Bijdrage Van Raan aan Urgenda-debat


19 december 2019

Voorzitter, dank. We hebben nog iets meer dan een jaar om het Urgendadoel te halen. Na de cassatie-uitspraak door de Hoge Raad op 20 december heeft het kabinet nog precies een jaar om te doen wat het in 2015 al had moeten doen of in ieder geval waarop het had moeten anticiperen. Het lijkt er met de kennis van nu op dat 25% CO2-reductie in 2020 niet gehaald zal worden.

Ik heb vier punten, vier lijnen op grond waarvan wij constateren dat dit kabinet nog niet voldoende doet. Dat blijkt onder andere uit hoe het omgaat met de rechtsstaat, hoe het omgaat met de wetenschap, hoe het in onze ogen zijn nationale zorgplicht schendt en zijn internationale verantwoordelijkheid niet neemt, en hoe het sommige verkeerde maatregelen wel neemt en de juiste maatregelen niet. We hadden dit natuurlijk allemaal op het conto van minister Wiebes kunnen schuiven, maar daarmee zouden we tekortdoen aan de bijdragen van het beleid van de andere ministers.

Voorzitter. Punt één: de rechtsstaat. Misschien is die rechtsstaat wel de voet van het kwetsbare vaasje van Rutte. Maar waarschijnlijk niet, gelet op hoe de diverse kabinetten-Rutte sinds de uitspraak in 2015 zijn omgegaan met die klimaatzaak. Ik geef vier voorbeelden waaruit dat blijkt. Ten eerste spreekt het kabinet nergens over het feit dat de uitspraak over 25% CO2-reductie in 2020 een absolute ondergrens is. Het gerechtshof zei hierover: "Op grond hiervan is het hof van oordeel dat de Staat zijn op de artikelen 2 en 8 EVRM gebaseerde zorgplicht schendt door niet per eind 2020 ten minste 25% te willen reduceren. Een reductie van 25% moet als een minimum worden beschouwd, waarbij recente inzichten over een nog verdergaande reductie in verband met de 1,5°C-graden doelstelling nog buiten beschouwing zijn gelaten." Een absolute ondergrens.

Het marchanderen met de rechtsstaat zit hem dan ten eerste in de brief waarmee minister Wiebes probeert uit te leggen hoe hij omgaat met de conclusies van het PBL dat Nederland zijn klimaatdoelen niet gaat halen. We lezen daarin dat het kabinet uitgaat van de middenwaarde van de door het PBL aangeleverde bandbreedte. Dat zou op zich best nog wel mogen als die middenwaarde minimaal die 25% is. Maar dat is natuurlijk niet zo, want uitgaan van de middenwaarde en de bandbreedte geeft al een tekort volgens het PBL. Dat zou je dus nooit mogen hanteren. Mijn vraag aan de minister: is hij bereid om dit bij te stellen?

Ten tweede. Over een dergelijke bandbreedte, waarbij een groot deel van de bandbreedte onder het uiteindelijke einddoel valt, zei het gerechtshof in hoger beroep in de klimaatzaak: "Deze onzekerheidsmarge betekent dat er een reële kans is dat de reductie (substantieel) lager uitkomt dan 25%. Een dergelijke onzekerheidsmarge is niet acceptabel. Nu er verder duidelijke aanwijzingen zijn dat de huidige maatregelen ontoereikend zullen zijn om een gevaarlijke klimaatverandering te voorkomen (…), dient mede op grond van het voorzorgsbeginsel voor maatregelen te worden gekozen die wel veilig zijn, althans zo veilig mogelijk zijn." Dus door uit te gaan van een middenwaarde met een grote onzekerheidsmarge laat de minister het vonnis, en daarmee het gerechtshof en daarmee de Nederlandse bevolking, in de kou staan. Waarom, zo vraag ik de minister van Economische Zaken en Klimaat, neemt het kabinet niet het zekere voor het onzekere om zijn zorgplicht te vervullen en gokt het erop dat de doelen zichzelf wel zullen halen? Graag een reactie.

