Bijdrage Vestering aan debat over het mest­beleid


15 september 2021

Voorzitter, we spreken vandaag niet alleen over mest, maar vooral over water. 70% van het aardoppervlakte bestaat uit water, en schoon water is voor iedereen van levensbelang. En met dat gezamenlijke, gelijke uitgangspunt zou je verwachten dat we ons collectief zouden inspannen voor de bescherming van water. Maar wat zien we gebeuren: we vervuilen water met mest, gifstoffen en plastic. En deze minister lukt het maar niet om de vervuiling van ons water door de landbouw te stoppen. Voorzitter, voor ons ligt alweer het zevende actieprogramma voor de Nitraatrichtlijn. Want kabinet na kabinet slaagde er na zes actieprogramma’s nog - steeds – niet – in om aan de eisen voor waterkwaliteit te voldoen. We produceren en gebruiken nog steeds te veel mest, en dat vervuilt ons water.

Met het 7e actieprogramma zijn we inmiddels 24 jaar verder. 24 jaar, waarin de waterkwaliteit nauwelijks is verbeterd. Zou het 7e actieprogramma nu wel eindelijk de keuzes maken die nodig zijn? Voorzitter, het is niet erg hoopgevend dat de milieueffectrapportage en het advies van de Commissie Deskundigen Meststoffenwet nu al concluderen dat met deze maatregelen de doelen voor de Nitraatrichtlijn en de Kaderrichtlijn Water waarschijnlijk niet gehaald zullen worden. De minister sorteert al voor op meer gebiedsspecifieke verplichtingen in het 8e actieprogramma, maar voorzitter, dat komt per definitie te laat voor de uiterste deadline van de Kaderrichtlijn Water. Waar is de minister nu mee bezig?

Ik heb wel een idee: deze minister kan duidelijk niet nee zeggen. Wel tegen de belangen van de samenleving, maar niet tegen die van de agro industrie. We produceren gewoon een gigantische hoeveelheid mest in ons land: jaarlijks 90 miljard liter. Als je daar een beeld bij wilt hebben: dat is per jaar 102 olympische zwembaden vol mest. Per gemeente! Élke gemeente in Nederland 102 olympische zwembaden vol mest, per jaar. En hoe komt dat? Het zal u niet ontgaan zijn, maar we hebben namelijk heel erg veel dieren. En die mest moet je toch ergens kwijt en liever niet in olympische zwembaden. In plaats van dat deze minister het mestprobleem oplost, smeert ze het mestprobleem uit over ons hele land. Zie hier: de grootschalige mestfraude, de stikstofcrisis en de wanhoopspogingen van opeenvolgende landbouwministers om bij Europa te leuren voor een uitzonderingspositie om meer mest uit te mogen rijden dan dat we hebben afgesproken. De derogatie.

Terwijl onze waterkwaliteit nog altijd slecht is en op plekken zelfs nog achteruitgaat, en ondanks de stikstofcrisis die muurvast zit.

Voorzitter, het wordt bijna gênant. Vandaag mogen Nederlandse ambtenaren hun eerste presentatie geven voor de derogatieaanvraag, maar de minister schrijft dat het Nitraatcomité tien maanden nodig heeft voor een besluit. Dat wordt dus juli 2022, en dan is het mestseizoen al lang begonnen. Bovendien schoot de melkveesector in 2020 door het stikstofplafond en ook in 2021 lijkt dat niet anders te zijn. ‘Ja’, zegt de minister, ‘dan geef ik gewoon het vijfjarig gemiddelde op, dat mag ook, en dan komen we precies óp het stikstofplafond uit.’ Maar voorzitter, het Nitraatcomité is ook niet op z’n achterhoofd gevallen. Dat wéét bovendien dat we midden in een stikstofcrisis zitten, en te kampen hebben met structurele mestfraude.

Het komt erop neer dat de minister nú een keuze moet maken: laat ze derogatiebedrijven er vanuit gaan dat die derogatie er wel komt, en laat ze hen dus meer mest uitrijden? Met het risico op boetes, gedwongen vroegtijdige slacht van melkkoeien wanneer we geen derogatie krijgen, of zeer hoge mestverwerkingskosten voor de boer? Óf vertelt de minister de boeren nu gewoon eens de waarheid? Dat het voor de Nederlandse natuur- en waterkwaliteit onhoudbaar is om nog zo veel mest uit te rijden.

Voorzitter, boeren worden gek van alle regeltjes en het mest-millimeteren. Als we veel minder dieren gaan houden, ontspant de mestmarkt, krijgt mest weer waarde en komt er weer ruimte voor boeren vakmanschap, met minder verstikkende regeltjes.

De enige logische stap die de minister nu kan nemen is stoppen met de derogatieaanvraag. We moeten niet langer vastzitten in het oude denken dat we het mestprobleem gaan oplossen met een uitzondering, maar in samenhang bezien. Met de stikstofcrisis, de natuurcrisis en alle uitkoopregelingen die gaan volgen. Minder dieren = minder mest = minder problemen.