Bijdrage Thieme Debat Begroting Algemene Zaken en Begroting Koning


9 oktober 2012

Bekijk de bijdrage via debatgemist.nl

Mevrouw Thieme (PvdD):
Voorzitter. Wij leven in een welvarend land. Wij kunnen ons nog steeds veel veroorloven, ook het duurste koningshuis van Europa. In een tijd waarin wij allemaal moeten bezuinigen, lijken de bezuinigingen aan de kant van het Koninklijk Huis nogal symbolisch van aard. Vorig jaar stond in de troonrede dat de bezuinigingen aan niemand voorbij zouden gaan en dat iedereen koopkracht zou moeten inleveren. Toen al sprak mijn fractie haar verbazing uit over het feit dat het inleveren waarover gesproken werd, blijkbaar niet van toepassing is voor de leden van het Koninklijk Huis. Wie een inkomen heeft van €830.000 belastingvrij met daarbovenop een toelage van vijf keer het belastingvrije basissalaris en ruim 4 miljoen euro krijgt voor hulp in de huishouding, maakt niet de indruk solidair te zijn met de rest van de Nederlandse bevolking.

Toen Hare Majesteit in de troonrede van dit jaar een beroep deed op de solidariteit, waren onze verwachtingen hooggespannen. Ik citeer: "Weinigen in ons land betwisten de noodzaak van het gezond maken en vervolgens beheersbaar houden van de overheidsfinanciën. Velen delen het ideaal van maatschappelijke verbondenheid en willen zich daarvoor inzetten." Dat klonk veelbelovend, zeker toen daaraan werd toegevoegd: "Transparantie en houdbare overheidsfinanciën zijn van groot belang voor de bevolking en het vertrouwen in het bestuur." Groot was onze teleurstelling toen wij vernamen dat de solidariteitsbijdragen van de leden van het Koninklijk Huis zich beperken tot het inleveren van slechts €5.000 op jaarbasis door koningin Beatrix. Haar salaris daalt van €830.000 belastingvrij naar €825.000 belastingvrij. De salarissen van prins Willem-Alexander en prinses Máxima dalen zelfs slechts met een schamele €1.000 per jaar. Dat is niet meer dan vier promille salarisverlaging, terwijl iedereen in ons land wordt geacht de broekriem aan te halen.

Tegenover dat wel zeer schamele inleveren van de leden van het Koninklijk Huis, staat een verhoging van de eveneens belastingvrije onkostenvergoeding van maar liefst €200.000. Dat verdient een nadere verklaring, die wij graag van de minister-president ontvangen. Per saldo gaat het Koninklijk Huis er niet op achteruit, maar er €197.000 per jaar op vooruit. Dat is in tijden van zware bezuinigingen niet te verkopen. Graag krijg ik hierop een helder antwoord.

Kan de minister-president daarnaast ook verklaren hoe in tijden van bezuinigingen de totale kosten voor het Koninklijk Huis met €528.000 toenemen? Acht hij een verwijzing naar prijspeilcijfers toereikend, wanneer verwacht zou mogen worden dat er sprake zou zijn van een structurele en substantiële bezuiniging?

Temeer krijg ik daarop graag een reactie, daar het Britse koningshuis 7,2 miljoen euro bezuinigde, terwijl de leden van dat koningshuis nog steeds verzekerd zijn van ordentelijk vervoer, koud en warm stromend water en een goedbelegde boterham. De leden van het Spaanse koningshuis, dat al het goedkoopste van Europa was, leverden 7% inkomen in, waarmee de Spanjaarden nog maar 8,2 miljoen euro kwijt zijn aan de salarissen van de koninklijke familie, hun personeel en hun onkostenvergoedingen. Juist omdat wij de koning van Hispanje altijd geëerd hebben, dringt een vergelijking zich op.

Kan de minister-president verklaren waarom een land dat drie keer meer inwoners heeft dan het onze, toe kan met een vorstenhuis dat vijf keer minder kost? Waar zit die factor vijftien verschil in? In de geest van onze bondscoach vraag ik: zijn wij nou zo dom of zijn zij nou zo slim? Kan de minister-president een plausibele verklaring geven voor het enorme kostenverschil tussen twee vorstenhuizen die allebei voldoende mogelijkheden tot representatie hebben? Als hij geen plausibele verklaring heeft voor het verschil, kan de minister-president dan vragen of onze kroonprins bereid en in staat is tot een inventariserende verkenning van de verschillen tussen het kostenpatroon van beide vorstenhuizen? En kan de minister-president komen met aanbevelingen over de vraag hoe wij dat van het Nederlandse hof qua kostenstructuur meer in overeenstemming kunnen brengen met het Spaanse?

Ik overweeg op dit punt een motie in te dienen.

