Bijdrage Van Esch aan debat over ruim­te­lijke ordening


15 september 2022

Voorzitter,

Het lijkt me tegenwoordig best spannend om als bewindspersoon een perspectiefbrief te schrijven.
Dus allereerst dank aan de minister voor Ruimtelijke Ordening voor de getoonde moed.
Aan mooie woorden geen gebrek.
Aan vage woorden overigens ook niet.
Maar dat had de minister zelf ook al wel gezien, blijkt uit de instructies die hij aan zijn ambtenaren gaf.

Dat het schrappen van het onleesbare ambtelijke taalgebruik uiteindelijk nauwelijks is gelukt ligt waarschijnlijk niet aan de ambtenaren maar meer aan de opzet die gekozen is.
Want we krijgen startpakketten met ruimtelijke richtinggevende keuzes vanuit de 22 nationale programma’s.
Instrumentenkoffers, afwegingsprincipes, fondsen, NOVEX-gebieden, ontwikkelperspectieven, gebiedsgerichte prioritering.
De mooiste vond ik wel het programma Mooi Nederland dat let op;
‘Wenkende toekomstperspectieven en concrete inrichtingsoplossingen op gebiedsniveau gaat laten zien met toevoeging van ruimtelijke kwaliteit’.

Echte keuzes, harde keuzes, heb ik nauwelijks kunnen ontwaren.
En die zijn wel nodig.
Want als we alle ruimteclaims zien dan is er wel 2x Nederland nodig.
Dat is er niet.
Dus, dat is mijn allereerste vraag; welke harde keuzes heeft deze minister nou op Rijksniveau gemaakt?
Welke ruimteclaims laat hij vallen?

De logistieke sector bijvoorbeeld is jarenlang door het rijk aangejaagd. Provincies en gemeenten paste al die blokkendozen in.
Weinig toegevoegde waarde en de ruimte verrommelde snel.
Blijven de minister, de provincies en de gemeenten de ruimtevraag van die sector faciliteren of spreken we af dat deze sector de vele vierkante meters die ze de afgelopen decennia heeft gekregen maar efficiënter moet gaan gebruiken?
Geen nieuwe blokkendozen in het groen.
Ziet de minister reden om sommige belangen nu minder recht te doen dan andere?
Omdat ze wel erg veel van de spreekwoordelijke taart gehad hebben de afgelopen decennia?

Het leggen van een puzzel, zo horen we het vaak als het gaat om de ruimtelijke ordening van Nederland.
Dat puzzelen leek de afgelopen decennia te lukken omdat we de problemen simpelweg afschoven.
Stikstofvervuiling werd afgeschoven op de natuur bijvoorbeeld.
Maar we zien hoe die disbalans uitpakt.
Nu weer in de Monitor Nationale Omgevingvisie 2022 van het PBL.
Natuurkwaliteit en -kwantiteit: onvoldoende.
Lucht- en waterkwaliteit: onvoldoende.
Nederland versteend in hoog tempo dus klimaatadaptief en aandacht voor biodiversiteit: onvoldoende.
Bereikbaarheid en vestigingsklimaat. Die waren dan weer wel voldoende.

Het tweede probleem met die puzzel is dat we er nu aan beginnen terwijl we niet voldoende vooruit kijken.

Laat me schetsen wat er gebeurd.
We gaan bij NOVEX-Amsterdam intekenen hoe de woningbouw rondom Amsterdam er uit moet zien.
Maar we negeren nog even dat Schiphol grof moet krimpen om de klimaatdoelen te kunnen halen.
Dan gaan we nu moeilijk puzzelen terwijl over een paar jaar blijkt dat het met een duidelijke keuze vooraf veel beter anders had gekund.

Ander voorbeeld; De stikstofopgave is levensgroot.
Maar nog onbekend is welk doel het precies gaat worden en hoe dat bereikt wordt.
En als we dan boerenbedrijven gaan verplaatsen tijdens het leggen van die puzzel houden we er dan wel rekening mee dat het RIVM en de Commissie Bekedam erop wijzen dat je boerderijen met verschillende dieren minimaal 1 of 2 km uit elkaar moet zetten?
Of pluimveestallen moet verbieden in waterrijke gebieden?
Het Zoönose-risico als je dat niet doet kent de minister als geen ander.

Ondertussen zie je trouwens als bestuurder dat, terwijl je keurig wacht op de stikstofdoelen voor mobiliteit, de VVD minister van Infrastructuur boeren opkoopt om zijn asfaltplannen door te drukken.
Vandaag zegt ook de wethouder uit Ede, ik kan dit niet uitleggen.
Ziet de minister dat dit misloopt omdat op rijksniveau de prioriteiten nog niet duidelijk zijn?

Tot slot, de kern van het probleem ligt er eigenlijk in dat deze minister schrijft dat goed rentmeesterschap is als je slim de balans vindt tussen ruimtevragers en de kwaliteit van de leefomgeving.
Maar goed rentmeesterschap is juist kiezen voor een gezonde leefomgeving en vervolgens kijken welke ruimtevraag er mogelijk is.

Dank