Bijdrage Thieme AO Handels­missies en Export­pro­motie


14 maart 2013

Mevrouw Thieme (PvdD): Voorzitter. Vanochtend was ik bij een ander overleg, dat ging over voedselveiligheid en fraude. In dat kader heb ik met de staatssecretaris van Economische Zaken gesproken over het korter maken van productieketens. Door het gesleep van met name dieren, maar ook dierlijke producten, over de hele wereld is het toezicht niet meer uit te voeren en komt de voedselveiligheid in het geding, zo zei zij. We moeten de lengte van de productieketens terugbrengen door in te zetten op meer regionale afzet en consumptie. Het is dan bevreemdend om vanmiddag met een ander lid van het kabinet te spreken over het belang van de export en de mogelijkheden om deze nog verder te vergroten en daarmee de productieketens in feite te verlengen. Vanochtend hebben we gezegd dat dit eigenlijk onwenselijk is in het kader van de voedselveiligheid.

We hebben binnen de Europese Unie gezien dat het handelsoverschot en de agressieve exportstrategie van de Noord-Europese landen de zuidelijke landen, zoals Griekenland en Spanje, in een diepe crisis hebben gestort. Exportboeven zijn we, volgens de econoom Alfred Kleinknecht, die is verbonden aan de TU Delft. Hij verwijt ons een agressief exportbeleid en zegt: "Wat men verzwijgt, is de simpele waarheid dat het exportoverschot van de een altijd het importoverschot van een ander is." Als wij extra banen scheppen door een exportoverschot, gaan bij landen met importoverschotten banen verloren.

Onze agressieve exportstrategie van met name de veehouderij leidt niet alleen tot economische problemen, maar trekt ook diepe sporen in onze leefomgeving. Nederland gebruikt voor de export van dierlijke producten vier keer zijn eigen landoppervlak in het buitenland voor veevoer. Dit leidt tot biodiversiteitsverlies en uitputting van de bodem en houdt bovendien landbouwgronden bezet. Daarmee raakt onze export ook zeer direct aan het leven van mensen in ontwikkelingslanden en aan hun recht op voedsel. De enorme schade bij het winnen van grondstoffen en het produceren van granen, hout en soja die wij importeren, laten wij voor rekening van de ontwikkelingslanden zelf. Dit is allemaal omgekeerde ontwikkelingshulp: geldstromen die van Zuid naar Noord vloeien, die ons rijker maken en de armere landen nog armer.

De industrie in ontwikkelingslanden en het produceren van voedsel voor de eigen markt komen op veel plekken op de wereld niet op gang, omdat wij deze landen overspoelen met goedkope producten. Wij importeren nog steeds vooral grondstoffen uit het zuiden om daarvan vervolgens goedkope producten te maken. Voor de grondstoffen die de basis zijn van onze exportoverschotten betalen we ook nog eens veel te lage prijzen. Begin deze week konden we in de krant lezen dat de zogenaamde verrekenprijzen door grote multinationals erg laag worden gehouden, waardoor de ontwikkelingslanden nauwelijks belastinginkomsten krijgen over hun aardschatten. Ik hoor graag van de minister wat zij hieraan gaat doen.

Ik wijs nogmaals op de exportkredietverzekeringen die met Nederlands belastinggeld worden gegeven door bedrijven als Atradius DSB. Hiermee wordt bijvoorbeeld de bouw van een megastal in Oekraïne voor bijna 18 miljoen vleeskuikens gefinancierd, tegen de wens van de Kamer in. Amnesty International wijst erop dat met deze exportkredietverzekeringen vaak projecten worden gefinancierd met grote risico's voor het milieu en voor mensenrechten. Ik wil graag dat de minister duidelijk uiteenzet welke voorwaarden worden gesteld aan exportkredietverzekeringen.

We geven ontwikkelingslanden geen schijn van kans op een werkelijk duurzame ontwikkeling. Mijn fractie doet niet mee aan het elkaar vertellen van het sprookje dat handelsmissies duurzaam zijn of dat snel kunnen worden. We doen niet mee aan het motto "handel is beter dan hulp". Ik roep de minister op om zich serieus in te zetten voor het omkeren van de mondiale kapitaalstromen en de welvaart op aarde eerlijk te verdelen.

