Bijdrage Thieme debat burger­ini­ti­atief 'Peuro'


3 februari 2017

Voorzitter. Het experiment met de euro is mislukt. Met dit oordeel bevindt de Partij voor de Dieren zich in goed gezelschap. Een lange rij eminente economen is ons daarin voorgegaan. Nobelprijswinnaar Joseph Stiglitz heeft erop gewezen dat er van de belofte van convergentie niets terecht is gekomen. De lidstaten zijn niet naar elkaar toegegroeid. Griekenland en Duitlsand liggen verder uit elkaar dan ooit. De euro is geen bindmiddel gebleken, maar een splijtzwam. Cijfers wijzen uit dat burgers niet of nauwelijks geprofiteerd hebben van de eenheidsmunt. Ja, we hoeven niet meer in te wisselen alvorens we de grens overgaan, maar hoe groot is dat voordeel als je overal gewoon een pinautomaat hebt, zeker als je dit legt naast de stagnerende inkomens in grote delen van de eurozone? Veel huishoudens bevinden zich wat koopkracht betreft op het niveau van voor de eeuwwisseling, met Griekenland als afschrikwekkende uitzondering. Daar zijn de salarissen sinds 2008 met 30% gedaald, is de economie met een kwart gekrompen en is de gezondheidszorg nauwelijks nog een schim van wat zij ooit was, met alle gevolgen van dien.

De euro heeft niet alleen zijn economische beloftes niet ingelost. De minister spreekt in zijn reactie op de petitie van een gering verlies aan nationale soevereiniteit. Wij zijn een andere mening toegedaan. De euro heeft onze soevereiniteit ernstig aangetast, zeker sinds de crisis. De maatregelen die genomen zijn om de euro in stand te houden, hebben het nationaal begrotingsrecht ernstig uitgehold. Het aangescherpte Groei- en Stabiliteitspact heeft ons, Nederlandse volksvertegenwoordigers, tot ceremoniële lintenknippers gemaakt van alles wat in Brussel wordt goedgekeurd.

Die mening wordt door traditionele politieke partijen nog wel eens weggezet als populistisch, maar ook hier bevinden we ons in goed gezelschap. Op 18 januari 2013 publiceerde de Raad van State een voorlichting aan de Eerste Kamer die precies voor dit gevaar waarschuwde. Het aangescherpte Groei- en Stabiliteitspact zou onherroepelijk betekenen dat de rol van het parlement -- en ik citeer de Raad -- "minder op medebeslissing en meer op verantwoording en controle achteraf zal liggen". Daar weten we alles van. Politiek voldongen feiten. De volksvertegenwoordiging heeft het nakijken. Dus de lichtzinnige toon van de minister in reactie op dit burgerinitiatief is dan ook volstrekt ongepast. Wij steunen de oproep van het burgerinitiatief om een parlementaire enquête te houden die de verantwoordelijken onder ede kan horen dan ook van harte. Het was voorzien. André Szász, voormalig directeur van de Nederlandsche Bank, was destijds aanwezig bij een aantal kabinetsberaden en hij vertelde in de NRC van 30 mei 2008 dat Lubbers zich herhaaldelijk afvroeg of de politieke autoriteiten wel beseften waar ze mee bezig waren met betrekking tot de invoering van de euro. Ze hebben geen idee; geen idee, zei minister van Economische Zaken Koos Andriessen. Geen idee. Eigenlijk zijn we al rijkelijk laat met het instellen van een parlementaire enquête naar het grootste monetaire experiment uit de geschiedenis. Een overhaaste invoering die het karakter had van: als het niet gaat zoals het moet, dan moet het maar zoals het gaat. "Scheitert der Euro, dann scheitert Europa". Omdat dat voor veel partijen een onbespreekbaar thema is, kiezen zij voor de vlucht vooruit: meer integratie in plaats van minder; meer machtsoverdracht in plaats van minder.

Het is tijd voor een parlementaire enquête; net zozeer als ik voorts van mening ben dat er een einde moet komen aan de bio-industrie.

