Bijdrage Thieme Debat over de rege­rings­ver­klaring


13 november 2012

Bekijk de bijdrage via debatgemist.nl

Voorzitter. De kiezer heeft de PvdA en de VVD gedwongen met elkaar te regeren. Kort na 12 september een veelgehoorde uitleg in de media, in kringen van spindoctors en vooral bij de onderhandelaars die in een recordtempo het kabinet Rutte 2 in elkaar spijkerden. En de kiezers, voorzitter, die keken met verbijstering toe. Omdat niemand PvdA gestemd had om Rutte in het torentje te houden en omdat niemand VVD gestemd had om de PvdA in de regering te krijgen. En toch zou de kiezer tegen wil en dank met z’n strategische stem voor dit kabinet gekozen hebben. Maak het verhaal nu zelf af en kleur de plaatjes, zou Wouter Bos zeggen, maar daarover later meer.

Voorzitter. Hielke en Sietse willen dolgraag een eigen boot. Als een oude opduwboot het in de vaart achter de smederij begeeft, koopt vader Klinkhamer het krot van de schipper. Hielke en Sietse knappen het vaartuig op en schilderen de buitenkant met restjes van verschillende kleuren verf. Zo lijkt de boot steeds van kleur te veranderen. De dokter weet dat een kameleon dat ook doet. Hielke en Sietse dopen hun motorboot daarom de 'Kameleon'.

Voorzitter, we kennen de olijke tweeling uit de jeugdboekenserie, en de vergelijking met het olijke tweetal dat ons is voorgegaan in het huidige regeerakkoord dringt zich op.
In juni van dit jaar koos de heer Rutte na de aftocht van de PVV noodgedwongen voor de vorming van een regenboog-gedoogcoalitie voor het zogeheten Lente akkoord waarmee het Catshuis akkoord met de PVV binnen 48 uur werd omgekat met steun van GroenLinks, ChristenUnie en D66 en met nadruk zónder de steun van de PvdA.

De ongefundeerde euforie over dat zogenaamde Lente-akkoord heeft de herfst niet gehaald. Evenmin als de zeer kortstondige euforie over het herfstakkoord de Lente zal halen. Ik weet dat de fractievoorzitter van de VVD in de Eerste kamer de gewoonte heeft om bij het nuttigen van elk glas rode wijn te zeggen: ‘zo, weer een rooie minder’, maar binnen de VVD is er inmiddels een opstand ontstaan tegen Rooie Rutte, die akkoord ging met wat Hans Spekman een nivelleringsfeest noemde.

De heer Rutte neemt al jaren met het grootste gemak de kleur van z’n omgeving aan. We weten allemaal nog dat Mark Rutte in november 2008, nog maar 4 jaar geleden, het Pamflet van een optimist schreef, waarin hij aangaf dat zijn grootste ambitie was om een Groenrechtse koers te varen met de VVD. Hij noemt daarin de westerse afhankelijkheid van fossiele brandstoffen als een van de grote bedreigingen van deze tijd. Niet alleen vanwege de schaarste, ook vanuit geopolitieke overwegingen en het ‘wassende water’. Groen Rechts zou het antwoord vormen. Groen Rechts is een manier van denken, zei Rutte. De staat moet aanjagen. Niet meer als een ‘benepen bovenmeester’ met allerlei heffingen wat rommelen in de marge, maar die groot denkt en visie uitstraalt.

Als Nederland er in slaagt de economie om te vormen in een “moderne, innovatieve economie”, zo zei hij, “dan hebben we goud in handen.” Hij wilde er twee kerncentrales bij om daarmee te voorkómen dat vier nieuwe kolencentrales gebouwd gaan worden in dit land, met alle effecten van dien. In 2008 was de keuze van Rutte dus nog óf kernenergie óf kolencentrales. Ruim twee jaar later is het én kerncentrales én kolencentrales.
In 2009 zei fractievoorzitter Rutte in de Kamer dat hij altijd grote moeite gehad had met de bio-industrie, met dat stapelen van varkens op een mensonwaardige manier. Dierenwelzijn staat voor ons zeer hoog op de verlanglijst, zei hij. Het is zeer belangrijk. U kunt daar altijd bij ons voor terecht.“

Een jaar later verliet premier Rutte het pad van Groenrechts en dierenwelzijn en zette hij in op het meest dieronvriendelijke kabinetsbeleid ooit. In een kabinet waarvan alleen nog maar beloofd werd dat rechts Nederland er z’n vingers bij af zou likken, en dat de eerdere beloften van de heer Rutte blauw-blauw liet. Groen, was gedumpt als thema.

Voorzitter, in het spectrum van de Kameleon kunnen we zeggen dat de heer Rutte zich ontwikkeld heeft van Groenrechts, via blauwblauw, naar de 7 kleuren van het lente-akkoord, het avondrood van het herfstakkoord en de huidige zoektocht naar iets blekers.

