Bijdrage Thieme Begroting ELI 2011 (tweede termijn)


25 november 2010

Staatssecretaris Bleker: Ik kom bij een punt waarover veel is gesproken: de diergezondheid. Een aantal leden, onder wie de heer Van Gerven, mevrouw Thieme en mevrouw Jacobi, heeft gevraagd naar de kabinetsaanpak van diverse vormen van zoönose, waaronder de Q-koorts. Het rapport hierover is verschenen. Als alles goed gaat, is er vrijdag of maandag een kabinetsreactie en zullen we hierover een algemeen overleg hebben. We kunnen dan het rapport en wat we eruit kunnen leren, gedegen bespreken. Het verdient in elk geval een gedegen reactie en een gedegen bespreking met de Kamer. De kabinetsreactie zal worden gegeven door de minister van VWS en de staatssecretaris van ELI.

Het dierenwelzijn houdt velen in onze samenleving en in de Kamer bezig. Mevrouw Thieme, mevrouw Wiegman, de heer Braakhuis en de heer Graus hebben aandacht gevraagd voor het verbeteren van dierenwelzijn. Ik voel me bijzonder thuis bij degenen die hieraan bijzonder veel aandacht schenken. Het is een wezenlijk onderdeel van een sterke en duurzame agrarische sector dat we met de beschikbare technieken en mogelijkheden het dierenwelzijn dienen en op alle momenten met respect voor het productiedier handelen, vanaf het opfokken totdat het moment van de slacht is aangebroken. Ik kom daarop straks nog terug. Wij zullen ondernemers blijven faciliteren in diervriendelijke productie. De ondernemers en de sector hebben in dezen een eerste verantwoordelijkheid, maar de overheid hoeft namens de samenleving niet slechts toe te zien.

Het kabinet zet in op hogere eisen aan dierenwelzijn in Europees verband. Het huidige Europese actieplan voor dierenwelzijn wordt nu geëvalueerd. De Europese Commissie zal medio 2011 haar nieuwe actieplan voor dierenwelzijn opleveren. De Kamer kan ervan op aan dat ik in de overleggen met Europese ministers hierover gas zal geven. Wij zijn dus op het goede moment aan de slag en willen een actieve bijdrage leveren in Europa.

De voorzitter: Ik begrijp uit deze stilte dat we zijn aanbeland bij ...

Staatssecretaris Bleker: We zijn aangeland bij de eeuwige jachtvelden, voorzitter.

De voorzitter: Daar meldt mevrouw Thieme zich als eerste.

Staatssecretaris Bleker: Daar is het goed toeven.

Mevrouw Thieme (PvdD): Dat is toch wel bijzonder. Ik heb nog nooit gehoord dat kippen graag naar de eeuwige jachtvelden willen. Wat ze daar te zoeken hebben, weet ik ook niet.

Staatssecretaris Bleker: Misschien is het wel een beetje een handicap van mevrouw Thieme dat ze zich bij die eeuwige jachtvelden niet iets moois kan voorstellen.

Mevrouw Thieme (PvdD): Aha! Dan weten we meteen hoe de staatssecretaris staat tegenover de plezierjacht. Dat is goed om te weten.

Staatssecretaris Bleker: Nee, nee.

Mevrouw Thieme (PvdD): We horen de staatssecretaris spreken over de ambities ten aanzien van dierenwelzijn en over het feit dat we nog heel wat kunnen bewerkstelligen in Europees verband. Als we nu echter kijken naar wat er op dit moment in Europees verband geregeld is en zien dat de sector zich daaraan niet eens houdt -- ik refereer aan het afknippen van varkensstaartjes en aan de kippensector die nog steeds met de ingrepen bezig is -- vraag ik mij af waar hij het optimisme vandaan haalt dat de sector zich aan die Europese regelgeving gaat houden. De sector treedt de Europese regelgeving nu immers al met voeten en deze staatssecretaris gedoogt dat ook nog eens. Wat is zijn ambitie dan waard?

Staatssecretaris Bleker: Er wordt wat mij betreft niets gedoogd op dit punt. Als de sector niet in staat is om het anders te doen vanwege een bepaalde techniek, kan een bedrijf zeggen dat het voorlopig niet mogelijk is. Dat geldt ook voor milieuzaken. Ik vind dat we, als we regels opstellen, die moeten handhaven. Dan wordt er wat mij betreft dus niet gedoogd. Over het optimisme dat ik heb, zeg ik dat dit te maken heeft met de consument en de samenleving.

