Bijdrage Van Esch over de avondklok


18 februari 2021

Voorzitter,

Mijn fractie heeft bij het vorige debat over de avondklok al aangegeven hoe wij daar tegenover staan. Voor ons is die brede belangenafweging, waarbij ook het mentale en bredere welzijn van de bevolking meegenomen word, ontzettend belangrijk. Bij de schriftelijke ronde hebben wij ook nog uitgebreid onze juridische bezwaren geuit. Wij betitelden de avondklok toen al als onrechtmatig en het punt van spoed was daarbij niet ons enige bezwaar.

En ik sta hier nu niet om op de luidste toon ‘zie je wel’ of ‘schande’ te roepen. Maar schandelijk is het wel voorzitter. Het kabinet heeft hier echt een puinhoop veroorzaakt. Ik zal vandaag eerst ingaan op het vorige wetsvoorstel. De zogeheten voortduringswet en wat daar mis ging. Daarna zal ik ingaan op de nieuwe spoedwet die nu voorligt.

Het kabinet koos ervoor om de W-b-b-b-g te gebruiken. Een noodwet voor spoedgevallen. Na het nemen van het besluit over de avondklok moest er volgens die wet ‘onverwijld’ een wetsvoorstel naar de Kamer. Onverwijld betekent zonder uitstel of per direct voorzitter. En dan kan je niet op 12 januari bij de persconferentie de avondklok al noemen. Die vervolgens op 20 januari aankondigen in de persconferentie. En dan uiteindelijk op 2 februari pas met een wet komen. Dat voldoet gewoon niet.

En het was echt een mini-wetje hé. 3 korte wetsartikelen en 2 A4’tjes Memorie van Toelichting. Ik denk terecht dat de rechter deze werkwijze als ‘niet legitiem’ beoordeelde.

Maar het tweede punt, en daar heb ik nog altijd geen besef van gezien bij het kabinet, gaat breder over de systematiek waarmee grondrechten beperkt worden in dit land. Als je mensen hun grondrecht wilt beperken moet je daar een formele wet voor hebben. Een formele wet moet zijn goedgekeurd door de Tweede én de Eerste Kamer. De grondwet kent die structuur zodat de Tweede en de Eerste Kamer zich over grondrechtbeperkingen kunnen uitspreken.

En dan zou je, zoals de regering deed, voor de Wbbbg kunnen kiezen. Dat is namelijk zo’n formele wet. Die is lang geleden al goedgekeurd door de Eerste en Tweede Kamer. Maar omdat dit een noodwet is met verregaande bevoegdheden zitten daar ook weer waarborgen in. Waarborgen die aansluiten bij de werkwijze van de grondwet. Waarborgen die regelen dat de Tweede én de Eerste Kamer weer betrokken zijn als een grondrecht daadwerkelijk beperkt wordt. Je kan dus voor de avondklok alleen gebruik maken van deze wet als je:

A) de noodtoestand uitroept
óf
B) per direct een nieuwe wet door de Eerste en Tweede Kamer laat gaan.

Dat per direct - of onverwijld, in juristentaal - staat in de wet. En dat staat er zodat er geen langdurige periode komt waarin de grondrechten al wel beperkt zijn maar de Eerste en Tweede Kamer zich er nog niet over hebben uitgesproken. Maar dat goedkeuren door Eerste en Tweede Kamer is ook nu op 18 februari, meer dan een maand na het noemen van het voornemen door het kabinet, nog altijd niet gebeurd. Het kabinet heeft ondertussen al wel besloten tot verlenging van de avondklok. Daarmee is een behoorlijk lange periode ontstaan waarin grondrechten al wel beperkt zijn maar de goedkeuring van de Eerste en Tweede Kamer nog ontbreekt. En dat is hier het onderliggende probleem. Mijn fractie vind dat zeer bezwaarlijk.

En het verhaal van de premier dat het kabinet vooraf met de Tweede Kamer heeft gedebatteerd over de avondklok doet daar niets aan af. Dat is juridisch gezien niet bijzonder veel waard en volgens de systematiek die onze grondrechten beschermd had dus ook de Eerste Kamer betrokken moeten worden. De Eerste Kamer liet ook aan de minister weten de gang van zaken niet oké te vinden en het enige wat de minister deed was een briefje sturen om ze te informeren over het besluit dat hij toch al had genomen.

