Bijdrage Thieme debat over Cyprus


26 maart 2013

Bekijk het debat hier terug op debatgemist.nl

Eerste Termijn

Voorzitter, en weer zijn we met de schrik vrijgekomen. Niet helemaal natuurlijk, het kost 10 miljard, maar het had erger gekund.

En we waren al wat gewend. Als we de garanties aan Europese steunfondsen, het IMF en aan Griekenland op een rijtje zetten, dan staat de teller inmiddels op ruim 150 miljard euro, ongeveer een kwart van ons Bruto Nationaal Product. Je moet als kiezer wel heel veel vertrouwen hebben in je volksvertegenwoordigers, om zoveel in de waagschaal te laten stellen. En daar wringt nou juist de schoen voorzitter, dat vertrouwen hebben de burgers niet meer. Ze zien dat de Euro geen bindmiddel is gebleken, maar een splijtzwam tussen de volkeren van Europa. Het grote ideaal van werk en welvaart voor iedereen is niet dichterbij gekomen, maar raakt steeds verder uit beeld.

Er heerst paniek en willekeur in Europa. Het ene land wordt wel gered, het andere niet, en datzelfde geld voor banken.

Het is een schrale troost dat het vooral zwart en crimineel geld lijkt te zijn dat is afgeroomd bij Cypriotische banken.

Als de voorzitter van de eurogroup termen gebruikt als “ik heb gedacht we komen er niet uit”, en ”op het hoogtepunt van de crisis moest de overheid alle risico’s pakken, anders stortte de boel in” en “de stabiliteit van de Euro verzwakt als de verwantschap tussen de landen afneemt” …. Voorzitter, dan stelt ons dat allerminst gerust.

Er is sprake van Europese paniekvoetbal en burgers krijgen nauwelijks meer te zien dan geldautomaten en gelddiplomaten die niet doen wat ze moeten doen.

Toen de voorzitter van de eurogroup het reddingsplan voor Cyprus ‘een blauwdruk voor de Europese bankensector noemde’, schoten alle beursgraadmeters direct in het rood.

Eén ding is duidelijk geworden, van gegarandeerde spaartegoeden is niet langer sprake. De lading van ons monetair systeem is zodanig aan het schuiven geraakt, dat we niet meer zelf de koers kunnen bepalen. We worden steeds afhankelijker van de koers die anderen wensen te varen, waarbij we maar weinig weten van hun vaardigheden en democratische legitimatie.

Voorzitter, we spreken vandaag niet over wijsheid achteraf. Alles wat we zien en beleven in de Eurozone was niet alleen voorspelbaar, maar is ook voorspeld. Op 13 februari 1997, ruim 16 jaar geleden schreven 70 economen in de Volkskrant (ik citeer):

“De Economische en Monetaire Unie die nu op stapel staat, legt niet de basis voor een moderne Europese sociale welvaartsstaat, maar zal daarentegen tot meer werkloosheid en sociale spanningen leiden.... Het Verdrag van Maastricht, dat op 1 november 1993 in werking trad, kent vele onvolkomenheden, met name op het gebied van democratie, werkgelegenheid, inkomensverdeling, milieu en de bestrijding van armoede zowel binnen als buiten de Unie. Daarbij is het Verdrag gebaseerd op dubieuze economische veronderstellingen.” Einde citaat.

De politiek heeft zich doof en blind gehouden voor deze waarschuwingen , ook toen in 2005 maar liefst 61% van de Nederlanders aan de noodrem trok.

Op dat moment wilde 85% van de politici door. Bang om de trein te missen waarvan ze zelf niet eens wisten wat de exacte bestemming was.

Voorzitter, het heeft nauwelijks zin vandaag een analyse te maken van een partijtje paniekvoetbal. Belangrijker is dat we inzien dat we niet kunnen volhouden dat er “geen weg terug is, en we dus wel vooruit zullen moeten”.

Een ever closer union, de Verenigde Staten van Europa, met steeds minder democratische besluitvorming en, steeds meer technocratisch beleid onder het mom van crisisbestrijding, neemt de oorzaken van de crisis niet weg.

Het overeind houden van Griekenland en Cyprus is pure symptoombestrijding met een groot aantal zwakke broeders in de wachtkamer. Zowel Griekenland als Cyprus waren beter af zonder de Euro, en de euro was beter af geweest zonder Griekenland en Cyprus.

We zijn in een samenwerkingsvorm gerommeld die vergelijkbaar is met het tijdens een dronken bui op een buurtfeest besluiten om alle sloten van de deuren te halen en alle huishoudportemonnees leeg te schudden in het midden van de straat, en iedereen te vragen naar vermogen bij te dragen en naar behoefte te pakken van het hoopje geld dat nu van ons allemaal is. Met als enige verschil dat we in dat geval de meeste mensen uit de buurt nog wel kenden, maar dat wij het in Europees verband gedaan hebben met vage bekenden uit verre landen die veel burgers zelfs op de kaart niet 1,2,3 aan zouden kunnen wijzen.

