Bijdrage Wassenberg aan debat over de omgangs­vormen in de Tweede Kamer


9 maart 2022

Dank, voorzitter. Allereerst: het is een voorrecht en ontzettend belangrijk om hier in het Nederlandse parlement vrij te kunnen spreken. De afschuwelijke oorlog tegen Oekraïne laat zien dat dat geen vanzelfsprekendheid is. Mijn fractie koestert de democratische rechtsstaat, omdat deze burgers een stem geeft, omdat deze burgers beschermt tegen de overheid maar ook omdat het de allerbelangrijkste voorwaarde is voor een vreedzame samenleving.

We zien dat die rechtsstaat ook in Nederland onder grote druk staat. Dat gebeurde onder andere door het kabinet, dat de rechten van burgers ernstig heeft geschonden, onder meer in het toeslagenschandaal, maar de rechtsstaat staat ook op een andere manier onder druk. Politici worden bedreigd en geïntimideerd. Dat gebeurt op straat, dat gebeurt in hun eigen huis, dat gebeurt op de social media en dat gebeurt ook hier in de Tweede Kamer. Journalisten worden bedreigd en worden zelfs aangevallen. We zien ook dat de plenaire zaal wordt gebruikt om de fundamenten van de rechtsstaat aan te tasten.

Voorzitter. De Partij voor de Dieren wil zich nogmaals duidelijk en expliciet uitspreken voor die democratische rechtsstaat en voor iedereen in deze Kamer zou dat een volstrekte vanzelfsprekendheid moeten zijn. Elk Kamerlid heeft bij de beëdiging gezegd dat het zich aan de Grondwet zal houden en heeft trouw gezworen aan de Grondwet. Daarmee heeft elk Kamerlid bijvoorbeeld trouw gezworen aan artikel 1, het verbod op discriminatie. Ik noem voorts artikel 4, waarin staat dat iedere Nederlander hetzelfde recht heeft om volksvertegenwoordigers te kiezen en om zichzelf als volksvertegenwoordiger verkiesbaar te stellen. Het staat als een paal boven water dat niet alleen niet in deze zaal, maar ook niet buiten deze zaal — op straat, op de social media — er sprake kan of mag zijn van bedreigingen, discriminatie of racisme. Dat is altijd, in elke omstandigheid, onacceptabel. Tegelijkertijd hebben Kamerleden grondwettelijk alle ruimte om hun punten in te brengen. Dat is ontzettend belangrijk en dat blijft natuurlijk zo. Maar sommige bewoordingen zijn niet acceptabel. Daarbij is ons Reglement van Orde de grondwettelijk vastgelegde mogelijkheid om de orde in de Kamer te bewaken en te bewaren, als het regelboek waar we ons als Kamerleden aan dienen te houden. Ik dank hierbij de heer Van der Staaij en zijn commissie voor zijn eerdere bijdrage hieraan. Mijn fractie ondersteunt de aangescherpte interpretatie als het gaat om belediging en intimidatie die de Voorzitter gaat hanteren, maar op andere punten uit die notities hebben wij wel twijfels.

In de notitie worden racisme en discriminatie impliciet beschouwd als iets wat mogelijk onnodig grievend is, maar discriminatie is in strijd met artikel 1 van de Grondwet. En uitspraken doen over welke parlementsleden wel of niet het recht zouden hebben op deze plek in het parlement zijn in strijd met artikel 4 van die Grondwet. Dus dit soort zaken is véél fundamenteler dan alleen de vraag of iets wel of niet grievend is. Dat is echt van ondergeschikt belang als je het naast de Grondwet legt. Mijn vraag aan de Voorzitter is de volgende: beschouwt zij het als haar taak om niet alleen intimiderende uitspraken niet meer toe te staan, maar ook uitspraken die dus op die manier tegen de Grondwet ingaan of die de rechtsstaat ondermijnen? En is de Voorzitter het met de Partij voor de Dieren eens dat uitspraken die die rechtsstaat ondermijnen buiten de orde van het debat vallen? De Voorzitter heeft immers zélf in haar notitie een paar duidelijke concrete voorbeelden gegeven.

Voorzitter, ik rond af. De democratische rechtsstaat gaat boven alles. Daar trekt mijn fractie ook meteen de grens. Oproepen in de Kamer die de rechtsstaat ondermijnen, die discriminerend zijn, vallen per definitie buiten de orde van welk debat dan ook. Mijn fractie steunt een voorzitter die op basis van ons eigen Reglement van Orde niet tolereert dat de Kamer gebruikt wordt om de democratische rechtsstaat te ondermijnen of om discriminerende uitlatingen te doen.