Niet chique.

Goed, dan de nieuwe poging van het kabinet die nu voorligt.

Allereerst wil ik zeggen dat we hier in de Kamer niet moeten streven naar records spoedwetten aannemen. Ik proef soms de neiging om nog sneller te willen zijn dan de snelste wet ooit. Maar het gaat hier om een onwijs ingrijpende wet. We moeten dat echt serieus nemen en de tijd nemen die we nodig hebben. Dat kan snel. Maar daar zitten grenzen aan. We zijn er om het kabinet te controleren, niet om op afroep hun puinhoop op te ruimen.

En om maar meteen op dat punt door te gaan. Komt het door de haast dat de minister de Raad van State niet opnieuw om advies heeft gevraagd? Want de regering diende een spoedwet in bij de Raad van State. Zeg maar spoedwet A. Kreeg daar commentaar op. Paste de wet ook aan maar stuurde vervolgens dus een fundamenteel andere wet, spoedwet B zogezegd, naar de Tweede Kamer. Wat ons betreft was het zorgvuldiger geweest als na het omgooien van de wet de Raad van State opnieuw om advies was gevraagd over de uitwerking. Zeker omdat de precieze uitwerking hier erg belangrijk is.
Want de avondklok wordt nu in de Coronawet geschoven die ook weer onderdeel is van de Wet Publieke Gezondheid. Kan de minister aangeven waarom dat niet gedaan is en wil hij dat alsnog doen?

En ik vraag dat nadrukkelijk omdat de eerste route van het kabinet al door de rechter werd gecorrigeerd. De tweede route door de Raad van State werd gecorrigeerd. En dat geeft te denken over de zorgvuldigheid bij het uitwerken van de derde route. Zeker gezien daarbij ook nog eens ongekende haast gemaakt is. Kortom ik had graag nader advies van de Raad gezien over de gekozen derde route.

Een ander, meer fundamenteel, punt waar wij als Partij voor de Dieren bij deze wet zorgen over hebben is de bevoegdheid die de regering naar zich toe trekt met de ruime bewoording die zij kiest in de wet. De regering wil regels kunnen stellen over ‘het vertoeven in de buitenlucht’. Maar de regering specificeert daarbij niet dat ze alleen regels wil stellen tussen 9 en half 5.

Dus als wij nu instemmen met deze wet dan kan de regering later besluiten dat er 24 uur per dag niemand meer buiten mag komen en dan heeft de Eerste Kamer daar helemaal niets over te zeggen.
Dat is naar de mening van mijn fractie in strijd met de manier waarop met grondrechtsbeperkingen moet worden omgegaan. Graag een reactie van de minister op dit punt. En ook als de avondklok straks wordt afgeschaft en over een aantal maanden toch weer ingevoerd wordt. Dan mag de Eerste Kamer daar weer niets over zeggen.

Tot slot nog twee punten voorzitter,

We zien dat er een aparte bevoegdheid gecreëerd wordt voor burgemeesters om uitzonderingen voor de avondklok te kunnen aanwijzen. Waarom dat nodig zou zijn is mijn fractie niet duidelijk. We zien nu al dat er zeer dubieuze categorieën worden aangewezen. Jagers die voor hun plezier dieren gaan schieten ’s nachts worden bijvoorbeeld al uitgezonderd. Waarom creëert de regering hier specifiek die bevoegdheid voor burgemeesters?

En dan nog het punt uit de lopende rechtszaak. De rechter zegt daarin eigenlijk dat het kabinet niet voldoende duidelijk kan maken waarom een avondklok onvermijdelijk zou zijn en dat die daadwerkelijk een substantieel effect heeft. Hoe is het kabinet daar bij dit wetsvoorstel mee omgegaan? Want het zou wel uitermate pijnlijk worden als wij hier volgende week weer staan om de volgende misstap te bespreken.

Dat was hem voorzitter.