Bijdrage Thieme aan Algemene Politieke Beschou­wingen


18 september 2019

Je moet eerst cookies accepteren voordat je deze video kunt bekijken

Voorzitter,

Ik heb nu 12 algemene politieke beschouwingen meegemaakt en ik maak voor het eerst mee dat meer dan een fractievoorzitter openlijk twijfelt over de houdbaarheid van het huidige systeem en de verslaving aan economische groei.

Twijfel omdat we zien dat er grenzen zijn aan de groei. Dat stemt mij hoopvol. Maar wie de inleidende zinnen van de Miljoenennota leest, moet concluderen dat het kabinet een gebrek aan realiteitszin heeft. Het voorwoord staat vooral vol met zelffelicitaties.

De Nederlandse economie keert, ondanks Brexit en handelsoorlogen, na jaren van krimp terug naar “een normaal groeitempo.” aldus het kabinet. Het kabinet laat slechts één kant van de medaille zien die het zichzelf uitreikt. De werkloosheid daalt, de lonen beginnen langzaam te stijgen, en de overheidsfinanciën floreren als nooit tevoren. Voor het derde achtereenvolgende jaar is er een overschot. Daarmee wil het kabinet “de publieke voorzieningen versterken,” en in 2020 nieuwe investeringen doen. In verpleeghuizen en de woningmarkt. En wil het kabinet de lasten voor burgers verlagen. Wie kan daar tegen zijn?

Daarnaast besteedt het kabinet maar liefst 3,4 miljard euro aan de aflossing van de staatsschuld. Aan milieu en klimaat wijdt het kabinet maar een paar woorden: “het klimaatakkoord zorgt voor een duurzaam Nederland”. Je moet maar durven. De werkelijkheid is een namelijk een andere. Op het gebied van biodiversiteit scoort Nederland rampzalig. We hebben nog maar 15 procent van de biodiversiteit over die we begin vorige eeuw hadden. Volgens het PBL is “in Nederland het verlies aan oppervlakte en kwaliteit van oorspronkelijke natuur aanzienlijk groter geweest dan gemiddeld in Europa of de rest van wereld.”

Het komt door de bio-industrie en het grootschalige gebruik van gif. Wie door Nederlandse weilanden fietst, waant zich in het groen, maar rijdt in feite door een raaigraswoestijn. Landschapspijn noemt de Friese journaliste Jantien de Boer het. De pijn van het verdwijnen van insecten en vogels.

Terecht winden we ons op over het Braziliaanse regenwoud dat in brand staat. Maar we lijken te vergeten dat het kabinet stond te juichen toen de EU een vrijhandelsverdrag met Brazilië sloot omdat Duitsland Volkswagens wilde exporteren, en Brazilië een vrijbrief wilde hebben om het regenwoud verder plat te branden voor veevoer- en vleesexport.

Het vrijhandelsverdrag met de Mercosur is alleen maar meer olie op het vuur. Ook zien we gemakshalve over het hoofd dat de bomenkap in eigen Nederland een fractie rapper gaat dan in het land van Bolsonaro. Onder andere om de biomassa-verbrandingsovens te vullen en dat groene energie te kunnen noemen.

Als we alle bomen in Nederland zouden verbranden, hebben we voor hoogstens 9 maanden aan elektriciteit. Gebrek aan realiteitszin. Of bomenkap voor wegen en benzinestations, waar nog altijd meer dan de helft van de publieke investeringen in infrastructuur naar toe gaat. Zoals in Ouderkerk aan de Amstel waar burgers in opstand zijn gekomen tegen de 14 duizend (!) bomen die moeten worden gekapt voor de uitbreiding van de A9. Terwijl we juist massaal bomen zouden moeten planten om de klimaatcrisis af te wenden.

