Bijdrage Vestering aan debat over de Slotwet Minis­terie van Landbouw, Natuur en Voed­sel­kwa­liteit


8 juli 2021

Voorzitter. Stilstaan doe je soms om vooruit te komen. Vandaag wil ik stilstaan bij het afgelopen jaar, het begin van de roerige jaren twintig, het beslissende decennium als het gaat om dier, natuur en milieu. Ik blik terug op het jaar waarin we een crisis moesten gaan oplossen; de grootste crisis die de premier in zijn carrière had meegemaakt, namelijk de stikstofcrisis. Maar het stikstofprobleem, dat eigenlijk een natuurcrisis is, werd niet opgelost. Het raakte uit beeld door de coronacrisis. Ondertussen holt de biodiversiteit achteruit met gevaar voor ons welzijn en onze welvaart. De Nederlandse natuur is dusdanig verslechterd dat we niet alleen de wet overtreden, maar ook op het punt zijn beland dat ecosystemen onherstelbaar in dreigen te storten. Dat zijn ecosystemen waar we allemaal afhankelijk van zijn.

Het punt waarover ik de minister ter verantwoording wil roepen, is dat het jaar 2020, waar wij vandaag op terugblikken, een verspild jaar was voor de stikstofcrisis. Die tijd hebben we helemaal niet. Echte keuzes om de natuur overeind te houden, maakte de minister van LNV niet. Ze kwam met een stikstofwet die niets meer was dan een politiek compromis. Iedereen, zelfs het CDA, erkent nu dat die wet bij lange na niet voldoende doet om de verslechtering van de natuur tegen te gaan. Het is toch moeilijk te geloven dat de minister dat niet allang wist? Zelfs topambtenaren stelden onomwonden vast dat de wet van de minister niet ver genoeg gaat. Ik wil graag van de minister weten of deze ambtenaren haar destijds hebben gewezen op het feit dat de stikstofwet niet doet wat nodig is voor de natuur en wat wettelijk noodzakelijk is. Want de minister verdedigde haar wet waarin ze de boeren in de klem houdt tussen de hoge schulden en de lage prijzen. Ze presenteert de belastingbetaler de rekening die iedere dag hoger en hoger en hoger wordt wanneer de krimp van het aantal dieren in de veehouderij wordt uitgesteld. Door decennialang noodzakelijke maatregelen vooruit te schuiven en te kiezen voor de economische kortetermijnbelangen zijn natuur- en klimaatdoelen zó ver buiten beeld geraakt dat steeds drastischere ingrepen nodig zijn om deze te halen, tot je op een punt belandt dat zelfs het Planbureau voor de Leefomgeving zegt: de veehouderij is in drie provincies niet langer houdbaar. Dat is een krimp van 100%.

De minister bleef met haar stikstofwet goeddeels inzetten op technische lapmiddelen waarbij boeren worden opgezadeld met hoge schulden en een groot deel van hen het faillissement in wordt gejaagd. Inzet op vrijblijvende maatregelen en technologische lapmiddelen heeft ervoor gezorgd dat het aantal boerenbedrijven in Nederland sinds 2001 is gehalveerd, terwijl het aantal dieren in de veehouderij vrijwel gelijk is gebleven. Dat is boerenbedrog. We hebben gisteren opnieuw gezien tot welke frustratie dat leidt. De partijen die niet het aantal dieren in de veehouderij willen krimpen, zijn verantwoordelijk voor een krimp van het aantal boeren, zo ook de minister. Gelukkig is het PBL daar deze week in het nieuwe rapport erg duidelijk over geweest: zet niet in op dure, technische stallen als je weet dat je die later toch weer moet gaan uitkopen. En: wees eerlijk. Waarom heeft de minister niet het eerlijke verhaal verteld? Natuurlijk kijk ik daarbij ook naar de rol van de Kamer, die deze verwerpelijke wet heeft aangenomen. Waar was de minister van Natuur in 2020?

