Bijdrage Van Raan AO over Klimaat & Energie


7 oktober 2020

Voorzitter, ik heb drie punten, de versnelling die we moeten inzetten om klimaatcrisis te lijf te gaan, de vreemde spagaat die keer op keer blijkt uit het huidige klimaatbeleid, en de pijnlijke invloed van de fossiele lobby.

Het eerste punt is de versnelling. Als we de Urgenda-doelstelling voor dit jaar gaan halen, dan is dat te danken aan de terugval in economische activiteiten vanwege de corona crisis, niet aan de versnelling van de maatregelen.

Dat toont aan dat er nog veel moet gebeuren, want nieuwe economische groei zal de uitstoot weer doen toenemen. Dat leidt ook tot mijn eerste vraag: Op welke manier garandeert de minister dat we in 2021 niet weer terugvallen onder de 25% reductie ten opzichte van 1990?

Voorzitter, één van de meest voor de hand liggende maatregelen om te versnelling is beter in te zetten op wat er al ligt aan wetgeving. En dat is in dit geval het handhaven van de energiebesparingsplicht van de industrie.

In de afgelopen vijf jaar is de CO2-uitstoot ongeveer gelijk gebleven in de industrie. Terwijl de CO2-uitstoot in de komende vijf jaar met 3 megaton ton zou kunnen verminderen door energiebesparing aldus onderzoek van Royal Haskoning-DHV.

Is de minister het er inmiddels ook mee eens dat hier volop kansen liggen met betrekking tot versnelling en is de minister het er mee eens dat sancties op niet naleving van de energiebesparingsplicht zouden kunnen helpen?

Voorzitter, het tweede punt, de spagaat waarin de overheid zichzelf brengt met haar klimaatbeleid.

Aan de ene kant duurzame energie promoten, aan de andere kant fossiele industrie stimuleren. We hebben het er al vaker over gehad. Jaarlijks worden er miljarden euro’s gestoken in duurzame energie vanuit de SDE. Maar tegelijkertijd, kan je dit als geneutraliseerd beschouwen, als je de fiscale voordelen ziet ter grootte van 4,9 miljard euro, die de fossiele industrie geniet.

Voorzitter, een deel van deze subsidies gaat naar houtige biomassa. Waarvan we inmiddels weten dat deze niet CO2 neutraal is. Biomassa wordt maatschappelijk snel onacceptabel. Gemeenten waar VVD en CDA in het bestuur zitten, sluiten biomassa uit hun regionale energie strategie.

Het is dus tijd om subsidies op biomassa te stoppen. En stappen zijn gezet. Maar er kan meer gebeuren onder het motto beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald.

Uit de eigen overzichten en inschatting van het ministerie bleek dat eind 2019 nog minimaal (de komende 20 jaar nog 2/3 van 5,2 miljard= 3,484) zo’n 3,5 miljard aan subsidies uitstaat voor de komende jaren.

Mijn eerste vraag is, dat was een jaar geleden en hoeveel is dit inmiddels, een jaar later?

En mijn tweede vraag is: is de minister bereid om een stop af te kondigen totdat eindelijk zijn biomassakader bekend is en mijn derde vraag hierover is: is de minister bereid nu vast te onderzoeken wat het betekent om deze subsidies niet uit te keren, met andere woorden de beschikkingen in te trekken?

Voorzitter, nog zo’n voorbeeld van het wringende beleid van de overheid is kunstmestfabrikant Yara, nr 4 in top 15 van CO2 uitstoters. Yara wil 10% van haar ammoniak produceren met groene waterstof in plaats van fossiele gas. En is hiervoor opzoek naar financiële steun van de overheid. Dat lijkt een verbetering;

Maar laten we even kijken wat hier gebeurt. Want waarom, voorzitter, zouden we überhaupt de productie van ammoniak willen stimuleren.

Ammoniak, is het hoofdingrediënt van kunstmest, wat voor het overgrote deel gebruikt wordt voor gewassen die op hun beurt weer dienen als veevoer voor obsceen grote veestapels.

Kortom het subsidiëren van groene waterstof voor de productie van een systeem dat de stikstofcrisis veroorzaakt, de klimaat en biodiversiteitscrisis verergert en er voor zorgt dat die duurzame energie niet gaat naar bijvoorbeeld woningen. Voorzitter, het is het blussen van de brand met benzine.

We zullen we een motie hiervoor indienen. Ben wel nieuwsgierig naar de reactie van de minister.

Dan voorzitter tot slot, de invloed van de fossiele lobby. Deze wordt weer eens duidelijk doordat Shell een podium krijgt bij de Klimaatdag aanstaande maandag 12 oktober, omdat, hier komt ie- Shell zegt te streven naar klimaatneutraliteit.

Dat is een vreselijke cynische grap, het bewijs bij uitstek van de invloed van dit bedrijf.

Immers, zoals uit het rapport van Oil Change International (OCI) ‘Big Oil Reality Check’ is Shell op geen enkele manier in lijn met het Klimaatakkoord van Parijs. Het lijkt er niet eens op.

Het besteedt 32 keer meer aan olie en gas ontwikkeling dan aan duurzame energie.

Shell is dus geen helemaal ‘koploper’ op het gebied van klimaat. Shell heeft dus helemaal niks te zoeken op een Klimaatdag, hooguit als voorbeeld van hoe het niet moet of aan de schandpaal.

Dat het niet onmogelijk is om Shell en consorten het podium te weigeren blijkt uit de voorwaarden die bijvoorbeeld COP 26 in Glasgow stelt aan zijn sponsors: bedrijven die in aanmerking willen komen voor een podium moeten een geloofwaardig korte termijnplan hebben om klimaatneutraliteit te bereiken in 2050.

Is de minister bereid deze uitnodiging, pijnlijk voor alle partijen, alsnog in te trekken, en zo nee, is de minister op zijn minst bereid de tekst van Shell, die ze gaan uitspreken over hoe groen ze zijn, van te voren te eisen en publiek vrij te geven?

Erover stemmen komt te laat, want de Klimaatdag is maandag al, dus overwegen we een motie die dit soort uitermate pijnlijke vergissingen voorkomt.