Ten derde wekt de manier waarop dit kabinet zichzelf de vrijheid heeft gegeven om de maatregelen wel of niet uit te voeren — het vonnis geeft het kabinet die vrijheid — de indruk van willekeur. Dit licht ik toe aan de hand van de zelfgekozen criteria waaraan de klimaatmaatregelen zouden moeten voldoen volgens het kabinet. Met een soort voodoomix van kosteneffectiviteit, aansluiting bij maatregelen uit het Klimaatakkoord, het beperken van de weglekeffecten en het draagvlak voor maatregelen veegt het kabinet veel aangedragen maatregelen van tafel. Dat mag best, maar dan moeten die criteria wel ijzersterk zijn. Laten we die vier criteria dus eens nader beschouwen in relatie tot de uitspraak van het gerechtshof.

Over kosteneffectiviteit en de link met het Klimaatakkoord — de eerste twee criteria — stelt het gerechtshof: "Samengevat volgt uit het voorgaande dat de Staat tot nu toe te weinig heeft gedaan om een gevaarlijke klimaatverandering te voorkomen en te weinig doet om deze achterstand in te halen, althans op de korte termijn (tot eind 2020). Doelstellingen voor 2030 en daarna" — dat gaat dus over het Klimaatakkoord — "kunnen niet wegnemen dat een gevaarlijke situatie dreigt te ontstaan die vereist dat nu wordt ingegrepen. Naast de risico’s zijn in dat verband ook de maatschappelijke kosten van belang. Naarmate er later wordt ingezet op reductie neemt het carbonbudget sneller af en moeten op dat latere tijdstip aanzienlijk verdergaande maatregelen worden genomen, zoals de Staat erkent (…)." Erkent de minister dat met dit oordeel van de rechter in elk geval de eerste twee criteria nooit doorslaggevend kunnen zijn? Ik herhaal nog even dat het gaat over de kostenefficiëntie en het feit dat een maatregel in het Klimaatakkoord moet staan.

Ook het weglekargument waar het kabinet mee dreigt, blijft niet staan. Daarover zei de rechter — ik citeer weer de uitspraak: "Daarnaast heeft de Staat gewezen op het risico van "carbon leakage", waaronder de Staat het risico verstaat dat bedrijven hun productie verplaatsen naar andere landen waar minder stringente broeikasgasreductieverplichtingen gelden. Dat dit risico zich daadwerkelijk zal voordoen indien Nederland haar inspanningen om de emissie van broeikasgassen te beperken vóór het einde van 2020 zou opvoeren, heeft de Staat echter niet onderbouwd." Die onderbouwing is ook lastig. Nederland is internationaal gezien immers eerder een achterloper dan een voorloper. Dus als er al een weglekeffect bestaat, zou dat ook andersom moeten gelden en ook in andere landen. Ik vraag de minister van Economische Zaken en Klimaat welke pak 'm beet tien bedrijven er volgens hem naar Nederland zijn gevlucht omdat ze hier meer kunnen uitstoten dan elders.

Dan de laatste: de voorwaarde van draagvlak. Daar heeft de rechter zich indirect wel over uitgesproken, maar ik zou het in dit geval willen omdraaien. Het is misschien wel de meest misbruikte reden om maar niet in beweging te komen. Ik vraag de minister hoeveel draagvlak hij denkt dat er is voor de slachtoffers en de schade als gevolg van klimaatverandering. Hoeveel draagvlak denken de ministers dat er is voor het ineenstorten van onze natuur en biodiversiteit? Hoeveel draagvlak denkt de minister van Landbouw bijvoorbeeld dat er bestaat onder koeien om structureel zwanger te worden gemaakt en te worden beroofd van hun kalfjes? Graag een reactie.