Terwijl de urgentie van de klimaatcrisis, het natuur- en biodiversiteitsverlies, de puinhoop in het stikstofbeleid, de mestfraude en de ernst van het georganiseerde leed dat dieren in de veehouderij wordt aangedaan, schreeuwt om spoedig en ingrijpend handelen, bleek 2020 toch weer een jaar van achter de feiten aanlopen en brandjes blussen. Dat is niet alleen in figuurlijke zin. In 2020 kwamen er meer dan 100.000 dieren om tijdens stalbranden. Ze verbrandden levend of verstikten in de rook. Jaar in, jaar uit is dit een terugkerend feit en worden we steeds opnieuw opgeschrikt door gruwelijke beelden van stallen waar de vlammen door het dak heen breken, terwijl we weten dat in de stallen vele duizenden dieren worden gehouden met geen enkele mogelijkheid om te ontsnappen. De minister schrijft in haar jaarverslag dat ze stalbranden heeft willen voorkomen door brandveiligheid op te nemen als subsidievoorwaarde voor nieuwe stallen. Kan de minister uitleggen waarom ze niets heeft gedaan om brandveiligheidsmaatregelen te treffen — of beter gezegd: brandveiligheidseisen te stellen — om deze dieren te beschermen? Stilzitten is geen vooruitgang. Hoe blikt de minister zelf terug op het gebrek aan bescherming onder haar bewind, nu we ook uit het rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid weten dat de brandveiligheid voor dieren in de veehouderij alleen maar is afgenomen, met vele slachtoffers als gevolg? Waarom? Omdat het kabinet vond dat het te veel geld kostte om deze dieren beter te beschermen. We roepen de minister dan ook op om snel invulling te geven aan de wettelijke mogelijkheid die zij nu heeft gekregen van de Kamer om dieren daadwerkelijk te beschermen tegen stalbranden.

Voorzitter. Economische belangen prevaleerden boven die van de dieren, maar ook boven het belang van de volksgezondheid. Nadat vorig jaar de coronapandemie was uitgebroken en het leven van vele mensen ingrijpend veranderde of zelfs ophield, zou je verwachten dat het kabinet wel wat voorzichtiger zou omspringen met zoönosen. Zeker nu het kabinet zich laat adviseren door virologen die waarschuwen dat Nederland als meest veedichte land ter wereld een tikkende tijdbom is voor de verspreiding van dierziektes naar mensen. Ook in het rapport van de expertgroep zoönosen, dat deze week verscheen, wordt gesteld dat Nederland een potentiële hotspot is voor zoönose-uitbraken.

Maar toen Nederland de primeur had dat er corona uitbrak in de veehouderij, in een nertsenhouderij, reageerde de minister op z'n janboerenfluitjes. Waar in Denemarken direct fors werd ingegrepen toen bleek dat de nertsenfokkerij een broedplaats was voor de virusmutaties, mochten Nederlandse nertsenfokkers de dieren gewoon laten doorgroeien, om ze in november het vel over de oren te trekken om er een jas van te maken. Tenzij bedrijven besmet raakten met het coronavirus. En dat gebeurde. Bij 70 nertsenfokkerijen, meer dan de helft van het aantal bedrijven, werden alle nertsen vroegtijdig vergast: bijna 3 miljoen dieren.

Onlangs bleek dat bij maar liefst 42 van deze bedrijven ook mensen zijn besmet met een coronavariant die is ontstaan door mutaties in de nertsenfokkerij. Ook buiten de nertsenfokkerij blijken toch mensen te zijn besmet met de nertsenvariant van het virus. Mensen die dus niets met deze sector te maken hebben, maar er wel ziek van zijn geworden. Iets wat het afgelopen jaar telkens werd weggewuifd, omdat dit risico vrijwel nihil zou zijn. Hoe kijkt de minister hierop terug? Erkent zij dat er flink risico is genomen door zolang te wachten met ingrijpen? Was dit het wel waard volgens de minister?

Voorzitter. De nertsenhouderij en de nertsenfokkerij zijn uiteindelijk gelukkig beëindigd. Een moreel verwerpelijke sector die overigens wat de Partij voor de Dieren betreft ook zonder corona geen dag langer had mogen bestaan.

