Bijdrage Thieme AO natuur­lijke hulp­bronnen en conflict­grond­stoffen


9 april 2015

Mevrouw Thieme (PvdD): Voorzitter. Hoelang kunnen we nog vooruit met een sterk krimpende grondstoffenvoorraad bij een sterk groeiende wereldbevolking? Welke rol heeft de Europese Unie in het ontstaan en verergeren van conflicten door winning van grondstoffen? En welke visie hebben we op het doorbreken van de huidige grondstoffenschaarste?

Grondstoffen die Europa importeert om onze eeuwige honger naar meer te stillen, leiden tot landroof, mensenrechtenschendingen, gedwongen deportaties, gewapende conflicten, onderdrukking van bevolkingsgroepen en slavernij. Ook leidt de winning tot grote schade aan natuur en milieu. Dat is niet de ver-van-ons-bordshow, maar het raakt de toekomst van alle bewoners van onze planeet, ook die in Europa. Onze groeiverslaving heeft een desastreuze impact op het leven van miljoenen mensen.

De voorgestelde Brusselse aanpak en de reactie van de minister daarop, stellen diep teleur. Vrijwilligheid en beperktheid kenmerken de voorgestelde aanpak. Aan importeurs wordt verzocht zich te laten certificeren volgens de OESO-richtlijnen. Niet alleen de Europese Unie, maar ook het kabinet koestert dus kennelijk de naïeve gedachte dat alle bedrijven zich vrijwillig zullen committeren aan zulke afspraken. Een vrijwillige aanpak om milieu en mensenrechten te beschermen, schiet echter ernstig tekort, terwijl we goede ervaringen hebben met regelgeving. Zie het importverbod op illegaal hout. Het kán en het werkt. Waarom leren we daar niet van?

Het voorstel is alleen gericht op de importeurs van ruwe materialen, terwijl de grootste grondstoffenstromen vanuit conflictgebieden naar Europa lopen via de smelterijen van bijvoorbeeld China. Dit voorstel bereikt slechts 0,05% van de Europese bedrijven die met de vier genoemde conflictmineralen goud, tin, tantaal en wolfraam werken. Dat is natuurlijk veel te mager. Conflictgrondstoffen zouden ook niet als verwerkt materiaal via een ander land de EU mogen binnenkomen als ze niet voldoen aan de OESO-richtlijnen. Is de minister bereid om zich daarvoor in te zetten in Brussel?

De beperktheid van het voorstel is ook dat het alleen gaat over goud, tin, tantaal en wolfraam. De Europese Unie heeft 80 grondstoffen geïdentificeerd als conflictmateriaal. Waarom worden deze grondstoffen niet meteen op dezelfde wijze ter discussie gesteld? We stoken namelijk nog steeds Colombiaanse bloedkolen, we dragen nog steeds door kinderen gedolven goud en we accepteren nog steeds ijzer dat door Mexicaanse drugskartels naar China geëxporteerd is.

Opmerkelijk is overigens dat de Europese Unie de grondstof waar misschien wel de meeste conflicten over ontstaan, water, niet eens noemt. Wij importeren 95% van ons waterverbruik in Nederland, vaak uit landen waar waterschaarste is. Dat waterverbruik gaat via de import van bonen, koffie, rozen, veevoer, katoen enzovoorts. Een katoenen spijkerbroek kost bijvoorbeeld 8.000 liter water. Heeft de minister een visie op de manier waarop wij minder afhankelijk kunnen worden van waterimport uit het buitenland, om conflicten elders te voorkomen?

Mijn fractie ziet graag dat de Europese Unie begint bij de grondstoffen die veel worden verhandeld, zoals soja, palmolie, koper, kolen et cetera, en vervolgens uitbreidt. Ook ziet mijn fractie graag dat samen met de lokale bevolking strenge criteria worden opgesteld, en dat wordt gecontroleerd of bedrijven zich aan die afspraken houden. Anders dient er een handelsverbod opgelegd te worden in de Europese Unie. Ik krijg graag een reactie hierop.

Tot slot. Alleen op deze manier is mijn fractie ervan overtuigd dat de Europese Unie werkelijk antwoord kan geven op haar huidige grote rol in het ontstaan en verergeren van conflicten door winning van grondstoffen. We stoppen daarmee mensenrechtenschendingen en ernstige milieuschade, en beëindigen de directe dan wel indirecte financiering van bloedige conflicten. We maken tevens weer echt werk van een duurzamere, meer regionaal georiënteerde economie en een eerlijke wereldhandel.

