hij of zij voorkomen dit onbedoelde onderscheid te maken? Hoe gaat hij of zij hierop letten?

Voorzitter, dat was mijn laatste vraag. Ik dank de kandidaten, de leden Bosma, Arib, Bergkamp voor hun bereidheid om de taak als Kamervoorzitter op zich willen te nemen.