Bijdrage Van Raan aan debat over duurzaam vervoer


8 juni 2021

Voorzitter, dank u wel. Omdat de heer Bontenbal over de periode Lubbers begon, heb ik uiteraard meteen even gekeken hoeveel de uitstoot onder het kabinet-Lubbers is gestegen, in de diverse kabinetten van 1982 tot 1994. Dat is met 14%. Wat dat betreft is het meneer Lubbers niet gelukt de wereld beter door te geven. De heer Bontenbal heeft waarschijnlijk meer geluk, want ik hoor hem duidelijk zeggen dat het aanscherpen van emissies goed kan helpen als sturingsmiddel om gedrag te beïnvloeden. Dat is volgens mij goed nieuws. Ik dicht de heer Bontenbal dus meer kansen toe dan de heer Lubbers.

Het wegverkeer veroorzaakt ongeveer 20% van de CO2-uitstoot. Om de door ons zelf opgelegde afspraken na te komen, is er een modal shift nodig. De staatssecretaris heeft het daar ook vaak over. Mensen moeten zich gemakkelijk, gezond en duurzaam kunnen bewegen. Tijdens de coronacrisis hebben we gezien dat mensen meer thuiswerken, want de digitale snelweg heeft de fysieke snelweg tijdelijk vervangen. Dat er minder auto werd gereden en er minder werd gevlogen, is een van de weinige pluspunten van de afgelopen periode. Duurzaam vervoer betekent voor de Partij voor de Dieren dat we de transitie moeten doorzetten, op krimp van de luchtvaart, krimp van het autogebruik, groei van het ov en groei van het deelvervoer. Ook moeten we het fietsen meer gaan stimuleren, want naast lopen is fietsen zo'n beetje de meest gezonde en duurzame optie van vervoer. De staatssecretaris gaf aan dat het aandeel fietsen relatief hoger ligt dan voor de pandemie. Dat roept de vraag op of deze relatieve stijging komt doordat er meer fietsers zijn of minder auto's op de weg. Hoe gaan we die stijging vasthouden? Want dat is volgens mij een ontwikkeling die we allemaal toejuichen. Verder vraag ik de staatssecretaris welke mogelijkheden zij ziet om fietsen voor een breder publiek toegankelijker te maken. Dan kunnen we namelijk naast duurzaam vervoer ook iets aan de vervoersarmoede doen.

Dan kort over het ov. We gaan het tijdens het MIRT-overleg uiteraard nog uitgebreid over het ov hebben. We moeten dat wat duurzaam vervoer betreft ook echt aanjagen, want de meest duurzame mobiliteitskilometers zijn die kilometers die we met publiek vervoer afleggen, zo blijkt. De vraag die ik nu al wil neerleggen, zodat we er volgende week verder over kunnen praten, is: hoe gaan we dit nu verder promoten, aanjagen, duurzamer maken en betaalbaarder maken?

Dan kom ik op de auto's. Volgens het CBS zijn er 8,7 miljoen personenauto's. Dat is 14% meer dan in 2010. Het is geen goede ontwikkeling dat het wagenpark zo hard groeit. De elkaar versterkende trends van meer asfalt, dus meer auto's en dus meer asfalt -- aangejaagd door partijen als de VVD -- dienen doorbroken te worden, te beginnen met het stoppen van de onzalige verbreding van de A27. Om dit aan te pakken, moet er meer worden ingezet op -- we zeiden het al -- meer ov et cetera. Kan de staatssecretaris toelichten hoe het ov maar ook het deelvervoer verder gestimuleerd gaat worden?

Van die bijna 9 miljoen auto's -- moet je even voorstellen: 9 miljoen auto's! -- zijn er 402.000 elektrisch en hybride. Het gaat ons er niet om het fossiele wagenpark een-op-een te vervangen door elektrische wagens, zeg ik als antwoord op de heer De Groot. De verschuiving naar de andere modaliteiten betekent dat het aandeel elektrische auto's tegenover hybride en fossiel sowieso al omhoog moet gaan. We kijken naar mogelijkheden om dit te stimuleren. Ik ben benieuwd hoe de staatssecretaris dit voor zich ziet. Ik sluit me aan bij de vragen van de heer De Groot en D66, namelijk: hoe kunnen we het aandeel elektrische auto's vergroten? Met zonneauto's bijvoorbeeld.

Tot slot. Om het aantal gereisde kilometers te beperken, is een goede spreiding tussen woon-werkverkeer nodig. Is de staatssecretaris bereid om met de ministers van Binnenlandse Zaken en EZK in gesprek te gaan om het woon-werkverkeer aan te pakken, in samenhang met de uitdaging op het gebied van duurzaam vervoer en ruimtelijke ordening? We weten dat de tolerantie van mensen voor de gemiddelde reistijd, de maximale reistijd, ongeveer één uur is. We zien ook dat dat uur door de jaren heen meer in afstand is gematerialiseerd. We zijn verder weg van het werk gaan wonen, terwijl er geweldige kansen liggen om het woon-werkverkeer dichterbij te brengen, want het duurzaamste is uiteraard om mensen op fietsafstand van hun werk te laten wonen.

Dank u wel.