Mevrouw Thieme (PvdD): Als het al in 2005 verboden werd om varkensstaarten te knippen en dit nog steeds routinematig wordt gedaan -- dat gebeurt gewoon tegen de wet in -- en er veertien jaar geleden al is afgesproken dat wij ophouden met het snavelkappen, maar dit nog steeds wordt gedaan, vraag ik mij af wat we hebben aan die mooie ambities om in Europees verband nog een en ander te regelen. De kippenboeren geven aan dat ze er voorlopig niet aan toekomen om dit te veranderen, terwijl er al twee keer uitstel is verleend. Wat hebben we dan nog aan het verzoek van de staatssecretaris om te vertrouwen op de sector die het beste voor zou hebben met de dieren?

Staatssecretaris Bleker: Volgens mij zijn deze vragen schriftelijk beantwoord. De antwoorden daarvan heb ik nu niet paraat. Ik doel dan op het antwoord op de vraag over de staartjes en de antwoorden op de vragen over de biggetjes en het knippen van de snaveltjes. Naarmate de leefomstandigheden van de dieren gunstiger zijn, zijn de neigingen van deze dieren beperkter om beschadigend gedrag ten aanzien van de collegadieren te vertonen. Er is bijvoorbeeld vooruitgang te zien op het gebied van de huisvesting. Ook de sector zelf werkt daaraan. Ik hoop dan ook dat we hiermee vorderingen maken. Ik wil wel een concrete toezegging doen, want dit zint mij ook niet helemaal. Als het echt zo is dat we in 1999 iets hebben gewild op dit punt en we dat nog steeds niet doen -- ik kan dat nu niet precies nagaan -- zeg ik toe dat ik de Kamer informeer over verplichtingen van de Nederlandse dierenhouderij, datgene wat zij nalaat, wat de redenen daarvoor zijn en wanneer we wel op het niveau komen waar we willen komen. Dat overzicht wil ik wel met de Kamer delen. Wij willen bekijken hoe wij op dat punt concrete vooruitgang kunnen maken.

Mevrouw Thieme(PvdD): Dat lijkt een sympathieke toezegging, maar wij hebben allang, ook van de voorganger van de staatssecretaris, te horen gekregen welke excuses de sector telkens aanvoert waarom men niet voldoet aan de regelgeving. Dat excuus is dat de sector gewoon het systeem niet op orde heeft en dat men de houderij niet zodanig heeft ingericht dat men kan voldoen aan de regelgeving. Dat wordt al tien jaar of langer gedoogd. Ik wil graag weten wanneer het gedogen ophoudt, juist bij dit kabinet, dat zegt dat regels moeten worden gehandhaafd en dat regels regels zijn.

Staatssecretaris Bleker: Ik doe de toezegging die ik heb gedaan. Wij maken duidelijk waar wij hierbij nog tekortschieten. Vervolgens ga ik in alle hoeken en gaten zoeken hoe wij dit kunnen overbruggen. Als iets niet kan, zullen wij aangeven waarom het niet kan. Zo kunnen wij met elkaar beoordelen of dit voldoende reden is om het nog toe te staan. Dan hebben wij een helder verhaal. Ik ga nu niet in op de details van het knippen van biggenstaartjes, zonder dit overigens te willen bagatelliseren.

Mevrouw Thieme (PvdD): Waarom dient de heer Graus nu een motie in voor een levenslang houdverbod bij dierenmishandelaars? Een aantal maanden geleden heeft hij bij de behandeling van het initiatiefwetsvoorstel van onder meer de heer Ormel voor hogere straffen voor dierenmishandeling immers een amendement voor een levenslang houdverbod niet gesteund.

De heer Graus(PVV): Dit spelletje heeft mevrouw Thieme gisteren ook al gespeeld. Ik ben in de Kamer de eerste afgevaardigde geweest die een motie heeft ingediend voor een levenslang verbod op het houden van dieren door dierenbeulen. Ik was de eerste! Vervolgens is mevrouw Thieme ermee gekomen, samen met de heer Teeven. Wij hebben die motie zelfs nog gesteund. Het amendement van mevrouw Thieme was echter minder goed en minder sterk dan het amendement van de heer De Roon van de PVV. De reden waarom wij het amendement van mevrouw Thieme destijds niet gesteund hebben is dat wij tegelijkertijd een sterker amendement indienden.