Nederland heeft één van de grootste slachthuizen van de wereld. 650 miljoen dieren slachten we per jaar, het overgrote deel voor de export. We hebben te maken met een wildgroei aan megastallen. Steeds meer dieren verbranden levend bij stalbranden. Dit jaar zijn op deze gruwelijke manier meer dieren omgekomen dan in heel 2018. 176 duizend om precies te zijn. Net zoveel als Nijmegen aan inwoners heeft.

Je zoekt vergeefs naar deze kant van de medaille in de Miljoenennota. En dat is geen toeval. Het kabinet schuift de verantwoordelijkheid voor het klimaat met een akkoord dat aanstuurt op 2 graden temperatuurstijging door naar toekomstige generaties. En heeft kennelijk lak aan de internationaal afgesproken doelen en de eigen verantwoordelijkheid. Het geld dat we investeren, stoppen we in lapmiddelen.

Denk aan de energie- en subsidieslurpende mestfabrieken. En verder verzoekt het kabinet de burgers om regelmatig de bandenspanning te controleren, de woning te voorzien van dubbel glas en wat aluminiumfolie achter de verwarmingsradiatoren aan te brengen. Maar het kabinet gaat door roeien en ruiten als het om de economie gaat, als er geld kan worden verdiend,

als grootverbruikers van energie moeten worden ontzien, als het verdienmodel van de BV Nederland moet worden verdedigd.

Daarvoor moet alles wijken. Mensen, dieren, planeet, democratie en rechtsstaat. De inkt van het Klimaatakkoord was nog niet droog of het Kabinet gaf toestemming voor verdere uitbreiding van Schiphol. Ondanks massaal verzet, probeert het kabinet kostte wat het kost de opening van vliegveld Lelystad voor vakantievluchten er doorheen te drukken. En ook al is de nood volgens het kabinet hoog…, er is maar mondjesmaat geld beschikbaar om de Urgenda-doelen te halen: 500 miljoen euro.

Geld is plotseling geen probleem, als onze nationale trots, KLM, van Fransen moeten worden gered: een slordige 744 miljoen euro heeft het kabinet op een achternamiddag uitgegeven voor de aankoop van aandelen Air France-KLM. Volgens de krantenberichten heeft het kabinet daar inmiddels 58 miljoen euro op verloren. Maar dat zou ook wel eens veel meer kunnen worden als je kijkt naar de koersontwikkelingen. Ik wil graag van het kabinet weten op hoeveel verlies we nu precies staan.

Het kabinet steunt vrijhandelsverdragen met de Mercosur-landen, drukt het vrijhandelsverdrag met Canada, CETA, erdoor, en in Brussel en Washington wordt er alweer druk onderhandeld over TTIP-light – ondanks massaal protest door burgers, MKB-ers en boeren. Wat dit soort verdragen voor mens, dier en planeet betekenen, leert het verdrag met Oekraïne. Weggestemd door de Nederlandse kiezer, verzekerde de Minister-President ons plechtig dat niet wij ons zouden voegen naar Oekraïense normen, maar dat Oekraïne zich zou voegen naar onze normen.

De realiteit: we worden overstelpt met plofkippen die je in Nederland niet mag produceren. En onze boeren, de dieren en de planeet hebben het nakijken. Hoe kan de minister-president dit soort vrijhandelsverdragen verdedigen tegenover de Nederlandse boeren, tegenover onze burgers, onze jeugd? Ook gaat het kabinet onverminderd door met het uitdelen van subsidie aan de fossiele industrie. 7 miljard euro per jaar, dat is 20 miljoen aan subsidie per dag. En nu hebben we de stikstofuitspraak van de Raad van State die een halt toe roept aan megastallen, woningbouw, luchtvaart en meer asfalt.

Maar het antwoord van het Kabinet luidt niet: we gaan het aantal landbouwdieren halveren, zoals collega Jetten van D66 anderhalve week geleden opperde - wat een goed plan is en waar wij uiteraard graag onze handtekening onder zetten - nee, volgens het kabinet moet de stikstofnorm worden opgerekt. De minister van Infrastructuur en Waterstaat liet weten dat we “een list” moeten verzinnen om de wet te omzeilen. En haar collega Schouten van Landbouw wist al welke: de rekenmethode moet op de schop. Onder het motto: als de feiten ons niet zinnen, moeten ze maar wijken.

