Bijdrage Van Raan Begroting EZK


6 november 2018

1e termijn:

De heer Van Raan (PvdD):

Voorzitter, dank u wel. Op de eerste plek wil ik ook de heer Wörsdörfer feliciteren met zijn maidenspeech. Het is inderdaad heel mooi als je dat bij een begroting kunt doen. Laten we nou afspreken dat dit de laatste driegradenbegroting is. Nu zult u misschien zeggen: wat is een driegradenbegroting nou weer? Nou, het is zo dat het IPCC heeft aangegeven dat wij bij ongewijzigd beleid op weg zijn naar een opwarming van 3°C in het jaar 2100 ten opzichte van 1850. Dat is dus bij het scenario van business as usual, van wat we nu aan het doen zijn. In de huidige 2019-begroting zit nog maar een heel klein deel van het actieve klimaatbeleid dat nodig is. Dat zal ook de minister met mij eens zijn. Kortom, de voorliggende EZK-begroting is de facto een driegradenbegroting, maar dat geldt eigenlijk voor alle begrotingen. Kunnen we afspreken dat de volgende begrotingen anderhalvegradenbegrotingen zijn? Dat is vraag één aan de minister.

Er is nog meer goed nieuws als de minister dit toezegt, want hij heeft ook gezegd: het ei van Columbus hebben we gevonden. Het ei van Columbus in de strijd tegen de klimaatverandering is namelijk de door CE Delft ontwikkelde vergoeding externe kosten. Die biedt ons een instrument om, de naam zegt het al, de negatieve externe kosten mee te nemen van ingevoerde en hier geproduceerde goederen. De burger hoeft dus niet langer op te draaien voor door vervuilers veroorzaakte rommel. We kunnen het de vervuiler eindelijk zelf betaald zetten. Een berekening zet de opbrengst voor de schatkist van alleen al de doorgeschoven rekening op het gebied van CO2-uitstoot op 22 miljard per jaar. Bam! Dat is toch een prachtig bedrag, zo te vangen. Dat heeft u nog nooit zo op een presenteerblaadje gekregen. Ik zal u uiteraard de berekening doen toekomen.

Maar op onze vraag of de minister bereid is om uitputtend te onderzoeken of en hoe het instrument vergoeding externe kosten van CE Delft kan worden ingevoerd, is het antwoord dat het is bekeken en het niet haalbaar lijkt, want het is — en nu komt het — buitengewoon complex. Voor een ei van Columbus is dat een uitermate teleurstellend antwoord. Complexiteit kan geen reden zijn om niet verder te kijken, zeker niet als het 22 miljard kan opleveren. En de minister doet ook alsof hij op eieren moet lopen, terwijl er in de samenleving allang consensus is over het principe dat de vervuiler betaalt. Laten we dat dan ook eindelijk gaan doen. Het is echt niet langer te verantwoorden dat het voltanken van een Fiat Panda €40 accijns kost voor de burger, terwijl het voltanken van een Boeing 747 volledig belastingvrij is.

Het is 2018, en het IPCC vraagt radicale maatregelen van ons. De urgentie behoeft sinds de Urgenda-uitspraak ook geen verdere toelichting. Er is dus reden genoeg om deze complexe instrumenten op te pakken. We weten ook dat de minister fan is van het oplossen van complexe vraagstukken. Hij staat erom bekend. Daarom vraag ik hem om toch weer in gesprek te gaan met CE Delft, met the best and the brightest, eventueel samen met de staatssecretaris van Financiën, om te kijken wat de mogelijkheden zijn om de vervuiler echt te laten betalen. Dat lijkt me niet te veel gevraagd. Graag een reactie.

Voorzitter. Dan het volgende voorstel dat op welwillendheid kon rekenen: het voorstel van De Nederlandsche Bank om de belasting op CO2 flink te verhogen. Het feit dat een instituut als DNB dit voorstelt, geeft een inkijkje in het welbegrepen eigenbelang om enorme onrust op de financiële markten te voorkomen. De risico's daarop zijn immers aanzienlijk hoger in een fossiele economie dan in een fossielvrije economie. Is de minister het daarmee eens? En als de financiële markten ergens bang voor zijn, dan is dat natuurlijk voor onzekerheid en grote schokeffecten. Er werd ook nog gezegd: hoe eerder we ermee beginnen, hoe kleiner de kans op schokken. Kan de minister daar dus nog eens op reageren?

Dan een paar opmerkingen over de fossiele industrie. Bedrijven rennen echt niet direct naar het buitenland bij een hogere CO2-prijs. Nederland heeft bovendien al een oneerlijk concurrentievoordeel op andere bedrijven, doordat Nederlandse bedrijven heel weinig energiekosten in rekening gebracht krijgen. Ze hebben relatief lage energiekosten, om nog maar te zwijgen over de maatregelen die in andere landen genomen zullen worden om hun deel te leveren aan het akkoord van Parijs. We vergeten dat heel vaak, maar andere landen zullen het ook moeten doen. Dat is toch een element dat hier even genoemd moet worden.

