Bijdrage Van Raan aan AO Maritiem


2 juni 2021

Dank u wel, voorzitter. Ik kwam de minister al veel in de lucht tegen, maar nu ook op het water. Dat is mooi. Dan kunnen we ook daar de degens kruisen. We sluiten inderdaad af met een Fries, tenzij de heer De Groot ook nog een verhandeling gaat houden. Ik weet eigenlijk niet of hij uit Friesland komt.

De voorzitter:

Ik houd het nog even in het midden.

Een cliffhanger! Voorzitter. Vandaag staan er veel belangrijke onderwerpen op de agenda, maar ik beperk me tot drie: varend ontgassen, wat rotzooi veroorzaakt, onverantwoordelijke vaarroutes voor de containervaart, die rotzooi geeft -- ik maak gebruik van de kracht van de herhaling van de heer De Hoop -- en de absurde vergunningen die het mogelijk maken dat de rotzooi als gevolg van gaswinning gedumpt wordt naast een natuurgebied. Ik denk dat de minister hierin al een rode draad herkent: het dumpen van rotzooi en wat we daaraan gaan doen.

Varend ontgassen. Zoals de minister wellicht weet wil mijn fractie dat dossier zo snel mogelijk afsluiten door middel van een verbod. Ik neem aan dat de minister dat eigenlijk ook wil afsluiten. We konden in de brief van de minister lezen dat nog drie landen het Scheepvaartafvalstoffenverdrag moeten ratificeren. Hoe staat het daarmee? Op welke termijn verwacht u dat? En is het ook niet zo dat Europese regels het niet onmogelijk maken om het alvast te verbieden? De minister hoeft er dus niet op te wachten dat andere landen het geratificeerd hebben. En als het niet kan, wat kan de minister dan toezeggen qua invloed die zij gaat aanwenden om die andere landen zo snel mogelijk zover te krijgen?

Een andere vraag met betrekking tot ontgassen: hoe staat het met de locaties om te ontgassen in Nederland? Hoeveel zijn er klaar en hoeveel denkt de minister te kunnen realiseren het komende jaar? Ik wil toch wel even benadrukken dat we namelijk ook de sector de kans moeten geven om zich daarop voor te bereiden. Voorspelbaarheid is dus ook belangrijk daarbij. Ook konden we lezen dat de sector geïnformeerd wordt over het aanstaande verbod. De vraag is of dat voldoende is. Vindt de sector dat voldoende? Welke voorbereidingen worden er in Nederland samen met de sector getroffen ter voorbereiding op dat verbod?

Voorzitter. Dan de gevolgen van de ramp met de MSC Zoe en de Baltic Tern. Eigenlijk moet je spreken van het gebrek aan gevolgen. Het rapport van de OVV doet een hoop aanbevelingen; overigens behalve een vaarverbod voor de zuidelijke route, maar dat terzijde. En wat doet de minister? Die zet in op een interventieladder, te beginnen bij de onderkant, namelijk het informeren. Niemand zal ontkennen dat goed zeemanschap belangrijk is, maar sommige zaken zullen we helaas toch wat strenger moeten aanpakken. De schepen die de zuidelijke route nemen, worden steeds groter. De route wordt steeds drukker, omdat de wijsheid om minder spullen uit onder andere China te halen, echt nog te weinig is doorgedrongen. Is het misschien toch een idee om in ieder geval de ecologische keuze te maken en niet de economische keuze, en dus de zuidelijke route voor grote containerschepen te sluiten?

Voorzitter. In april gaf de minister aan dat het contact met Duitsland en Denemarken vanwege corona moeilijk liep. Nu weten we in één keer dat deze landen niet bereid zijn om bindende actie te ondernemen. De vraag is natuurlijk waarom Duitsland en Denemarken daar niet toe bereid zijn. Misschien kan de minister daar wat over vertellen. De vraag hier is ook, en daarmee sluit ik aan bij de heer De Hoop, de volgende. In het OVV-rapport staat namelijk dat de Waddenzee wordt erkend al kwetsbaar natuurgebied. De IMO geeft mogelijkheden om dan in te grijpen, om aanvullende en beperkende maatregelen voor de scheepvaart te nemen. Erkent de minister dat zij eigenlijk voldoende aanknopingspunten heeft om strenger in te grijpen? En als de minister niet bereid is om deze grotere containerschepen te weren uit de zuidelijke vaarroute, is zij dan wel bereid om dat te doen wanneer het slecht weer is, dus dat zij die interventieladder wat sneller opklimt? De kustwacht zou dit verbod dan moeten kunnen handhaven. Die geeft al aan daar eigenlijk niet de menskracht voor te hebben. Is zij bereid stappen te ondernemen om de kustwacht uit te breiden?

