Bijdrage Van Esch aan AO Omge­vingswet


15 januari 2020

Voorzitter,

Kabinet Rutte I begon met het decentraliseren van het natuurbeleid. De besluitvorming versnipperd, minder geld en grof minder natuurgebieden. En nu, jaren later, komt dat terug als een boemerang. Nu moeten we ineens weer miljoenen investeren omdat het met de natuur in Nederland zo slecht gesteld is en we anders niet uit de stikstofcrisis komen.

Na Rutte I kwam kabinet Rutte II. Die decentraliseerde de jeugdzorg en ook die verkeert inmiddels in een diepe crisis. In het hele land zijn er gemeenten die het niet meer kunnen bolwerken en daarom ingrijpend moeten bezuinigen. Maar bovenal zijn er jongeren die onvoldoende zorg krijgen.

En nu is er kabinet Rutte III, dat het decentraliseren van het ruimtelijk beleid doorzet. Ondanks de kritiek en groeiende zorgen houdt het kabinet vast aan de snelle invoering van de Omgevingswet. Het valt te raden hoe dat uit gaat pakken.

We steven af op wederom een decentralisatie die gedoemd is om te mislukken. En toen bij de hoorzitting de vraag werd opgeworpen of we deze wet wel door moeten zetten reageerde mijn collega van het CDA enigszins geïrriteerd dat we de discussie over de inhoud en de invoering van de Omgevingswet niet steeds opnieuw moesten blijven voeren. We moesten gewoon door met de inwerkingtreding ervan.

Maar je doof houden voor alle kritische geluiden die er zijn en maar doorstomen is de methode die crises veroorzaakt. Om dat te voorkomen moeten we hier, net als nu in de Eerste Kamer, kritisch kijken naar de wet en luisteren naar de waarschuwingen. Er zijn namelijk redenen te over om deze wet niet door te zetten.

Allereerst is de huidige realiteit een totaal andere dan toen dit wetstraject werd ingezet. In 2014 leek het nog alsof alles kon. We waren herstellende van de crisis en voor veel partijen stond één ding vooraan. De economie moest door. Dus daar waar het benutten en beschermen van de omgeving elkaar dwars zaten, werd de oplossing de Omgevingswet.

Die had namelijk als uitgangspunt dat je én kunt benutten én kunt beschermen. In 2020 zitten we echter in een omvangrijke stikstofcrisis waarvan de eerste aanzet tot een oplossing de veelzeggende titel had: “Niet alles kan”. Oftewel, de hele basis van deze wet --- dat je én kunt benutten én kunt beschermen staat op de helling. Zien de minister, en misschien ook mijn collega Kamerleden, dat dit betekent dat deze wet moeten worden heroverwegen?

De tweede reden is dat de wet inhoud en vorm heeft gekregen. Lang was het een leeg kader. Een kader wat wij als Partij voor de Dieren al onheilspellend vonden, maar goed. Nog weinig concreets. Inmiddels zien we dat er beschermende normen worden geschrapt, dat inspraak wordt beperkt en vooral ook dat de beloofde winst, de vereenvoudiging, uitblijft.

Sterker nog. Juristen, toch diegene die werken met deze wet, waarschuwen ons juist dat de Omgevingswet het werk vele malen onoverzichtelijker en complexer gaat maken. Een derde reden om de invoering nu niet door te zeten is het feit dat men er simpelweg nog niet klaar voor is.

Zoals recent in verschillende media naar voren kwam zijn er grote grote onzekerheden over de tijdige invoering van de wet. De minister schrijft dan: “het hoeft niet af te zijn om er klaar voor te zijn”. Maar nu doorduwen is het onverstandigste dat we kunnen doen.

Dus ja, de Partij voor de Dieren vond deze wet vanaf het begin een voorbeeld van bestuurlijk hooliganisme en ziet de wet het liefst in de prullenbak verdwijnen. Maar ook iedereen die ooit dacht dat dit een goed idee was roep ik op om eens stevig te bezinnen. Laat de denkbeelden uit het vorige decennia daar waar ze horen, in de jaren ‘10. Omarm de nieuwe tijdsgeest. Niet alles kan meer.

Dank u wel.