Dat je samen één munt kunt hebben, blijkt een roekeloze misvatting te zijn. En de enige reden dat politici daarmee door willen, is dat ze weigeren hun foute inschattingen uit het verleden te erkennen. Ze durven het gewoon niet.

Wat was er mis met de EEG, waarin Europese landen vruchtbaar samenwerkten maar wel beschikten over autonomie en eigen monetaire instrumenten waardoor erkenning van hun verschillend economisch temperament geen probleem vormde? Wat is er mis met invoering van parallelle munten naast de girale Euro, waarbij we niet meer het risico van economische missers van andere landen letterlijk voor onze rekening hoeven te nemen? Wat is er mis met het geven van garanties aan spaarders, zonder dat die elk moment op de helling kunnen? Wat is er mis met vrijhandel op basis van wederzijdse erkenning, zonder dat we ons hoeven over te leveren aan een politieke unie op ondemocratische basis? Voorzitter, we hebben leergeld betaald, maar wat hebben we er eigenlijk van geleerd?

Voorzitter, vandaag is er in dit huis een burgerinitiatief aangeboden met 56.000 handtekeningen van burgers die vinden dat verdere machtsoverdracht aan Brussel niet kan zonder expliciet uitgesproken steun van de Nederlandse bevolking. Een politiek die niet wil luisteren naar waarschuwingen van deskundigen, die niet wil luisteren naar gefundeerd onbehagen onder haar burgers en die niet wil leren van opeenstapelingen van fouten, voorzitter, die politiek roept niet alleen grote problemen voor de toekomst af over het volk dat ze vertegenwoordigt, maar maakt zichzelf ook ongeloofwaardig en creëert een voedingsbodem voor gevaarlijk populisme, of erger.

En voorts, voorzitter, ben ik van mening dat er een einde moet komen aan de bio-industrie. Dank u wel!

Tweede Termijn

Voorzitter. Niets is zeker, was de conclusie van de minister wat betreft de hoogte van de steun aan Cyprus op een iets langere termijn. Het enige wat zeker is -- ik citeer Kamagurka vanavond in de NRC -- is dat het hier fris is voor de tijd van het jaar, terwijl het in Cyprus 16 graden is en lichtbewolkt.

De minister moet wel met meel in de mond praten. Hij kan niet zeggen wat hij weet of denkt, omdat dat direct zijn weerslag zal hebben op de financiële markten. Hij kan niet zeggen of er aan een plan B gewerkt wordt en al helemaal niet hoe plan B in dat geval luidt. Hij kan geen garanties geven aan spaarders waar ook in Europa. En resultaten uit het verleden bieden geen enkele garantie voor de toekomst.

Geld lenen kost geld. In dit geval kost geld lenen aan Cyprus ons geld, heel veel geld. Maar het lijkt erop dat de afweging gemaakt is dat het niet uitlenen van geld nog meer geld zou kosten. In dit soort ondoorzichtige overwegingen speelt zich de besluitvorming af die verstrekkende consequenties heeft voor onze kinderen en onszelf, voor onze pensioenen, ons spaargeld en de toekomst van de Unie. Wij zijn gaan bergbeklimmen zonder de juiste uitrusting en zonder de juiste voorbereiding, maar wij zitten wel aan elkaar vastgeklonken, ervaren klimmers en onervaren klimmers.

Wie denkt dat de eeuwige vraag van oorlog en vrede niet meer actueel is in Europa, zou zich hevig kunnen vergissen. De demonen zijn niet weg; zij slapen alleen maar. Dit zegt de vorige voorzitter van de eurogroep in Der Spiegel. Dat baart ons zorgen. Een vlucht vooruit gaat ons niet helpen in de huidige situatie. Wij willen bezinning en betrokkenheid van het Nederlandse volk bij een ongewisse toekomst. Die is ongewis als gevolg van een ondoordacht monetair experiment, dat niet langer te verantwoorden is. Alleen een referendum kan legitimatie geven aan een beleid van nog meer risico.

Ik wens de minister alle sterkte. Beleid maken op de rand van een vulkaan is allesbehalve makkelijk. Ik wil graag afsluiten met een welgemeend advies uit de grond van mijn hart. Ik raad de minister dringend af om aan de rand van de afgrond van de vulkaan te kiezen voor een vlucht naar voren, in zijn belang en in het belang van ons allen.

Interrupties bij andere partijen

[...]

Mevrouw Thieme (PvdD):
De heer Koolmees zegt dat hij het in grote lijnen eens is met de genomen beslissingen. Hij noemt het aanslaan van aandeelhouders en andere klanten van de bank. Het kritiekpunt is echter dat spaarders er niet meer van opaan kunnen dat hun geld veilig is. Het kan zo zijn dat niet alleen in Cyprus mensen hun spaargeld kwijtraken. In andere landen kan het idee bestaan dat dit ook bij hen gaat gebeuren. Heeft D66 daar kritiek op?