De heer Verhoeven (D66): Ik kan best een eind meegaan met een groot deel van het verhaal van mevrouw Thieme, daar waar het gaat om kritisch zijn over dingen waarvan we voorwenden dat we het heel goed doen terwijl dat heel erg tegenvalt. Een ding wil ik echter graag van haar horen. Het lijkt erop dat mevrouw Thieme helemaal niet gelooft in de mogelijkheid om ontwikkelingslanden, landen met economieën die nog niet zo sterk zijn, te versterken via export. Het lijkt er eigenlijk op dat zij zegt dat dit allemaal flauwekul is. Klopt dat? Of ziet ze toch wel kansen voor landen om zich te ontwikkelen via handel?

Mevrouw Thieme (PvdD): Ik denk dat wij vooral veel kunnen betekenen voor ontwikkelingslanden als het gaat om de export van kennis. Op dit moment zie ik echter met name verstoring optreden, zeker als het gaat om het allerbelangrijkste voor ontwikkelingslanden: landbouw en de eigen voedselproductie. Daarvoor zouden we wat anders moeten regelen. We moeten stoppen met de exportrestituties vanuit Brussel, waardoor er goedkope producten worden gedumpt. We zullen juist moeten inzetten op een regionale landbouweconomie in de landen die zichzelf kunnen bedruipen. Dat blijkt ook uit rapporten van Olivier De Schutter. Als je je met name richt op lokale landbouwprojecten, neemt de voedselzekerheid toe en kan de economie groeien. Ik denk dat dat veel beter is dan vanuit Nederland te proberen om de mensen in ontwikkelingslanden aan onze producten te helpen.

De heer Verhoeven (D66): Helder. Mevrouw Thieme is een beetje een aanhanger van de import-exportoverschottheorie. Ik denk dat dit op het gebied van voedsel grotendeels waar is. Er zijn echter heel veel andere producten en diensten die we exporteren en die ook andere landen naar ons gaan exporteren. Er zijn heel veel opkomende economieën, bijvoorbeeld op het gebied van techniek en allerlei arbeidsintensieve zaken. Ziet mevrouw Thieme, even los van alles rondom landbouw en voeding, bij die productgroepen kansen voor andere landen om zich op te trekken aan de westerse groei-economieën?

Mevrouw Thieme (PvdD): De heer Verhoeven weet dat volgens mijn partij de economische groei in de wereld niet de oplossing is maar het probleem, omdat we nu eenmaal te maken hebben met de fysieke grenzen van de aarde. We zullen dus zeker op een andere manier moeten gaan produceren. Natuurlijk kunnen we met elkaar handel drijven. Daar zijn we ook helemaal niet vies van. Het moet echter niet ten koste gaan van mensenrechten of van de grondstoffen die we elk jaar slechts in beperkte mate hebben op de aarde. Ik denk dat de D66-fractie dat met mij eens is.

Voorzitter. We moeten toe naar een meer regionale economie en voedselvoorziening, die niet ten koste gaan van mens, dier en milieu en andere landen de kans bieden om zelf een hoogwaardige economie op te bouwen in plaats van grondstoffenleverancier te blijven en enorme importoverschotten op te bouwen ten koste van hun eigen economie. Ik hoor graag van de minister hoe zij dit uitgangspunt in haar beleid verwerkt.

Interrupties bij andere partijen:

De heer Jan Vos (PvdA): Voorzitter. We leven in een best bijzondere tijd voor handelsmissies en exportpromotie als het gaat om de mondiale economie. (...)

Ik zeg kort iets over exportpromotie. Mijn collega van de fractie van de Partij voor de Dieren heeft al aangegeven dat daar misschien soms wat vraagtekens bij te plaatsen zijn. Tegelijkertijd is de exportpromotie buitengewoon belangrijk voor Nederland. Vandaag nog maakte Boskalis zijn cijfers bekend. Het bedrijf boekt de grootste omzet ooit. Toen werd in een radioprogramma gevraagd: het gaat toch zo slecht; hoe kan het nu dat u zo veel winst maakt? Het antwoord was: dat komt omdat wij overal in de wereld opereren; dankzij de goede wijze waarop het Nederlandse bedrijfsleven in het buitenland opereert, kunnen we alsnog een omzetstijging realiseren terwijl we het in Nederland op dit moment heel moeilijk hebben. De exportpromotie is dus belangrijk. Ik heb begrepen dat er een rapport is van VNO-NCW waarin staat dat er toch wel het een en ander rammelt aan de exportpromotie. Het ging dan met name om de beschikbare middelen voor het bedrijfsleven in interessante transitielanden. Die zouden te beperkt zijn en er zou juist voor deze landen een grotere mogelijkheid zijn om de export te verbeteren en investeringen van het Nederlandse bedrijfsleven te faciliteren. Het zou dan met name gaan om zogenaamde concessionele leningen. Wat is het standpunt van de minister hierover?

