Bijdrage Teunissen Cultuur­be­groting


21 november 2018

Voorzitter,

Cultuur wordt vaak gezien als een tegenhanger van natuur. Het omvat immers wat wij mensen bedacht en gemaakt hebben. Veel van wat wij mensen in cultuur gebracht hebben, vormt een bedreiging voor de natuur. Vandaag spreken wij over de doorgaans minst bedreigende cultuurvorm; de cultuur die ons mensen, slechts 0,01% van de biodiversiteit op aarde, onderscheidt van de overige natuur. Onderscheidend door een eigenschap die in onze natuur zit: scheppend en creatief bezig zijn.

Ik wil graag beginnen met complimenten van mijn fractie voor het feit dat de minister investeert in kunst en cultuur; het is hard nodig na de bittere kaalslag van de 200 miljoen bezuinigingen uit het recente verleden. Toch blijven er zorgen. De extra investeringen lopen op tot 80 miljoen structureel en de vraag blijft of dit voldoende is om de sector opnieuw tot bloei te laten komen. Het effect van het uithollen van de positie van de makers - te veel om van te sterven, te weinig om van te leven - is nog steeds grootschalig aanwezig bij allen die aan de basis van ons cultuurbeleid staan. Veel kunstenaars leven op de rand van het bestaansminimum. Zo verdient ruim de helft van de beeldend kunstenaars minder dan 10.000 euro per jaar en twee op de vijf componisten moeten het doen met een loon rond de armoedegrens [1]. De minister neemt een aantal maatregelen: een honoreringsrichtlijn, een uitwerking van de arbeidsmarktagenda, overleg met de andere overheden over hoe om te gaan met de Fair Practice Code, en een loon- en prijsbijstelling voor de basisinfrastructuur en de fondsen. Maar helaas mist mijn fractie concrete voorstellen en hardere afspraken. Een minimumbeloning, een verzekering tegen arbeidsongeschiktheid, een pensioenregeling. Heeft de minister inzicht in wat de effecten zijn van deze maatregel op de inkomenspositie van kunstenaars? Is dit voldoende om nu, en niet pas in 2021, een betere inkomenspositie te garanderen?

De minister onderzoekt met andere overheden hoe zij met de Fair Practice Code om willen gaan. Wat is daarbij de inzet van de minister? Is zij van plan om de Fair Practice Code op te nemen als subsidievoorwaarde die het Rijk stelt en die de fondsen voor subsidiëring stellen? En gaat zij dezelfde afspraken maken met gemeenten en provincies om dat over te nemen? Ook de Fair Practice Code stelt geen concrete afspraken voor. Heeft de minister die wel voor ogen bij de uitwerking van de Fair Practice Code?

Het is te prijzen dat de minister serieus werk wil maken van een eerlijke beloning van kunstenaars, maar er zit wel een keerzijde aan. Als de Fair Practice Code goed wordt uitgewerkt en de honoraria stijgen, betekent het dat er minder voorstellingen kunnen worden geprogrammeerd, zeker door de kleinere kunstpodia, theaters en muziekpodia met krappe budgetten. Concurrentie kan geen kwaad, maar de kans is reëel dat juist de jonge talenten die nog geen naam hebben opgebouwd, de grootste verliezers zullen zijn. Dat leidt op termijn eerder tot afbraak dan de door de politiek gewenste versterking van de kunstsector. Het totale budget voor de sector zal dus substantieel moeten worden verhoogd, via de fondsen of anderszins. Deelt de minister deze opvatting? Heeft zij inzicht in de effecten van de invoering van de Fair Practice Code op de programmering? En is de minister bereid om te bekijken of het budget bij kan voor de nieuwe subsidieperiode?

En kan ze ook helder maken welk beleid ze in wil zeggen om het doorverkopen van tickets tegen woekerprijzen aan banden te leggen?

Voorzitter, tot slot, afgelopen week is er door collega Aartsen een lans gebroken voor de volkscultuur [2], nadat het CDA al een doorbraak geforceerd had voor de koopcultuur met het verdubbelen van de houdbaarheid van cadeaubonnen [3]. Nu cultuuropvattingen zozeer verbreed worden wil ik een lans breken voor de eetcultuur. Zoals bekend zijn vlees en zuivel de meest milieubelastende onderdelen van ons voedselpakket. De minister kan bijdragen aan een cultuurverandering wanneer ze op haar ministerie het prachtige concept van haar partijgenoot prof Henriette Prast zou willen doorvoeren, Carnivoor, geef het door. Het plan is even simpel als doeltreffend. Waar nu vegetariërs hun menuvoorkeur en door moeten geven, zou dat voortaan moeten gelden voor vleesliefhebbers. Diners en recepties georganiseerd door het ministerie zijn in dat concept standaard plantaardig, tenzij iemand doorgeeft vlees of vis op prijs te stellen bij de maaltijd. De keuzevrijheid blijft dus geheel in stand, alleen de sociale norm wordt omgedraaid. Is de minister bereid deze nieuwe eetcultuur op haar ministerie te introduceren, zoals bij de Duitse regering inmiddels het geval is? Ik overweeg een motie op dit punt.

[1] https://www.trouw.nl/home/inko...
[2] https://www.parool.nl/binnenla...
[3] https://www.telegraaf.nl/nieuw...