Voorzitter, de andere helft van het olijke duo begon zijn Kameleoncarrière zeer groen als bemanningslid van de rubberboten van Greenpeace. Het besef dat hij wilde kiezen voor Groen en Duurzaam ontstond op zijn 15e toen Tsjernobyl ontplofte, en hij het boek Kinderen van moeder aarde las. Hij wist al op jonge leeftijd dat de natuur en hét milieu het terrein was waarop hij zich ook later zou willen gaan richten. Ik las dat hij tijdens zijn studententijd regelmatig op de publieke tribune zat van de Tweede kamer en vaak de neiging had om naar beneden te springen om in te grijpen van pure ergernis. Nou doen ze er verdomme weer niets mee, dacht hij dan. En nu zit hij hier, voorzitter. Met pijn in het hart, heb ik begrepen, want hij mist het opspattende water nog dagelijks, het kwajongensgedrag en het feit dat je zo nu en dan denkt iets los te kunnen maken.

Hij vond het milieubeleid onder Balkenende II een regelrecht drama. Het hele gevoel van urgentie ontbrak totaal. Geërgerd was hij dat er geen enkele drive was om ook maar ietsiepietsie meer te doen dan in Kyoto was afgesproken. Alle initiatieven die te duur of te lastig waren, werden aan de kant geveegd, de subsidieregelingen afgeschaft. De toenmalige staatsecretaris van milieu Van Geel was daar verantwoordelijk voor, hij moest het regelmatig ontgelden bij Samsom.
Versoepelen van duurzame energiedoelstellingen bij kabinet Balkenende IV was géén optie voor Samsom, want, zo wist hij : “het is immers geen koehandel waarin we het kunnen afmaken op een paar procent minder”. Idealen zijn nodig vond hij, tegen de rauwe realiteit van de grindbak. Samsom was lyrisch toen zijn partij mocht meeregeren in Balkenende IV. Het regeerakkoord was precies zoals hij gedroomd had. Ze gingen los! Maar de dag erna “liepen we zo de grindbak in” zo zei hij. Talloze malen voorzitter, geeft de heer Samsom in interviews aan te vrezen voor de grindbak van de rauwe realiteit, en opnieuw is hij in die grindbak tot stilstand gekomen. En waarom voorzitter? Omdat de heer Samsom is gaan geloven dat je idealen moet inruilen voor macht om zo zachter te kunnen landen in de grindbak. Voorzitter, het is treurig, dat collega Samsom nu een Van Geel beleid staat te verdedigen.

Maar voorzitter, de kiezer oordeelt uitermate negatief over de synergie van water en vuur die VVD en PvdA gezocht hebben. ’t Is rot maar het mot, hoorde ik collega Zijlstra gisteravond mompelen tijdens de persconferentie. En hij vond ook dat het nieuwe akkoord zeer ‘verkoopbaar’ was, alsof het een tweedehands auto betrof. Het was geen schaken dat tot dit regeerakkoord geleid heeft, het was kwartetten met de kaartjes die informateur Bos eigenhandig in elkaar gefröbeld had. Een kaartenspel dat Bos naar eigen zeggen uit het echtscheidingscircuit geleend had. Formeren volgens de systematiek van CD van jou, CD van mij, CD van ons allebei.

Die echtscheidingssystematiek, voorzitter, is zeer bruikbaar omdat in dit geval trouwen met je politieke tegenstander tegelijk ook scheiden van je idealen betekent. En valt dat verkeerd bij je achterban, dan is het gewoon een kwestie van uitruilen en opnieuw beginnen.
Natuurlijk is er koortsachtig gewerkt afgelopen dagen. Is de inkomensafhankelijke zorgpremie als zoenoffer overboord gekieperd en wordt er gedaan alsof nieuwe oplossingen de coalitie weer de wind in de zeilen zouden kunnen geven en het land zouden redden. Maar wie reëel is, ziet, dat het corrumperen van de meest pregnante ideologische tegenstellingen in de Nederlandse politieke geschiedenis niets te maken heeft met bruggen slaan, maar hooguit met blind opportunisme.
Hoe weinig vernieuwend dit kabinet is, hoe weinig gedreven vanuit mededogen en duurzaamheid, blijkt ook uit de wijze waarop men probeert te bezuinigen en te hervormen. Waarom de rekening neerleggen bij de burger die part noch deel heeft aan de financiële crisis? Waarom geen integrale vergroening van het belastingstelsel door de belasting op arbeid te verlagen en die op grondstoffen te verhogen?

Waarom geeft het kabinet miljarden euro’s subsidies per jaar aan bedrijven die de volksgezondheid, het dierenwelzijn en het milieu bedreigen zoals megastallen en grootverbruikers van fossiele brandstoffen? En waarom een laag BTW-tarief op vlees, het meest vervuilende onderdeel van ons voedselpakket? Waarom wordt de rekening niet neergelegd bij de vervuiler, bij onethisch opererende financiële instellingen, maar in plaats daarvan bij de bijstandsmoeder, bij ouderen, bij de allerarmsten in de wereld en bij mensen met een handicap, die zich tevreden moeten stellen met een iets dikkere ijsvloer onder hun steeds killere omstandigheden, volgens de minister president?
De massieve ontgroening van de architecten van dit kabinet, laat zien dat hun pogingen niet duurzaam zijn. Niet in politieke zin en niet in de zin van toekomstbestendigheid, gericht op het welzijn van toekomstige generaties. Ging het in de campagne vooral over gratis bier, nu lijkt regeren te zijn gedegradeerd tot klein bier, single issue denken dat de kortetermijn mensenbelangen centraal stelt in een tijd waarin visie noodzakelijk is om de crises waarmee we geconfronteerd worden in samenhang op te lossen.