De heer Koolmees (D66):
Ja, dat heb ik net in mijn inbreng gezegd. In het plan van vorige week vrijdagnacht, plan A, zoals de heer Van Hijum het noemde, zouden zowel spaarders met een bedrag onder de €100.000 als spaarders met een bedrag boven de €100.000 worden aangeslagen. Dat vond ik een slecht idee omdat je daarmee onzekerheid creëert over de waarde van het depositogarantiestelsel. Het plan dat er nu, een week later, ligt, is beter dan het eerste plan omdat spaarders met een bedrag tot €100.000 nu buiten schot worden gehouden. Ik ben het met de heer Van Hijum eens. Hij koos de woorden: de geest is uit de fles en die dring je niet zomaar terug in de fles. Ik vind het een slecht signaal dat de eurogroep daar vorige week toe besloten heeft. Dat spaarders, zeker de onverzekerde spaarders, kunnen meebetalen aan de oplossing van een heel groot probleem, heb ik nooit categorisch uitgesloten.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Kan de heer Koolmees de spaarders verzekeren dat Europa absoluut niet aan hun spaartegoed van €100.000 of minder zal komen? Kan hij dat hier werkelijk met droge ogen beweren?

De heer Koolmees (D66):
Ik kan helemaal niets garanderen vanuit mijn positie. Er is veel gediscussieerd over de Europese bankensector en de Europese spaarders, maar tot nu toe is het bedrag van €100.000 altijd gegarandeerd en overeind gebleven. Dat heeft heel veel belastinggeld en heel veel inspanningen van allerlei overheden gekost, maar tot nu toe zijn de €100.000-spaarders altijd veilig gebleven.

Interrupties tijdens de beantwoording van de minister

[...]

Mevrouw Thieme (PvdD):
Kan de minister de Kamer de zekerheid geven dat het bij die 10 miljard aan steun blijft?

Minister Dijsselbloem:
Daar wilde ik zo op komen. Die zekerheid hebben wij allemaal wanneer er straks een memorandum of understanding ligt, maar de eurogroep heeft een- en andermaal gezegd in de verantwoording naar de parlementen dat het 10 miljard is en dat het niet meer dan 10 miljard zal worden. Dat is het kader waaruit wij werken, om twee redenen. Ten eerste omdat we niet meer bijdragen willen vragen vanuit de Europese lidstaten in termen van garanties. Ten tweede omdat een hogere lening voor Cyprus niet betaalbaar zou zijn.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Is de minister niet met mij van mening dat dit puur een papieren zekerheid zal zijn? Wij moeten namelijk nog afwachten hoe het straks gaat als de banken weer opengaan. Dan komt er zeker een kapitaalvlucht. Dat betekent dat er kapitaal wordt overgeheveld naar de sterkere landen, hetgeen de rente zal drukken. Dan zitten ze nog steeds met een probleem. Ik denk dat de minister hierover eerlijk moet zijn, want als die kapitaalvlucht zodanige vormen aan gaat nemen, dan draait niet alleen de particuliere sector wederom voor een belangrijk deel op voor de schulden van Cyprus. Dan moet ook de belastingbetaler opdraaien voor de gevolgen van die kapitaalvlucht en voor wat er gaat gebeuren met de sterkere banken in Noord-Europa.

Minister Dijsselbloem:
Mevrouw Thieme weet een aantal zaken zeker dat ik nog niet zeker weet. Ik weet wel zeker dat de berekeningen van de 10 miljard versus de 100% schuld in 2020 zijn gebaseerd op een doorrekening van het IMF. Nederland hecht er altijd aan dat het IMF erbij betrokken is en dat het IMF dit soort zaken uitrekent, want dan komt er geen politieke weging aan te pas. Het IMF stelt op basis van een aanname van een halvering van de bankensector dat, als wij het snel zouden doen -- en dat doen wij met deze gekozen oplossing – het mogelijk moet zijn om op een staatsschuld van 100% in 2020 uit te komen.

Er is veel gebeurd de afgelopen week. Er komt nog een memorandum of understanding. Ik probeer daar een Nederlands begrip voor te verzinnen. Het programma zal verder worden uitonderhandeld. Dan zal het IMF opnieuw, zoals altijd, de toets doen die mevrouw Thieme al heeft gedaan. Dan weten wij hoe het verloop is geweest de afgelopen weken en hoe het programma eruitziet. Dan gaat het IMF opnieuw bekijken of het duurzaam is in termen van staatsschuld.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Als de minister zegt dat ik in nogal wat aannames spreek, dan heeft hij boter op zijn hoofd, aangezien hijzelf zegt: 10 miljard euro blijft 10 miljard euro. Dat kan hij dus ook niet zeggen, want wij weten niet hoe het straks gaat lopen. Wij zijn dus beiden in het ongewisse. Zo'n memorandum of understanding zal niets anders zijn dan een papieren zekerheid, terwijl het eerlijke verhaal verteld moet worden, namelijk dat niets zeker is.

Minister Dijsselbloem:

Op zichzelf is dat waar: niets is zeker. Die wijsheid gaat in deze omstandigheden zeker op.