Mevrouw Thieme (PvdD): De heer Vos verwees naar de kritiek die ik heb op de wijze waarop wij soms exporteren. Ik heb in mijn bijdrage gesproken over de exportkredietverzekeringen. Ik heb de minister gevraagd om de criteria uiteen te zetten om in aanmerking te komen voor zo'n exportkredietverzekering, met name omdat Amnesty International heeft gezegd dat mensenrechten vaak in het geding zijn bij projecten die op die manier kunnen worden gerealiseerd. Hoe kijkt de PvdA-fractie daar tegenaan?

De heer Jan Vos (PvdA): Ik wacht wat dat betreft het standpunt van de minister af. Ik zet die lijn graag door.

Mevrouw Thieme (PvdD): Dat wacht ik ook af, alleen wacht ik ook nog op een soort van visie van de fractie van de Partij van de Arbeid. Hoe kijkt zij daar zelf tegenaan?

De heer Jan Vos (PvdA): Dit lijkt een consistente lijn te worden. Door mijn eigen fractieleden word ik nog wel eens beschuldigd van een teveel aan visie, terwijl ik door andere fracties wordt beschuldigd van een tekort aan visie. Ik denk dus dat ik daarin mooi het midden houd. Ik blijf bij datgene wat ik eerder zei: ik wacht het antwoord van de minister in dezen af.

De heer Verhoeven (D66): Luister, ik vind dit echt gênant. Vorige week hebben we een debat gevoerd over internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen. Toen zat de heer Vos ook aan tafel. Ook toen heeft hij een keer of vier, vijf gezegd het antwoord van de minister af te wachten. Heeft de PvdA-fractie dan zelf geen ideeën?

De heer Jan Vos (PvdA): Het debat waaraan de fractie van D66 refereert, betrof het voorstel van de Partij van de Arbeid-fractie om een toezichthouder maatschappelijk ondernemen in te stellen. De minister heeft in haar antwoord vervolgens aangegeven daarnaar graag te willen kijken. Een aantal elementen van de functie van zo'n toezichthouder is besproken tijdens dat debat. Van verschillende maatschappelijke organisaties hebben we te horen gekregen dat de inbreng van de fractie van de Partij van de Arbeid in dezen zeer gesteund werd. Ik zou graag zien dat de fractie van D66 bereid is om ons voorstel ten aanzien van het invoeren van een dergelijke maatschappelijke toezichthouder te steunen. Gezien het grote maatschappelijke draagvlak ervoor lijkt het mij dat de D66-fractie mij die steun niet kan onthouden.

De heer Verhoeven (D66): Wij steunen geen plannen waarvan de inhoud nog niet bekend is. De heer Vos zal dus nog even moeten wachten totdat duidelijk is wat het precies inhoudt. Ik stelde echter een vraag aan de fractie van de Partij van de Arbeid, die ging over de opmerking van mevrouw Thieme over de exportkredieten. Wat vindt de Partij van de Arbeid-fractie daar nu zelf van, even afgezien van de mening van de bewindspersoon? Ik ben ook zeer geïnteresseerd in het antwoord van de bewindspersoon. Ik ben de bewindspersoon ook zeer erkentelijk voor de reactie die ze vorige week heeft gegeven op het voorstel dat de heer Vos toen deed. Ik wil echter gewoon van de Partij van de Arbeid-fractie weten wat zij van dit punt vindt.

De heer Jan Vos (PvdA): Kan de heer Verhoeven die vraag verhelderen? Of wij exportsubsidies een goede zaak vinden?

De heer Verhoeven (D66): Ik vroeg wat de heer Vos vindt van het punt van mevrouw Thieme over de exportkredieten, die worden betaald uit belastinggeld, en van de criteria die gelden om ze wel of niet te krijgen. Dat was letterlijk de vraag. Ik kan hem nog wel even herhalen, maar ik neem aan dat de heer Vos de vraag zelf ook heeft gehoord. Daar wil ik graag een reactie op, dus dat de Partij van de Arbeid-fractie, waarmee ik nu in een debat zit, gewoon aangeeft wat zij daarvan vindt en niet elke keer zegt dat ze het aan de minister wil vragen.