Voorzitter, ik vat de kritiek op dit regeringsbeleid graag in de woorden van de heer Samsom samen.
“In deze zaal”, zo zei hij, “hebben wij al vele malen gesproken over alle vormen van de geldcrisis. Veel minder wordt hier gesproken over die andere crisis, de klimaatcrisis. Dat is opmerkelijk. Want hoe dramatisch de economische crisis ook is, wij weten één ding zeker: die bereikt een keer de bodem en dan gaan wij met z'n allen weer omhoog in de oneindige cyclus van de conjunctuurbeweging. De klimaatcrisis kent geen conjunctuurbeweging. De opwarming van de aarde komt niet vanzelf weer goed als wij de boel met onze energiehonger eenmaal hebben laten ontsporen. De bedreiging die uitgaat van de klimaatcrisis is daarmee veel fundamenteler dan de bedreiging die uitgaat van de economische crisis.”
Voorzitter, opmerkelijke woorden van Diederik Samsom, die zich nu in het pak van de heer Rutte laat naaien met een regeerakkoord dat als hoofdtaak het oplossen van de economische crisis heeft.

Samsoms kritiek op Rutte 1 is direct van toepassing op Rutte 2. Ik citeer: “Vroeger, en dat lijkt inmiddels alweer lang geleden, liep Nederland voorop in de ambities voor CO2-reductie en ook ontwikkelingssamenwerking. Met het aantreden van het nieuwe kabinet is dat helaas veranderd: Nederland heeft zijn ambities gewoon laten zakken tot het Europese minimum en heeft zelfs niet meer de pretentie om de duurzame-energiedoelstelling te gaan halen, gaat snijden in ontwikkelingssamenwerking en heeft ook al aangekondigd dat de klimaatfinanciering voor ontwikkelingslanden voortaan expliciet een sigaar uit eigen doos zal zijn; het zal immers allemaal ten koste gaan van andere internationale samenwerking.” Dit was de Diederik Samsom van pakweg 2 jaar geleden.

In het regeerakkoord zijn de Nederlandse klimaatambities niet hoger dan het toch al beschamend lage Europese minimum wat Rutte 1 wel genoeg vond. Er wordt dankzij de PvdA nog forser gesneden in ontwikkelingssamenwerking. En wie kritiek heeft op de dubbele korting op de allerarmsten, namelijk het financieren van klimaatbeleid met ontwikkelingsgeld, krijgt van de sociaal-democraten te horen: “Dat was al zo”. Dat klopt, maar dan nu wel met de handtekening van Diederik Samsom eronder.

Voorzitter, zo ook met betrekking tot het natuurbeleid: Bleker light, meer is het niet. Wie het afbraakbeleid van Bleker als ijkpunt neemt, is geneigd gematigd optimistisch te zijn. 50% bezuinigen op natuur is nog altijd minder dan 72%. En de Ecologische Hoofdstructuur uitvoeren is een veel beter plan dan de verbindingszones schrappen. Maar wie de waarschuwingen van deskundigen over de kwaliteit van onze natuur als uitgangspunt neemt, wat de Partij van de Arbeid deed voordat ze met de VVD ging regeren, weet dat er extra inspanningen nodig zijn om de Nederlandse natuur weer op een niveau te brengen dat zij tegen een stootje kan. Ik wil weten welke EHS er wordt bedoeld in het regeerakkoord; de uitgeklede EHS van Bleker of de oorspronkelijke EHS?
Ik wil graag een bevestiging van de Minister-President dat het kabinet de internationale verdragen over natuur en biodiversiteit na zal leven.

Voorzitter, de PvdA wilde geen Blankenburgtunnel in het Groene Hart. Maar Samsom gaf de VVD de felbegeerde asfaltering van de laatste natuur in Midden Delfland in het Regeerakkoord Versie 1. Er is echter volop discussie over de cijfers van de mobiliteitsontwikkeling bij deze tunnel. Bovendien, voorzitter, de 250 miljoen die de PvdA als wisselgeld geld kreeg in Versie 2 van het regeerakkoord, zal komen uit het potje voor asfalt. Als we de PvdA mogen geloven. Ik mag dan ook aannemen dat een omstreden en duur project als de Blankenburgtunnel, er niet zal komen. Ik verwacht dat de minister-president de vrienden van het Groene Hart vanavond dan ook gerust zal stellen. Graag een reactie.

Voorzitter, ik heb eerder een compliment gemaakt voor het aangekondigde verbod op het gebruik van wilde dieren in circussen en dat herhaal ik hier. Het is een nieuw keerpunt in onze beschaving, zoals Christiaan Weijts terecht opmerkte in NRC. Op termijn, voorzitter, zo voorziet hij, is deze maatregel een voorbode van het afschaffen van de bio-industrie.

Maar voorzitter, daar kunnen we niet mee wachten. Als Rutte 2 tot 2017 regeert, zullen tijdens deze kabinetsperiode 2,5 miljard dieren worden geslacht na een kort en ellendig leven in potdichte schuren, steeds vaker een megastal. Wat heeft het kabinet deze dieren te bieden. Nog verdere intensivering? Of maakt Rutte 2 een einde aan het stapelen van dieren in megastallen, zoals een meerderheid van de Kamer wil, inclusief de Partij van de Arbeid en zoals de heer Rutte in 2009 ook nog vurig wenste. Gaat het kabinet het waar maken? graag een reactie.

