Bijdrage Vestering aan debat over de Wet dieren


21 april 2021

Voorzitter. U en ik zijn ermee opgegroeid. Het was eeuwenlang waar wat onze ouders ons in onze vroegste jeugd leerden: alle eendjes zwemmen in het water. Maar toen we met z'n allen even niet opletten, is alles veranderd.

Jaarlijks hebben ruim 8 miljoen eenden in de Nederlandse veehouderij geen zwemwater, waardoor ze niet kunnen zwemmen, maar ook hun veren niet kunnen wassen. Zonder zwemwater rust hun hele gewicht voortdurend op hun zwemvliezen. Daar zijn hun pootjes en daar is hun lichaam niet voor gebouwd. Jonge kuikens vallen om, blijven liggen en sterven. Ze kunnen ook niet vliegen. In de eendenhouderij, een bedrijfstak die het daglicht niet kan verdragen, sterven jaarlijks honderdduizenden kuikens in dichte en donkere stallen. De dieren die het overleven, voelen voor het eerst water in het slachthuis, wanneer ze ondersteboven aan haken onder water worden getrokken in een elektrocutiebad. De eenden — of beter gezegd: de kuikens — zijn dan zeven weken oud.

Voorzitter. We zouden ervoor kunnen kiezen om onze kinderen een nieuw kinderliedje aan te leren over de eendjes, over hoe de dieren echt worden gehouden in de Nederlandse eendenhouderij. Maar liever houd ik vast aan het origineel, zodat alle eendjes kunnen zwemmen in het water.

Volgens de wet mag je dieren in Nederland geen pijn doen en geen letsel toebrengen. Dat is een prima uitgangspunt, zou je denken, maar de wet voegt daar iets aan toe: je mag een dier geen pijn of letsel toebrengen, of de gezondheid of het welzijn van dieren benadelen, tenzij dit een redelijk doel dient. Is het kwellen van dieren in ongeschikte systemen, waar ze levenslang in het donker zitten zonder hun eerste levensbehoefte, een redelijk doel? Ik denk het niet. Kan de wetgever het zo bedoeld hebben?

Handhaven is lastig. Dat is de conclusie van diverse evaluaties en analyses. De Wet dieren heeft immers zo veel open en onduidelijke normen dat er niet op te controleren valt. Wettelijke bescherming is zo ruim geformuleerd dat er geen sprake is van werkelijke bescherming. Dat zorgt voor onduidelijkheid, discussie en de onmogelijkheid van effectieve handhaving. Dat is een groot en structureel probleem, waar de dieren letterlijk het slachtoffer van zijn. Dit is al jaren bekend bij het ministerie van Landbouw en ook de minister vindt open normen onwenselijk.

De Wet dieren erkent de intrinsieke waarde van dieren, een eigen waarde los van hun nut voor de mens, maar toch worden dieren in de Nederlandse veehouderij als wegwerpmachines gebruikt. Ze worden doorgefokt om de productie te verhogen, zelfs met fysieke aanpassingen. Eendenkuikens worden doorgefokt met extra veel borstvlees, er worden onnatuurlijk veel biggetjes per worp geboren en zeugen worden doorgefokt met extra spenen. Koeien worden letterlijk uitgemolken, tot soms wel 11.000 liter melk per jaar, maar hun kalf krijgt er niets van en mag niet bij zijn moeder blijven. En als het dier op is, gaat het naar het slachthuis. Dat is het lot van zo'n 640 miljoen dieren per jaar in ons land. Nergens ter wereld worden er zo veel dieren op zo'n kleine oppervlakte gehouden als in ons land. Tegenover het georganiseerde leed dat deze honderden miljoenen dieren per jaar wordt aangedaan, staat slechts minimale wettelijke bescherming. De wetgeving die dieren zou moeten beschermen, staat ongekend veel toe in de uitzonderingen daarop. Praktische belangen dienen als legitieme grond om alles te doen met dieren wat volgens de uitgangspunten van de wet in beginsel verboden is.

Voorzitter. Dat moet en kan anders. Wij kunnen dat hier en nu regelen. De Partij voor de Dieren is niet de enige die wil dat we anders omgaan met dieren. Al meer dan twintig jaar signaleert en concludeert kabinet na kabinet dat de wijze waarop de veehouderij is ingericht, anders moet. Het was de commissie-Wijffels die precies twintig jaar geleden de Nederlandse veehouderij terugverwees naar de tekentafel. Ik citeer: "In de hoogst ontwikkelde stedelijke samenleving die wij nu hebben, past de historisch zo gegroeide huidige veehouderij niet meer. Economisering en schaalvergroting hebben zelfs tot amorele verschijnselen geleid. Behalve op het gebied van dierenwelzijn leidt de huidige intensieve veehouderij ook op milieugebied tot problemen. De intensieve veehouderij, zoals die nu functioneert, kan straks niet meer". Mooie woorden volgden, opgeschreven in een reeks nota's over landbouw, voedsel en dierenwelzijn, met als doel om in 2012, maar uiterlijk 2022 dieren in de veehouderij de mogelijkheid te bieden om hun eigen natuurlijke gedrag te vertonen.