Nertsen waren echter niet de enige dieren die vanwege zoönose met duizenden tegelijk werden vergast in 2020. Ook het afgelopen jaar werd opnieuw vogelgriep aangetroffen in de pluimveehouderij. Daardoor zijn meer dan 800.000 kippen, eenden en kalkoenen vergast. De ophokplicht volgde. De lockdown voor honderden miljoenen dieren, die geen 1,5 meter afstand kunnen houden, werd deze week na achtenhalve maand eindelijk opgeheven. Het vooruitzicht is echter niet rooskleurig. Als je doet wat je altijd deed, dan krijg je wat je altijd kreeg. De aanpak is sinds jaar en dag hetzelfde. We laten het gebeuren en als het misgaat, vergassen we alle dieren in de hele stal plus de dieren in de nabijgelegen stallen. Dit najaar zullen opnieuw kieren in stallen worden dichtgemaakt met purschuim, gasinstallaties worden neergezet, en de stallen volgespoten worden met gas, wanneer de dieren met duizenden tegelijk geruimd, vergast worden. Want zo gaat dat, om de stallen vervolgens weer vrolijk te kunnen vullen met duizenden jonge dieren die weer hetzelfde risico lopen.

Het virus is inmiddels van vogels naar vossen overgesprongen en ook mensen kunnen van bepaalde vogelgriepvirussen ziek worden. Ze kunnen er zelfs aan overlijden. Virologen waarschuwen ons dat het een kwestie van tijd is tot het vogelgriepvirus zich zodanig verder muteert dat het niet alleen van dier op mens besmettelijk is, maar ook van mens op mens. En dan, voorzitter? Waarom luistert het kabinet pas naar de deskundigen als we midden in een gezondheidscrisis zitten? Waarom neemt de minister nu de waarschuwingen niet ter harte en treft zij geen voorzorgsmaatregelen, zoals het verlagen van het aantal dieren in de pluimveehouderij, van het aantal dieren per stal en van het aantal dieren en bedrijven in een gebied? Dat adviseert ook de expertgroep zoönosen. Het terugbrengen van het aantal pluimveebedrijven in waterrijke gebieden is ook een advies van de expertgroep. Of een stop op de export van broedeieren, waarmee de pluimvee-industrie ook in beruchte vogelgrieplanden in de benen wordt gehouden. Of het sluiten van besmette kippenstallen, om te voorkomen dat er nieuwe, voor de mens gevaarlijke, infecties ontstaan.

De minister zegt steeds dat volksgezondheid op de eerste plaats staat, maar waarom zien we dat niet terug in het handelen van het kabinet? Waarom sluit de minister niet de eendenhouderijen die 23 keer meer kans lopen om vogelgriep te krijgen dan stallen met kippen?

Ook op het gebied van de geitenhouderij is in het afgelopen jaar stilgezeten. Na de Q-koorts spreekt het RIVM van een mogelijk nieuwe zoönose in de geitenhouderij. Al tien jaar blijkt uit onderzoeken dat omwonenden in een straal van 2 kilometer rondom een geitenbedrijf een groter risico lopen op longontstekingen. De GGD waarschuwt dat het opheffen van provinciale geitenstops medisch onaanvaardbaar zou zijn. Het kabinet doet nog steeds niets om het aantal geiten in de geitenhouderij te begrenzen. En het doet niets om de provinciale geitenstops te behouden. In welk woordenboek valt dat onder het voorzorgsprincipe?

Voorzitter. Over voorzorgsmaatregelen gesproken. Er was er een die de minister vorig jaar wel nam. Na aaneengesloten jaren met warme zomers tellen we jaarlijks tienduizenden dieren die sterven door de hitte. In de extreem warme zomer van 2019 stierven minstens 163.000 dieren door de hitte. Exacte aantallen worden niet eens geregistreerd. Er volgde vorig jaar wederom een extreem hete zomer. Dit jaar zal dat niet anders zijn. Ik roep de minister op om deze cijfers voortaan bij te houden en ze openbaar te maken. Bijvoorbeeld de cijfers van Rendac, die iedere zomer extra ritten maakt om alle dieren op te halen die zijn gestorven in de stallen.