Voorzitter, ik rond af. De schippers van de Kameleon, die elke kleur van hun omgeving dachten aan te kunnen nemen, worden op dit moment door hun kiezers massaal in de steek gelaten.

Het nieuwe kwartet van maatregelen is net zozeer in strijd met de verkiezingsbeloften, maar kennelijk wordt er gehoopt dat de burgers murw zullen raken en hun verzet zullen opgeven.
Natuurlijk, voorzitter, is er niets op tegen om groepen die in de afgelopen jaren fors in koopkracht stegen nu een offer te vragen en mensen die fors inleverden nu te compenseren. Maar het partijpolitieke gunkwartet leidt niet tot de beste oplossingen, maar hooguit tot de oplossingen die politiek haalbaar zijn. Terwijl de boot als gevolg van de systeemcrisis water maakt en de lading aan het schuiven is, komen regeringspartijen niet veel verder dan het verdelen van de fiches uit het casino, en staan op de brug van het schip twee kapiteins die fundamenteel van opvatting verschillen over de te varen koers.
Dat is treurig en een belediging van de kiezer, voorzitter. Op de Uylanderbrug kijkt de burger in de persoon van Gerben Zonderland hoofdschuddend naar de Kameleon, die zigzaggend verdwijnt aan de einder.

Helaas, voorzitter, er lijkt geen weg terug, omdat het gezichtsverlies dan nog groter zou worden dan het nu het geval is. Maar tussentijds blijven wij opkomen voor het beschermen van de zwakken -in binnen- en buitenland-, tegen het recht van de sterkste. Voor het beschermen van de weerloze tegen uitbuiting. Vanuit die gedachte blijf ik van mening dat er een einde moet komen aan de bio-industrie!



Interrupties

Mevrouw Thieme (PvdD): Ik vroeg me af hoe het "elkaar iets gunnen" tijdens het kwartetten van de afgelopen weken gegaan is rond het klimaatbeleid. Ik heb de heer Zijlstra daar niets over horen zeggen en ik vind het wel interessant. Vindt de VVD wat er in het regeerakkoord staat over de klimaatdoelstellingen, passen bij de VVD? Was het iets wat de VVD graag wilde of was het iets wat de VVD de PvdA gunde?

De heer Zijlstra (VVD): Ik was niet aanwezig bij het kwartetten waar iedereen, en ikzelf inmiddels ook, zeer in is geïnteresseerd. Het zal ongetwijfeld aangenaam zijn geweest. Over het klimaatbeleid hebben we inderdaad gezegd dat we duurzame groei willen op twee manieren, namelijk duurzaam in langjarige economische ontwikkeling en duurzaam op een zo groen mogelijke manier. Dat hebben we in het regeerakkoord opgeschreven en daar zijn wij het mee eens.

Mevrouw Thieme (PvdD): Ik wil een duidelijk antwoord. Is het klimaatbeleid zoals het is geformuleerd, iets wat de VVD heeft gegund aan de PvdA? Was het de wens van de PvdA? Of zijn de duurzaamheidsambities in het regeerakkoord exact wat de VVD zelf ook graag wil?

De heer Zijlstra (VVD): Het is niet exact wat de VVD wil. Volgens mij had mevrouw Thieme het antwoord op die vraag ook paraat. De VVD is het er op het gebied van duurzame groei niet mee eens om alles op te hangen aan de pijler van het klimaat. Dat vinden wij veel te kwetsbaar. Er zijn twee redenen waarom je op het gebied van het energiebeleid iets moet doen. Aan de ene kant moet je nooit te laat ingrijpen; dat is het voorzorgsprincipe. Voor het klimaat doen we een aantal dingen. Aan de andere kant, en dat zit hier ook in, moet je zorgen voor energiezekerheid naar de toekomst toe. Als grondstoffen schaarser worden, moet je naar alternatieve energiebronnen kijken. Dat is het pakket dat voorligt. Daarom moeten we op beide pijlers bouwen, dus niet alleen op klimaat maar ook op het andere gebied. Er is nog iets belangrijks voor de VVD bij. Wij houden daarbij namelijk altijd de concurrentiepositie van Nederland overeind. We gaan niet veroorzaken dat bedrijven die in dit land hartstikke goed klimaattechnisch en milieutechnisch werk doen, zoals Hoogovens, de grens over worden gejaagd doordat wij harder lopen dan de rest van de wereld. Dan gaan bedrijven die slechter zijn voor het wereldklimaat de staalproductie en de aluminiumproductie doen in bijvoorbeeld India of China. Dus: ja, het gaat om een goed klimaatbeleid en energiezekerheid, maar ook om de concurrentiepositie.

Mevrouw Thieme (PvdD): Dus ik kan concluderen dat het klimaatbeleid zoals dat nu verwoord is in het regeerakkoord, in feite een verlenging is van de consistente lijn die de VVD de afgelopen jaren heeft ingezet ten behoeve van de energievoorziening en het klimaat?

De heer Zijlstra (VVD): Nee, want niet alles wat erin staat is geheel conform onze lijn. Over de hoofdlijn die ik net schetste, zijn we het echter eens.

[...]

De heer Samsom (PvdA): Dat is een wens van vele Kamerfracties. Ik hoop dat wij die snel in praktijk kunnen brengen. Daarom zoeken wij naar een breed draagvlak voor dit beleid, breder dan twee coalitiepartijen. Alleen met een breed draagvlak weten wij namelijk zeker dat het beleid de volgende verkiezingen ook echt overleeft. Voor energiebeleid moet je een aantal verkiezingen overleven. Energiebeleid gaat over tientallen jaren, niet over vier jaar.