Interrupties bij andere partijen

De heer Van Laar (PvdA): Voorzitter. Grondstoffen, het liefst zouden we ze helemaal niet importeren. Door hergebruik en slimme oplossingen moeten we minder afhankelijk worden van nieuw gewonnen grondstoffen. Helaas is het zover nog niet. (…)

De Europese Commissie heeft in maart 2014 een voorstel gedaan voor een vrijwillig systeem van zelfcertificering voor de importeurs van tin, tantaal, wolfraam en goud uit conflictgebieden. De Partij van de Arbeid verwelkomt deze richtlijn, want elke stap die leidt tot meer transparantie en verantwoord ondernemen, juicht zij toe. Door deze richtlijn zal het voor bedrijven makkelijker te achterhalen zijn waar grondstoffen vandaan komen die zijn geïmporteerd door Europese smelters, handelaren en fabrikanten die meedoen aan het systeem. Tot zover het goede nieuws. Wij juichen elke stap toe, maar dit is wel een heel klein stapje. Ons gejuich is dan ook niet oorverdovend, maar meer een bescheiden: jéé. Want het kan zoveel beter. De Partij van de Arbeid is helder in haar wensen: niet vier grondstoffen, maar ook kobalt, koper en andere grondstoffen die krijgsheren gebruiken voor hun smerige oorlogen, niet alleen importeurs van grondstoffen maar alle bedrijven die grondstoffen in hun producten verwerken, en niet alleen gericht op het proces, maar ook op het product. Van elk product moet te achterhalen zijn of het schoon of vies is. En het belangrijkst: niet vrijwillig maar verplicht.

(…)

Mevrouw Thieme (PvdD): Ik vind het heel fijn dat ook de Partij van de Arbeid vindt dat bedrijven verplicht moeten worden om aan te geven waar ze hun grondstoffen vandaan hebben gehaald. Vindt de Partij van de Arbeid het ook van belang dat de minister in Europa gaat zeggen dat het verplicht moet worden? Moet zij zeggen dat wij de vrijwilligheid ver achter ons moeten laten en moeten overstappen op verplichtende regelgeving?

De heer Van Laar (PvdA): En ik maar denken dat ik best een duidelijke tekst had geschreven. Onze wensen waren heel helder: niet vier grondstoffen maar ook kobalt, koper en andere grondstoffen, niet alleen importeurs van grondstoffen maar alle bedrijven die grondstoffen in hun producten verwerken, en niet alleen op proces maar ook op product. Van elk product willen we dus weten of het uit een conflictgebied komt of niet. En het belangrijkste: niet vrijwillig maar verplicht.

Mevrouw Thieme (PvdD): Maar dat zei mevrouw Maij twee jaar geleden ook al. U bent samen met het kabinet al zo lang bezig op dit dossier. U kunt het allemaal wel willen en erover dromen, maar het wordt niet omgezet in het kabinetsstandpunt dat we naar een verplichting moeten. Ik vraag me dus af of u een roepende in de woestijn bent als coalitiepartner in dit kabinet. Of gaat u werkelijk voet bij stuk houden en zeggen: zo kan het niet langer, het moet nu anders en het kabinetsstandpunt moet gewijzigd worden, anders kunnen wij dit niet langer steunen?

De heer Van Laar (PvdA): Volgens mij was mijn inbreng helder. Ik heb de minister uitgenodigd om een grotere stap te zetten, om die grotere stap mogelijk te maken en daaraan actief bij te dragen. Ik hoor straks wat haar reactie daarop is. Dan gaan we het zien. Ik zou de PvdA echter niet nu al afschrijven als ik u was. Volgens mij hebben we elkaar heel hard nodig.

(…)

Beantwoording door de minister van Buitenlandse handel en Ontwikkelingssamenwerking

Minister Ploumen: De opmerkingen van de commissieleden concentreren zich op het vraagstuk of het glas wat betreft die verordening half vol of half leeg is. Het gaat dan om verplicht of vrijwillig, product of proces, vier mineralen en waarom niet meer, en over hoe die verordening zich verhoudt tot de Dodd-Frank Act. Ik denk dat dit de kernvragen zijn.(…)

De Dodd-Frank Act is verplichtend, maar met een veel beperktere werkingssfeer of toepassingsgebied. Waarom stellen we in Europa een vrijwillig systeem voor? Daarover zijn een paar dingen te zeggen. Ik vind dat wij in Nederland goede resultaten behalen met vrijwillige, maar niet vrijblijvende initiatieven. Ik verwijs naar het traject dat wij hebben ingezet met de convenanten, waarmee in verschillende sectoren wordt gewerkt. De heer Teeven, voor het eerst aanwezig in deze commissie, heeft daarover gesproken. Dat markeer ik even nadrukkelijk, dus dit is een soort welkomstwoord, maar hij krijgt niet elke keer zoveel meer aandacht dan de anderen. Met die convenanten worden VNO-NCW en maatschappelijke organisaties zoals de vakbonden actief geëngageerd. Dan zie je dat die vrijwillige maar niet vrijblijvende aanpak echt werkt. (…)

Mevrouw Thieme (PvdD): Kan de minister zeggen welk belang of welke belangen zich verzetten tegen een verplichting voor bedrijven? Kan zij klip-en-klaar maken welke belangen zij beschermt door niet voor een verplichting te gaan?

