Bijdrage Van Esch aan debat over langere termijn coro­na­beleid


16 juni 2022

Voorzitter,

Dagblad Trouw kopte op 15 juni treffend: “De nieuwe coronastrategie van minister Kuipers in drie woorden: bedenk het zelf”

Treffend, want als het aankomt op de strategie voor dit najaar, wijst het ministerie naar sectoren en de burger die het zelf moeten regelen. Want laten we eerlijk zijn, de minister heeft geen lange termijn coronastrategie gestuurd, maar een strategie voor het najaar.

Voorzitter, wat de Partij voor de Dieren betreft zou bij een milde opleving van het virus een sectorplan misschien nog kunnen werken, maar bij een serieuze opleving van het virus is de sturende rol van de overheid essentieel. Juist dat hebben we de afgelopen twee jaar al keer op keer meegemaakt. De overheid en de politiek zijn verantwoordelijk voor een rechtvaardige weging tussen al die verschillende belangen. Dat mis ik in de strategie van de minister. Graag een reactie.

En het is goed dat er nu een Maatschappelijk Impact Team komt. Maar hoe gaan het MIT en het OMT zich tot elkaar verhouden? En waarom is er niet besloten ze te integreren?

En kan de minister aangeven of er nu wel iets gaat gebeuren met de signalen van long-covid patiënten dat ze ook vele maanden later nog niet vooruit komen? Het blijft ongelofelijk pijnlijk om te lezen hoe mensen hun leven niet meer kunnen oppakken, omdat er nog steeds onvoldoende biomedisch onderzoek is en de juiste behandelingen nog steeds niet zijn gevonden.

En dan de twee olifanten in de Kamer voorzitter.

Preventie en het voorkomen van nieuwe zoönosen en pandemieën.

Wetenschappers noemen het ontbreken van preventie in het lange termijn coronabeleid ik citeer ‘bijzonder schrijnend’.
Onze belangrijkste wapens tegen corona zijn niet alleen de basismaatregelen en het vaccin, maar ook ons eigen afweersysteem. En die afweer verzwakt omdat onze maatschappij ziekmakend is ingericht.

Dan kun je als overheid de bal bij het individu neerleggen en zeggen ‘succes ermee’. Óf je besluit om de regie te pakken. Want preventie, voorzitter is echt een win-win situatie: een betere gezondheid en minder risico op een heftig verloop van een covid infectie.

Voorzitter, de wetenschappers die wij hier op bezoek hadden namen er geen genoegen mee dat de minister voor preventie simpelweg verwijst naar de toekomstige plannen van de staatssecretaris. En de Partij voor de Dieren ook niet. Wij verwachten een plan van hém. Hoe gaat hij preventie echt in zijn coronabeleid integreren?

Neem bijvoorbeeld sport en beweging – laten we daar gewoon een essentiële voorziening van maken. Graag een reactie.

En hoe gaat hij ervoor zorgen dat mensen in kwetsbare groepen worden bereikt met leefstijlinterventies? Koppel dat bijvoorbeeld aan de vaccinatiecampagnes waar lokaal al veel tijd en energie in gestoken wordt. Graag een reactie.

Vorig jaar heeft de Kamer een motie aangenomen om collectieve gezondheidsdoelen wettelijk te verankeren. Op die manier zou de overheid de grondwettelijke plicht tot het bevorderen van de volksgezondheid echt nader invullen. Pas nu die Wet publieke gezondheid zo aan dat niet alleen die anderhalve meter afstand mogelijk wordt, maar maak preventie wettelijk verplicht! Is de minister daartoe bereid?

Dan zoönosen en toekomstige pandemieën.

Het enige wat de minister daarover schrijft gaat over de paraatheid bij een nieuwe pandemie.

Maar we zouden toch inzetten op het zo veel mogelijk voorkómen van nieuwe pandemieën?

Het is nu twee jaar geleden dat de Kamer onze motie aannam die vroeg om een ambitieus plan om het risico op het ontstaan van zoönosen aanmerkelijk te verkleinen. De voorganger van deze minister ging er “echt iets grondigs” mee doen.

Maar er ligt nog altijd geen plan.

En wetenschappers waarschuwen dat we, als we op deze manier doorgaan, een tijdperk tegemoet gaan waarin pandemieën elkaar steeds sneller zullen opvolgen. Marion Koopmans noemt dit het evolutionaire antwoord op een wereld uit balans.

Erkent de minister dit?

Een voorbeeld is het vogelgriepvirus. Dat virus is langer aanwezig, verspreidt zich verder en besmet meer diersoorten, waaronder zoogdieren. Experts, waaronder OMT-leden, waarschuwen nu dat we er rekening mee moeten houden dat al in de komende seizoenen vogelgriepvarianten die voor de mens gevaarlijker zijn, uit China en Zuidoost Azië naar Nederland zullen komen. Daar zorgt het vogelgriepvirus al voor een toenemend aantal gevallen van ziekte en een hoge sterfte onder mensen.

Toch lijkt het er op dat het verminderen van zoönoserisico’s door de minister van landbouw eerder wordt gezien als bijvangst dan als doel bij de toekomstplannen voor de landbouw.

Ik wil graag van de minister van VWS weten of hij wordt betrokken bij de plannen van het landbouwministerie. Deze minister is immers eindverantwoordelijk op het moment dat een dierziekte op mensen overspringt.

En nu is het moment om kaders te stellen. Het kan toch niet zo zijn dat met miljarden aan belastinggeld stallen worden verplaatst, aangepast of opgekocht, om daarna te ontdekken dat stallen met kippen nog steeds te dicht op elkaar staan? Of dat varkensbedrijven direct naast kippenbedrijven terecht zijn gekomen, waardoor de kans op vermenging van gevaarlijke virussen is vergroot? Graag een reactie.

De Algemene Rekenkamer maakt zich ook zorgen over het feit dat de minister van VWS nog altijd geen doorzettingsmacht heeft tijdens een zoönosecrisis. Terwijl dit een dure les was uit de Q-koorts epidemie én de Kamer duidelijk heeft opgeroepen om dit te regelen.
Erkent de minister dat dit nog altijd niet formeel is geregeld, zoals de Rekenkamer stelt? Wat gaat hij hier aan doen?

Dan nog 1 vraag voorzitter, tot slot: de minister werkt aan het aanpassen van het wettelijk instrumentarium. Hoe regelt hij daarin de tijdige en volwaardige betrokkenheid van de gehele Staten-Generaal? Dat de minister nu aangeeft dat hij ook op de lange termijn wil vasthouden aan de werkwijze waarbij hij eerst besluiten neemt voordat deze als voornemens met de Kamer zijn besproken stemt mij niet positief over de manier waarop dit geregeld zal worden.

Dankuwel.