De heer Jan Vos (PvdA): Ik heb al eerder aangegeven dat ik exportkredieten een heel belangrijk middel vind in het instrumentarium dat de minister tot haar beschikking heeft als het gaat om handelsmissies en exportpromotie. Ik denk ook dat dit instrument heel belangrijk is voor het Nederlandse bedrijfsleven, zoals vandaag nog op de radio werd verwoord door de bestuursvoorzitter van Boskalis. Ik heb in mijn inbreng ook aangegeven dat ik op dit moment een aantal geluiden ontvang uit de sector dat op enkele punten aanscherping van dat instrumentarium mogelijk zou zijn, met name als het gaat om exportfinanciering van zogenaamde concessionele leningen. Ik krijg graag een reactie van de minister op dit punt, zodat we de zaak wellicht nog wat verder kunnen verbeteren en aanscherpen.

De heer Jasper van Dijk (SP): Mijn interruptie dient om te voorkomen dat de geschiedenis hier op een heel creatieve manier wordt herschreven, want ik was vorige week ook bij dat algemeen overleg. Het is waar dat de heer Vos daar de suggestie opperde van een mvo-toezichthouder. Wij hebben hem in eerste termijn ongeveer 26 keer gevraagd wat hij daarvan vond. Zijn reactie was dat hij het antwoord van de minister afwachtte. Vervolgens ging de minister er positief op in. Nu claimt de heer Vos het als zijn eigen idee! Wij willen dat graag vóór zijn door hem nu al te vragen om, als hij dat lef heeft, in eerste termijn te zeggen wat hij vindt van de criteria die kunnen worden verbonden aan exportkredietverzekeringen. Wat is zijn mening daarover, zonder dat hij de opvatting van de minister hoeft te horen?

De heer Jan Vos (PvdA): Ik weet niet hoe het hier gaat in de Kamer. Ik ben natuurlijk relatief nieuw; ik zit hier pas vijf maanden. In mijn beleving gaat het als volgt. Ik heb een gesprek met iemand waarin ik zeg: ik heb gehoord dat zus en zo en dit en dat, dat vind ik wel een leuk idee, wat vindt u daar nu van? Dan kunnen we er samen eens over praten en als de desbetreffende persoon het dan ook een goed idee vindt, heb je een bepaald draagvlak en zeg je: nou, laten we dat dan maar gaan doen. Als de persoon zegt het helemaal niets te vinden, ga ik er nog eens over nadenken en bekijk ik de argumenten. Vervolgens neem ik een standpunt in. Tot nu heb ik die lijn hier gehandhaafd. Gezien de punten van mijn collega-commissieleden zal ik er nog eens over nadenken of ik bij een volgend debat misschien anders moet werken, maar ik moet zeggen dat het mij tot op heden heel goed bevalt op deze manier.

De heer Jasper van Dijk (SP): Volgens mij heeft een volwassen politieke partij standpunten, die zij in eerste termijn kan inbrengen. Vervolgens kunnen we luisteren naar wat de minister daarvan vindt. Het zou de heer Vos sieren als hij zijn eigen standpunt geeft over het onderwerp dat nu wordt aangehaald -- de criteria voor exportkredietverzekeringen -- en zich niet verschuilt achter het eventueel toezeggen van de minister.

De heer Jan Vos (PvdA): Ik heb al eerder gezegd dat sommigen mij wel eens verwijten dat ik te veel standpunten inneem en anderen mij verwijten dat ik te weinig standpunten inneem, al dan niet namens de fractie van de Partij van de Arbeid. Ik denk dus dat ik daarin heel goed het midden houd. De Partij van de Arbeid heeft een aantal standpunten. Ook zijn er soms zaken die wij graag naar voren willen brengen en die we dan willen bespreken.

(...)

De heer Verhoeven (D66): Voorzitter. We zitten in een crisis, maar er zijn ook lichtpuntjes. Een van die lichtpuntjes is de export. (...) Mijn volgende punt betreft de exportfinanciering. Er ligt een aantal benchmarkstudies waarin wordt ingegaan op de prestaties van de Nederlandse dienstverlener Atradius, die de exportkredietverzekeringen verstrekt, overigens op basis van een garantstelling van onze overheid, zoals mevrouw Thieme al zei. We scoren in de middenmoot als het gaat om de effectiviteit en de prestaties van onze exportkredieten. We maken wel winst op de garantiestellingen: 123 miljoen in de periode tussen 1990 en 2010. Er is dus rek -- ik ben er dus juist wel positief over -- om het budgetneutraal te verbeteren om hoger in de lijsten te komen en nog succesvoller te zijn in het verstrekken van exportkredieten aan landen waaraan een risico zit. Ik krijg graag een reactie daarop. (...)