Ook om die reden is mijn fractie zo gebrand op het slagen van het voornemen om meer jongeren techniek te laten studeren, op alle niveaus. Extra aandacht moet wat ons betreft daarbij uitgaan naar het versterken van techniekopleidingen op vmbo- en mbo-niveau. Daar vallen op dit moment de grootste gaten. Daar zijn de investeringen nodig, want die techneuten hebben wij nodig voor onze nieuwe technologie. Alleen met voldoende technisch geschoolde jongeren slaagt onze missie voor een duurzame innovatieve economie.

De voorzitter: Ik geef het woord aan mevrouw Thieme.

Mevrouw Thieme (PvdD): Ik zit al een aantal debatten naar de heer Samsom te kijken en dan denk ik echt: wie is die man? Wie is die man met zijn groene ambities die zei dat je met de aarde niet kunt onderhandelen, dat wij nu wat aan het klimaat moeten doen, dat wij niet kunnen wachten en dat wij niet mogen onderhandelen omdat daar simpelweg de tijd niet voor is? In Balkenende IV, waar de PvdA deel van uitmaakte, was de klimaatambitie een CO2-reductie van 30%. Die is nu teruggebracht naar 20%, met de handtekening van de heer Samsom eronder. Onder Balkenende IV, met de PvdA, was de doelstelling 20% duurzame energie. Die is teruggebracht naar 16%. Hebben wij meer tijd gekregen, is de klimaatcrisis toch niet zo erg of zien wij hier dat de heer Samsom zijn groene ambities in duigen heeft zien vallen?

De heer Samsom (PvdA): Voor het redden van ons klimaat, maar vooral voor het zekerstellen van onze energievoorziening, is het nodig om 100% van onze energievoorziening in 2050 duurzaam te hebben. Dat is exact de ambitie die wij hebben voorgelegd. Wat dat betreft is er geen concessie aan wie dan ook, ook niet aan Moeder Aarde in dit geval. Ik vind het rot om toe te geven, maar in Balkenende IV hadden wij een voornemen neergelegd. Ik was daar trots op en heb tegen de klippen op geprobeerd om dat door te voeren. Ik geef toe dat het einde van Balkenende IV voortijdig was. Ook als wij het einde echt hadden gehaald, waren wij echter uiteindelijk op 11% beland. Dat was en dat is nog steeds de realiteit van het beleid op dit moment, 11%.

Ik vond het stoer van de VVD dat zij 14% in haar verkiezingsprogramma had staan. Wij hadden er 18% in staan. Dat is een haalbare doelstelling voor de toekomst. Het is eigenlijk niet zozeer een concessie aan een andere partij of aan onszelf, maar een beetje aan de realiteit van vandaag de dag. Wij leven al in 2012. Een haalbare doelstelling -- overigens twijfelen nog steeds velen daaraan -- is 16% duurzame energie in 2020. Dat betekent meer dan een derde duurzame elektriciteit in 2020. Dat is een gigantische sprong. Wij hebben iedereen nodig, ook mevrouw Thieme, om die doelstelling te halen. Ik heb niet het gevoel dat ik op die ambitie ook maar een millimeter heb ingeleverd. Ik ben nog steeds getergd om die duurzame energievoorziening zo snel mogelijk voor elkaar te krijgen.

Mevrouw Thieme (PvdD): Het feit is dat de heer Samsom heeft moeten inleveren bij dit kabinet. Het aandeel duurzame energie is van 20% -- dat was de doelstelling tijdens Balkenende IV -- naar 16% gegaan. De heer Samsom weet echter net zo goed als ik dat zelfs de meest conservatieve partners in de energiewereld dit al hebben geaccepteerd en dat hier geen enkele ambitie uit spreekt. Ik vind het opmerkelijk dat de heer Samsom hier zo trots als een pauw kan gaan staan voor een regeerakkoord dat werkelijk niet de urgentie uitspreekt waar hij het al die jaren over heeft gehad. In het laatste debat over de klimaattop in Cancún heeft hij nog gezegd dat de klimaatcrisis fundamenteler is dan de economische crisis. En wat lezen wij in dit regeerakkoord, waar de handtekening van de heer Samsom onder staat? Dat de economische crisis de hoofdtaak is, dat dat is wat wij moeten doen. Er wordt alleen maar een groen randje omheen verzonnen. Mijnheer Samsom ziet hier dus duidelijk dat zijn idealen te grabbel gegooid worden. Ik denk dan: waarom ga je een huwelijk aan met je politieke tegenstander en ga je in feite scheiden van je idealen?

