Bijdrage Wassenberg aan debat over burger­doden bij Neder­landse lucht­aanval in Irak in 2015


5 november 2019

Voorzitter, in juni 2015 zijn minstens 70 mensen omgekomen bij een Nederlandse luchtaanval op een loods in Hawija, Irak. De coalitie die streed tegen IS in Irak en Syrië, hoopte een fabriek voor autobommen onschadelijk te maken. Door het bombardement werd een aangrenzende woonwijk verwoest en kwamen tientallen onschuldige mensen om het leven.

Voorzitter, de Partij voor de Dieren heeft, met de SP, nooit ingestemd met de Nederlandse luchtaanvallen op Irak. Wij vreesden dat luchtaanvallen de humanitaire crisis zouden verergeren en de voedingsbodem voor terroristen verder zou versterken.

En dat is wat er is gebeurd. Zogenaamde ‘precisiebombardementen’ hebben niet kunnen voorkomen dat minstens 70 mensen het leven hebben gelaten. IS is militair verslagen, maar zet haar terreur voort. De stad Hawija ligt nog altijd in puin.

De brief van de minister over deze kwestie heeft een wrange bijsmaak. Het laat opnieuw zien dat deze Kamer voor haar informatiepositie in toenemende mate afhankelijk is van onderzoeksjournalisten om de waarheid boven tafel te krijgen. Zonder hun werk zou de Kamer ruim 4 jaar na de luchtaanval nog altijd in het duister tasten over de gevolgen.

In een zogenaamde poging tot transparantie roept de minister steeds meer vragen op.

Hoe is het mogelijk dat de inlichtingen van de coalitie zó onvolledig waren, dat over het hoofd gezien werd dat er, zoals de minister zelf in een interview met NRC zei, ‘misschien wel honderden vrachtwagens met TNT in de loods aanwezig waren’?

En de minister zegt, ‘wij calculeren geen burgerslachtoffers in, zo werken wij niet’. De Partij voor de Dieren vindt dat moeilijk te geloven. Oorlog is niet voorspelbaar, zelfs een oorlog die met geavanceerde wapens gevoerd wordt niet. Dat er slachtoffers zullen vallen, staat van tevoren vast.

Voorzitter, hoe kan het dat de minister geen rekening houdt met burgerslachtoffers? Want dan zou Nederland wel drie keer nadenken voor zij instemt met zogenaamde ‘precisiebombardementen’.

Bovendien ontstaat de indruk dat de minister niet helemaal volledig is geweest in haar informatieverstrekking. Volgens een rapport van Airwars waren er onder de dodelijke slachtoffers 22 vrouwen en 26 kinderen te betreuren . Kan de minister die cijfers bevestigen?

Journalisten constateren dat er waarschijnlijk nog tientallen mensen onder het puin hebben gelegen. Kan de minister bevestigen dat er waarschijnlijk veel meer dan 70 dodelijke slachtoffers te betreuren zijn?

Ook heeft de Partij voor de Dieren nog vragen over hoe Nederland gehandeld heeft na de aanval. Uit het feitenrelaas blijkt dat Nederland direct na de aanval wist dat er iets helemaal was misgegaan en dat er veel meer schade was dan vooraf was ingeschat. Wat is toen de reactie van Defensie geweest naar de slachtoffers? Is geprobeerd overlevenden te helpen? Is er onderzocht of er nog mensen onder het puin lagen? Of is er alleen gekeken naar de rechtmatigheid van de inzet en naar eventuele procedurele fouten, zoals de minister schrijft in het feitenrelaas?

Dan de verantwoordelijkheid van Nederland om hulp te bieden in de ravage die zij heeft veroorzaakt. Is ergens in de afgelopen 4 jaar, iemand bij Defensie op het idee gekomen om naar Hawija af te reizen, te praten met de slachtoffers en nabestaanden en het ziekenhuispersoneel? Om de schade aan de stad te inspecteren?

Als je besluit om luchtaanvallen uit te voeren, moet je ook helpen het land weer op te bouwen.

Hoogleraar Zegveld zegt in Trouw dat Nederland verplicht is schadevergoeding te betalen, omdat Nederland expliciet heeft bedongen dat het Nederlands recht van toepassing is op het handelen van de krijgsmacht in Irak. Kan de minister daarop ingaan?

Afsluitend, voorzitter. Het is cynisch om vol te houden dat er bij een aanval waarbij 70 mensen om zijn gekomen, ‘op zich niks fout is gegaan’, zoals de minister gisteren deed in Nieuwsuur. En in haar brief van gisteren herhaalt ze dat alles volgens het boekje is gegaan. Met minstens 70 doden en 100 gewonden als gevolg, grotendeels onschuldige burgers. Bovendien spreekt zij van de slachtoffers als ‘onbedoelde nevenschade’. Met deze ongelukkige woordkeuze ontmenselijkt zij de vele slachtoffers. Daarom vraag ik de minister om afstand te nemen van deze formulering.