Dieren worden in Nederland ook tijdens hittegolven naar slachthuizen afgevoerd in veewagens zonder ventilatie en waarin de temperatuur al snel extreem hoog oploopt. Als het buiten bijna 35 graden is, kan het in een vrachtwagen wel 40 tot 45 graden worden. Dieren kunnen hun hitte niet kwijt. Ze hebben nauwelijks ruimte om zich te bewegen of om überhaupt te liggen. Ze gaan hijgen en drogen uit. Een flink aantal dieren sterft van ellende. Ieder jaar belooft de minister aanvullende maatregelen te treffen om dierenleed tijdens hittegolven te voorkomen. Dan worden sectorplannen opnieuw bekeken en soms worden ze wat aangescherpt. Dan komen er onzalige voorstellen bij, zoals de suggestie om dieren eerder af te voeren naar het slachthuis, of om ze minder eten te geven. Dit zijn voorbeelden van maatregelen om hittestress te voorkomen uit het hitteprotocol van de varkenssector, waar de Kamer zich vorig jaar tegen uitsprak.

Inmiddels is wel duidelijk dat vrijblijvende afspraken onvoldoende werken. Dit concludeerden ook de Dierenbescherming en Eyes on Animals onlangs nog. Slecht één maatregel werd niet vrijwillig maar wettelijk vastgelegd. Nadat met name de pluimveesector zich niet wilde houden aan een vrijblijvende afspraak om geen dieren te vervoeren bij een temperatuur boven de 35 graden, heeft de minister dit vorig jaar wettelijk vastgelegd. Dat was een hele belangrijke stap. Maar het vervoeren van vleeskuikens — een akelig woord — in vrachtwagens bij een buitentemperatuur van 34 graden, is nog altijd doffe ellende, zeker omdat deze transporten plaatsvinden zonder mechanische ventilatie of airco, waardoor de temperatuur in de vrachtwagens 5 graden tot zelfs 10 graden hoger ligt. Vleeskuikens hebben, doordat ze worden gefokt op hun zware gewicht, sneller last van hittestress en ze produceren zelf ook meer warmte door hun stofwisseling. Hierdoor kunnen deze dieren al bij een buitentemperatuur van 20 graden last krijgen van hittestress. De door de minister ingestelde temperatuurgrens van 35 graden is dus veel en veel te hoog.

Dat geldt ook voor andere diersoorten, bijvoorbeeld varkens. Zij kunnen ook moeilijk hun warmte kwijt. Ze koelen van nature af door in de modder te rollen om zo, via verdamping, hun warmte kwijt te raken. Dat lukt niet in een vrachtwagen. En dus kunnen de dieren hun warmte niet kwijt tot ze er beroerd van raken. Niet voor niets zet de minister zich in Europa in om een einde te maken aan niet-geventileerde langeafstandsdiertransporten bij buitentemperaturen van 30 graden of meer. Dat gaat dus om 30 graden. Maar waarom zouden we dan in Nederland een temperatuur van maximaal 35 graden aanhouden? Ik wil de minister vragen om niet alleen in Europa te pleiten voor een maximale temperatuur van 30 graden, maar daar ook in Nederland mee te beginnen, bij alle diertransporten. Ik dien hiervoor in de tweede termijn een motie in.

Voorzitter. De dieren die wel levend aankomen bij het slachthuis, staan vervolgens ellenlang voor de deur te wachten in hete vrachtwagens. Of de vrachtwagens moeten rondjes blijven rijden totdat ze aan de beurt zijn. Verlaag de slachtsnelheid in slachthuizen, zodat er minder dieren hoeven te worden aangevoerd. Is de minister bereid om een maximale wachttijd van 15 minuten vast te leggen? Ook voor de hoeveelheid dieren die wordt ingeladen in vrachtwagens op hete dagen, gelden slechts vrijblijvende richtlijnen, die tekortschieten voor een aantal diertransporten. Zorg voor een wettelijke plicht om het aantal dieren te verlagen dat per vrachtwagen mag worden vervoerd. Zorg voor een structureel lagere stalbezetting in de maanden waarin de kans dat het heet wordt, erg groot is. Dan voorkom je dat dieren in snikhete stallen komen te zitten of dat ze in bloedhete vrachtwagens naar het slachthuis worden afgevoerd. Begin tegen te gaan dat de sector in die bloedhete dagen meer dieren houdt dan anders. Waarom heeft de minister vorig jaar niet voor deze maatregelen gekozen? Ook hiervoor dien ik een motie in. Nu de zomer op ons ligt te wachten, kijk ook ik met vrees uit naar alle ellende die dit met zich meebrengt voor de dieren.