Als je de criteria voor uitvoerbaarheid zelf mag stellen — en dat mag volgens het vonnis — maar die criteria zorgen ervoor dat het vonnis niet wordt nageleefd, is dat niet effectief. Toch blijft het kabinet eraan vasthouden, maar het vergeet eigenlijk het belangrijkste criterium: het zo snel mogelijk zo veel mogelijk CO2-uitstoot reduceren. Dat zou het leidende criterium moeten zijn waar het kabinet zich op zou moeten richten. Immers, we dienen rekening te houden, zo zegt ook het vonnis, met de cumulatieve effecten van onze uitstoot. Elke ton telt. Elke ton die je vandaag in plaats van morgen niet meer uitstoot, is dus expliciete winst: snelheid boven heilige huisjes. Mijn vraag aan de minister is of hij al voornemens is, sinds vorige week eigenlijk, toen we er ook al over spraken, om die criteria wat losser te laten en het criterium snelheid van reductie wat strakker te hanteren.

Voorzitter. We hebben het nog steeds over het eerste punt, namelijk de rechtsstaat en hoe daarmee wordt omgegaan. Ik noemde vier voorbeelden. Dit is het laatste voorbeeld en dat is het aangepaste taalgebruik. Het ligt misschien niet voor de hand, maar het is toch erg belangrijk. Hoe ga je ermee om als je een heel duidelijk vonnis hebt gekregen? Het kabinet past zijn taalgebruik meteen subtiel aan. Dat is niet te onderschatten. Voorsorterend op het niet halen van wat de rechter en de wetenschap zien als het absolute minimumdoel voor 2020 schrijft minister Wiebes in antwoord op onze vragen tijdens het debat over de begroting EZK van vorige week dat het streven van het kabinet is en blijft om de benodigde opgave te realiseren. Het antwoord op Kamervragen, onder andere van de Partij voor de Dieren, over het meest recente IPCC-rapport waarin staat dat Nederland voor 2020 eigenlijk geen nationaal doel geformuleerd zou hebben, is dat het kabinet tracht om de uitspraak in de Urgendazaak na te leven. Erkent de minister dat hij met deze verzachte formulering rechtstreeks ingaat tegen de strekking van de uitspraak van het gerechtshof?

Samenvattend over dit punt. Ik noemde vier voorbeelden van hoe dit kabinet omgaat met de rechtsstaat, wat eigenlijk nog meer reliëf krijgt doordat er met geen woord wordt gerept in de stukken van het kabinet over dat er een uiterste inspanning moet worden geleverd voor het 2020-doel. Dat werd ook nog eens herhaald door de Tweede Kamer met het aannemen van de motie-Thieme die opriep om de uiterste inspanning te gaan leveren. De vraag die dit blokje beëindigt, is wanneer de minister deze uiterste inspanning gaat leveren.

Voorzitter. Dan de relatie van dit kabinet met de wetenschap. Dat is het tweede punt. Van het IPCC weten we dat er al lang een reductienorm werd gehanteerd van 25% tot 45% in 2020 in relatie tot — let op — het 2˚C-doel. Op een reeks van klimaattoppen werd deze norm bevestigd, ook door Nederland. Wat vaak vergeten wordt — het kabinet spreekt er ook niet over — is dat dit IPCC-scenario, het halen van het 2˚C-doel, slechts een kans heeft van 50%. Inmiddels weten we ook dankzij de wetenschap dat het verschil tussen 2˚C en 1,5˚C enorm groot is. Ik citeer weer de pleitnota van Urgenda: "De hoeveelheid CO2 die vanaf nu nog in de atmosfeer mag worden gedumpt (het carbonbudget) zonder dat de opwarming groter wordt dan het streefdoel van 1,5°C uit het Akkoord van Parijs, is dus zeer beperkt. We kunnen de uitstoot niet van de ene op de andere dag stopzetten. De uitstoot van broeikasgassen moet daarom zo snel mogelijk uitgefaseerd worden naar, per saldo, nul emissies wereldwijd."

