Bijdrage Van Raan aan debat over herstel toeslagen


1 juli 2021

Voorzitter,

Het plot van een gemiddeld verhaal heeft een duidelijke schurk, een duidelijk slachtoffer, al dan niet in gijzeling gehouden door de schurk, en een duidelijke held die geliefd is. Plus een happy end.

Dat is in dit verhaal wel anders.

Het plot van de toeslagenaffaire kent meerdere schurken, de één nog erger dan de ander, en de held die nu slachtoffers moet redden, was eerst zelf de schurk.

En er zijn 140.000 slachtoffers. Van wie je wel kunt zeggen dat ze gegijzeld zijn, en hoeveel niet voor het leven.

(Er zijn 42.000 ouders aangemeld bij het Uitvoering Herstel Toeslagen (UHT). Dan zijn er nog 70.000 kinderen gedupeerd. 70.000 kinderen met een achterstands-start in het leven, omdat hun ouders de dupe werden van de Belastingdienst en zij dus ook. Er zijn 8.000 ex-partners de dupe geworden, want toeslagen waren per huishouden. En veel gezinnen zijn inmiddels gebroken. En er zijn nog 20.000 gedupeerden van vergelijkbare fouten bij de huurtoeslag, de zorgtoeslag en het kindgebonden budget.)

140.000 slachtoffers. Dat betekent dat bijna 1% (0,8%) van Nederland slachtoffer is van de Belastingdienst. Van de rücksichtloze vermorzelmachine van mensen met een ongekende cascade van vernieling van menselijke waarden, met generatieoverstijgend leed.

Mijn vraag aan de staatssecretaris: heeft ze ze nu allemaal? Of zijn er mogelijk nóg meer?

Om alle slachtoffers te helpen is er nu een spaghetti van regelingen opgetuigd.

(“Eén huishouden kan aanspraak maken op de Catshuisregeling, een integrale beoordeling, de schuldenaanpak, bredere ondersteuning vanuit gemeenten, juridische ondersteuning, de kindregeling, compensatie voor andere toeslagen en de Commissie Werkelijke Schade. Als de ouders uit elkaar zijn gegaan kan op basis van de richting van het Kabinet, onder bepaalde voorwaarden, ook de ex-partner herstel worden geboden.” (blz. 8 van de zevende voortgangsrapportage))

Met de zevende voortgangsrapportage is het verhaal er -eerlijk gezegd- niet overzichtelijker op geworden. Het wordt juist alleen maar ingewikkelder. En dan hebben we het eigenlijk vooral nog over financiële compensatie, nog niet over heling.

De regelingen die worden opgetuigd lijken gebaseerd op vuistregels, een bekende en logische manier van probleemoplossing onder omstandigheden met te veel of juist te weinig informatie onder tijdsdruk.

Dit brengt onaanvaardbare risico’s met zich mee. Overcompensatie noemt de staatssecretaris als risico in de voortgangsrapportage. Maar wat is het risico op ondercompensatie? Kan de staatssecretaris ondercompensatie uitsluiten?

De staatssecretaris geeft zelf aan dat het spaak gaat lopen. Welke uitvoeringsproblemen worden nu al voorzien?

Voorzitter, dit laatste deel spreek ik mede uit namens Sylvana Simons van Bij1.

Kan de staatssecretaris bevestigen dat de regelingen geen –nooit – eindregelingen zijn?

Wat Bij1 en de Partij voor de Dieren betreft wordt de koers van de hersteloperatie bepaald door wat de ouders, de kinderen, de ex’en, de andere gedupeerden en de ombudsman erover zeggen, en niet door wat het ministerie zegt. Wat vinden de slachtoffers van de regelingen?

Alles wijst erop dat financiële compensatie niet tot genoegdoening leidt en dat is logisch. Een ontnomen jeugd of verloren toekomst kunnen niet gecompenseerd worden. Er moet een huis van heling gebouwd worden.

De motie riep op om heling centraal te stellen, en om na te denken over welk type benadering daarvoor geschikt is. Maakt dit onderdeel uit van de herbezinning op de aanpak gedurende de zomerperiode? En kunnen we dit dan ook terugverwachten in de 8ste voortgangsrapportage? Hoe gaat de staatssecretaris haar netwerk van organisaties hier op voorbereiden?

Hoe passen de regelingen bij de langdurige benadering die hoort bij het proces van heling? Hoe leidt het “steuntje in de rug” van gemiddeld € 5000 voor kinderen tot heling? Worden ex-partners en de andere gedupeerden ook toegelaten tot het huis van heling?

Tot slot: het voorkomen van nieuwe slachtoffers moet prioriteit hebben. De menselijke maat moet terug in het rationele rekenapparaat dat de Belastingdienst is verworden.

Vraag die gedupeerden bezighoudt: is de ‘integrale beoordeling’ nou een rekenmodule, een algoritme of beoordelen mensen dat? Hoe zit dat?

Ambtelijke ethiek, warmte, compassie, moet meer aandacht krijgen. De ambtenarij is in de loop der tijd steeds meer gelijkgetrokken met het bedrijfsleven, maar een publieke functie is echt anders. Hoe groot is de ruimte voor meer aandacht voor ambtelijke ethiek binnen reguliere opleidingscurricula voor ambtelijke professionals bij de belastingdienst?

Voorzitter, wat wij horen in de afschuwelijke, mensonterende verhalen van slachtoffers is de normale, basale wens om serieus te worden genomen. Dat gevoel ontbreekt. Wat gaat de staatssecretaris daaraan doen?

Een aantal vragen tot besluit: is het niet noodzakelijk dat de getroffenen de regie moeten krijgen in hun helingsproces in plaats van dat de regie buiten hen ligt? Hoe gaat de staatssecretaris meehelpen dat omdraaien? Wil zij helpen dat om te draaien?

Zijn het niet de getroffenen die aan moeten geven wat ze nodig hebben, hoe zij willen dat hen recht wordt gedaan, kunnen zij niet aangeven welke hulp/bijstand/ondersteuning/scholing ze willen ontvangen, bijgestaan door onafhankelijke -door hen aangewezen- adviseurs, die ook ondersteund worden?

Kan de minister niet alleen daarover nadenken, kan zij zich ook laten adviseren door andere denkers, die andere invalshoek hebben, we denken specifiek aan de Sociaal Creatieve Raad.

Graag een reactie.

Voorzitter, helden, schurken, slachtoffers, het is ons duidelijk wie de echte helden zijn.

Een happy end is nog niet inzicht.

Onderschrijft de staatssecretaris het motto ‘Herstel. Koste wat kost’? Zo ja, dan kunnen we helpen.

Dat is een investering in een mooie samenleving.