Zeker in tijden van kostenbeheersing is de controle van functionele uitgaven een belangrijk gegeven. Daarom wil de Partij voor de Dieren klip-en-klaar antwoord op de vraag waarom de uitkomsten van het jaarlijkse accountantsonderzoek naar de kosten van het Koninklijk Huis geheim zouden moeten blijven, juist terwijl duidelijk is geworden dat het naar rato twaalf keer zo duur is als het Spaanse koningshuis. In antwoord op de feitelijke vragen heeft de minister-president aangegeven dat hij niet bereid is nader inzicht te verstrekken, omdat dit in strijd zou zijn met artikel 41 van de Grondwet. Ik denk echter dat hij zich daarin vergist. Natuurlijk mag de Koning zijn huis inrichten zoals hem dat goeddunkt en zelf afwegingen maken ten aanzien van de daarbij behorende uitgaven. Dat wil echter niet zeggen dat wij als hoogst controlerend orgaan in dit land in het duister zouden moeten tasten over de noodzaak om ons koningshuis het meest kostbare van West-Europa te laten zijn. Daarom vraag ik de minister-president om de uitkomsten van het accountantsonderzoek alsnog openbaar te maken. Als dat op bezwaren in de sfeer van privacy mocht stuiten, vraag ik hem het accountantsonderzoek ter vertrouwelijke inzage te geven aan de vaste commissie, zodat zij tot een meer afgewogen oordeel over de functionaliteit van de kosten kan komen dan nu het geval is.

Ik kom op het Koninklijk Jachtdepartement, dat een camouflerende naamswijziging heeft ondergaan en tegenwoordig Koninklijk Departement Faunabeheer heet. Kan de minister-president aangeven of het departement op enigerlei wijze direct of indirect betrokken is bij of ondersteuning geeft in materiële of personele zin aan jachtpartijen van de leden van de koninklijke familie. Natuurlijk kennen wij het nogal kunstmatige onderscheid dat gemaakt wordt bij het doden van wilde zwijnen, herten, reeën en moeflons, dat niet wordt aangeduid als jacht maar als faunabeheer. Wanneer leden van de koninklijke familie bijvoorbeeld op eendenjacht zijn, zoals recent langs de Dinkel en zoals met enige regelmaat in het kroondomein bij Kloosterzande, is er echter wel degelijk sprake van plezierjacht op eenden, hazen, fazanten, konijnen en duiven. Kan de minister-president aangeven of het departement daar op enigerlei wijze direct of indirect bij betrokken is? Graag krijg ik hier een helder antwoord op. Kan hij duidelijk maken waarom de kosten voor het kroondomein en het jachtdepartement opnieuw niet gespecificeerd worden in de begroting, zodat wij hier opnieuw naar moeten vragen? Dit terwijl in 2007 al is toegezegd dat deze kosten voortaan zullen worden gespecificeerd. Kan hij ook aangeven wat wij moeten verstaan onder €180.000 aan infrastructurele kosten die drukken op de begroting van de Koning aangaande het kroondomein. Kan hij een heldere uitsplitsing geven van de aard en de omvang van die infrastructurele kosten?

De Belgische hoogleraar Herman Matthijs geeft aan dat er sprake is van een grote mate van gebrek aan budgettaire transparantie. De uitdrukkelijke wens van de Kamer om meer transparantie te krijgen in de kosten van het Koninklijk Huis heeft geleid tot een andere opstelling van de kosten, maar die is eerder minder transparant geworden dan meer. Kan de minister-president aangeven of hij daadwerkelijk vorm wil geven aan meer transparantie in 2014? Zo ja, op welke wijze staat hem dat voor ogen? Ik overweeg ook een motie op dit punt.

Tot slot ben ik van mening dat er een einde moet komen aan de bio-industrie.

Interrupties:

Mevrouw Thieme (PvdD):
Ik keer nog even terug naar het vorige punt. Volgens de fractie van de VVD is het feit dat de Koningin voorzitter is van de Raad van State, louter ceremonieel. Is het niet zo dat de notulen van de raad niet toegankelijk zijn voor eenieder, maar wel voor de Koningin? Gaat dat niet veel verder dan alleen ceremonieel een rol vervullen in de Raad van State?

Mevrouw Van der Burg (VVD):
De facto is de Koningin inderdaad de voorzitter van de Raad van State. In de praktijk zit zij deze echter eigenlijk nooit voor. Ze zal de notulen kunnen inzien, maar eigenlijk bemoeit ze zich niet met de dagelijkse gang van zaken. Waarom zouden wij iets wat goed loopt en waarmee nooit problemen zijn, veranderen? Bovendien is daarvoor een grondwetswijziging nodig. Wat ons betreft blijft het dan ook bij het oude.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Ik heb een vraag aan de minister-president. De notulen van de Raad van State zijn wel toegankelijk voor de Koningin, maar niet voor anderen. Kan dat anders? Kunnen wij er, net als de Koningin, kennis van nemen? Immers, als hierin een verschil zit, dan gaat de rol van de Koningin een stuk verder.