Het komt het wankele vertrouwen in de politiek niet ten goede. En gaat de planeet niet helpen. Integendeel: de norm moet niet soepeler maar juist strikter. We moeten er niet alleen voor zorgen dat de natuur niet verder verslechtert, maar juist verbetert. Vaak, te vaak, is de rechter de laatste instantie waar de burger met zorgen over klimaat, dierenwelzijn en milieu terecht kan.

En telkens probeert het kabinet onder deze vonnissen uit te komen. In 2015 en 2018 oordeelde de rechter in de Urgenda-zaak dat het kabinet zich moet houden aan zijn eigen klimaatdoelen. Vorige week herhaalden de procureur-generaal en de advocaat-generaal dit nogmaals in een advies aan de Hoge Raad: “Hou het vonnis in de Urgenda zaak in stand.” Het kabinet roept consequent dat het de uitspraken zal respecteren, ook afgelopen juni toen minister Wiebes liet weten de uitspraak te willen eerbiedigen. En doet vervolgens even consequent precies het tegenovergestelde.

Dit kabinet moet oppassen niet medeschuldig te worden aan ecocide: de welbewuste vernieling en ontwrichting van de enige planeet die we hebben. Dat zijn geen grote woorden, dat is een groot probleem, een probleem van immense omvang.

Het kabinet zoekt willens en wetens de rand op van wat het ecosysteem aan kan, ook als datzelfde ecosysteem laat zien die rand al ver gepasseerd te zijn.

Welk adviesorgaan je ook raadpleegt, welk rapport je ook leest, allemaal zijn ze het erover eens dat radicale verandering onontkoombaar is. Te beginnen met het mondiale voedselsysteem, waar Nederland als tweede grootste voedselexporteur ter wereld een cruciale rol in speelt. Het International Panel on Climate Change (IPCC) liet deze zomer weten dat we de doelstellingen van Parijs alleen halen als we overstappen naar een meer plantaardig dieet.

Het is een boodschap die de Partij voor de Dieren al 13 jaar in de Kamer uitdraagt en die steeds meer bijval krijgt. Het verzet in de samenleving is groeiende. Kijk naar het protest tegen de bomenkap. Tegen de megastallen. Tegen vrijhandelsverdragen. Kijk naar het succes van onze woudfundingsactie, waarmee we in twee weken tijd bijna 2 ton hebben ingezameld om natuur vrij te kopen in de uitverkoop die het kabinet heeft georganiseerd om kleingeld te maken van natuurgebieden.

Kijk naar de massale opkomst bij klimaatmarsen. In binnen- en buitenland. Kijk naar de 40 ambitieuze maatregelen van Urgenda die 700 bedrijven en maatschappelijke organisaties hebben onderschreven. Kijk naar de scholierenstakingen tegen klimaatverandering. Die tijdens de troonrede een steuntje in de rug kreeg van niemand minder dan de Koning. Hij zei: “Ik voel me verantwoordelijk om door te geven aan jongere generaties dat je in verzet moet komen als het nodig is.”

Ik noemde al het plan van D66 maar natuurlijk ook het voorstel van een noodwet van GroenLinks voor een halvering van het aantal landbouwdieren. Zij aan zij strijden we wat mij betreft tegen de bio-industrie.

Maar voorzitter, hoe reageert de overheid? Politie en veiligheidsdienst infiltreren in de milieubeweging. Minister Wiebes zegt tegen jonge klimaatstakers dat ze beter naar school kunnen gaan dan gaan staken. Minister Van Nieuwenhuizen bagatelliseert op TV de milieuschade die wij de planeet toebrengen en legitimeert daarmee het achterhoedegevecht dat de klimaatontkenners voeren. En chanteerde in één moeite door, de Schiphol-omwonenden door te zeggen dat ze niet op hulp kunnen rekenen, als ze blijven eisen dat de luchthaven niet mag groeien.