Interrupties bij andere partijen

De heer Koolmees (D66):

D66 laat het enquêterecht niet misbruiken voor zo'n politiek showproces. Met Poetin en Trump aan de macht is een verenigd Europa harder nodig dan ooit. De Europese Unie is geen ideaal, maar een keiharde noodzaak. Er is toch niemand zo naïef om te geloven dat de brexit een zegen is, als dat uit de mond komt van een president met "America first" als motto? De tijd dat de Europese landen zelfstandig een bepalende rol in de wereld speelden, ligt lang achter ons. Dat geldt zeker voor Nederland. Een nexit is niet in het belang van Nederland. Een verdeeld Europa speelt Trump en Poetin in de kaart. D66 werkt daar niet aan mee. D66 steekt liever alle energie in de verbetering van de Europese Unie, dus om haar democratischer, transparanter, daadkrachtiger te maken, dan in een tijdrovende parlementaire enquête die niet tot nieuwe inzichten zal leiden.

Dat Nederland slaapwandelend de euro in is gerommeld, zoals de heer Baudet ons wil wijsmaken, is volstrekte onzin. Dat Baudet het niet eens is met de invoering van de euro wil niet zeggen dat hierover niet uitvoerig is gedebatteerd. Er zijn decennialang talloze onderzoeken en debatten geweest, wetenschappelijke maar zeker ook politieke, en er is keihard onderhandeld over de voorwaarden waaronder landen konden toetreden.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Ik vind het buitengewoon onsmakelijk dat de heer Koolmees het over Trump en Poetin heeft om het Europese droomproject van D66 verder vorm te geven. Er zijn heel veel mensen in Nederland die misschien helemaal niks met Trump hebben maar zich wel zorgen maken over het feit dat die Europese trein maart doordendert, ten koste van de belastingbetaler om de banken te kunnen redden en ten koste van de democratie, waardoor zij geen grip meer hebben op hun leven, op hun pensioenen, op hun banen, op hun land. Als de heer Koolmees probeert om zijn Europese project verder te vervolmaken door te wijzen op gevaren als Trump en Poetin, dan doet hij onrecht aan de echte zorgen van de mensen die zeggen dat wij in Europa een pas op de plaats moeten maken. Als wij een vreedzaam Europa willen waarin we respect hebben voor allerlei volkeren binnen Europa, dan zullen we ook recht moeten doen aan de verschillende culturen en economieën. Ik vraag de heer Koolmees of hij ervoor wil zorgen dat hij de discussie over dit burgerinitiatief zuiver houdt. Ik vraag hem om zich niet weer, zoals alle andere eurofielen wat dat betreft, vooral te richten op het grote gevaar buiten Europa waardoor de Europese integratie verder vormgegeven zou moeten worden.

De heer Koolmees (D66):

Mijn verwijzing naar Trump en Poetin heeft alles te maken met Europa. Na de Tweede Wereldoorlog is de Europese Gemeenschap, de Europese Unie, niet voor niks opgericht: nooit meer oorlog door samenwerking, door integratie, door samen op te trekken in de wereld. Dat is de ontstaansgeschiedenis van Europa. Natuurlijk heeft dat alles met elkaar te maken. Natuurlijk heeft het ook te maken met wat er in de wereld gebeurt op dit moment, met China, met Poetin en met Trump. D66 is van oudsher een pro-Europese partij. Natuurlijk moeten we in Europa meer samenwerken om die geopolitieke uitdagingen het hoofd te kunnen bieden. Daar zijn we al sinds 1957 mee bezig. Sinds 1979 voeren we al discussie over het Europese monetaire stelsel. We hebben Schengen, we hebben de interne markt, we krijgen langzaam een gezamenlijk defensiebeleid. Natuurlijk heeft dat alles met elkaar te maken. De uitdagingen van deze tijd -- dat zal mevrouw Thieme moeten aanspreken -- op het gebied van klimaat, milieu en het uitputten van de aarde kun je alleen maar internationaal oplossen door met dit soort landen en in Europa samen te werken. Dit heeft dus alles met elkaar te maken.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Europese samenwerking is prima, maar je hoeft geen gemeenschappelijke portemonnee te hebben om dat voor elkaar te krijgen. Voor vrede en veiligheid in Europa hadden wij geen euro nodig. De euro blijkt nou juist instabiliteit te veroorzaken. Het feit dat Europa vooral gericht is op expansie, op meer vrije markt en op meer vrijhandelsverdragen ten koste van kwetsbaren geeft aan dat dit Europese project zogenaamd verkocht wordt als een project van vrede en veiligheid, maar in feite een project is waarbij men maar één ding voor ogen heeft en dat is de vrijhandel, eurocratie en een vermindering van de democratie. Daar zou D66 eens wat langer bij stil moeten staan in plaats van praatjes voor de vaak proberen te verkopen.