Mevrouw Thieme (PvdD): De D66-fractie is dus positief over de exportkredietverzekeringsmogelijkheden. Er kunnen ook zeker voordelen aan zitten, daar niet van, maar Amnesty International heeft hierover een alarmerend rapport uitgebracht. Het zou niet duidelijk zijn hoe deze exportkredietverzekeringen worden verstrekt en of wel goed wordt gekeken of, en zo ja hoe mensenrechten in de projecten worden gewaarborgd. Is de heer Verhoeven met mij van mening dat er nationale rapporten moeten worden opgesteld zodat wij weten hoe deze exportkredietverzekeringen worden aangewend en in hoeverre de mensenrechten daarbij worden gewaarborgd?

De heer Verhoeven (D66): Misschien is het goed om kort te schetsen dat mijn partij altijd vindt dat mensenrechten gerespecteerd dienen te worden. Als er een keuze zou zijn tussen mensenrechten en handel, kiezen wij altijd onverkort voor mensenrechten. We zijn ook een partij die transparantie hoog in het vaandel heeft staan. Ik ken het rapport waarover mevrouw Thieme spreekt niet. Ik zal proberen om het te achterhalen. Als Amnesty International inderdaad een punt heeft, de criteria vaag zijn en er vervolgens op basis van die criteria dingen gebeuren die mensenrechtenschadend zijn, zou mijn fractie daar zeker geen voorstander van zijn. Dan ben ik er ook voor om dat wat duidelijker in beeld te brengen, zoals mevrouw Thieme dat voorstelde. Mijn antwoord zou dus als volgt luiden. Ik ga het rapport lezen. Het belang van mensenrechten staat wat mij betreft nooit ter discussie. Als er inderdaad een relatie is tussen exportkredieten en het schenden van mensenrechten, ga ik graag mee in het voorstel van mevrouw Thieme.

Mevrouw Thieme (PvdD): Dat is goed om te horen. Amnesty zegt, op basis van Europese rapporten die elk jaar verschijnen naar aanleiding van de exportkredietverzekeringen, dat het heel onduidelijk is. Naast mensenrechten kun je natuurlijk ook andere criteria hanteren bij de exportkredietverzekeringtoerekening, zoals milieu en dierenwelzijn, bijvoorbeeld dat er geen megastallen worden gesubsidieerd in de Oekraïne. Is er steun bij de D66-fractie om te komen tot een lijst van criteria om exportkredietverzekeringen te toetsen?

De heer Verhoeven (D66): Volgens mij hebben we vorige week tijdens het AO over internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen gesproken over de OESO-richtlijn. Daar doet me dit een beetje aan denken, dus dat je een aantal criteria opstelt op basis waarvan je wel of niet internationaal handelt. "Handelt" moet daarbij worden gelezen als "je gedraagt", dus hoe je je opstelt als land of als bedrijf. Naast mensenrechten zijn er meer dingen die van belang zijn om af te wegen wat je kunt doen in een gebied of in een land elders in de wereld. Dus ja, waarom niet ook nadenken over duurzaamheid? Ons standpunt over megastallen is overigens heel genuanceerd. Het moet dan ook wel een genuanceerd lijstje zijn met ruimte voor een echte afweging. Ik kan me vinden in het opstellen van een lijst met onderwerpen waarop je wilt toetsen. Duurzaamheid kan er daar dan een van zijn, evenals mensenrechten en milieuschade. Dat zijn allemaal kaders waarvan ik zeg dat je erbinnen moet blijven, hoe veel geld je ook kunt verdienen.

(...)

Mevrouw Agnes Mulder (CDA): Voorzitter. Volgens mij hebben wij vandaag een gesprek tussen de minister voor internationale handel en Ontwikkelingssamenwerking. Door mijn buurman van de SP-fractie wordt een beetje gesuggereerd dat zij alleen de minister voor Ontwikkelingssamenwerking is. Daarmee doet hij haar ook tekort, denk ik. Het is goed dat wij vandaag apart spreken over handelsmissies, een belangrijk onderdeel van het beleid voor het Nederlandse bedrijfsleven. (...)