Het blijkt dus dat we eigenlijk nog meer moeten doen. Maar in plaats van zijn doelen op te hogen, zoals wetenschappelijke rapporten ons duidelijk maken, wist Nederland het te presteren zijn doelen te verlagen. In het hoger beroep van de klimaatzaak zei de rechter hierover: "Tot slot is het van belang dat Nederland in 2011 uitging van de eigen reductiedoelstelling van 30% in 2020." Dat was, blijkens de brief van de minister van VROM — we hebben het inmiddels over 2009 — omdat de reductie van 25% tot 40% nodig was om op een geloofwaardig traject te blijven om de 2˚C-doelstelling binnen bereik te houden. Hieruit kan niets anders worden afgeleid dan dat de Staat er zelf van overtuigd was dat een scenario waarin in 2020 minder dan dat zou worden gereduceerd niet geloofwaardig was. Daarna is de Nederlandse reductiedoelstelling voor 2020 naar beneden bijgesteld. Een klimaatwetenschappelijke onderbouwing is hiervoor niet gegeven, terwijl vaststaat dat uitstel van hoge reducties in de tussentijd leidt tot een voortgaande CO2-uitstoot die weer bijdraagt aan de verdere opwarming van de aarde. Mijn vraag aan de minister van Economische Zaken en Klimaat na dit alles is of hij het met mij eens is dat door het naar beneden bijstellen het kabinet ingaat tegen de wetenschappelijke inzichten. Of kan hij ons wetenschappelijke rapporten geven waaruit blijkt dat bijstelling naar beneden verantwoord is?

Dan het derde punt: de zorgplicht en het rechtvaardigheidselement, waardoor de rijke landen, de zogeheten "Annex I-landen" meer hadden moeten doen en ook eerder. Met betrekking tot de nationale zorgplicht het volgende. Vanaf de uitspraak in 2015 moesten we wachten tot 1 juni 2019 voordat het kabinet met een eerste set maatregelen kwam. Het is toch wel treurig om te moeten constateren dat Pieter Boot van het PBL daarover recent in een technische briefing zei dat als het kabinet van VVD en PvdA destijds, in 2015, direct aan de slag was gegaan, we in 2020 het doel zonder al te veel moeite hadden kunnen halen. Dat deed het kabinet-Rutte/Asscher niet. De Staat ging in hoger beroep en de zorgplicht om ons te beschermen tegen gevaarlijke klimaatverandering werd doorgeschoven naar het volgende kabinet. Mooie woorden, geen daden, vooruitschuiven en volgende kabinetten, zegt de pleitnota van Urgenda. Het vonnis van de rechtbank bevestigt dat, zoals we eerder zagen mijn bijdrage.

De Klimaatwet en het Klimaatakkoord zijn nu de voortzetting van die tekortschietende zorgplicht voor na 2020 geworden. Het blijkt ook wel dat de angst voor Urgenda groter is dan de ambitie om die zorgplicht te vervullen. Iets anders kunnen we immers niet lezen in de formulering van de leeggepolderde Klimaatwet, waarin de doelen aan alle kanten werden afgezwakt. Het doel voor 2030 is verlaagd tot slechts 49% en geherformuleerd tot een streven. Deze wet, deze Klimaatwet, verplicht ons tot 2050 precies tot niets, behalve het maken van plannen. De nakoming daarvan kan in geen enkel geval worden afgedwongen via de rechter. Dat maakt het Urgendadoel van 2020 tot het enige juridisch afdwingbare doel dat we nog overhebben. Is de minister van Economische Zaken en Klimaat het daarmee eens?

Er is ook een internationale zorgplicht. Wat weleens vergeten wordt — het is toch goed om dat hier te benoemen met zo veel bewindslieden en ook zo veel Kamerleden — is hoe die 25%-40%-reductie tot stand is gekomen. Het is van belang om ons te herinneren dat we als rijke landen, de zogenaamde "Annex I-landen", rond 1992 hebben vastgesteld dat er een verschil is in wat rijke landen kunnen doen en wat de minder ontwikkelde landen kunnen doen als het gaat om het aanpakken van klimaatproblemen. Het "common but differentiated responsibilities"-beginsel is in 1992 al aanvaard. In 2009 en in 2010 is dat in Cancún op de respectievelijke klimaattoppen nog een keer bevestigd.