De heer Koolmees (D66):

Sorry, maar de afgelopen jaren hebben wij ontzettend veel aandacht gevraagd voor een democratisch en transparant Europa. Er zijn dingen die echt fout gaan. Daarmee ben ik het onmiddellijk eens. De uitdagingen van deze tijd liggen op het vlak van het klimaat, het milieu, de natuur, de mensenrechten, de arbeidsomstandigheden en de hoge waarden die wij in Europa samen met elkaar vaststellen. We leven met 500 miljoen mensen in een soort paradijs in de wereld. Dat heeft alles te maken met Europese samenwerking en met Europese integratie. Ik zei net dat al sinds 1957 wordt gesproken over een "ever-closer union", omdat het in ons belang is om samen te werken, om samen afspraken te maken. Daar hoort een interne markt bij. Daar hoort vrijhandel bij. Daar hoort ook gezamenlijk opkomen voor onze waarden bij, ook als het daarbij gaat over mensenrechten, homorechten, klimaat, asiel en het opvangen van vluchtelingen. Dat zijn allemaal Europese waarden. Daar hoort ook een interne markt bij met een euro.

De voorzitter:

Echt afrondend, mevrouw Thieme.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Een partij zoals D66, die democratie zelfs in de naam heeft, zou zich toch zorgen moeten maken om het feit dat het democratisch deficit, het democratisch tekort, in Europa zo groot is dat het absoluut onzorgvuldig en ondemocratisch is om Brussel alle macht toe te kennen op het vlak van begrotingen? Daar moeten wij akkoord mee gaan terwijl het Nederlandse parlement daar geen enkele zeggenschap meer over heeft, behalve dan via controle achteraf. Dat heeft de Raad van State ook geconcludeerd.

De heer Koolmees (D66):

Ik weet niet of mevrouw Thieme ons verkiezingsprogramma heeft gelezen, maar daarin staat dat wij ons zorgen maken over het democratisch tekort in Europa en dat wij de democratie willen versterken. Dat is niet nieuw. Dat staat niet alleen in dit verkiezingsprogramma, dit is al tientallen jaren een belangrijk onderwerp in ons verkiezingsprogramma. Een van de oorzaken waardoor landen als Griekenland en Portugal in de afgelopen jaren in de problemen zijn gekomen, is dat er weinig controle was op de begrotingen, waardoor de economie van Griekenland en Portugal heeft kunnen ontsporen. In de eerste jaren van de euro is de groei in Griekenland, Spanje en Portugal hartstikke hoog geweest. Door de invoering van de euro verdubbelde het bbp in die acht jaar. Ondertussen gebeurde er onderliggend een heleboel, waardoor de economische structuur en de concurrentiekracht zijn aangetast. Datgene wat we nu hebben geïntroduceerd, het sixpack, het twopack, het meedenken over macro-economische onevenwichtigheden, kan ervoor zorgen dat dit soort zeepbellen niet meer wordt opgebouwd. Daar zou mevrouw Thieme een groot voorstander van moeten zijn.

(….)