Er volgenden meer beloften. Oud-minister Brinkhorst beloofde namens het tweede paarse kabinet dat er uiterlijk in, weer, 2022 een verbod zou zijn op het transporteren van levende dieren over lange afstanden en dat er een verbod zou komen op het houden van konijnen en legkippen in kooien. Fysieke ingrepen zouden verboden worden, zoals het castreren van biggen, het onthoornen van kalfjes en het afbranden van de achterste tenen van hanen. Er volgenden opnieuw plannen van aanpak, gesprekken met de sector, nog meer beloften en mooie woorden. Zo ook van oud-minister Verburg, die namens het kabinet-Balkenende IV beloofde dat uiterlijk in 2022 het perspectief van het dier leidend zou zijn bij de inrichting van stallen en de bedrijfsvoering. Dieren zouden hun natuurlijke gedrag moeten kunnen vertonen, ze zouden daglicht krijgen en voldoende ruimte om zich goed te kunnen bewegen. En er zou een einde komen aan de fysieke ingrepen om dieren aan te passen aan de manier waarop ze worden gehouden. Deze beloften kwamen van alle partijen uit het huidige demissionaire kabinet, nog steeds een meerderheid in de nieuwe Kamer. We hebben nog acht maanden om deze mooie beloften en goede voornemens in te lossen. Doen we dat niet, dan maken we de politiek volkomen ongeloofwaardig.

Voorzitter. Als groen Kamerlid wil ik graag geloven dat we kunnen rekenen op de politieke beloften van de Tweede Kamer. Als ik kijk naar de verkiezingsprogramma's en alle diervriendelijke woorden tijdens de verkiezingscampagne, dan ben ik hoopvol gestemd. Een meerderheid van de Tweede Kamer wil bijvoorbeeld de rechtspositie van dieren versterken, wil dierenmishandeling aanpakken, dieren beschermen tegen stalbranden en een einde maken aan de kooihuisvesting van dieren. Laten we niet nóg eens twintig jaar onze tijd verspillen met nieuwe plannen van aanpak, kansen voor de sector en meer valse beloften. Dieren in de veehouderij zijn afhankelijk van mensen voor hun welzijn en gezondheid. Dat vraagt heldere en handhaafbare regelgeving. Laten we de beloften nakomen die onze voorgangers aan de dieren en aan de volksvertegenwoordiging gemaakt hebben. Ik dien daartoe dan ook verschillende amendementen in.

Om de dieren in de veehouderij de wettelijke bescherming te bieden tegen georganiseerd dierenleed, zoals het houden van eenden in stallen zonder zwemwater en het verrichten van ingrepen zonder medische noodzaak, dien ik een amendement in dat regelt dat een dier aanpassen aan de wijze van huisvesten, geen redelijk doel is om bij een dier pijn of letsel te veroorzaken. Zoals oud-minister Verburg al zei: "Het perspectief van het dier moet leidend zijn bij de inrichting van stallen en bij de bedrijfsvoering".

Ook het houden van dieren in kooien is onaanvaardbaar. Dieren kunnen dan amper nog hun natuurlijke gedrag vertonen. Het is onaanvaardbaar dat er anno 2021 nog steeds dieren in de vlees- en eierindustrie in kooien moeten leven. Het is tijd om hier nu een einde aan te maken en om de belofte van oud-minister Brinkhorst na te komen. Ik dien hiervoor dan ook een amendement in.

Voorzitter. Zoals veel bewindspersonen eerder hebben beloofd, moet er een einde komen aan het stressvolle diertransport over lange afstanden. Denk aan de duizenden koeien die Nederland nog jaarlijks over zee transporteert naar landen in het Midden-Oosten. Dit is een recept voor grote drama's en ernstig dierenleed. We zagen onlangs nog de twintig schepen met dieren die vastlagen door de blokkade van het Suezkanaal. En vorige maand eindigde een drama met twee schepen met duizenden runderen, die bijna drie maanden ronddobberden op de Middellandse Zee, in het doden van alle nog levende dieren.

We moeten ook kijken naar de omstandigheden in het land van aankomst. Afgelopen zomer maakte Eyes on Animals beelden van slachthuizen in Libië en Libanon, waar ook Nederlandse runderen terechtkomen. De dieren werden daar op gruwelijke wijze behandeld en geslacht. Laten we nu een einde maken aan dit onnodige dierenleed. Daarom dien ik een amendement in om diertransporten over zee naar landen buiten de EU te verbieden.