Toen het in 2015 ging om het sluiten van het Parijsakkoord, dat ingaat na 2020, hadden de ontwikkelingslanden er logischerwijs niet zo veel behoefte aan om hetzelfde te doen als de rijke landen deden, om dezelfde reductiedoelstellingen te hebben. Dat is ook logisch, want wij hebben natuurlijk al veel langer geprofiteerd van onze CO2-uitstoot, wij zijn veel welvarender en wij hebben een veel grotere voetafdruk. Dus de ontwikkelingslanden zeiden eigenlijk: we willen wel het Parijsakkoord tekenen, maar dan vinden we dat tussen 2015 en 2020 eigenlijk de ontwikkelde landen veel meer moeten doen, bijvoorbeeld 40%. Dat is ook in lijn met de IPCC-rapporten. De rijke landen, de Annex I-landen, hebben allemaal gezegd: dat beloven wij, dat gaan wij doen. Nou, zeiden de ontwikkelingslanden: dan willen wij wel instemmen met het Parijsakkoord.

Dus los van de zorgplicht die je nationaal hebt, heb je natuurlijk ook internationaal gewoon met de blauwe ogen en met een handtekening gezegd: wij zullen meer gaan doen. Vervolgens hebben de ontwikkelingslanden gezegd: dat is goed, dan gaan we met zijn allen achter het Parijsakkoord staan. Als je dan vervolgens ziet wat er daadwerkelijk gebeurt — overigens niet alleen in Nederland, maar daar hebben we het nu over — is dat natuurlijk te treurig voor woorden. De internationale zorgplicht wordt dus ook aan alle kanten met voeten getreden. Daar komt die 25% tot 40% vandaan. Voorzitter. Dat heeft dus geleid tot een belofte en het niet nakomen daarvan is niet alleen de nationale zorgplicht, maar ook de internationale zorgplicht verzaken. Misschien wil de minister van Economische Zaken daarop reflecteren. Zo ziet hij er wel uit, namelijk. Nou, voorzitter, na vastgesteld te hebben dat de rechtsstaat, de wetenschap en de zorgplicht tekort is gedaan, is het tijd voor het vierde punt: de maatregelen die het kabinet denkt te nemen om de ondergrens te halen, het minimum van 25%. Waarbij ik overigens graag begin met een compliment voor de maatregel die de lekkages van het lachgas voortvarend aanpakt en het besluit om de Hemweg versneld te sluiten. Beide verdienen een compliment. Is de minister ook van plan de andere kolencentrales te sluiten, inclusief een goed sociaal plan?

Er is een groot aantal maatregelen die wel genomen zou kunnen worden, maar niet genomen worden. Ten eerste maatregelen voor de landbouw, ik noem u er drie. Een plan van aanpak voor de gefaseerde krimp van het aantal dieren in de veehouderij. Als we nu beginnen met het inrichten van een stelsel van productierechten voor alle diersoorten, kunnen we het aantal dierrechten in de markt stapsgewijs verminderen, bijvoorbeeld door afroming van rechten bij overdracht. Een tweede maatregel die we goed zouden kunnen nemen, is de vrijwillige stoppersregeling die is aangekondigd voor veehouders bij de Natura 2000-gebieden en de veenweidegebieden. Ook hier geldt dat de productierechten uit de markt zouden kunnen worden genomen. Wat er nu kan gebeuren met een investering van 200 miljoen, is dat je het hier weghaalt en het elders door kan gaan. Het lijkt dus verstandig om die rechten uit de markt te nemen. De derde maatregel is om bij de sanering van de varkenshouderij de vrijgekomen stikstofruimte niet in te zetten voor nieuwe projecten, zoals het aanleggen van meer asfalt. Het is een absurde maatregel dat je mogelijk vrijkomende stikstofruimte gaat inzetten om meer asfalt neer te leggen, waardoor je meer auto's krijgt, meer CO2 en zo een klimaatcrisis te lijf wilt gaan. Ik vraag de minister van Landbouw een reactie te geven op die drie punten, gefaseerde krimp van het aantal dieren in de veehouderij, de vrijwillige stoppersregeling en de sanering van de varkenshouderij.