Mevrouw Thieme (PvdD): Hoe gaat de CDA-fractie om met het dilemma dat het exportoverschot van het ene land, ons land in dit geval, zorgt voor een importoverschot van een ander land? Oftewel: hier worden banen gecreëerd, maar het importoverschot elders zorgt er juist voor dat er banen verdwijnen.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA): Ik heb mevrouw Thieme dat eerder vandaag horen zeggen. Zij maakt zich daar grote zorgen over. Ik zit hier in ieder geval voor Nederlandse inwoners en bedrijven en voor de Nederlandse samenleving. Ik moet in ieder geval goed bekijken hoe wij ervoor kunnen zorgen dat onze economie weer aan de praat komt. Als we straks iedereen in een uitkering hebben, hebben we een groot probleem met elkaar. Dat is gewoon niet op te brengen. Ik snap natuurlijk het dilemma dat mevrouw Thieme schetst. Daarom ben ik ook voor prachtige initiatieven zoals het initiatief dat wij vorige week zagen met de fietsen die deels uit Ghana komen, zodat er zowel toegevoegde waarde is in ontwikkelingslanden als bij ons, in het geval van de fietsen omdat er ook in het Werkbedrijf mensen aan werken. Dat soort voorbeelden spreken mij bijzonder aan. Als mevrouw Thieme ervoor pleit om ons handelsoverschot in een keer af te bouwen omdat het toch allemaal zo oneerlijk is, vindt zij de CDA-fractie echter niet aan haar zijde.

Mevrouw Thieme (PvdD): Wij hebben gepleit voor regionalisering van de economie, waardoor elk land zich veel meer kan richten op dat waar het goed in is, zonder een hinder te zijn voor een ander land. Het is duidelijk dat de CDA-fractie kiest voor "eigen werknemers eerst". Zo kan ik de opmerking ook beter duiden dat deze minister voornamelijk een minister voor handel is en niet een minister voor Ontwikkelingssamenwerking.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA): Volgens mij heb ik haar juist de minister van beide zaken genoemd, omdat ik het idee had dat het alleen de kant van ontwikkelingssamenwerking uitging. Ik ben juist op zoek naar de combinatie. Daar pleit ik heel bewust voor.

(...)

De heer De Roon (PVV): Voorzitter. We hebben geconstateerd dat de Europese Unie actief is om een aantal vrijhandelsakkoorden te sluiten. Dat is een streven dat de PVV-fractie ondersteunt, want zij denkt dat vrijhandel een belangrijke mogelijkheid is om handel en welvaart in zowel Europa als daarbuiten te bevorderen. (...) Aan een cadeauverpakking, inhoudende hulp met een strik van handel eromheen, hebben we natuurlijk niet zo veel. Wij vinden dat de minister zich zeker ook moet richten op het krachtig bevorderen van handel.

Mevrouw Thieme (PvdD): Ik ken het standpunt van de PVV over ontwikkelingshulp. Ik neem echter ook aan dat de PVV vindt dat er geen mensenrechten moeten worden geschonden in de wereld. Uit rapporten van Amnesty International blijkt dat er met exportkredietverzekeringen projecten worden gefinancierd waarbij mensenrechten met de voeten worden getreden. Is de PVV-fractie met mij van mening dat dit absoluut niet kan en dat er daarom een criterium aan de exportkredietverzekering moet worden gekoppeld?

De heer De Roon (PVV): Zo ver zou ik niet willen gaan. Exportkredietverzekeringen moeten het belang van de Nederlandse handel dienen. Het beschermen van mensenrechten is een taak van de overheden van de landen die het aangaat. Uiteraard kunnen en moeten wij die overheden aanspreken op schendingen van mensenrechten, maar de primaire verantwoordelijk ligt in de landen zelf. Instrumenten die wij inzetten ter bevordering van onze handel mogen niet in hun reikwijdte worden beperkt door andere wensen, bijvoorbeeld de wens van mevrouw Thieme aangaande duurzaamheid of mensenrechten. Dat willen we dus niet. Exportkredietverzekeringen moeten aan de handel ten goede komen. Ik wil geen restricties op de exportkredietverzekeringen voor andere belangen. Die andere belangen zijn er wel en die moeten we ook zeker nastreven in onze diplomatieke contacten en in internationale fora, maar ik wens deze instrumenten niet daarvoor in te zetten.

Mevrouw Thieme (PvdD): Ik begrijp dus goed dat bedrijven wat de PVV betreft rustig een exportkredietverzekering kunnen krijgen, ook al zullen ze de mensenrechten schenden. Dan is het maar aan de landen waarin ze opereren om de bedrijven daarop aan te spreken. Nederland kan gewoon geld geven aan dat soort bedrijven.