De heer Samsom (PvdA): Ik vind het jammer dat ik mevrouw Thieme niet tevredener kan maken dan zij ongetwijfeld al is. Ik heb geen concessie gedaan aan een coalitiepartner. Dit is de realiteit. Wij zitten op dit moment met een lousy 4% duurzame energie in dit land; veel en veel te weinig. Ik heb het al eens eerder gezegd: dat komt niet doordat het energiebeleid de afgelopen jaren te rechts was, en ook niet doordat het te links was, maar wel doordat het iedere keer anders was. Dat is onze belangrijkste opdracht: ervoor zorgen dat wij nu kiezen voor een energiebeleid waarin wij één stip neerzetten waar wij ook aan vasthouden. Welke verkiezingsuitslag wij in 2017 ook boeken -- ik heb mijn voorkeur -- wij moeten daarna door kunnen gaan op de ingeslagen weg en niet het hele beleid weer omgooien. Als de heer Wilders wint, wordt het niks, zo hoor ik al. Men ziet in ons regeerakkoord ook dat wij hebben geaccepteerd dat bestaande middelen en instrumenten niet meteen afgeschaft worden om plaats te maken voor iets heel anders. Dat zou namelijk de dood in de pot zijn voor het energiebeleid en het investeringsklimaat zijn, en dat wens ik niet te doen.

Mevrouw Thieme (PvdD): De heer Samsom heeft destijds tegen de heer Van Geel gezegd dat het schandalig was dat Balkenende III hooguit aan internationale afspraken wilde voldoen, en niets meer dan dat. Nu zegt dit kabinet waarvoor hij zelf getekend heeft precies hetzelfde als de heer Van Geel destijds: wij doen het internationaal, wij gaan zelf niet vooroplopen. De heer Samsom kan daar toch niet trots op zijn? Hij heeft dan toch gewoon duidelijk zijn groene ambities verlaten?

De heer Samsom (PvdA): Het verschil tussen toen en nu is dat wij een internationaal emissiehandelssysteem hebben, het ETS. Daarmee worden reducties hier samen met reducties elders verrerekend, verhandeld en verschoven. Dat is een goede methode om zo efficiënt mogelijk het klimaat te redden en CO2 te reduceren. In dat systeem helpt het helemaal niet om zelf een hogere doelstelling te hanteren. Immers, als Polen een lagere doelstelling hanteert, dan zijn wij gezamenlijk niets beter af. Moeder Aarde merkt er niets van of CO2 in Nederland wordt uitgestoten of in Polen.

[...]

De voorzitter: Mevrouw Thieme, dank voor uw geduld. Ga uw gang.

Mevrouw Thieme (PvdD): Deze regering gaat dus door met het subsidiëren van dit soort bedrijven met 2 miljard euro per jaar. We zouden er juist ontzettend veel op kunnen besparen en we zouden een enorme vergroening kunnen bewerkstelligen.

Mijn vraag gaat over de vergroening en met name over de klimaatbestrijding. Nederland heeft al sinds 2007 erkend dat de aarde niet meer dan 2 graden mag opwarmen, omdat we dan in een gevaarlijke zone terechtkomen. Voor Nederland betekent dit dat we in 2020 een reductiedoelstelling tot 40% moeten halen. Er zijn mensen in Nederland die vandaag een brief op de mat van deze regering hebben laten vallen. Hierin schrijven zij dat zij binnen vier weken willen weten hoe de Nederlandse regering deze doelstelling zal realiseren in 2020. Anders zullen zij naar de rechter stappen. Hoe gaat de minister-president voorkomen dat wij een rechtszaak krijgen?

Minister Rutte: Door alle drukte van de laatste dagen heb ik die brief nog niet gezien. Misschien heeft de minister van Economische Zaken daar kennis van genomen, maar ik zie hem nee schudden. Zodra wij die brief onder ogen krijgen, gaan we hem bestuderen. Daarna zullen wij hem netjes beantwoorden, wat we met alle brieven doen die wij krijgen.

Mevrouw Thieme (PvdD): Vandaag heeft een persconferentie plaatsgevonden met de stichting Urgenda, die deze actie is begonnen. Deze actie is breeduit in de pers aan de orde gekomen. Daarbij is duidelijk gesteld dat de Nederlandse regering zich niet houdt aan de door haarzelf erkende doelstelling: willen wij de aarde leefbaar houden, dan moeten wij in 2020 40% CO2-reductie hebben gerealiseerd. Deze regering heeft in haar akkoord gezegd dat 20% voldoende is. Dat is dus niet voldoende. Daarom dreigt men een rechtszaak aan te spannen. Ik wil weten hoe de regering dat gaat voorkomen. In die brief staat namelijk dat de regering vier weken heeft om duidelijk te maken hoe zij die reductiedoelstelling toch nog gaat halen.

Minister Rutte: Ik ken de brief niet. De minister kent de brief ook niet. Op brieven wordt altijd netjes en tijdig gereageerd, meestal binnen een termijn die korter is dan vier weken. Ik wijs erop dat dit kabinet een groene stip op de horizon plaatst. Het Planbureau voor de Leefomgeving heeft dat positief beoordeeld. Wij streven naar een internationale, volledig duurzame energievoorziening in 2050. Wij streven naar een circulaire economie voor onze grondstoffen. De Europese markt voor duurzame grondstoffen en hergebruik van schaarse middelen wordt gestimuleerd. Nederland wordt minder afhankelijk van fossiele brandstoffen. Wij dragen bij aan de Europese doelstelling op het gebied van de mondiale CO2-reductie. Wij streven er verder naar dat nieuwe internationale doelen voor 2020 en voor 2030 en verder ook de technologische vooruitgang aanjagen en wij willen ervoor zorgen dat het ecologisch evenwicht wordt hersteld en veiliggesteld.