Nederland verliest elk jaar 3.500 hectare aan bomen. Dit betekent dat wij tijdens dit debat ongeveer vijf voetbalvelden aan bomen verliezen. Ik hoop niet dat dat toevallig het voetbalveld is waar Ajax de wedstrijd speelt. Daar staan al geen bomen meer, hoor ik hier net. Laten we die ontbossing van Nederland stoppen. Maak dus een einde aan het massale kappen van bomen en het verwoesten van ecosystemen. Stop dus met het kaalkapbeleid! De allerbeste manier om CO2op te vangen en op te slaan, is door een boom niet te kappen. Gaat het kabinet zijn beloofde bossenstrategie nou aanwenden om alsnog voor de deadline van het vonnis een grote slag te slaan? Wanneer kunnen we deze bossenstrategie verwachten? Graag een reactie van de minister van LNV.

Dan de derde maatregelenset, die over biobrandstoffen gaat. Dat beleid zit toch echt vreemd in elkaar. We hebben het er vorige week ook al uitgebreid over gehad, maar hier in de kabinetsbrief uitvoering Urgendavonnis van 28 juni kondigt de regering aan in te zetten op minder ontbossing, want bomen leggen die CO2 vast. De regering stelt gelijk in die brief dat scheepvaart verplicht overgaat op een deel biobrandstoffen, die gemaakt worden van onder andere gekapte bomen. Die absolute tegenstrijdigheid is niet het enige bezwaar tegen biobrandstoffen, want de biobrandstoffen en het duurzaamheidskader staan juist op dit moment sterk ter discussie. Biobrandstoffen stimuleren ontbossing, verdringen voedselgewassen en de klimaatwinst ervan is negatief. Tot nu toe heeft de politiek besloten dat de uitstoot niet meetelt, dat is het zure ervan. Dat is één bezwaar tegen biobrandstof.

Ten tweede blijkt er ook nog eens op grote schaal mee gefraudeerd te worden. Recent bleek grofweg een vierde van de verkochte biobrandstof gewoon fossiel te zijn. Het Financieele Dagblad schreef daarover een sterk redactioneel stuk: "Alleen bureaucraten, juristen en fraudeurs hebben hier baat bij, het klimaat niet. Geen 1.000 controleurs kunnen dit waterdicht maken. De Tweede Kamer moet dit zelfgecreëerde dwaalspoor snel beëindigen." De vraag aan de minister van EZK: wanneer beëindigt hij dit inderdaad zelfgecreëerde dwaalspoor?

Voorzitter. Ik wil nog drie maatregelen noemen: de verduurzaming van woningen, het opnieuw openstellen van de Subsidieregeling energiebesparing eigen huis en het helpen van woningeigenaren bij het aanbrengen van radiatorfolie. Verder krijgen woningeigenaren voorlichting over, let op, te overwegen energiebesparende maatregelen. Voorzitter, echt, "te overwegen energiebesparende maatregelen". We hebben plannen nodig zoals Urgenda die voorstelt. De miljarden die dit kabinet ophaalt bij de sociale minima voor de verhuurderheffing zouden moeten worden ingezet voor de verduurzaming en klimaatrechtvaardigheid. Dat is positief voor het draagvlak; we zijn natuurlijk niet vies van draagvlak als het kan. Groene daken aanleggen zodat niet alleen de zonnepanelen 6% efficiënter zijn, maar dat ook de biodiversiteitscrisis bestreden wordt. Het kabinet vindt dat niet kosteneffectief en schuift het van zich af, terwijl het ook direct draagvlak oplevert. Ten vijfde, en dat zit niet in het Klimaatakkoord of de Klimaatwet of het klimaatverdrag van Parijs, doordat ze zichzelf er succesvol uitgelobbyd hebben, en dan heb ik het natuurlijk over … de luchtvaart, inderdaad. Ik hoor hier om me heen de goede antwoorden, maar niet heus. Laten we wel vaststellen dat in de klimaatcrisis waarin we zitten, een luchtvaartbeleid wat is gericht op groei en het openen van een extra vliegveld, echt absurd is. Het is echt absurd. Ik geef u op een briefje dat als we inderdaad overgaan tot een krimp van de luchtvaart, waar alle signalen naar wijzen, de uitgespaarde tonnen CO2 en stikstof ons nog uitstekend van pas gaan komen. Een vraag is toch: hoe gaan wij krimp in de luchtvaart faciliteren? Met een stevige vliegbelasting, kerosinetaks, en desnoods — ik vraag het toch maar en misschien kan de vraag worden doorgeleid, want de minister van Economische Zaken geleid wel vaker vragen door aan de minister van IenW — het overgaan tot het uit de markt halen van de vliegtuigslots?