Mevrouw Thieme (PvdD): Ik wil heel graag weten wat er minder goed was aan het levenslang houdverbod. Het dictum was immers hetzelfde als dat in de motie van de heer Graus. Ik blijf erbij dat de heer Graus en de Partij voor de Vrijheid destijds de kans heeft laten schieten om via het amendement bij wet te regelen dat er een levenslang houdverbod voor dierenmishandelaars zou komen. Dit heeft de Partij voor de Vrijheid gedaan zonder opgave van redenen. Ik wil nu precies van de heer Graus weten op welke punten het amendement dan niet juist was volgens de Partij voor de Vrijheid.

De heer Graus (PVV): De Partij voor de Dieren heeft een reeks moties en amendementen ingediend in de afgelopen jaren met dicta van heb ik jou daar. Laat ik heel eerlijk zijn; ik ken die dicta niet uit mijn hoofd, maar ik weet donders goed dat mevrouw Thieme toen een amendement heeft ingediend dat minder sterk was dan dat van ons. Daarom hebben wij het niet gesteund. Wij hebben namelijk ook een amendement en moties ingediend voor een levenslang houdverbod. Wij hebben dat bovendien als eerste gedaan. Met alle respect, maar ik begin dit langzamerhand een beetje beu te worden en niet alleen omdat het laat is. Mevrouw Thieme, stop daar alstublieft mee. Ik begin het echt heel flauw te vinden.

Mevrouw Thieme (PvdD): Ik concludeer dat de heer Graus zijn dossierkennis nog niet op orde heeft. Hij weet gewoon niet meer precies hoe het amendement destijds luidde. Wij hadden toen de kans om een levenslang houdverbod in te stellen. Dit is heel jammer, want wij hadden dit al veel eerder kunnen regelen. Ik had eigenlijk meer daadkracht van de heer Graus verwacht. Het maakt niet uit, want deze motie zullen wij ook wel weer steunen.

De heer Graus (PVV): Ik blijf bij mijn woorden dat de Partij voor de Vrijheid naast het amendement van de Partij voor de Dieren een sterker amendement heeft ingediend. De Partij voor de Vrijheid heeft daarom gekozen voor haar eigen amendement en niet voor dat van de Partij voor de Dieren. Het gaat namelijk niet alleen om het verzoek, maar ook om de andere onzin die in het amendement van de Partij voor de Dieren stond.

Mevrouw Thieme (PvdD): Voorzitter. Ik dank de staatssecretaris voor zijn beantwoording van onze vragen in eerste termijn. Ook bedank ik hem ook voor de toezegging dat hij de Kamer een overzicht zal sturen van de aspecten waarop de Nederlandse veehouderij zich nog niet houdt aan de Europese en nationale wetgeving, en de verbeteringen die nog nodig zijn in de veehouderij om dit te veranderen. Graag hoor ik wanneer de Kamer dit overzicht zal ontvangen. Ik vraag dit ook, omdat we met de themacommissie voor Dierhouderij beginnen. Het zou mooi zijn als we dat overzicht kunnen krijgen voordat de werkzaamheden beginnen, dat is iets na het kerstreces.

Met deze toezegging is uiteraard de werkelijke verandering nog niet bereikt. Ik wil toch graag een aantal moties indienen om een duurzame en diervriendelijke veesector dichterbij te brengen.
Ik pleit allereerst voor afschaffing van veemarkten. De heer Van Gisbergen van de vakgroep varkenshouderij van LTO pleitte in 2001, ten tijde van de denkgroep-Wijffels, indringend voor een verbod op veemarkten wegens besmettingsgevaar van dierziekten. De markten zijn er nog steeds. Daarom de volgende motie.

Het ganzenbeleid behoeft dringende bijstelling. Daarom de volgende motie.

Een levensgroot probleem voor wilde zwijnen is dat, ondanks hun wettelijke bescherming, 80% van de populatie afgeschoten wordt. Dat lost geen enkel probleem op. Daarom de volgende motie.

Grote natuurbeherende organisaties pleiten voor een proef met separate jachtvrije zones waarin de populatieontwikkeling gemonitord kan worden. Vandaar de volgende motie.

Nu wij het toch over het Kroondomein Het Loo hebben, moeten wij vaststellen dat het niet het jaar rond open is, terwijl het toch aan het Nederlandse volk is geschonken in 1958. Motie.

Wij zijn een partij voor de boeren en daarom dien ik de volgende motie in.