Voorzitter. Hoe gaat de minister het dringende advies van DNB ongeclausuleerd meegeven aan de klimaattafels? Het lijkt me niet dat die tafels het DNB-advies gemist zullen hebben, maar aansporing vanuit het kabinet kan natuurlijk wel van positieve invloed zijn.

Voorzitter. Vorige week heb ik het ook al een beetje gehad over onze kritiek op de polder. Dan zegt de minister: "Ik zeg niet dat we het allemaal al voor elkaar hebben, maar wij stoppen pas als het doel bereikt is". Dus we stoppen pas met polderen en het klimaatakkoord is pas klaar, als het doel bereikt is. Ik heb wel het vermoeden dat de minister het doel daarbij anders definieert dan wij dat doen. De middelen kunnen verschillen, maar het doel moet natuurlijk wel 1,5°C zijn: well below two degrees Celcius.

Er ontstaan natuurlijk wel problemen doordat sectoren met veel uitstoot nog steeds buiten schot blijven. Denk aan veeteelt. Denk aan luchtvaart. Beide sectoren dreigen ons koolstofbudget erdoorheen te jagen. De minister is afgestapt van het begrip "koolstofbudget". Het verzoek is hier toch om dat weer te gaan gebruiken, omdat we uiteindelijk naar een CO2-huishoudboekje zullen moeten gaan, en niet naar percentages besparing. Dus graag daar nog een commentaar op.

Deelt de minister ook onze zorgen over de sectoren die, zelfs wanneer de tonnenjacht van de klimaattafels voltooid is, in 2050 meer uitstoot van broeikassen zullen hebben dan de 1,5°C die de wereld mag opwarmen? Ziet de minister deze conflicterende CO2-claims ook als een potentiële bedreiging voor het behalen van die voldoende reductie? Graag een reactie.

Alle CO2 die je nu niet reduceert, moet je later terughalen. De prioriteit moet dus nu in de eerste plaats liggen bij het zo snel en zo veel mogelijk reduceren van die uitstoot. Bovendien, en dat moet hier ook nog een keer gezegd worden, houden we naar onze mening toch nog te weinig rekening met de post "onvoorzien". De rapporten waarin staat dat de opwarming sneller gaat, volgen elkaar immers in hoog tempo op. Die rapporten zorgen juist ook weer voor onrust. En als we het hebben over draagvlak, waar het CDA vaak over praat: hoe eerder je begint, hoe minder stringent de maatregelen hoeven te zijn. Met de waarschuwing van De Nederlandsche Bank, die financiële crisis die werd genoemd door De Nederlandsche Bank, creëren we natuurlijk helemaal geen draagvlak. Dus hoe eerder we beginnen, hoe beter. Dan is het misschien ook goed om te constateren dat we al eerder hadden moeten beginnen. Ik kijk voornamelijk weer even naar het CDA.

Voorzitter. Over draagvlak gesproken: door slim te beprijzen en te normeren kunnen we veel meer doen om de rekening van de transitie neer te leggen bij wie die hoort, de vervuiler. De lage inkomens maar ook snel vergroenende bedrijven kunnen we dan juist gaan belonen. Dat is een kwestie van politieke weelde.

De voorzitter:

Mevrouw Mulder wilde nog even reageren op het vorige punt.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Ja, want ik werd natuurlijk rechtstreeks uitgedaagd. Dan neem ik die handschoen op. Zo voel ik dat dan ook. Fijn dat de voorzitter daar extra ruimte voor biedt. Dat waardeer ik.

De Nederlandsche Bank heeft gezegd: misschien is er nog wel wat ruimte om er strenger mee om te gaan richting de bedrijven. Het verhaal van De Nederlandsche Bank was eigenlijk: doen we dat nu niet, dan krijgen de bedrijven op een later moment de rekening gepresenteerd, omdat er dan allerlei extra maatregelen moeten worden genomen. Het beeld werd geschetst dat je dan allemaal chaos krijgt op de financiële markten. Dan zegt de heer Van Raan van de Partij voor de Dieren: omdat De Nederlandsche Bank dat nu zegt, had het CDA er in eerdere instantie mee moeten beginnen. Ik vond dat toch een beetje een apart verhaal. Dus ik vraag toch nog even om wat verheldering.

