Bijdrage Van Esch aan wetge­vings­overleg over Water en Wadden


1 december 2020

Voorzitter,

Het begrotingsonderdeel Water.
Er gaan weer miljoenen naar het herstellen van beekjes en ander klimaatadaptief beleid. En dat zijn aardige stapjes. Maar vraagt de minister zich eigenlijk wel eens af waarom die kosten gemaakt moeten worden?

Want door het gebrek aan visie blijven we bezig met water naar de zee dragen.
Blijven we belastinggeld uitgegeven om schade, veroorzaakt door het faciliteren van economische belangen, ongedaan te maken. Straks weer 80 miljard schade aan verzakkende huizen omdat de boerenstand het waterpeil laag wil hebben.

Eerst gingen we alle beken recht trekken, daarna weer krom maken. Waterwegen afdammen, en weer waterwegen openen voor vismigratie. Eerst het water zo snel mogelijk afvoeren, nu het besef dat we het water moeten vasthouden.

Is de minister het met ons eens dat we het gewoon in een keer goed moeten doen? Dat beleid in balans moet zijn? Zodat we niet aan de ene kant schade laten ontstaan en aan de andere kant, met belastinggeld, de schade herstellen?

Want dat het nu niet in balans is dat is duidelijk. In het Brabants Dagblad: De natuur in Brabant heeft 50 tot 60 miljard liter water nodig. Water dat wel valt maar voor de landbouwbelangen nu voor zo’n 80% direct wordt afgevoerd. En in het Parool; 1 miljoen huizen dreigt te verzakken. Grotendeels door droogte. En ook in andere kranten lezen we de ene na de andere ecoloog over de ongekende disbalans.

Maar vind de minister dat de belangen van de natuur, het milieu, het klimaat, de dieren én de economie nu in balans zijn? En, als ze zo ver is om het probleem te erkennen, dat dat niet zo is. Wat is dan haar visie, haar grote plan om die zaken wel in balans te krijgen? Ziet zij in dat we radicaal meer natuur nodig hebben? Dat we in moeten grijpen in de landbouw? Gaat zij een deel van de kosten die zij maakt verhalen bij het ministerie van LNV?

Voorzitter, dan het Waddengebied. Ook hier eigenlijk hetzelfde probleem. Een disbalans. De ontwerp-agenda heeft tot doel om in 2050 een duurzame bescherming te realiseren. Met dat doel, zij het een paar decennia te laat, kunnen we het eens zijn. Maar als je ziet dat er in de Waddenzee continu gas- en zoutwinning plaatsvind waardoor de bodem daalt. Als je ziet dat er bij de Boontjes bijna continu gebaggerd wordt ten behoeve van de scheepvaart. Als je ziet dat de keuze voor waar een elektriciteitskabel gelegd wordt gemaakt wordt op basis van welke optie het goedkoopst is in plaats van het minst ingrijpend. En als je tegelijk beseft dat dit UNESCO werelderfgoed is. Vergelijkbaar met het Great Barrier Reef. Dan wordt duidelijk dat die balans scheef is.

En het is zo hypocriet. Want wat zouden we de Australiërs boos aankijken als ze een stroomkabel dwars door het Great Barrier Reef trokken simpelweg omdat het de goedkoopste optie was.

De ontwerp agenda is dus wat de Partij voor de Dieren betreft noch visionair, omdat het kabinet pas in 2050 de doelen wil halen, noch haalbaar, omdat ontwikkeling, gebruik en economisch gewin bij dit kabinet constant de voorrang krijgen op de natuurbelangen. Wil de minister daarom een resultaatverplichting opnemen?

Het Waddengebied is er dankzij de natuur en niet dankzij ons mensen. Maar het kan wel door ons mensen verpest worden. Daarom vindt ik het opmerkelijk dat niet de ecologische grenzen uitgangspunt zijn van de Agenda.

Ook vind ik het opmerkelijk dat de minister stelt dat bescherming van de natuur in de Waddenzee werkt, ondanks dat de ontwikkeling van natuur achterblijft, terwijl de Waddenvereniging stelt dat het overgrote deel van de Waddenzee in een zeer ongunstige of matig ongunstige staat is en dat beschermde broedvogels ook een ongunstige trend hebben. Daarom wil ik weten wat de minister vindt van een resultaatverplichting voor de hoofddoelstelling (beschermen en ontwikkeling als natuurgebied)?

En kan de minister aangeven hoeveel handhavingscapaciteit er is op de Waddenzee. Zou dit niet verhoogd moeten worden, gezien het behalen van de hoofddoelstelling?

Tot slot, vraag ik me af of de minister een duidelijk beeld heeft van de effecten op de natuur van de continue zandsuppletie als gevolg van bodemdaling door gas- en zoutwinning? En of de minister scenario’s heeft voor extensivering van het gebruik, aangezien het in de ogen van de Partij voor de Dieren blijkt dat extensivering nodig zal zijn voor het behalen van de hoofddoelstelling. Graag reactie van de minister.