Voorzitter. Er zijn nog twee dringende aanpassingen nodig aan de Wet dieren. Die wil ik vandaag aan de Kamer voorleggen. Dieren in de veehouderij zijn volledig afhankelijk van mensen, van ons, als het om hun veiligheid gaat. Toch sterven jaarlijks gemiddeld 143.000 dieren een afschuwelijke dood tijdens stalbranden. Ze verbranden levend of stikken in de rook. De Onderzoeksraad voor Veiligheid concludeerde in het onlangs verschenen rapport dat geld de doorslag heeft gegeven voor het kabinet om dieren niet beter te beschermen tegen stalbranden. Overheidsplannen om het aantal stalbranden te verminderen, hebben niet gewerkt. De brandveiligheid is in de afgelopen jaren zelfs verslechterd, onder meer door technologische lapmiddelen, zoals luchtwassers, en door emissiearme stalvloeren. Toch worden hier nog altijd honderden miljoenen euro's subsidie voor uitgetrokken. De ministeries van BZK en LNV hebben in interviews met de Onderzoeksraad aangegeven dat zij tot op heden geen reden zien om aanvullende regels te stellen om de stalbrandveiligheid te verbeteren. Ik mag toch hopen dat dit niet zo bedoeld is. Ik vraag om een reactie van de minister.

De Onderzoeksraad voor Veiligheid doet de volgende aanbeveling, en ik citeer: "Zorg voor adequate regelgeving en toezicht om het aantal dierlijke slachtoffers van stalbranden substantieel te verminderen. Dit heeft in elk geval betrekking op het creëren van een grondslag in de Wet dieren voor bescherming van landbouwhuisdieren tegen de gevaren van stalbranden. Brandveiligheid dient op grond van de wet een volwaardige positie te krijgen ten opzichte van andere waarden en belangen." Ik dien mede namens de SP, BIJ1, GroenLinks en D66 een amendement om deze wettelijke grondslag te creëren voor de bescherming van dieren tegen de gevaren van stalbranden.

Voorzitter, tot slot. In een land waarin jaarlijks 640 miljoen dieren worden gefokt, gebruikt en geslacht, en waar dagelijks vele dieren worden geboren en andere dieren met een moordend tempo door het slachthuis worden gejaagd, kan een beschaafde volksvertegenwoordiging niet langer wegkijken van de gevolgen van bulkproductie voor de export. Dieren worden maximaal uitgebuit tegen minimale kosten. Intensivering en schaalvergroting stonden voorop. Stallen zijn fabrieken geworden, en het hele systeem is zó gericht op efficiëntie dat het voortdurend door moet blijven draaien. Als er ergens in het proces van fok tot slacht om wat voor reden dan ook een kink in de kabel komt, ontstaan er direct problemen. We zagen dat toen de export stil kwam te liggen door de coronamaatregelen en er direct overschotten aan bijvoorbeeld kalfsvlees en eendenvlees ontstonden. Pluimveeslachterijen riepen op om minder dieren te fokken, maar de centrale regie hierop ontbrak. Overvolle stallen dreigden toen er minder dieren konden worden geslacht door de uitval van medewerkers en toezichthouders en door de tijdelijke sluiting van een aantal slachthuizen. Dieren moesten langer in de stallen blijven, die daardoor nog voller dreigden te raken. Maar de minister had niet de wettelijke mogelijkheden om fokbeperkingen in te stellen om te voorkomen dat de overvolle stallen nog verder vol zouden stromen met jonge dieren en zo ernstig dierenleed te voorkomen.

Die mogelijkheden heeft ze ook niet als het gaat om het beperken van het fokken met melkkoeien, nu we mogelijk in 2022 geen nieuwe derogatie krijgen. Dat is de uitzonderingspositie in het Europees mestbeleid waardoor Nederland meer mest mag produceren en daardoor meer dieren kan houden dan verantwoord is. Hierdoor is de kans groot dat we over negen maanden meer mest en dus meer dieren hebben dan we volgens Europa kunnen houden, waardoor er direct pasgeboren kalfjes maar ook drachtige koeien naar de slacht moeten worden afgevoerd, zoals ook gebeurde in 2017, bij de overschrijding van het fosfaatplafond. Door tijdig fokbeperkingen in te kunnen stellen, kan de minister zo'n nieuw drama voorkomen. De Partij voor de Dieren wil dat de minister de juridische mogelijkheid krijgt om in dergelijke situaties te kunnen ingrijpen om ernstige dierenwelzijnsproblemen of zelfs destructie van dieren te voorkomen. Ik dien daarom dit amendement in, om de minister de wettelijke mogelijkheid te geven om fokbeperkingen in te stellen en dierenleed te voorkomen.

Dank u wel.