Voorzitter. Ik kom bij het laatste punt. Vorige week konden we lezen dat voor gaswinning bizarre hoeveelheden vervuild water geloosd mogen worden in de Noordzee boven Schiermonnikoog. Als dit plan doorgaat mag er dagelijks tot 60.000 liter vervuild water met onder andere benzeen, kwik, zink en methanol gestort worden in de zee. Dit geldt voor de komende 10 tot 35 jaar. Dat is best bijzonder, want gaswinning voor 35 jaar kan helemaal niet. Daarvan hebben we al afgesproken dat dat moet worden gestopt. Ook het Staatstoezicht op de Mijnen zegt dat dit onwenselijk is. Dit is een van de vele voorbeelden van wel legaal maar niet wenselijk, ook moreel niet wenselijk. Deelt de minister de analyse dat dit onwenselijk is, op het ecocidale af? Wat gaat zij eraan doen om de Noordzee te beschermen tegen deze vervuiling? Gaat zij duidelijk maken aan de collega's dat dergelijke infrastructuren niet vergund horen te worden in de Noordzee, en trouwens ook niet in de Waddenzee?

Voorzitter, dank u wel.

Interruptie bij Tjeerd de Groot (D66)

Ik hoor de heer De Groot over de bruine vaart en zijn voorliefde daarvoor. Gefeliciteerd! Harlingen heeft misschien wel een nieuwe inwoner. Dat is mijn geboorteplaats en misschien uw toekomstige woonplaats. Weer een nieuw cliffhanger: misschien gaat u daar wonen. Maar als het inderdaad zo is dat industriepolitiek dient om, wat steeds vaker gebeurt, rechterlijke uitspraken te voorkomen omdat de politiek het laat liggen, dan vindt D66 de Partij voor de Dieren waarschijnlijk naast zich. Mijn vraag gaat dan ook over het volgende. Ik hoor prachtige woorden, ook over de Waddenzee. Ik snap best dat de heer De Groot gaat zeggen: ik wacht even het antwoord van de minister af. Maar vindt D66 in principe ook dat die vergunning om dagelijks 60.000 liter rotzooi te dumpen in de Noordzee, naast een natuurgebied -- ik doel op Schiermonnikoog; u gaat daar misschien langsvaren met uw bruine vloot -- ten gunste van gas- en oliewinning, gestopt moet worden? Of zegt D66: nou, nee, eigenlijk niet?

De heer Tjeerd de Groot (D66):

Ik heb het bericht gelezen dat mij werd toegestuurd. Ik was heel erg verbaasd dat het überhaupt mocht. Ik ben dus benieuwd naar de beantwoording. Het lijkt mij namelijk heel sterk, ook omdat het gebied boven de eilanden een Natura 2000-gebied is. Ik vraag me dus af of het is toegestaan om dergelijke stoffen daar te lozen.

Van Raan:

Als we de brieven van het SodM mogen geloven, dan zeggen die: het is niet gewenst, maar het is legaal. Dat antwoord kennen we dus al. De minister gaat dat ongetwijfeld nog verduidelijken. Als het inderdaad zo doorgaat, neem ik aan dat ik D66 aan de kant van de Partij voor de Dieren kan vinden als we gaan proberen om het tegen te houden. Klopt dat?

De heer Tjeerd de Groot (D66):

Ik wacht het antwoord van de minister even af, maar ik vind het zorgelijk. Maar misschien is het onmogelijk om het anders te doen. Daarnaast is D66 ook geen voorstander van de mijnbouw op de Waddenzee en de stapeling van activiteiten die nu nog steeds plaatsvinden ondanks de natuurlijke status van het gebied.