De heer De Roon (PVV): Mensenrechtenschendingen vinden op grote schaal plaats in de landen waarop mevrouw Thieme doelt. Het is de verantwoordelijkheid van de overheden daar om er wat aan te doen. We moeten ze continu daarop blijven aanspreken en erop blijven hameren dat ze ervoor moeten zorgen dat het verbetert. Ik wijs mevrouw Thieme erop dat wat Nederland in een derde land doet als het gaat om export, natuurlijk maar een fractie is van wat er zich daar aan mensenrechtenschendingen afspeelt. Ik begrijp dat haar partij graag het goede voorbeeld wil geven. Ik vind echter niet dat dit moet door de mogelijkheden van ons bedrijfsleven te beknotten.

Beantwoording door de minister van Buitenlandse handel en Ontwikkelingssamenwerking:

Minister Ploumen: Voorzitter. Ik dank de leden van de commissie voor de vragen, opmerkingen en adviezen. (...) Ik zeg ook alvast heel graag toe dat er een brief komt over het bedrijfsleveninstrumentarium. (...)

Specifiek voor het exportkredietinstrumentarium ben ik met collega Weekers aan het bekijken of we het iets kunnen oprekken, zoals ook door enkele leden van de commissie is gevraagd, omdat we die behoefte wel zien. Ik zal dit graag nader duiden in de genoemde brief.

In die brief zal ik ook opnemen welke criteria wij hanteren. Ik geef daar nu alvast antwoord op, maar ik zal het ook nog uiteenzetten in de brief. Wij hanteren daarbij de OESO-richtlijnen, waarover we ook vorige week hebben gesproken. Ik heb toen gezegd dat ik aan de slag ga met de richtlijnen van Ruggie, het zogenaamde Ruggie Framework, in een nationaal actieplan. Dat heeft ook voor dit debat relevantie. Daarnaast gebruiken wij de IFC Performance Standards. Er is dus een toetsingskader, opgebouwd uit verschillende elementen, dat wij gebruiken bij de exportkredietverzekeringen. Het lijkt mij helemaal niet verkeerd om dit in de brief over het instrumentarium toe te lichten, zodat duidelijk is dat wij het altijd gebruiken.

Mevrouw Thieme (PvdD): Amnesty International concludeert dat onduidelijk is of en op welke wijze bedrijven human rights due diligence moeten uitvoeren, om het maar even met mooi Engels te zeggen, en hoe de beoordeling uiteindelijk plaatsvindt. Het is prettig dat de minister uiteenzet hoe de criteria eruitzien, maar het gaat er ook om dat Amnesty International er kritiek op heeft. Ik krijg graag een reactie op die kritiek.

Minister Ploumen: Neem me niet kwalijk. Ik had daarbij moeten zeggen dat ik bij het vormgeven van het nationaal actieplan rondom Ruggie het rapport van Amnesty International zal betrekken. Er moeten criteria zijn, maar die moeten ook duidelijk zijn en het moet helder zijn op welke manier ze worden getoetst. Ik ga daar dus zeker naar kijken.

(...)

Minister Ploumen: Ik zeg tot mevrouw Thieme dat de Nederlandse kennis en kunde, juist op het gebied van voedselzekerheid, voedselveiligheid en voedselproductie moet worden ingezet voor het ontwikkelen van de regionale markten. Dat doen we ook. Het gaat dan niet alleen om het inzetten van kennis rondom gewassen, maar ook om het inzetten van kennis rondom logistiek. Ook als je voedsel van Ethiopië naar Kenia wilt vervoeren of andersom, moet dat verantwoord gebeuren en is kennis van koelsystemen, distributiesystemen et cetera absoluut nodig. Nederland heeft die kennis te bieden.

Mevrouw Thieme (PvdD): Op zich heeft mijn fractie geen bezwaar tegen het exporteren van kennis, tenzij we onze fouten gaan exporteren, zoals de bio-industrie. Het lijkt mij geen goed idee om die ook nog eens in Afrika te stimuleren. Het is prima om de mensen daar kennis te geven om hun landbouw te verbeteren, maar als er ondertussen goedkope Europese producten worden gedumpt op de markten, krijg je natuurlijk nooit een gezonde regionale landbouweconomie in die landen. Hoe kunnen we daar nu eens een einde aan maken?

Minister Ploumen: Ik ben blij dat mevrouw Thieme en ik elkaar vinden in het belang van de regionale economie. Het exporteren van fouten zou bij niemand op de agenda moeten staan. Ik zie het anders, ook uit ervaringen die ik nu heb opgedaan met reizen waarop bijvoorbeeld Wageningen University is meegegaan. Wij exporteren echt de geleerde lessen. Er zal heus wel eens iets wat minder optimaal zijn, maar ik ben daar absoluut minder pessimistisch over.