Vorig jaar hebben wij onze handtekening aan de begroting onthouden. Het was duidelijk te weinig, te laat. Een begroting die aankoerst op een scenario van 3 graden temperatuurstijging in 2050. Terwijl klimaatwetenschappers hebben gezegd dat we koste wat het kost onder de 2 graden opwarming moeten blijven en 1,5 graad het veiligste scenario is. Wij hebben onze politieke verantwoordelijkheid genomen door die begroting niet goed te keuren. De Miljoenennota waar we nu over spreken maakt exact dezelfde cruciale fout: te weinig, te laat.

Het is het derde achtereenvolgende jaar dat het kabinet een overschot op de begroting boekt, een unicum na 9 jaar crisis.

Nu het geld er wel is, is het veelzeggend waar het kabinet voor kiest. Meer dan 5 miljard euro houdt het kabinet dit jaar over. 3,4 miljard daarvan wil het kabinet gebruiken voor de aflossing van de staatsschuld. 1,7 miljard euro is beschikbaar voor nieuw beleid. Een schamele 200 miljoen is bedoeld voor klimaatbeleid, bovenop de bedragen die hier eerder voor waren gereserveerd.

Dit zijn politieke keuzes, geen wetmatigheden. Goed dat het kabinet afstapt van knellende begrotingsregels. Maar waarom dan toch meer gestoken in aflossen van de staatsschuld dan in investeren in de toekomst? Zeker als de staatsschuld historisch al zo laag is, de rentelasten verwaarloosbaar zijn, en de noodzaak tot grootschalige investeringen in het CO2-neutraal maken van Nederland zo groot is.

Ook kondigt het kabinet in de Miljoenennota een groeiagenda en een investeringsfonds aan. Mijn vraag is gaan we dit fonds gebruiken om onze ecologische schuld aan toekomstige generaties te voldoen? Graag een reactie. Is het Kabinet bereid breder toetsingskader voor de beoordeling van mogelijke investeringen uit het fonds te ontwikkelen, dan momenteel in de Miljoennota wordt gesuggereerd.

Er ligt nu teveel de nadruk op het verdienvermogen van Nederland en verhoging van de productiviteit. Onze steun kan de minister pas krijgen als sociale en ecologische eisen net zo zwaar wegen als economische. Naast het Brede Welvaartsbegrip waar meerdere fracties van deze Kamer van gecharmeerd zijn.

Dat is voor straks, als de groeiagenda en het investeringsfonds in de Kamer worden behandeld. Nu gaat het om het overschot op de begroting voor 2020. Waarom gebruiken we dat overschot niet voor een warme sanering van de veehouderij? Met een bedrag van rond de zes miljard euro – als je de rekenmethode van Wageningen Economic Research gebruikt - kunnen we zorgen voor een halvering van het aantal kippen en varkens in Nederland. Dat is ook het voorstel van D66. De CO2 doelstelling en de noodzakelijke stikstofreductie komen zo binnen handbereik.

Het is illustrerend voor de kortzichtigheid van het kabinet dat deze noodzakelijke inkrimping tot nu toe nog niet eens is overwogen. Het roept de vraag op hoe het mogelijk is dat ogenschijnlijk verstandige, maatschappelijk betrokken mensen nog zo weinig overtuigd zijn van de noodzaak tot radicale systeemverandering. Terwijl de bewijzen dat we de planeet aan het kapotmaken zijn, zich opstapelen en niet te negeren zijn. En daarmee ben ik terug bij het begin van mijn bijdrage: het gebrek aan realiteitszin.