Dank je wel, voorzitter. In constateerde dat het debat startte met een soort wedstrijdje verplassen wie er het meest van Friesland houdt. Als vrouw ben ik fysiek wat minder geschikt voor verplassen, dus ik dacht: laat ik daar ook maar niet aan meedoen en maar gewoon starten met het debat, waarbij ik natuurlijk wil uitstralen dat ik voor álle provincies evenveel hart heb.

Om maar gewoon op het hoogste abstractieniveau te beginnen, waar verschillende woordvoerders het ook over hadden: de scheepvaart, het maritieme cluster als geheel. Ik ben blij met de grote aandacht hiervoor in dit debat. We hebben in de afgelopen periode een Havennota opgesteld waarbij we ook geïntegreerd gekeken hebben naar dat totale ecosysteem van de haveninfrastructuur die we hebben, van de grote mainport Rotterdam, Amsterdam en een zeehaven als Moerdijk maar ook de Noordelijke havens, tot en met de haarvaten, met de kleine binnenvaarthavens in het binnenland en de recreatiehavens, die vaker als jachthavens worden omschreven. We hebben echt gekeken naar het hele systeem om daar ook maximaal rendement uit te halen.

Dat doen we natuurlijk ook in de internationale context, waar ook nog wat vragen over waren, zoals over het level playing field van de heer De Groot. Daar zijn we ook bij aanvang van dit kabinet juist mee begonnen omdat er nog wat speelde rondom de Vpb, de vennootschapsbelasting, waar in andere landen wat creatief mee om werd gegaan, zeg ik maar voorzichtig en wat de Nederlandse havens op achterstand zou zetten. Daar zijn we ook mee aan de slag gegaan als een belangrijk aandachtspunt.

Eigenlijk speelt in de hele maritieme sector hetzelfde als in de economie als geheel. Er is een enorme opgave ten aanzien van de energietransitie, verduurzaming, die uiteraard ook door de hele maritieme sector speelt.

De hele tweede hele grote trend die ook overal speelt, is natuurlijk die van digitalisering. Daar moeten we ook echt in vooroplopen en dat doen we ook. Ik kan zeer de nieuwsbrief van Smart Shipping aanbevelen aan de leden van deze commissie, waarin echt regelmatig fantastische voorbeelden voorbijkomen van wat we ook op dat gebied in Nederland allemaal in huis hebben. Ik kan u melden dat ik in de afgelopen periode ook uit alle delen van de wereld mensen heb mogen rondsjouwen door havens, maar bijvoorbeeld ook naar het MARIN en naar een simulator voor opleidingen in de scheepvaart. We ontvangen in Nederland mensen die hun scheepvaartopleiding doen vanuit de hele wereld. Dus we hebben ook echt iets om trots op te zijn. We weten niet hoelang deze demissionaire periode nog duurt, maar in ieder geval zal ik zolang die periode daar heel graag met u samen aan werken.

We hebben natuurlijk de Maritieme Strategie, de Green Deal en de Goederenvervoeragenda. Daarin zit al een deel van het beleid opgeslagen. U noemde net zelf, dacht ik, ook het Maritiem Masterplan, waarin een goed inhoudelijk plan is gepresenteerd om te komen tot 30 emissieloze schepen. Ik denk dat ik u niet hoef uit te leggen dat dat juist in de scheepvaart heel ingewikkeld is. Het is een kleinere markt, dus het is voor de motorenfabrikanten minder interessant om daar meteen in te duiken. We hebben dus ook daar voorlopers, bijvoorbeeld voor het eerste waterstofschip. We hebben schepen waarbij de container de batterij is, zeg ik maar even heel huiselijk. Er wordt dus echt heel veel innovatiekracht getoond. Om dat verder te stimuleren hebben we op 17 mei jongstleden de R&D-regeling voor de mobiliteitssectoren opengesteld. Dat sluit, denk ik, ook mooi aan op initiatieven uit het masterplan.