In de Eerste Kamer heb ik recent gesproken over de EPA's, dus de regionale akkoorden tussen de EU en landen in Afrika, Azië en Latijns-Amerika. Toen is aangegeven dat rekening wordt gehouden met het ontwikkelingsstadium van de economie van de betrokken landen, waarbij Nederland zich natuurlijk altijd heeft ingezet voor eerlijke handel. Dat blijft Nederland doen; als ik daar al iets aan verander dan zet ik er een tandje bij. Als ik het heb over duurzame economische groei, gaat het ook over eerlijke handel. Dat is de afgelopen jaren de inzet van Nederland geweest. Ik ga daar zeker mee door. Nederland is een van de 27, maar dit is zeker een van de onderwerpen waarvoor ik heel nadrukkelijk binnen de EU bondgenoten zal zoeken. Die zijn er ook. Dit is een belangrijke inzet voor Nederland.

Mevrouw Thieme (PvdD): Dat betekent dus dat wij op de minister kunnen rekenen als het gaat om de druk op de Europese Unie om af te komen van de exportrestituties?

Minister Ploumen: Ik dacht al: welk specifiek onderwerp gaat mevrouw Thieme nu op mijn bord leggen? Zoals ik net al zei, staat eerlijke handel voorop. We moeten ook realistisch zijn over onze rol in de Europese Unie. Wij zijn een van de 27. Ik herhaal nog maar eens dat dit mij niet ontslaat van de plicht om eerlijke handel voorop te zetten. Dat doe ik op een aantal manieren, niet alleen via de Europese Unie maar ook door het versterken van de onderhandelingscapaciteit van landen in Afrika, Azië en Latijns-Amerika. Dat gaat zowel over het versterken van douanefaciliteiten als over het versterken van de onderhandelingscapaciteit bij regeringen. Ook daarvoor geldt dat er hooguit een tandje bij gaat in het kader van de agenda van handel, hulp en investeringen.

Tweede Termijn:

Mevrouw Thieme (PvdD): Voorzitter. Ik wil een VAO aanvragen. Als het zou kunnen, krijg ik de brief over de exportkredietverzekeringen voorafgaand aan dat VAO. Ik krijg van de minister echter de indruk dat zij daarvoor veel meer tijd nodig heeft. Ik krijg daar graag helderheid over.

Ik heb gesproken over de naar de mening van mijn fractie agressieve exportstrategie. Het exporteren van kennis over landbouw naar ontwikkelingslanden, waarover de minister het had, zou mooi kunnen zijn. Als je tegelijkertijd de exportsubsidies voor Europese producten in stand houdt -- de zogenaamde exportrestituties -- en niet ingrijpt in het onethische gedrag van multinationals die buitengewoon lage verrekenprijzen hanteren waardoor ontwikkelingslanden nauwelijks belastinginkomsten krijgen over hun aardschatten, moet ik helaas toch concluderen dat de minister met dit beleid geen kentering bewerkstelligt van de agressieve exportstrategie van de afgelopen decennia naar een echt eerlijke handel. Ik mis de handvatten om die kentering te bewerkstelligen.

Minister Ploumen: Voorzitter. Ik begin met de brief, wat daarin komt te staan en wanneer hij komt. De Kamer gaat daar in eerste instantie over, maar ik leg even het dilemma voor. De debatten van vorige week en van vandaag hebben heel veel met elkaar te maken, want eerlijke handel en maatschappelijk verantwoord ondernemen, alsmede de criteria daarvoor, vloeien natuurlijk naadloos in elkaar over. Als je een mensenrechtencriterium hebt voor handel, heb je niet ineens een ander criterium voor maatschappelijk verantwoord ondernemen. De OESO-richtlijnen zijn dus universeel. Ik heb vorige week gezegd dat we werken aan een nationaal actieplan voor de implementatie van het Ruggie Framework, een onderdeel van de OESO-richtlijnen. Dat is effe werk, om het huiselijk te zeggen, dus ik heb toegezegd om dit voor de zomer te doen. Dat is ook de reden dat ik de antwoorden op de vragen van vandaag, die deels hetzelfde betreffen, voor de zomer wil toesturen. Mij lijkt het goed om het te combineren, want dan kunnen we over het integrale pakket spreken. De Kamer kent mij inmiddels al als ongeduldig. We zetten er echt vaart achter, maar we moeten het wel goed doen. Het gaat dan over het instrumentarium en de exportkredietverzekeringen, maar ook over concessionele leningen. We brengen het allemaal bij elkaar.