Mij dunkt dat wij op dit hele terrein een behoorlijk ambitieuze agenda neerleggen. Daarbij wordt een antwoord gegeven op de vraagstukken van de energievoorziening en klimaatbeheersing, terwijl wij tegelijkertijd zorgen voor economische groei. Het is precies die combinatie die deze twee partijen zo aanspreekt.

Mevrouw Thieme (PvdD): In de brief wordt verzocht om binnen vier weken een reactie te geven. Ik hoor graag van de minister-president de toezegging dat hij de Kamer zal laten weten hoe hij zal omgaan met dit verzoek zodra hij de brief heeft bestudeerd.

Ik wil hieraan toch echt toevoegen dat de minister-president volkomen verkeerd zit als hij stelt dat het zeer ambitieus is wat deze regering wil. Wij hebben nog maar 5% CO2-reductie gerealiseerd. Dat bleek uit een brief van begin dit jaar van de voormalige regering. Dat houdt dus in dat wij behoorlijk wat tandjes bij moeten zetten. Maar wat doen we? We stellen de CO2-reductie juist bij naar 20% in 2020. Daarmee halen wij de internationaal erkende doelstelling van 40% niet. Dat is een grote schande.

Minister Rutte: Je kunt er ook anders naar kijken. We gaan in vijf jaar van 4% naar 16% duurzame energie. Dat is een verviervoudiging. Volgens mij is dat behoorlijk. We zetten dus echt stappen. Wij doen dit ook nog op een manier waarbij in dit land economische groei kan plaatsvinden. Op een aantal terreinen lopen wij inzake de internationale en nationale energievoorziening en de duurzaamheid ook nog echt voorop. In Nederland hebben wij daarvoor alles in huis: op onze grote universiteiten in Twente, in Eindhoven en in Delft, en in onze grote bedrijven. Wij zijn een fantastisch land op dit punt. We kunnen hier heel veel tot stand brengen en dat gaan we ook doen. Dan heb je echter wel doelstellingen nodig en dan moet je ook rekening houden met de zware industrie. Dat doen we allemaal in een verstandige balans. Dus: me dunkt.

Mevrouw Thieme (PvdD): Ik had het helemaal niet over de energiedoelstelling. Ik had het over de CO2-reductie. Daar heeft de minister-president kennelijk geen kaas van gegeten.

[...]

Mevrouw Thieme (PvdD): De ecologische hoofdstructuur wordt, zij het in een wat lager tempo, toch gerealiseerd. Gaat het dan om de uitgeklede ehs van Bleker of om de oorspronkelijke ehs?

Minis ter Rutte : Het gaat dan om de oorspronkelijke ehs. We hebben overigens wel afgesproken dat er in 2016 een toets op wordt uitgevoerd. Doordat de financiële middelen beperkt zijn, wordt de doorlooptijd langer en we willen weten of dat economische gevolgen heeft. Dat kan namelijk gebeuren als er als gevolg van de ehs heel lang een klem zit op bepaalde grond. We gaan dus terug naar de oorspronkelijke ehs en we doen in 2016 de thermometer erin om te zien welke effecten dat heeft op de economie.

Mevrouw Thieme (PvdD): De regering gaat dus proberen om de ecologische hoofdstructuur voor elkaar te krijgen, mits dat maar niet ten koste gaat van de economie.

Minister Rutte: Dat heb ik niet gezegd. In 2016 doen we een toets, omdat we de ehs veel langzamer uitvoeren. Dat kan gevolgen hebben voor bepaalde gronden, aangezien die daardoor niet beschikbaar zijn, maar tegelijkertijd waarschijnlijk ook niet op afzienbare termijn worden gebruikt voor de ehs. Dat is de reden waarom wij in 2016 een meetmoment inbouwen en het geheel opnieuw ijken. Het is dus wel degelijk de bedoeling om de oorspronkelijke ecologische hoofdstructuur uit te voeren.

Mevrouw Thieme (PvdD): Hoe moet ik dit toch zien? De minister-president doet het voorkomen of we alle tijd hebben om in 2016 eens te gaan bekijken of het wel past binnen de economische ambities van het kabinet. Wetenschappers zeggen echter dat we nu al te weinig doen aan natuur! Het had veel sneller gemoeten. Waarom zegt de minister-president met andere woorden zo ontspannen dat wij het nog eens in alle rust moeten bekijken?

Minister Rutte: Dan ben ik niet duidelijk geweest. Wij willen de ehs uitvoeren conform het oorspronkelijke plan. Omdat er een beperktere pot geld beschikbaar is, gaat de uitvoering langer duren. We willen daarom weten wat het betekent als daardoor bepaalde gronden langer onder dat beslag blijven liggen. Heeft dat bijvoorbeeld economische gevolgen? Daarom hebben we besloten om de ehs uit te voeren en in 2016 een pas op de plaats te maken om door de oogharen heen te kunnen kijken naar de jaren na 2016.

Voorzitter. We zijn het er waarschijnlijk allemaal over eens dat de agrosector nationaal en internationaal zeer vooraanstaand is. Ik heb vorige week Turkije een paar dagen bezocht en ik kan de Kamer zeggen: Harvard kennen ze daar niet, maar de universiteit van Wageningen wel. Dat is zo, omdat er in Wageningen een topuniversiteit staat, een universiteit die staat voor de kwaliteit van de agrarische sector in Nederland. Dat loopt van de universiteit, via het hbo naar het groen mbo en het groen vmbo. Een boer met een ingewikkeld probleem op de Veluwe heeft toegang tot de knapste denkers. Dat gaat bovendien ook nog eens snel, omdat het allemaal verticaal geïntegreerd is. Dat is echt een enorme verworvenheid en een van de redenen waarom wij in Nederland zo'n sterke agrarische sector hebben.