Ten aanzien van aanbesteding, mededinging en staatssteun heeft de staatssecretaris net al het nodige opgemerkt. Juist omdat het vooral Europees is, is het natuurlijk lastig om daaraan te sleutelen en dat te verbeteren, maar we trekken samen op waar het kan. Ik zeg ook altijd tegen mensen uit de sector: "Als jullie voorbeelden hebben van andere landen die het op een slimmere manier doen, kom ermee, want we willen dat ook graag. Laten we kijken of we tot verbeteringen kunnen komen." Dat geldt overigens voor alle modaliteiten, want ik ben het natuurlijk zeer eens dat we uiteindelijk een level playing field moeten bewaken. We moeten in ieder geval zorgen dat ons bedrijfsleven niet op achterstand komt te staan door wat voor reden dan ook. U heeft het net met de staatssecretaris al gehad over hoe sommige andere landen elders in de wereld daarmee kunnen omgaan. Die gaan misschien wat makkelijker om met staatssteun dan we in Europa doen. Wij voeren daarover steeds het gesprek met de sector.

De heer De Groot vroeg ook naar de reciprociteit. Ik kan u melden dat bij de handelsmissies die we naar alle delen van de wereld hebben -- zij het dat die door corona al een hele tijd niet meer fysiek plaatsvinden, maar vaak toch digitaal doorgaan -- er bijna altijd gevraagd wordt of ik meega. Dat is niet omdat ze mij zo gezellig vinden, maar omdat de maritieme sector en de watersector internationaal een hele grote naam hebben. Denk aan onze grote baggeraars, maar aan onze hele maritieme sector überhaupt, ook bijvoorbeeld de opleidingen, gecombineerd met onze watersector in de zin van te veel, te weinig en te smerig water, zeg ik maar; dat onderdeel van de portefeuille dus. Er zijn dus altijd grote en kleine Nederlandse bedrijven die graag meegaan op de handelsmissies. We proberen dan ook echt gezamenlijk op te trekken.

Ten aanzien van de digitalisering …

De voorzitter:

Er is even een vraag van de heer Van Raan.

De heer Van Raan (PvdD):

De minister wordt enthousiast over wat we allemaal kunnen bereiken en wat we bereiken met de scheepvaartsector. Dat deel ik voor een heel groot gedeelte, maar ik voel toch even de noodzaak, gezien de klimaatcrisis, de biodiversiteitscrisis en de opgave waarvoor we staan, om te vragen of de minister het met de Partij voor de Dieren eens is dat de verduurzaming en de hightech vooral nu in het teken moeten staan van minder uitstoot in plaats van proberen meer te vervoeren. Zijn we het over die prioriteiten eens: minder uitstoot in plaats van meer vervoeren?

Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:

Ik denk dat het belangrijk is dat Nederland een niet onbelangrijk aandeel houdt in het vervoer dat er is, want wij doen het over het algemeen het schoonst. Als er meer door Nederland wordt gedaan, dan is dat voor het klimaat beter. Daar ben ik echt van overtuigd. Ik denk dus dat het goed is dat wij een innovatieve, zo snel mogelijk emissieloze sector hebben waarmee wij ook wereldwijd de toon kunnen zetten. Dat kan juist een concurrentievoordeel opleveren. Zo denken ze ook in de maritieme sector. Ik hoor steeds meer: "Wij kunnen het gewoon. We gaan het gewoon doen." Het is wel vaak een financiële uitdaging. Ook op het technische pad zullen ze ongetwijfeld nog allerlei uitdagingen tegenkomen. Daar zal ik zo nog iets meer over zeggen als we het over biobrandstoffen hebben. We krijgen ook steeds meer steun van andere Europese lidstaten. Zoals u wel weet, ben ik daarmee eigenlijk vooral via de luchtvaart begonnen, maar dezelfde vooruitstrevende landen die met de luchtvaart willen verduurzamen, krijgen we ook in toenemende mate mee in verduurzaming van de maritieme sector. We hebben niet alleen onze eigen man in Montreal bij ICAO, maar we hebben ook bij IMO in Londen een Nederlander die daar voor een clubje Europese landen aan het stuur zit. Ik denk dat dat eraan bijdraagt dat Nederland een toontje kan meeblazen en een duwtje in de goede richting kan geven.

De heer Van Raan (PvdD):

We gaan het hier nog genoeg over hebben, maar ik vond het belangrijk om het punt te maken dat het echt moet gaan over de verkleining van de Nederlandse voetafdruk, want daar hebben we het over. IMO zit niet in Parijs, zoals u weet, dus ik neem aan dat daar ook nog de nodige stappen op worden gezet.

