Bijdrage Van Esch aan debat over de leef­om­geving


7 april 2022

Dank, voorzitter.

De lucht is weer iets schoner.

Dat is een goed teken, maar voorlopig is de luchtkwaliteit alles behalve goed.

Zo zullen de verwachte concentraties fijnstof ook in 2030 in heel veel gebieden nog hoger liggen dan de WHO-advieswaarden.

Met het huidige beleid wordt in 2030 47% tot 52% gezondheidswinst gerealiseerd.

Maar, om dit te behalen, moet het beleid wel volledig worden geïmplementeerd, wat hoogst onwaarschijnlijk is.
Waarom?

Omdat in het Schone Lucht Akkoord voornamelijk slappe strevens zijn opgenomen, en zelfs die dreigen we niet te halen.

Er is dus veel stevigere wetgeving nodig om een goede luchtkwaliteit daadwerkelijk te borgen, ook voor ultrafijnstof.

Vervolgens is de implementatie hiervan essentieel.

Hoe gaat de staatssecretaris hiervoor zorgen?

Ook blijkt dat er wat betreft het reduceren van houtstook nog veel winst te behalen valt.

Elk jaar zorgt houtstook voor 2700 vroegtijdige sterfgevallen!

Om de gezondheidsschade snel en aanzienlijk te beperken pleiten wij voor een duidelijk tijdspad voor het uitfaseren van houtkachels.

En tot die tijd een stookverbod bij slechte luchtkwaliteit.

Er loopt momenteel een pilot voor een stookverbod bij een stookalert.

Maar onderzoekt de staatssecretaris ook een stookverbod bij code rood en oranje van de stookwijzer en hoe dit eventueel kan worden samengevoegd met een stookverbod bij een stookalert?

Daarnaast is het essentieel dat er een concrete doelstelling in het Schone Lucht Akkoord komt voor het beperken van emissies en overlast door houtstook.

Nu is er enkel een streefdoel voor een ‘dalende trend’ van de emissies.

Maar hoeveel daling is onduidelijk.

Graag een reactie van de staatsecretaris op bovengenoemde voorstellen.

Dan over naar de landbouw, want ook de landbouw levert een enorme bijdrage aan luchtvervuiling.

Luchtwassers leken hiervoor jaren geleden de oplossing.

Maar de maatschappelijke weerstand tegen die brandgevaarlijke installaties op veestallen, die ook nog eens niet werken, groeit.

Het is goed dat je nu geen fiscaal voordeel meer kan krijgen voor een luchtwasser - in uitvoering van een motie van mijn fractie.

De voorganger van deze staatssecretaris erkent dat luchtwassers niet de oplossing zijn, maar hij schrijft wel dat hij in gaat zetten op “een stalsysteembenadering.”

Ik vraag deze staatssecretaris: blijft zij ook inzetten op technische lapmiddelen, waarbij boeren wéér moeten investeren om hun uitstoot – op papier – schoon te wassen?

Of erkent zij dat een krimp van het gigantische aantal dieren de enige zekere oplossing is tegen stikstof, stank en fijnstof?

Gaat zij het beleid van I&W hierop aanpassen?

Dan, een terugkerend onderwerp: granuliet.

De Raad van State concludeerde op 13 oktober dat granuliet als grond mag worden beschouwd.

Dit wordt gebaseerd op het STAB-rapport.

Hierin staat, op zich bekend, dat aan granuliet een bodemvreemde stof wordt toegevoegd: een flocculant.[8]

Het percentage flocculant dat aanwezig is in granuliet wordt in het rapport gesteld op 0,01%.

Dit komt neer op 100 milligram per kilo, een erg hoog gehalte voor een verontreiniging.

Vervolgens redeneert STAB dat dit toegevoegde flocculant ver onder de regel ligt dat er 20% bodemvreemd materiaal in grond mag zitten.

Dus: granuliet zou als grond mogen worden beschouwd.

Deze redenering is vervolgens ook overgenomen door de Raad van State in de uitspraak.

Maar, deze regel dat er 20% bodemvreemd materiaal in grond mag zitten, geldt alleen voor materiaal dat al in de bodem zit als het wordt afgegraven.

In de nota van toelichting op het besluit bodemkwaliteit staat dat het nadrukkelijk niet de bedoeling is dat er bodemvreemd materiaal in grond of baggerspecie wordt bijgemengd, zoals het geval is met flocculant.

Hoe zit dit?

Klopt het dat het aan granuliet toegevoegde flocculant niet voldoet aan de regels over bodemvreemd materiaal?

En zo ja, wat gaat de staatssecretaris hieraan doen?

Ten slotte, voorzitter, rubbergranulaat.

Kunstgras gemaakt van rubbergranulaat is slecht voor het milieu.

De rubberkorrels komen in onze leefomgeving terecht waarbij schadelijke stoffen als zink en kobalt zich verspreiden.

Maar in 66 gemeenten werden de afgelopen 4 jaar nog nieuwe velden met rubbergranulaat aangelegd, nádat er op mogelijke milieuproblemen was gewezen.

Dit kan niet de bedoeling zijn.

Welke mogelijkheden ziet de staatssecretaris om deze gemeenten te laten stoppen met het toepassen van rubbergranulaat?

Zeker aangezien ze onvoldoende onderzoek doen naar de vervuiling en nauwelijks handhaven.

Wat gaat de staatssecretaris daar aan doen?