De investeringen in dierenwelzijn en de meeste milieumaatregelen zijn een uitvloeisel van Europese regelgeving. Die maatregelen gelden dus voor alle veehouders in de Europese Unie. Ondernemers hebben zich, uiteraard met behulp van een overgangsperiode, kunnen voorbereiden op de nieuwe wettelijke eisen. Het gedeelde perspectief van dit kabinet is te komen tot een duurzame, toekomstbestendige en concurrerende sector met prijzen die net als in de andere Europese landen de kosten van het dierenwelzijn reflecteren en blijvend op draagvlak in de samenleving kunnen rekenen.

Mevrouw Thieme (PvdD): Ik zal het met belangstelling volgen. Ik zou het wel interessant vinden om van dit kabinet een dierenwelzijnsnota te ontvangen, zoals dat bij elk nieuw kabinet een beetje gebruikelijk is. Ik vraag mij af of de minister-president mij dat kan toezeggen, in het kader van de behandeling van de landbouwbegroting, die begin volgend jaar zal worden behandeld. Die behandeling is verdaagd, zodat wij nog even de tijd hebben.

Mijn punt betreft Wageningen Universiteit. Deze valt van oudsher onder het ministerie van Landbouw. Wij hebben echter geen ministerie van Landbouw meer. Sterker nog, wij hebben ook geen staatssecretaris van Landbouw meer. Landbouw valt gewoon onder de staatssecretaris van Economische Zaken, de heer Verdaas, zo heb ik begrepen. Het lijkt mij dan ook logisch, ook in het kader van de innovatie en de kenniseconomie die wij weer voorop willen stellen, dat deze universiteit onder het ministerie van Onderwijs komt te vallen. Is de regering voornemens om dat te doen?

Minister Rutte: Nee, zeker niet. Waarom zouden wij dat doen? Het ministerie van Onderwijs is verantwoordelijk voor het algemene onderwijsbeleid. Wij hebben in Nederlands iets unieks; een totaal verticaal geïntegreerde kolom. Dat het departement "ministerie van Economische Zaken" heet, betekent niet dat landbouw daarvan niet een buitengewoon belangrijk onderdeel is, in het bijzonder van de portefeuille van staatssecretaris Verdaas. Nu hebben wij iets wat goed werkt, namelijk dat de kleinste ondernemer en de beste denkers elkaar weten te vinden, met een enorm extra economisch groeipotentieel, en dan zouden wij dat weghalen? Daar zou ik heel erg tegen zijn.

Mevrouw Thieme (PvdD): Wij hebben natuurlijk ook technische universiteiten, in Delft, Eindhoven en Enschede, waar ook geen speciale vakminister op zit om ervoor te zorgen dat alle kennis en eraring wordt gedeeld, van de kleinste ondernemer tot de wetenschapper. Het probleem met Wageningen Universiteit dat zo prangend aan de orde moet komen, is dat er telkens opnieuw een schijn van belangenverstrengeling opduikt. Wageningen Universiteit is niet alleen met bedrijfsbelangen bezig, maar moet zich ook buigen over maatschappelijke vraagstukken, zoals dierenwelzijn en natuur en milieu. Daarom zou het zo goed zijn om de schijn van belangenverstrengeling te vermijden tussen, aan de ene kant, de economische groei en ambities van het bedrijfsleven en, aan de andere kant, de maatschappelijke waarden. Die moeten goed van elkaar worden gescheiden. Daarom zou mijn pleidooi zijn: zorg ervoor dat Wageningen Universiteit gewoon onder het ministerie van Onderwijs komt te vallen, zodat dit geen discussiepunt blijft.

Minister Rutte: Of je nu in Peking, in Istanbul of Ankara bent, onze buitenlandse partners kijken met ongelooflijk respect en jaloezie naar onze toponderzoekers. Ik vind een schijn van belangenverstrengeling dan een nogal stevig verwijt. Ik laat dat verwijt even bij mevrouw Thieme, want ik zie het echt niet. Het gaat om wetenschappers en onderzoekers die hun werk goed doen. Ik zou het doodzonde vinden om nu wegens een vermeende schijn van belangenverstrengeling, zoals mevrouw Thieme die ziet, iets wat goed functioneert, namelijk die verticale kolom -- waarbinnen men met elkaar communiceert en kennis snel doorgeeft -- weg te halen, en deze traditie die in Nederland zo goed functioneert, te doorbreken. Dan maak je dingen kapot die niet stuk zijn.

Mevrouw Thieme (PvdD): Voor mij is nog steeds niet helemaal duidelijk waarom Wageningen Universiteit een andere functie of status zou moeten hebben dan andere universiteiten die zich ook met bepaalde bedrijfstakken bezighouden, met name op het gebied van energie of andere technologie. Waarom zou Wageningen Universiteit daarvan los moeten staan en een andere status moeten hebben? Dat is mij nog steeds niet duidelijk. Ook de technische universiteiten die gewoon onder Onderwijs vallen, zijn "top of the bill". Waarom zou er een uitzonderingspositie moeten bestaan voor Wageningen?