De heer Nijboer (PvdA):

Voorzitter. Ik had de initiatiefnemers al gecomplimenteerd met hun burgerinitiatief. Het is een belangrijk instrument van mensen. Als je erin slaagt om zo veel handtekeningen te verzamelen en om dit op de agenda van de Kamer te zetten, dan verdient dat een compliment in een democratie. In een democratie zijn echter ook de wijze waarop iets wordt beargumenteerd en de woorden die daarvoor worden gekozen, belangrijk. We hebben het in onze Kamer meegemaakt dat de initiatiefnemer, die grote woorden niet schuwt, ervoor koos om zijn initiatief voor een parlementaire enquête naar de euro te vergelijken met de noodzaak waarvan sprake was bij het Neurenbergtribunaal of bij de waarheidscommissie. Dat is hier gewoon gezegd, in onze Kamer. Op uitnodiging van ons zijn de initiatiefnemers hier geweest en zij hebben deze vergelijking durven maken. Ik heb hen erop aangesproken, want dat is ernstig. Het is ernstig dat mensen die een legitiem burgerinitiatief nemen -- het is legitiem; er wordt in de Kamer ook verschillend gedacht over de euro -- zulke vergelijkingen trekken. Ik heb hen erop aangesproken. Hun reactie daarop was: een vergelijking is niet hetzelfde als een gelijkenis. Het werd niet teruggenomen, maar het werd terzijde geschoven, terwijl het al onbestaanbaar is dat je dit in het heetst van de strijd naar voren brengt.

Die vergelijking is bewust gekozen door de initiatiefnemers. Dat deugt van geen kanten en dat had nooit mogen gebeuren. De PvdA-fractie neemt daar afstand van.

Mevrouw Thieme (PvdD):

De Kamer wordt nu deelgenoot van een discussie tussen de initiatiefnemer en de heer Nijboer. Wij kunnen dat niet controleren ...

De heer Nijboer (PvdA):

Dat is absoluut niet waar, voorzitter.

Mevrouw Thieme (PvdD):

… omdat wij hier in de Kamer geen officieel debat hebben gezien tussen de heer Nijboer en de initiatiefnemer.

De heer Nijboer (PvdA):

Wel.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Dat vind ik dus heel vervelend, want u bent niet …

De heer Nijboer (PvdA):

Nee, dit is echt onjuist. Het was een commissie …

De voorzitter:

Nee, nee, wacht heel even, mijnheer Nijboer.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Ik vind het heel lastig om dit goed te kunnen beoordelen. Het lijkt mij dus heel goed dat we ons nu vooral even gaan richten op die tienduizenden mensen die dit burgerinitiatief hebben ondertekend. Laten we het vooral over de inhoud van dat initiatief hebben.

De heer Nijboer (PvdA):

Daar ga ik toe over. Ik heb er alle begrip voor dat mevrouw Thieme niet bij alle commissieactiviteiten kan zijn, maar er is een burgerinitiatief ingediend en de Kamer heeft een hoorzitting daarover georganiseerd. Veel collega's waren daarbij aanwezig. Ik meen dat iedereen die ik hier zie daarbij aanwezig was, behalve mevrouw Thieme, en ik kan mij dat heel goed voorstellen. Het was gewoon een openbare bijeenkomst van de Kamer in de aanloop naar dit debat. Het is dus niets persoonlijks. We hebben elkaar daar waargenomen. Ik werd daar ook op aangesproken. Ik zie collega's nu ook knikken; dat is gebeurd. Er is deels ook verslag van gedaan. In dit proces spreek ik de initiatiefnemers daarop aan. Het lijkt mij ook wel het momentum om dat te doen. Ik heb dat toen gedaan en ik kom daar nu op terug.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Ik dacht dat u dat net even achterin met elkaar had besproken, dus dat is nu inderdaad helder. Maar aangezien u dat destijds al in die commissie hebt besproken, lijkt het mij nu goed om de kostbare tijd die we hebben vooral te gebruiken om in te gaan op de zorgen van de mensen die dit burgerinitiatief hebben ondertekend.