Minister Ploumen: Het belang dat ik bescherm, is ontleend aan de onbedoelde en negatieve effecten die ik zie bij de uitvoering van de Dodd-Frank Act. Wat ik wil is dat initiatieven zoals ontwikkeld rond conflictvrije tin, de standaard worden. Volgens mij vind ik mevrouw Thieme daarbij aan mijn zijde. Wat ik wil is dat we breed, globaal de mijnindustrie ook in conflictgebieden verbeteren op de punten die mevrouw Thieme juist noemt. Ik vind het zelf ook nogal teleurstellend om te moeten constateren wat de Dodd-Frank Act tot nu toe heeft opgeleverd. Daarentegen zie ik goede resultaten bij vrijwilligheid in de afgelopen jaren, bijvoorbeeld rond convenanten, maar met mevrouw Thieme zou ik niet onconditioneel willen zijn en daarom pleit ik voor een evaluatie na drie jaar, om te kijken of de benadering die wij nu inzetten, de gewenste resultaten heeft. Zo niet, laten we dan voor een andere weg kiezen. Dat kan dan op basis van evidence. Er wordt vaak gevraagd welke lessen ik trek uit wat ik hier of daar zie of hoor. De les die ik trek uit de Dodd-Frank Act is dat er risico's aan een verplichting zitten en die zou ik echt willen vermijden.

Mevrouw Thieme (PvdD): Ik heb nog steeds niet gehoord welk belang de minister wil beschermen en waarom zij niet wil overgaan tot verplichting. Welk belang kan nu zwaarder wegen dan het beschermen van mensenrechten, het milieu of de natuur en het voorkomen van conflicten? Ik hoor alleen maar iets vaags over negatieve effecten en risico's. Ik wil gewoon klip-en-klaar horen wat zwaarder weegt voor de minister. Zijn dat de winsten van de bedrijven op korte termijn, want daar lijkt het om te draaien, of zijn dat de mensenrechten?

Minister Ploumen: Volgens mij heb ik nogal klip-en-klaar gezegd welke belangen ik bescherm en wat ik nastreef. Dat mevrouw Thieme dat niet wil horen, daar kan ik even niets aan doen. Ik wil het best nog een keer zeggen. Het gaat mij erom dat we niet alleen voor deze vier conflictmineralen, maar uiteindelijk voor meerdere komen tot een verantwoordelijke sector, van het begin tot aan het eind van de keten. Mijn inschatting kan anders zijn dan die van mevrouw Thieme, maar zij gaat over haar opvattingen en ik over de mijne en die wisselen we nu. We kiezen nu voor de weg van engagement, vrijwillig, maar niet vrijblijvend, kijkend naar de lessen uit Dodd-Frank. We zorgen dat er straks effectief flankerend beleid is, met een evaluatie na drie jaar. Mijn inschatting is dat deze weg leidt tot wat wij beiden willen, namelijk een duurzame, verantwoorde mijnbouwsector, wereldwijd, om het in mijn woorden te zeggen.

(…)

Minister Ploumen: Dan kom ik op een paar vragen over de bredere problematiek, zoals mevrouw Thieme die schetste. Er is ook door anderen gezegd dat dit over die vier grondstoffen gaat. Ik heb al gezegd dat ik dat best wil uitbreiden. Bij veel meer grondstoffen kan schaarste een rol spelen bij conflicten, om het zo even te parafraseren. Mevrouw Thieme noemde specifiek water. Nederland zet zich breder in voor verduurzaming en voor het versterken van een circulaire economie. Mijn collega van I en M heeft daarin het voortouw. Ook EZ en BZ zijn hierbij heel actief. Medio december 2014 heeft de Kamer een brief gekregen over de brede kabinetsinzet. Ik vind de suggestie die door een aantal leden is gedaan over het onderwerp recycling heel interessant om uit te werken. Nederland is een van de landen waar meer dan 80% wordt gerecycled, uit het hoofd gezegd. Daar zijn wij tamelijk uniek in. We hebben daar de technologie ook voor. Ik stel de Kamer voor dat het wellicht interessant is om met de recyclingbedrijven, die ik vaak ontmoet bij missies, te onderzoeken of we een specifieke recyclingmissie kunnen opzetten op een aantal gebieden. Ze gaan vaak mee en krijgen ook aandacht, maar door wat de Kamer zei, ben ik wel aangemoedigd om te bekijken of we daar wat scherper op in kunnen zetten. Ik zal de Kamer daar bij gelegenheid graag nader over informeren.