Bijdrage Van Raan aan AO Tech­niekpact


9 oktober 2019


Voorzitter,

Gisteravond vertelde de minister van onderwijs dat we “in het hoofdstuk van de geschiedenisboeken zijn beland waarin we radicaal anders moeten handelen, maar vooral ook moeten laten zien dat we met z’n allen radicaal anders durven denken.”

De goede bedoelingen ten spijt, dat radicaal anders denken zien we al 2 jaar niet terug in het kabinetsbeleid. Klimaatplannen blijven uit of zijn halfbakken.

Het Techniekpact, en meer in het algemeen de kritiekloze uitnodiging van het bedrijfsleven om daar aan bij te dragen, is juist een toonbeeld van het oude denken.

Dat dit smalle wereldbeeld diepgeworteld zit werd nog eens onderstreept door uitspraken van minister Wiebes (EZK) over de besteding van de middelen uit zijn “groeiagenda” in relatie tot het onderwijs. Die moesten wat Wiebes betreft niet naar hogere lerarensalarissen, “want dat leidt niet tot een hoger verdienvermogen voor de samenleving”.

Deze totale miskenning van het werk van leraren illustreert het rendementsdenken van dit kabinet.

Graag een reactie van beide bewindspersonen.

Ik wil benadrukken dat de Partij voor de Dieren het uiteraard belangrijk vindt om genoeg technici beschikbaar te hebben om de energietransitie te volbrengen.

Dat betekent echter nog niet dat we “het bedrijfsleven” carte blanche moeten geven bij het vormgeven van ons onderwijs.

Uit talloze voorbeelden blijkt dat we er helaas niet blind op kunnen vertrouwen dat de lesmaterialen vanuit het bedrijfsleven vrij zijn van misleidende boodschappen en sluikreclame:

Ik heb vijf voorbeelden bij me, ik noem u er twee:

Mijn eerste punt is gerelateerd aan het techniekpact en de debatwedstrijd “Meet the Boss”, waar bedrijven als Shell, Tata Steel, OCI (kunstmest) en Sabic (petro-chemie uit Saoedi-Arabië) kinderen lieten debatteren over de stelling:

“Scholieren die staken voor het klimaat moeten in de vakantie de lessen inhalen.”

Een rechtstreekse aanval op het groeiende verzet in de samenleving tegen het ontoereikende Nederlandse klimaatbeleid.

Ik mag toch hopen dat beide bewindspersonen deze stelling met “nee” zouden beantwoorden.

Graag een reactie.

Ook binnen dit programma valt de betoogwedstrijd waarin leerlingen moeten opschrijven wat de maatschappelijke betekenis is van deze bedrijven.

Erkent de minister dat die maatschappelijke betekenis van bedrijven als Shell vooralsnog “ontwrichtend” is?

Mijn tweede voorbeeld is de gang van zaken rond de zogenaamde kinderraad van Shell Moerdijk en Shell Pernis.

Shell liep alvast alle scholen in de omgeving af met gratis bidons en mooie rode overalls als lokaas.

De kinderen in deze raad krijgen vervolgens het komende jaar maar liefst TIEN lessen van Shell onder het thema ‘natuur en chemie’”.

Voorzitter,

De rillingen lopen me over de rug bij deze gedachte.

Alle reden om stevig tegenwicht te bieden.

Een grondige factcheck lijkt me zeker op zijn plaats.

Is de minister daartoe bereid?

Is de minister bereid om het betreffende lesmateriaal op te vragen en ter inzage beschikbaar te maken voor maatschappelijke waakhonden zoals Fossielvrij?

Deze voorbeelden illustreren precies waarom de Partij voor de Dieren al tijden oproept om de Onderwijsinspectie een grotere rol te geven in het handhaven op lesmaterialen vanuit het bedrijfsleven.

Recent diende ik een motie in op dit punt, met het verzoek om “parallel aan de verkenning naar informele scholing, te bezien of en hoe de Inspectie van het Onderwijs een toezichthoudende rol kan krijgen op die elementen van het onderwijs die worden georganiseerd door bedrijven”.

Deze motie werd de facto werd aangenomen (de stem van D66 werd helaas niet geregistreerd) en bij het VAO van dit debat doe ik daarom graag een tweede poging.

Dank u wel.