Voorzitter. Dan de varkensrechten. Dat is een woord, waarvan in eerste instantie mijn hart sneller gaat kloppen. Wat zou het mooi zijn als varkens rechten zouden hebben. Maar in dit geval zijn varkensrechten rechten van mensen. Hoeveel varkens door een varkenshouder mogen worden gefokt of gedood, is vastgelegd in een hoeveelheid varkensrechten. Omdat we te veel varkens houden in Nederland, hebben we een stikstofprobleem, is er sprake van stankoverlast en zijn er gezondheidsrisico's.

Voorzitter. Wat kun je dan doen? Dan kun je als overheid varkensrechten opkopen om het aantal varkens in de veehouderij te verminderen. En dat gebeurde, in de regio's Zuid en Oost, waar de meeste stankoverlast is, betaald met een belastinggeld en een dikke lening. Toen zat de minister met varkensrechten in haar maag, want om de lening weer terug te kunnen betalen, aan de Rabobank in dit geval, moesten de varkensrechten in andere regio's verkocht worden, maar bijna niemand wilde ze kopen. Dus wat deed de minister? In plaats van te kiezen voor de natuur, en de rechten uit de markt te halen, koos de minister voor de belangen van de Rabobank. Ze gaf hen toestemming om de varkensrechten weer te verkopen, aan precies dezelfde regio's, regio Zuid en Oost, waarvan de rechten net waren vrijgekocht. En ze verkocht ze met korting.

Dat is een raar verhaal. We hebben net de rechten opgekocht met belastinggeld, en het stinkt nog steeds. Dat is raar, maar het wordt nog erger. De minister had nóg een opdracht om varkensrechten op te kopen. Want ja, het stonk nog steeds. De klimaatdoelen werden niet gehaald, en de stikstofdoelen ook niet. Dus zei de minister: we gaan varkensrechten opkopen, in de regio's Zuid en Oost. Er we vroegen nog aan de minister: u gaat de rechten toch niet verkopen aan dezelfde regio? Nee, dat was niet het geval, zo werd de Kamer geïnformeerd. Maar de Algemene Rekenkamer kwam erachter dat daar niets van klopte. Waarom is de minister hier niet eerlijk over geweest? En waarom koos de minister voor de belangen van de Rabobank in plaats van de belangen van de natuur, klimaat en stikstof, waar zij verantwoordelijk voor is? Wat vindt de minister er zelf van, dat door dit ondoordachte beleid boeren goedkoop hebben kunnen uitbreiden, terwijl de belastingbetaler er dubbel voor opdraaide? En kan de minister uitsluiten dat varkenshouders die op dit moment worden uitgekocht nog altijd een deel van hun rechten kunnen doorverkopen?

Voorzitter. Ik wil het ook nog even hebben over de geitenbokjes. Bokjes worden geboren als bijproduct, als restafval van een melkgeitenhouderij. Een aantal jaar geleden, in 2017, kwam dankzij Eyes on Animals aan het licht dat de sterfte onder bokjes bij bokkenmesterijen schrikbarend hoog was. De sector mocht een verbeterplan maken, maar echte verbetering bleef uit, en vorig jaar zorgde corona voor nog meer ellende voor de bokjes. Het is tijd om nu in te grijpen. Wij zullen hier vanavond een aangehouden motie over in stemming brengen, die de regering oproept om zelf te komen met een plan van aanpak om ziekte en sterfte onder de bokjes te voorkomen.