Voorzitter, dan tot slot. Ik noemde er zes en dit is de laatste. De regering kan veel doen op fiscaal gebied. Het Belastingplan was natuurlijk een gemiste kans.

De voorzitter:
Excuus, ik zie dat er een vraag is van de heer Sienot, D66.

De heer Sienot(D66):
Ik hoorde meneer Van Raan "tot slot" zeggen, dus ik dacht: oh, dan moet ik nog snel even wat vragen.

Het valt mij op dat het voor de PvdD eigenlijk nooit genoeg is. We praten vandaag over een begrotingswet die CO2 gaat reduceren, en best wat. Mijn vraag is eigenlijk heel simpel. Stemt u daar straks voor, meneer Van Raan, vraag ik via de voorzitter.

De heer Van Raan(PvdD):
Ik ga natuurlijk eerst afwachten wat de antwoorden zijn. Ik moet wel zeggen dat alle signalen erop lijken te wijzen dat de doelen niet gehaald worden. Of het dan voor de hand ligt om voor te stemmen, weet ik nog niet. Uw opmerking dat het nooit genoeg lijkt voor de Partij voor de Dieren, die klopt. Maar dan lijkt het net alsof de Partij voor de Dieren de enige is die dat wil. Dat is niet zo. Dat is helemaal niet zo. De wetenschap schrijft ons voor wat we moeten doen om de planeet leefbaar te houden. Ik herken D66 heel vaak in de vragen zoals "wanneer is het genoeg voor de Partij voor de Dieren?" Ik zou de vraag ook weleens willen omdraaien. Wanneer zegt D66 eindelijk een keer dat het niet genoeg is?

De heer Sienot(D66):
Dat zeggen wij aan de lopende band. Daarom zijn wij ook naar voren gestapt en blijven we elke keer zetten in de goede richting geven, telkens stappen dichter bij ons ideaal. Ik zou dan ook weer een vraag aan de heer Van Raan willen stellen, mevrouw de voorzitter. Kan hij één klimaatwet noemen, gewoon één, waar ze ooit voor hebben gestemd? Want schone handen maken gewoon geen schonere planeet.

De heer Van Raan(PvdD):
Tja, dat vind ik een rare: schone handen maken geen schone planeet? Misschien dat als er een schone planeet is, je wel schone handen houdt. Ik vind het heel raar wat de heer Sienot zegt.

Tijdens de bespreking van de Klimaatwet hebben we uiterst zorgvuldig gekeken naar de beginwet die er lag, van GroenLinks en de PvdA. Je kan natuurlijk nooit zeggen of we voor hadden gestemd als die in stemming was gebracht, maar ik sluit het niet uit, want er zaten echt goede dingen in. Er was echt goed gekeken naar het IPCC, er zat een carbonbudget in, er zaten tussendoelen in, er zaten afrekenbare tussendoelen in, er zaten allemaal goede dingen in. Ja, misschien hadden we voorgestemd. Dat had gekund. Vervolgens is hij wat wij dan noemen "leeggepolderd" tot een boterzacht compromis. De doelen zijn naar beneden gebracht en het is een streven geworden. Daarmee hebben wij niet kunnen instemmen. We hebben daar niet stil bij willen staan en hebben zeventien amendementen ingediend om de wet weer naar rato fair share anderhalve graad climate proof te maken. Die hebben we in stemming gebracht en we kennen het resultaat daarvan. Ik geloof dat uw partij voor geen een amendement voor heeft gestemd. Vandaar dat wij op dat moment gekozen hebben om niet voor die Klimaatwet te stemmen die door zeven partijen is ingediend. Wij zijn wel bezig met de wet zoals wij hem zien, omdat wij kijken naar de wetenschap, en willen hem als een wijzigingswet inbrengen. Wij noemen die de klimaatwet 1.5. Ik ben benieuwd hoe D66 daarover gaat stemmen.