Ik wil nog even markeren dat ook aan het begin van deze periode … Kijk, een level playing field als zodanig is een onzinargument, want dat bestaat helemaal niet. Wij geven ook aan de scheepvaart zoveel fossiele voordelen dat er ten opzichte van andere landen helemaal geen level playing field is. Ik zou de minister toch willen vragen … Het level playing field waar we zo nodig naar moeten streven, is eigenlijk een uitgehold begrip, omdat iedereen probeert zijn competitieve voordeel te halen. Er is dus helemaal geen sprake van een level playing field. Het is overigens wel zo -- dat wil ik ook even benoemen aan het begin van deze discussie -- dat de uitdagingen om te verduurzamen voor de luchtvaart inderdaad groter zijn dan voor de scheepvaart, gezien de technische beperkingen om batterijen door de lucht te vervoeren et cetera. Dat deel ik met de minister.

De voorzitter:

U heeft straks nog een tweede termijn. De minister.

Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:

Een herkenbaar geluid vanuit de Partij voor de Dieren. Laat ik ook even vooropstellen: een level playing field in de context waarin we het hier over hadden … Kijk, een volstrekt level playing field heb je natuurlijk nooit. Ieder bedrijf heeft altijd zijn eigen omstandigheden. Maar volgens mij zijn we het erover eens dat niet-Europese regelgeving op verschillende manieren kan worden uitgelegd, waardoor er een concurrentieverstoring plaatsvindt onder dezelfde regelgeving en waardoor Nederland in het nadeel zou zijn. Dat is het level playing field waar ik net op doelde. Volgens mij zijn we het erover eens dat dat bewaakt moet worden.

De voorzitter:

De heer Van Raan, heel kort nu.

De heer Van Raan (PvdD):

Heel kort, want wat de minister nu zegt, zou de indruk kunnen wekken dat Europese regels niet verschillend kunnen worden uitgelegd door de verschillende landen. Dat is niet zo. Als milieuoverwegingen een rol spelen bij een richtlijn over bijvoorbeeld vaarroutes, dan mag Nederland die best strenger uitleggen, omdat Nederland het nou eenmaal belangrijker vindt om het milieu beter door te geven aan toekomstige generaties dan bijvoorbeeld een ander land. Wat de minister zegt, klopt niet helemaal.

Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:

Nee, dan even helemaal scherp: ik heb het over Europese regelgeving die bedoeld is om voor alle landen hetzelfde te gelden. Dan heb ik het bijvoorbeeld over de aanbestedingsregels. Het kan niet zijn dat andere landen de hand lichten met aanbestedingsregels. Natuurlijk hebt u gelijk: iedere lidstaat heeft, behalve de Europese regels die voorgeschreven zijn en voor iedereen hetzelfde zijn, natuurlijk altijd het recht om een eigen beleid te voeren en om voor welke reden dan ook een kop op Europese regelgeving te plaatsen of allerlei noviteiten. Maar het gaat erom dat als er regels zijn waar wij ons gewoon aan hebben te houden, zoals een Europese aanbestedingswet, het dan niet kan zijn dat andere landen zich daar niet aan houden. Zo heb ik de heer De Groot en anderen verstaan. Daarover zijn we het dan uiteindelijk toch

Tweede termijn

Dank u wel, voorzitter. Ik kan me eigenlijk wel aansluiten bij de zorgen die de heer De Hoop heeft {noot: voor de MSC Zoe en de vaarroutes]. De gang van zaken is onbevredigend, ondanks de inspanningen van de minister, die ik zeer waardeer.

Dank voor de toezegging om ons op de hoogte te houden over het varend ontgassen na dat halfjaarlijks gesprek. Ook wij maken ons -- ik denk terecht -- zorgen en nemen geen genoegen met de inspanning van de minister op dit moment met betrekking tot de vaarroutes, want hier gaat de commercie toch weer boven de natuur. Daar moeten we echt mee stoppen. Ik vraag hierbij … Het was me niet helemaal duidelijk of de heer De Hoop … Hij schudt van niet. Ik vraag hierbij wel een tweeminutendebat aan om een motie hierover in stemming te brengen. Ook wil ik een motie indienen op het gebied van vervuild water. Daar zal ik dan de staatssecretaris van EZK op aanspreken.

Dank u wel.