Voorzitter. Waar de minister echt tekort in schiet, is de uitvoering van de vorig jaar aangenomen motie van de Partij voor de Dieren om de haas en het konijn niet langer voor de lol dood te schieten. De Tweede Kamer vroeg om een jachtstop — het gaat om de plezierjacht, welteverstaan — en de minister komt met een onderzoek naar de staat van instandhouding. Heeft de Kamer hierom gevraagd? Nee. En is die kennis al voorhanden? Ja. Waar wacht de minister dan nog op? Het gaat niet goed met de haas en het konijn, mede door hoe we ons land inrichten, en voornamelijk door de intensieve landbouw. Sinds vorig jaar zijn deze beide soorten op de Rode Lijst van bedreigde diersoorten komen te staan, omdat de populaties met 60% tot 70% zijn afgenomen sinds 1950. Dat is zorgelijk, en dat vond de minister ook. Desondanks konden jagers het afgelopen jaar gewoon doorgaan met het voor de lol bejagen van de haas en het konijn, dus zonder redelijk doel. De plezierjacht op konijnen kan nu, deze zomer, alweer plaatsvinden. Waarom zouden we soorten waarvan we weten dat het er slecht mee gaat, nog verder onder druk zetten door ze te gebruiken als schietschijf voor de jagers? En waarom voert de minister de motie niet gewoon uit waarin duidelijk de opdracht wordt gegeven om de haas en het konijn van de lijst met vrij bejaagbare soorten te halen? Deelt de minister de mening dat het doden van dieren voor het plezier niet te rechtvaardigen is wanneer er geen enkele noodzaak toe is? Deelt de minister het inzicht dat het doden van dieren zonder nut of noodzaak afwijkt van het voorzorgsbeginsel wanneer het slecht gaat met deze soorten, en afwijkt van de wettelijk erkende intrinsieke waarde van dieren?

Meer mensen delen de mening dat dieren niet voor hun plezier geschoten mogen worden. Bijna 45.000 mensen ondertekenden dit jaar de petitie van de Dierenbescherming om de jacht voor het plezier te stoppen, zoals de jacht op de haas en het konijn. Nader onderzoek naar de staat van instandhouding vindt de Partij voor de Dieren prima, maar dat kan en dat moet parallel lopen aan de uitvoering van een aangenomen motie. Kan de minister daarom toezeggen dat ze de motie per direct zal uitvoeren, voordat deze dieren opnieuw het haasje zijn? Is het nodig om de minister eraan te helpen herinneren dat een wens, een opdracht, van de Tweede Kamer serieus genomen dient te worden?

Tot slot, voorzitter, sluit ik af met nog meer jacht, de Oostvaardersplassen. Dat is een schiettent waar weerloze gezonde dieren in bosjes worden doodgeschoten, sommige pas geboren en sommige zelfs drachtig. Konikpaarden staan wekenlang in de brandende zon te wachten tot ze naar het slachthuis worden gebracht en ook de jacht op de heckrunderen is inmiddels geopend. En de dieren? Die kunnen geen kant op. Als ik geboren was in 1983 en de Partij voor de Dieren toen zou hebben bestaan, dan zouden we tegen het plan voor de Oostvaardersplassen hebben gestemd. Maar nu de dieren daar zijn, moeten we zorgen dat de dieren de rust, de ruimte en de beschutting krijgen die ze nodig hebben. Hekken weg van de Oostvaardersplassen! Het was bijna gelukt, ware het niet dat voormalig staatssecretaris Bleker er een streep door trok en de dieren achterliet. En we weten allemaal wat dat voor een puinhoop is geworden en wat voor een puinhoop hij überhaupt van het natuurbeleid heeft gemaakt.

Inmiddels heeft ook de minister haar handen van het dossier af getrokken, nu de beleidsverantwoordelijkheid voor het welzijn van de grote grazers in de Oostvaardersplassen is overgeheveld naar de provincie Flevoland. En, voorzitter, dit kan zo niet langer! Flevoland, mijn eigen provincie, heeft herhaaldelijk bewezen niet met deze grote verantwoordelijkheid om te kunnen gaan. Is de minister bereid de overeenkomst met de provincie Flevoland te evalueren en de Kamer hierover te informeren? Hierover zal ik een motie indienen.

Voorzitter. Vooruitgang boek je wanneer elke fout een nieuwe is. Laten we leren van de gemaakte fouten, zodat ze niet steeds opnieuw gemaakt worden. We hebben deze week gezien dat het CDA daar in ieder geval een poging toe doet.

Dus, voorzitter, ik ben hoopvol gestemd. Dank u wel.