De verduurzaming van de landbouw kan niet zonder onderzoek naar een meer ecologisch verantwoorde bedrijfsvoering. Daarom dien ik de volgende motie in.

Het verzet in de maatschappij tegen megastallen is groot en een maatschappelijke discussie is dan ook nodig. Het bouwen van megastallen gaat echter onverminderd door. Daarom dien ik de volgende motie in.

Tot slot een motie die betrekking heeft op de breed nagestreefde afschaffing van de bio-industrie. De denkgroep-Wijffels bepleitte in 2001 al een herontwerp van de intensieve veehouderij, zodat die in 2010 zou zijn beëindigd. Dat pleidooi is dit jaar overgenomen door meer dan zevenhonderd leraren en wetenschappers en is daarnaast terug te vinden in de partijprogramma's van een meerderheid van de partijen die in dit huis vertegenwoordigd zijn. Daarom dien ik de volgende motie in.

De heer Graus (PVV): Voorzitter. Ik werd zojuist geconfronteerd met een amendement dat de PVV niet zou hebben gesteund. Ik heb inmiddels twee amendementen gevonden die de PvdD niet heeft gesteund. Vervolgens heb ik ook een amendement gevonden dat wij niet hebben gesteund, omdat er zaken in het dictum staan waardoor wij het amendement te zwak vinden. Laten wij het hierbij houden. Waarom steunt de PvdD ons niet voor een verbod op ritueel slachten? Waarom steunt de PvdD ons niet inzake minimumstraffen en dat soort zaken?

Mevrouw Thieme (PvdD): Het is vreemd om te vragen om de zaak te laten rusten en tegelijkertijd een vraag aan mij te stellen. Ik wil er echter graag op ingaan. Wij hebben in een amendement een levenslang houdverbod gevraagd en dat is niet gesteund door de PVV. Ik kan daarvan alleen maar zeggen: waarvan akte. De heer Graus zegt dat er zaken in staan die de PVV niet zinnen. Dan moet hij aangeven welke zaken er kennelijk volgens de PVV niet door de beugel kunnen. Wij hebben duidelijk gevraagd om een levenslang houdverbod. Ik moet vaststellen dat in de amendementen van de Partij voor de Vrijheid de minimumstraffen weer staan. Wij zijn daar principieel in, omdat dit absoluut niet gaat beteken dat er meer en beter wordt gehandhaafd, dan wel dat criminaliteit wordt voorkomen. Vervolgens wordt er een amendement ingediend dat dan misschien wel niet de minimumstraffen behelst, maar wel gewoon een echt levenslang houdverbod. Het vreemde is dat de Partij voor de Vrijheid dan niet zegt: oké, die minimumstraffen krijgen wij niet voor elkaar, maar voor de Partij voor de Vrijheid is de urgentie dat er in ieder geval een levenslang houdverbod kan worden opgelegd als zelfstandige straf zo groot, dat wij daar in ieder geval voor gaan. Nee, zegt de Partij voor de Vrijheid, het is minimumstraffen of helemaal niets. Ik geloof niet dat de dieren daar qua welzijn ook maar iets op vooruitgaan.

De heer Graus (PVV): Ik heb bilateraal al gezegd, maar ik zal het voor de kijker thuis ook nog een keer doen, dat er in een motie of een amendement zinsneden kunnen staan waarmee wij het niet eens zijn. Dat is wel heel belangrijk na alles wat er nu is gezegd. Het verzoek tot het instellen van een levenslang verbod op het houden van dieren komt bij de PVV vandaan.

Mevrouw Thieme (PvdD): Dat kan mij niet schelen.

De heer Graus (PVV): Het CIP, het Centraal Informatiepunt van de Tweede kamer heeft het bevestigd. De Partij voor de Vrijheid is de bedenker van het levenslang houdverbod van dieren. Maar u, mevrouw Thieme, maakt er tien jaar van in bepaalde gevallen. Wij willen dat iedere dierenbeul een levenslang verbod krijgt op het houden van dieren. Dat geldt niet alleen voor recidivisten, maar voor elke dierenbeul. Dat is mede de reden waarom wij uw amendement niet hebben gesteund. Maar u hebt ons amendement ook niet gesteund, dus de pot verwijt de ketel dat hij zwart ziet.

Mevrouw Thieme (PvdD): Ons adagium, van de Partij voor de Dieren, is: niet denken of bedenken, maar doen. Dat hebt u niet gedaan, het spijt me.