Bijdrage Van Raan aan nota­overleg onderwijs en corona


29 april 2020

Voorzitter,

Omdat leerlingen van de radar verdwenen en omwille van de leerlingen met kwetsbare thuisomstandigheden, steunt de Partij voor de Dieren de keuze om – binnen de adviezen van het OMT – de scholen weer voorzichtig te openen. Dat dit niet vanzelfsprekend is, moge duidelijk zijn.

Nu basisscholen en kinderdagverblijven weer opengaan, komen de nodige vragen naar boven over veiligheid, praktische invulling en werkdruk. Met betrekking tot de veiligheid op scholen willen we weten hoe de minister de zorgen daarover gaat wegnemen?

Ik denk aan leraren en kinderen in kwetsbare groepen of met kwetsbare familieleden. Welke beschermende maatregelen stelt de regering beschikbaar voor leraren een leerlingen? Wat is de stand van zaken omtrent het gereed maken van voldoende test- en monitoringscapaciteit vanaf 11 mei? En welke scenario’s heeft de minister liggen, indien deze capaciteit op 11 mei niet op orde is?

Hoe kijkt de minister van het Belgische plan om mondkapjes op scholen te verplichten, ook voor kinderen vanaf 12 jaar, in het licht van de mededeling van Minister van Rijn dat er niet voldoende mondkapjes zijn buiten de zorg?

Dan de praktische invulling op scholen en kinderdagverblijven. Ga er maar aan staan: 1,5 meter in de klas, 1,5 meter op het schoolplein. Kleine kinderen voorzitter… hoe staat dat in verhouding tot het weer toestaan van teamsporten voor jongere kinderen? Hoe strikt is die grens eigenlijk? Het OMT adviseerde mede daarom om met halve klassen te beginnen. Is voor Nederland het een optie om net als in België met klassen van 10 te beginnen?

Voorzitter, kleinere klassen zijn natuurlijk ook zonder de coronacrisis een goed idee. Laten we dat behouden. Geen plofklassen meer.

Dit brengt me bij de werkdruk. Die was al hoog voor corona en is nu alleen maar toegenomen. Thuisonderwijs stond er desondanks vrijwel direct. Nu volgt de uitdaging om fysiek en online onderwijs te combineren. Overbelasting op de overbelasting dreigt voor het onderwijs.

Het voorstel van de Onderwijsraad om eventueel de vakanties in te korten is in onze ogen dan ook onverstandig. Docenten hebben die vakantie hard nodig. Ook de meeste scholieren zien niets in dit voorstel; evenmin in het verlengen van schooldagen.

Erkent de minister dat dergelijke maatregelen de werkdruk tot onverstandige hoogten zou opdrijven en kan hij hier verklaren dat hij het voorstel van de Onderwijsraad op dit punt in ieder geval niet overneemt? Graag een reactie.

Tijdens het debat over de onderwijsbegroting, spraken we o.a. over het belang aan structurele investeringen in het onderwijs. Voor de verlaging van de werkdruk is nu inderdaad 32 miljoen euro vrijgemaakt, zagen we in de voorjaarsnota. Toch lijkt ons dat nog steeds te weinig, en we overwegen een motie op dit punt.

Dan wil ik tot slot – nogmaals – de positie van studenten aan de orde stellen. De pijn van de schuldenlast die met de invoering van het leenstelsel over de studenten werd uitgestort, voelen ze nu extra hard. De Partij voor de Dieren is altijd een tegenstander geweest van het leenstelsel en roept de regering nogmaals op om de basisbeurs zo snel mogelijk weer in ere te herstellen.

Heel veel verder dan “studenten kunnen meer lenen”, kwam deze regering aanvankelijk niet; een zwaktebod. Fijn dat er nu iets lijkt los te komen voor de studenten die een extra jaar inschrijving moeten betalen, maar daar mag het niet bij blijven. Gemiddeld raakte studenten 530 euro per maand kwijt aan inkomsten. De huur en boodschappen komen in het gedrang.

Wat gaat de minister daaraan doen, evt. samen met haar D66-collega van sociale zaken? De Partij voor de Dieren steunt alvast de oproep van de LSVb en FNV Young & United om:

1: snel met een vangnet voor alle flexwerkers te komen, inclusief studenten.

2: voor het eind van de maand met oplossingen te komen.

Beseft de minister dat de tijd inmiddels begint te dringen?

Dank u wel.