De voorzitter:
Vervolgt u uw betoog.

De heer Van Raan(PvdD):
Ja, we gaan naar de fiscale maatregelen. De regering kan natuurlijk heel veel doen op fiscaal gebied. Het Belastingplan was eigenlijk een gemiste kans. Volgens ons, de rechter en ook de wetenschap laat de klimaatnoodtoestand niet toe dat we nog een jaar wachten met de maatregelen die nodig zijn. Dus heb ik vier suggesties. Het zo snel mogelijk implementeren van toch een nationale CO2-heffing die alle uitstoot belast. Dat is een combinatie van een plan van GroenLinks, dat alle uitstoot belast, en het plan van het kabinet dat de uitstoot boven een bepaald niveau zwaar belast. Dat lijkt het ei van Columbus. Dan een CO2-grensheffing voor CO2-intensieve producten die naar de Europese interne markt worden geëxporteerd. Uiteraard is dat wel een competentie van de EU, maar de regering moet zo snel mogelijk naar Von der Leyen om vaart te zetten achter deze CO2-grensheffing. Het grappige daarvan is dat die ook producten, bijvoorbeeld uit China, duurder kan maken als die niet CO2-goedgeproduceerd zijn. Wat is nou de grap? De VVD heeft zelf recent een motie in stemming gebracht die pleit voor een invoerheffing, een grensheffing, voor producten die niet voldoen aan Europese standaarden. Het voldoet wel aan de veiligheidseisen, maar je mag ondertussen echt wel zeggen dat de producten en de mate waarin we die produceren, een gevaar zijn voor de veiligheid. Dus, steun van de VVD hebben we alvast voor deze importheffing. Dan als derde een verschuiving van output naar input als het gaat om de energiebelasting. Dat hebben we ook al vaker voorgesteld. Dat betekent niet zozeer het belasten van het eindproduct, maar van de schadelijke productiewijze. De niet-schadelijke productiewijze wordt minder of niet belast. Overigens hamert het PBL daar al jaren op. Het is niet gezegd dat je dat dan voor volgend jaar direct voor elkaar krijgt, maar het geeft wel invulling aan die uiterste inspanning die het vonnis voorschrijft. Als laatste de degressiviteit van de energiebelasting. Daar hebben we het ook al vaker over gehad. Er moet een einde komen aan het naar rato steeds minder betalen bij meer gebruik. Graag een reactie, die overigens schriftelijk mag komen daar de staatssecretaris van Financiën niet aanwezig is.

Voorzitter, ik rond af. Het gerechtshof kwam tot de volgende slotsom: Al het voorgaande — dat is dan het vonnis — leidt tot de slotsom dat de Staat onrechtmatig handelt, want in strijd met de zorgplicht van artikel 2 EVRM en artikel 8 EVRM, door de verdere reductie per einde 2020 na te laten en dat de Staat ten minste 25% moet reduceren per einde 2020. Het kabinet weigert tot nu toe dit naar behoren uit te voeren. Daarmee zet dit kabinet naar onze mening de rechtsstaat bewust op het spel. Maar ik wil eindigen met een optimistische boodschap, want tijdens de begrotingsbehandeling EZK heb ik gepleit voor een klimaateconomie, naar analogie van de war economy van Nobelprijswinnaar Stiglitz inzake de klimaatcrisis. In deze klimaateconomie is het ons eindelijk gelukt om ecocentraal te denken, de mens als onderdeel van een ecosysteem in plaats van de dominante en allesverwoestende kracht die hij nu is, en leren we weer om ecologische en sociale grenzen te respecteren. We houden er rekening mee dat onze daden in het hier en nu gevolgen kunnen hebben voor het welzijn van dier en mens elders en in de toekomst, wat heel mooi aansluit bij het brede welvaartsbegrip wat we al enthousiast hanteren. In dat wereldbeeld erkennen we de intrinsieke waarde van dier en natuur.