Wij zijn ervan overtuigd dat deze kortzichtigheid komt door het menscentrale denken waarmee de fossiele politiek naar de wereld kijkt. Typerend zijn de woorden die zij gebruikt om het nut van dier en natuur uit te drukken. Natuur is eerst en vooral “grondstof” en wordt beschouwd als “natuurlijk kapitaal”. De CO2 opslag door bomen heet een “ecologische dienst” voor de mensheid. En de brandveiligheid van stallen moet aan dezelfde eisen voldoen als de opslagruimtes voor wc-rollen.

Dieren en natuur worden in de politiek vooral op waarde geschat als het nuttig voor de economie is, en in geld kunnen worden omgezet.

Het komt tot uitdrukking in de manier waarop premier Rutte over Nederland spreekt. Als een BV, met multinationals in de rol van aandeelhouders, die recht hebben op een zo hoog mogelijk rendement. Het heeft een land opgeleverd, het land van Rutte, waarin alles en iedereen moet worden gemobiliseerd om de groei van het Bruto Binnenlands Product te maximaliseren. En dus moest de arbeidsmarkt verder worden geflexibiliseerd. Moesten vaders en moeders voltijds de arbeidsmarkt op.

Moesten studenten vooral techniek gaan studeren. En zuchten zorg en onderwijs onder de tirannie van het rendementsdenken. Het interview dat minister Wiebes afgelopen maandag aan het AD gaf, is illustratief: om onze welvaart te behouden moeten we meer gaan werken en productiever worden. Deeltijdwerken is een luxe die we ons niet meer kunnen permitteren, aldus de minister.

Deze armzalige blik ziet mens, dier en natuur eerst en vooral als productiemiddel. Dat dat gepaard gaat met welzijnsverlies ziet de minister niet. Dat een ontspannen arbeidsbestel een waarde in zichzelf vertegenwoordigt onttrekt zich aan de waarneming van Wiebes. Het is typerend van dit single issue kabinet: alleen het Bruto Binnenlands Product telt.

Voorzitter, de Partij voor de Dieren ziet het anders. In ons wereldbeeld, noem het een planeetcentraal wereldbeeld, hebben ecosysteem, natuur en dier ieder hun eigen waarden, onafhankelijk van hun nut voor ons mensen. Wij mensen hebben daarin een eigen rol te vervullen, een die veel bescheidener is, waarin we ons meer rekenschap geven van de eigen waarde van dieren en natuur en opkomen voor de kwetsbaarsten en hen proberen te beschermen en te emanciperen.

Ons respect en mededogen moet zich niet alleen uitstrekken tot de kwetsbaren van onze eigen soort, maar tot alle soorten. De gruwelijke lotgevallen van het dier in ons voedselsysteem is de bril waarmee wij naar de wereld kijken. Het is de manier bij uitstek om te leren hoe uitbuitend, vervreemdend, ontwrichtend en dus onhoudbaar dat systeem is.

Kijk je er met menscentrale ogen naar dan zie je dat niet: dan zie je winstcijfers, spaartegoeden, grondstoffen en groeiende bankrekeningen. Kijk je met planeetcentrale ogen dan zie je dat wat er in de voedingsindustrie gebeurt – grootschalige uitbuiting van dieren en verspilling van grondstoffen – in alle andere sectoren gebeurt, publiek en privaat. Het gaat om dezelfde logica, dezelfde verhalen, en dezelfde effecten: grootschaligheid, productieverhoging en efficiëntie zijn de sleutelwoorden, uitbuiting, vervreemding, ontmenselijking zijn de effecten.

Gelukkig zijn steeds meer mensen, ook politici, bereid om met die andere ogen naar hun eigen handelen te kijken. Zo heb ik vandaag mogen beluisteren. En dat stemt mij hoopvol.

Tijdens de 25 minuten die ik heb gesproken zijn er in Nederland weer 31000 dieren geslacht na een kort en ellendig leven. Daarom ben ik voorts van mening dat de bio-industrie moet worden afgeschaft.