De heer Van Raan (PvdD):

Twee zaken. Ten eerste zei DNB niet dat er nog wel een beetje ruimte is. Nee, als je goed leest, dan is het verhaal van vorige week van DNB: ga het nu doen, minstens €50 per ton CO2-uitstoot, anders breekt de pleuris uit, en dat moeten we niet hebben. Die pleuris breekt uit, omdat we niet eerder zijn begonnen. Ik vind toch dat het volgende gezegd moet worden over de maatregelen. Laten we eens het voorbeeld noemen van de gaskraan in Groningen dichtdraaien. Het CDA heeft toch echt tot het laatste moment gewacht met de maatregel om die gaskraan dicht te gaan draaien. Dat geldt voor alle voorstellen om al meteen af te bouwen, ook voor de krimp van de veestapel. Het gaat onvermijdelijk gebeuren. Het gaat bijdragen aan het halen van de CO2-doelen. Het CDA wil nog niet eens aan krimp denken. Het zijn dus allemaal maatregelen die er echt gaan komen. Daar hadden het CDA en de VVD de afgelopen tien jaar al best mee kunnen beginnen, maar dat hebben ze gewoon niet gedaan. Ze houden bijvoorbeeld ook de subsidies op fossiele brandstoffen met veel plezier in stand. Dat zijn allemaal zaken waardoor we nu steeds harder maatregelen moeten nemen.

Er wordt nu gehuild door het CDA, waarbij wordt gezegd: we moeten op het draagvlak letten; denk aan de Fortuynrevolutie. Dat heeft het CDA maar ook de VVD voor een groot deel aan het eigen gedrag te danken. Zo zit het wel.

De voorzitter:

Mevrouw Mulder, voor de goede orde: u had nog twee vragen. U heeft net een vraag gesteld en u kunt nu nog een vraag stellen.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Nou, voorzitter, dat vind ik niet helemaal fair van u. Ik word hier gewoon aangesproken. Dan is het ook fair dat ik de kans krijg om te reageren, want ik krijg nou net nogal een hoop onzin over me uitgestort. Maar ik zal geen vraag meer stellen. Die laat ik over aan mijn collega.

De voorzitter:

We worden allemaal weleens uitgedaagd. Uw fractie heeft nog een vraag over, maar ik begrijp dat u die aan uw collega overlaat.

De heer Van Raan (PvdD):

Ik had graag een extra vraag gegund aan het CDA. Dat zult u begrijpen, voorzitter. Het punt dat we hier maken, is dat het een kwestie is van politieke wil. Terwijl de kosten van de transitie door technologisch leren uiteindelijk nog flink zullen afnemen, zijn de kosten van het nietsdoen onverantwoord hoog. Dus uitstellen en afschuiven maakt ons steeds meer afhankelijk van negatieve emissies. En die negatieve emissies kunnen we niet hebben.

Voorzitter. Het gebrek aan tempo bij de politiek kan steeds minder bekoren. Wereldwijd komen ook steeds meer groepen van mensen in verzet. Toen wij de ministers van Onderwijs vroegen wat hun mening was over de klimaatstaking, was hun antwoord juist dat maatschappelijke betrokkenheid van leerlingen zeer te prijzen is. We hebben het al gewisseld: de minister van Economische Zaken dacht daar anders over. Jongeren zijn het zat dat volwassenen hun toekomst verpesten. Ze zien dat Shell de klimaattafels saboteert. Ze zien dat LTO het landbouwhoofdstuk van het regeerakkoord schreef. Ze zien dat de luchtvaartsector alle vrijheid krijgt en neemt om zich te onttrekken aan een serieus klimaatbeleid.

En dat is waar steeds meer mensen tegen in opstand komen. En terecht. Wereldwijd komen de mensen in beweging. Ik noem een aantal bewegingen: Extinction Rebellion, Ende Gelände, Code Rood. Maar bijvoorbeeld ook de groeiende stroom vluchtelingen vanuit Midden-Amerika onderweg naar de Verenigde Staten heeft een klimaatoorzaak. Het klimaat draagt eraan bij dat die stroom vluchtelingen extra op gang komt. Daar zit een klimaatcomponent in. Dit zijn allemaal verschillende uitingen van dezelfde grondoorzaak.

Voorzitter. De zesde uitstervingsgolf is in volle gang en niet langer te ontkennen. De minister van Economische Zaken en Klimaat presenteert hier doodleuk een driegradenbegroting. De grootschalige vernietiging van de leefomgeving heet "ecocide". Er bestaan wereldwijd bewegingen die pleiten om ecocide op te nemen als vijfde misdaad tegen de mensheid. In 1998 werd het Statuut van Rome aangenomen, met daarin vier misdaden tegen de mensheid, maar met enkel een bepaling dat het toebrengen van ernstige schade aan het milieu strafbaar is ten tijde van internationaal gewapend conflict. Het is volgens ons de hoogste tijd voor de volgende stap. Is de minister bereid om in nationaal en internationaal verband te onderzoeken of en hoe ecocide kan worden opgenomen als vijfde misdaad tegen de mensheid? Het zal de poldercultuur, de convenanten, het eindeloos gepraat helpen versnellen.

Voorzitter, dank u wel.